Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BW9606

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
14-06-2012
Datum publicatie
29-06-2012
Zaaknummer
15-840283-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Onderzoek Ceres. Medeplegen opzettelijke invoer van cocaine (in totaal bijna 55 kilo) via de luchthaven Schiphol. Deelneming aan criminele organisatie. Verdachte had in de organisatie een uitvoerende rol. Verdachte werd bij het feitelijk van boord halen van de cocaïne ingeschakeld en maakte daarbij gebruik van de aan hem verstrekte Schipholpas. De rechtbank komt tot een lagere straf dan door de officier van justitie is gevorderd, nu de rechtbank meer gewicht toekent aan de - in vergelijking met twee medeverdachten - kleinere rol van verdachte in de organisatie, dan aan de mede door hem ingevoerde totale hoeveelheid cocaïne.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Schiphol

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/840283-10

Uitspraakdatum: 14 juni 2012

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 14 mei 2012, 15 mei 2012, 24 mei 2012 en 31 mei 2012 in de zaak tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Zwaag Hoorn, locatie Zwaag, te Zwaag.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering, en na toegestane wijziging van de tenlastelegging ex artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering, ten laste gelegd dat:

Feit 1

(zaaksdossier B2)

hij op of omstreeks 15 november 2010 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, ongeveer 29.943 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Feit 2

(zaaksdossier B3)

Primair:

hij op of omstreeks 07 maart 2011 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, ongeveer 24.987 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Subsidiair:

hij in of omstreeks de periode van 19 februari 2011 tot en met 7 maart 2011 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer en/of Amsterdam en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,

- een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of

- (daartoe) voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het feit,

immers, heeft/hebben verdachte(n) en/of (een of meer van) zijn/hun mededader(s),

- (meermalen) met elkaar contact gehad (telefonisch en/of via sms- en/of Ping-berichten en/of via internet) en/of

- (meermalen) afspraken gemaakt en/of

- (meermalen) informatie uitgewisseld en/of ingewonnen en/of instructies en/of informatie en/of foto's uitgewisseld (o.a. met betrekking tot de verbergplaats(en) van de verdovende middelen) en/of

- (meermalen) ontmoetingen en/of besprekingen gehad en/of

- een of meer perso(o)n(en) benaderd en/of geregeld om op de luchthaven Schiphol die verdovende middelen van een vliegtuig af te halen en/of van de luchthaven af te brengen en/of

- zich naar Schiphol begeven en/of het beveiligd gebied betreden en/of

- zich in de nabijheid van het vliegtuig, waarin de verdovende middelen waren verstopt, opgehouden en/of

- zich beschikbaar gesteld en/of gehouden voor het wegvoeren van een (onbekend gebleven) hoeveelheid verdovende middelen en/of (hiertoe) (een) transportmiddel(en) ter beschikking gehad en/of met een auto naar de parkeerplaats/gate van het vliegtuig, waarin de verdovende middelen waren verstopt, gereden.

Feit 3

(zaaksdossier B6)

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 31 oktober 2010 tot en met 7 juni 2011 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie werd gevormd door een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, waartoe hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) en/of andere personen behoorden, welke organisatie het oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10, derde, vierde en vijfde lid en/of artikel 10a, eerste lid van de Opiumwet, te weten

- het (telkens) tezamen en in vereniging met (een of meer bovengenoemde) andere(n), (telkens) opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van (telkens) een hoeveelheid cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I (artikel 2A OW jo 10 lid 5 OW)

en/of

- het (telkens) tezamen en in vereniging met anderen, (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van (telkens) een hoeveelheid cocaïne, (telkens) zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen,

* zich en/of een of meer anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of

* een of meer anderen getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of daarbij behulpzaam te zijn en/of daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

* voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstig redenen had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en) (artikel 10a OW).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzittingen is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1, 2 primair en 3 ten laste gelegde feiten en gevorderd dat verdachte ter zake daarvan zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven (7) jaren met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Tevens heeft de officier van justitie beslissingen omtrent nog in beslag genomen voorwerpen gevorderd.

De officier van justitie heeft voorts bij requisitoir kenbaar gemaakt voornemens te zijn een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aanhangig te maken en dat daartoe een strafrechtelijk financieel onderzoek is ingesteld.

4. Bewijs

4.1. Redengevende feiten en omstandigheden[1]

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1, 2 primair en 3 ten laste gelegde feiten op grond van het volgende.

Algemeen

Telecomgegevens

In het onderzoek Ceres zijn verschillende telefoon- en PIN-nummers naar voren gekomen. PIN-nummers zijn unieke nummers van BlackBerry smartphones, waarmee de gebruikers van deze toestellen met elkaar kunnen communiceren ('pingen'). De PIN-code kan gekoppeld worden aan de door de gebruiker opgegeven naam, hetzij de eigen naam of een nickname. Alvorens de afzonderlijke zaaksdossiers te bespreken, zal de rechtbank eerst aangeven welke nummers zij aan welke verdachte toeschrijft en op grond waarvan.

