Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BW9883

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
27-06-2012
Datum publicatie
28-06-2012
Zaaknummer
188465 - HA ZA 12-16
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Borgstelling door echtgenote rechtsgeldig vernietigd op grond van artikel 1:88 lid 1 aanhef en onder c jo. artikel 1:89 BW.

De uitzondering van artikel 1:88 lid 5 BW gaat niet op. Het gaat in de gevallen waarop die uitzondering ziet om een vennootschap die alleen formeel een ander is, maar die in werkelijkheid een bedrijfsactiviteit van de hoofdelijk verbonden ondernemer zelf is. In het onderhavige geval was de echtgenoot enig bestuurder van de vennootschap ten behoeve waarvan hij zich als hoofdelijk medeschuldenaar heeft verbonden en hield hij bovendien vijftig procent van de aandelen in die vennootschap. Gesteld noch gebleken is dat de aandeelhouder die de overige vijftig procent van de aandelen hield tevens bestuurder was. De echtgenoot hield dus niet – alleen dan wel met eventuele medebestuurders – de meerderheid van de aandelen in de vennootschap, zodat niet gezegd kan worden dat hij de zeggenschap over de vennootschap uitoefende in de zin dat de vennootschap slechts formeel een ander is als hiervoor bedoeld; als enig bestuurder met slechts de helft van de aandelen was hij afhankelijk van de andere aandeelhouder, niet tevens zijnde bestuurder. De vordering van de bank wordt derhalve afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 188465 / HA ZA 12-16

Vonnis van 27 juni 2012

in de zaak van

de coöperatie

COÖPERATIEVE RABOBANK ZUID-HOLLAND MIDDEN U.A.,

gevestigd te Delft,

eiseres,

advocaat mr. E.M.J.M. van Heesen,

tegen

RAYMOND [GEDAAGDE],

wonende te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,

gedaagde,

advocaat mr. J. de Wit.

Partijen zullen hierna Rabobank en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 7 maart 2012

- het proces-verbaal van comparitie van 8 mei 2012

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [gedaagde] is bestuurder en enig aandeelhouder van TwentyNine B.V. (hierna: TwentyNine), welke vennootschap tot februari 2011 vijftig procent van de aandelen in

3 Kozijnen hield. De overige vijftig procent van de aandelen was tot dat moment in handen van [M] (hierna: [M]), via diens vennootschap [A BV]. TwentyNine was enig bestuurder van 3 Kozijnen.

2.2. Op 26 november 2009 heeft 3 Kozijnen met Rabobank een overeenkomst gesloten voor een kredietfaciliteit van EUR 35.000,00. [gedaagde] heeft op diezelfde dag een borgakte ondertekend, waarmee hij zich tot een bedrag van EUR 17.500,00 borg heeft gesteld voor al hetgeen Rabobank uit welke hoofde dan ook van 3 Kozijnen te vorderen heeft.

2.3. Op 11 februari 2010 heeft 3 Kozijnen met Rabobank een overeenkomst gesloten voor een kredietfaciliteit van EUR 100.000,00, waarbij het krediet van EUR 35.000,00 ineens is afgelost. [gedaagde] heeft op 5 maart 2010 een borgakte ondertekend, waarmee hij zich tot een bedrag van EUR 50.000,00 borg heeft gesteld voor al hetgeen Rabobank uit welke hoofde dan ook van 3 Kozijnen te vorderen heeft.

2.4. Op 18 mei 2010 heeft 3 Kozijnen met Rabobank een overeenkomst gesloten voor een kredietfaciliteit van EUR 175.000,00, waarbij het krediet van EUR 100.000,00 ineens is afgelost. [gedaagde] heeft op diezelfde dag een borgakte ondertekend, waarmee hij zich tot een bedrag van EUR 75.000,00 borg heeft gesteld voor al hetgeen Rabobank uit welke hoofde dan ook van 3 Kozijnen te vorderen heeft.

2.5. Op 26 april 2011 is het faillissement van 3 Kozijnen uitgesproken. Dit faillissement is nog niet afgewikkeld; vooralsnog heeft daaruit geen uitdeling op de vordering van Rabobank plaatsgevonden.

2.6. Bij brief van 4 mei 2011 heeft Rabobank [gedaagde] uit hoofde van de borgakte aangesproken tot betaling van EUR 75.000,00. [gedaagde] heeft dit bedrag niet voldaan.

2.7. De toenmalige echtgenote van [gedaagde] heeft de borgakte van 29 november 2009 destijds meegetekend; de borgaktes van 5 maart 2010 respectievelijk 18 mei 2010 echter niet. Zij heeft bij brief van haar advocaat d.d. 26 juli 2011 de borgakte van 18 mei 2010 vernietigd wegens het ontbreken van de toestemming als bedoeld in artikel 1:88 BW.

3. Het geschil

3.1. Rabobank vordert – samengevat – bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van:

a. een bedrag van EUR 75.000,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

3 juni 2011 tot de dag van volledige betaling;

b. de kosten van deze procedure, de kosten van het beslag daaronder begrepen, alsmede de nakosten.

3.2. Rabobank legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] zich tot een bedrag van EUR 75.000,00 borg heeft gesteld voor al hetgeen Rabobank uit welke hoofde dan ook van 3 Kozijnen te vorderen heeft en dat hij – nu 3 Kozijnen geen verhaal biedt – is gehouden dit bedrag aan Rabobank te voldoen.

3.3. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. [gedaagde] stelt zich op het standpunt dat de borgakte van 18 mei 2010 rechtsgeldig door zijn ex-echtgenote is vernietigd. De borgstelling in privé door [gedaagde] was een rechtshandeling waarvoor toestemming van zijn echtgenote was vereist, omdat deze niet is verricht in het kader van de normale bedrijfsuitoefening van 3 Kozijnen. Gelet op het ontbreken van deze toestemming was de borgstelling vernietigbaar.

4.2. Rabobank betwist dat voor het aangaan van de borgstelling door [gedaagde] toestemming van zijn toenmalige echtgenote was vereist, omdat het krediet waarvoor de zekerheid is verstrekt, zou zijn aangegaan ten behoeve van de normale bedrijfsuitoefening van 3 Kozijnen.

4.3. Op grond van het bepaalde in artikel 1:88 lid 1 aanhef en onder c BW behoeft een echtgenoot de toestemming van de andere echtgenoot voor overeenkomsten die ertoe strekken dat hij, anders dan in de normale uitoefening van zijn beroep of bedrijf, zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt. Een rechtshandeling die een echtgenoot in strijd met artikel 1:88 lid 1 aanhef en onder c BW heeft verricht, is door de andere echtgenoot vernietigbaar. De in dit voorschrift vervatte uitzondering wordt restrictief uitgelegd en ziet op rechtshandelingen die voor het door de betrokkene uitgeoefende beroep op bedrijf kenmerkend zijn in die zin dat zij in de normale uitoefening daarvan plegen te worden verricht. Onvoldoende is dat het belang van het bedrijf is gediend met de gestelde zekerheid. De door [gedaagde] verschafte borgstelling valt niet onder het restrictief uit te leggen begrip “in de normale uitoefening van zijn beroep of bedrijf” als opgenomen in artikel 1:88 lid 1 aanhef en onder c BW, zodat toestemming van de echtgenote was vereist voor het aangaan van de borgstelling.

4.4. In artikel 1:88 lid 5 BW is echter – voor zover hier van belang – bepaald dat de toestemming als bedoeld in artikel 1:88 lid 1 aanhef en onder c BW niet is vereist voor een rechtshandeling die wordt verricht door een bestuurder van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die daarvan alleen of met zijn medebestuurders de meerderheid van de aandelen houdt en mits zij geschiedt ten behoeve van (in plaats van “in”) de normale bedrijfsuitoefening van die vennootschap. Het aangaan van een bedrijfskrediet valt wel onder deze ruimere omschrijving, ook als het gaat om een verhoging daarvan die nodig is om tijdelijke liquiditeitsproblemen ten gevolge van een snelle groei van een op zichzelf gezonde onderneming op te vangen.

4.5. De vereisten van artikel 1:88 lid 5 BW dienen aldus te worden uitgelegd dat toestemming van de echtgenoot niet vereist is in gevallen waarin, vergelijkbaar met de situatie van een eenmanszaak of vennootschap onder firma, de bestuurder zo nauw verbonden is met de onderneming dat hij in de praktijk als ondernemer kan gelden, doordat hij zeggenschap uitoefent en financieel belang heeft bij de bedrijfsresultaten van de vennootschap ten behoeve waarvan hij zich als hoofdelijk medeschuldenaar verbindt (vgl. HR 8 oktober 2010, NJ 2011/30). Het gaat in de gevallen waarop lid 5 ziet om een vennootschap die alleen formeel een ander is, maar die in werkelijkheid een bedrijfsactiviteit van de hoofdelijk verbonden ondernemer zelf is. In het onderhavige geval hield [gedaagde] tijde van het aangaan van de borgstelling via zijn vennootschap TwentyNine echter slechts 50 procent van de aandelen in 3 Kozijnen en was hij middellijk bestuurder van laatstgenoemde vennootschap. De overige aandelen waren (indirect) in handen van [M]. Gesteld noch gebleken is dat [M] naast aandeelhouder tevens bestuurder was van 3 Kozijnen. Dit betekent dat de uitzondering van artikel 1:88 lid 5 BW niet opgaat, omdat [gedaagde] niet – alleen dan wel met eventuele medebestuurders – de meerderheid van de aandelen in 3 Kozijnen hield, en dus niet gezegd kan worden dat hij de zeggenschap over de vennootschap uitoefende in de zin dat de vennootschap slechts formeel een ander is als hiervoor bedoeld; als enig bestuurder met slechts de helft van de aandelen was hij afhankelijk van de andere aandeelhouder, niet tevens zijnde bestuurder, zoals blijkt uit de stukken – aan het aangaan van het krediet lag immers ook een aandeelhoudersbesluit ten grondslag. De borgakte was derhalve op grond van de hoofdregel van artikel 1:88 lid 1 aanhef en onder c jo. artikel 1:89 BW vernietigbaar en is rechtsgeldig vernietigd door de (ex-)echtgenote van [gedaagde]. De vordering van Rabobank zal daarom worden afgewezen.

4.6. Rabobank zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op:

- griffierecht EUR 800,00

- salaris advocaat 1.788,00 (2,0 punten × tarief EUR 894,00)

Totaal EUR 2.588,00

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt Rabobank in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op EUR 2.588,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Wolfs en in het openbaar uitgesproken op 27 juni 2012.?