Nummers verdachte [medeverdachte A]

[telefoonnummer 1]

Het telefoonnummer [telefoonnummer 1] (hierna: [telefoonnummer 1]) is op naam gesteld van verdachte [medeverdachte A].[2] In een aantal tapgesprekken wordt de gebruiker van dit nummer aangesproken als '[voornaam medeverdachte A]' of '[medeverdachte A]'.[3] Middels stemherkenning is gebleken dat de gebruiker van dit nummer steeds een en dezelfde persoon is.[4]

[telefoonnummer 2]

Middels stemherkenning is gebleken dat de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] (hierna: [telefoonnummer 2]) verdachte [medeverdachte A] is.[5] De broer van verdachte [medeverdachte A] heeft ook aangegeven dat dit nummer, dat in zijn telefoon is opgeslagen onder de naam 'zzzoooeeefff', van verdachte [medeverdachte A] is[6] en bij de doorzoeking van de woning van verdachte [medeverdachte A] is een BlackBerry met dit nummer aangetroffen.[7]

[PIN-nummer 1]

Het PIN-nummer [PIN-nummer 1] (hierna: [PIN-nummer 1]) is in gebruik bij verdachte [medeverdachte A].[8]

Nu verdachte [medeverdachte A] niet heeft betwist dat voormelde nummers aan hem toebehoren, zal de rechtbank de nummers [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2] en de daarmee gevoerde gesprekken aan hem toeschrijven. Datzelfde geldt voor het nummer [PIN-nummer 1] en de daarmee gevoerde ping-conversaties.

Nummers verdachte [verdachte]

[telefoonnummer 3]

Het telefoonnummer [telefoonnummer 3] (hierna: [telefoonnummer 3]) is op naam gesteld van verdachte [verdachte].[9] In een aantal tapgesprekken wordt de gebruiker van dit nummer aangesproken als '[gedeeltelijke voornaam verdachte]', '[voornaam verdachte]' of '[verdachte]' of noemt de gebruiker zichzelf zo.[10] Middels stemherkenning is gebleken dat de gebruiker van dit nummer steeds een en dezelfde persoon is.[11]

[telefoonnummer 4] en [PIN-nummer 2]

Middels stemherkenning is gebleken dat de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 4] (hierna: [telefoonnummer 4]) verdachte [verdachte] is.[12] Bij de gesprekken die met dit telefoonnummer zijn gevoerd, wordt gebruik gemaakt van Imei-nummer [Imei-nummer][13], bij welk Imei-nummer PIN-nummer [PIN-nummer 2] (hierna: [PIN-nummer 2]) hoort.[14] Het laatste cijfer van het Imei-nummer kan een 0 dan wel een 1 zijn, het is voor de identificatie van het toestel niet van belang.

Nu verdachte [verdachte], ook ter terechtzitting, niet heeft betwist dat voormelde nummers aan hem toebehoren, zal de rechtbank de nummers [telefoonnummer 3] en [telefoonnummer 4] en de daarmee gevoerde gesprekken aan hem toeschrijven. Datzelfde geldt voor het nummer [PIN-nummer 2] en de daarmee gevoerde ping-conversaties.

Nummers verdachte [medeverdachte B]

[telefoonnummer 5]

Het telefoonnummer [telefoonnummer 5] (hierna: [telefoonnummer 5]) is op naam gesteld van Asito BV. Verdachte [medeverdachte B] is werkzaam bij Asito BV en heeft de beschikking over een diensttelefoon, waarvan alleen hij gebruik mag maken.[15] Raadpleging van de zogeheten Blueview gegevens (uit de politiesystemen) leerde dat in verschillende mutaties in het jaar 2010 verdachte [medeverdachte B] als de gebruiker van dit nummer werd opgegeven.[16] Het toestel met dit nummer werd bij de aanhouding van verdachte [medeverdachte B] in zijn fouillering aangetroffen.[17] Middels stemherkenning is gebleken dat de gebruiker van dit nummer steeds een en dezelfde persoon is.[18] Op 7 maart 2011 wordt verdachte [medeverdachte B] gezien als bestuurder van een Asito-voertuig op Schiphol. Terwijl hij de auto bestuurt, is hij aan het bellen. Blijkens de tap, in samenhang bezien met een observatie, belt verdachte [medeverdachte B] op dat moment met het nummer [telefoonnummer 5] naar een zekere '[voornaam]' van Schiphol Telematics.[19]

Uit het vorenstaande leidt de rechtbank af dat [telefoonnummer 5] en de daarmee gevoerde gesprekken aan verdachte [medeverdachte B] kunnen worden toegeschreven.

[PIN-nummer 3] en [telefoonnummer 6]

Het PIN-nummer [PIN-nummer 3] (hierna: [PIN-nummer 3]) heeft in februari 2011 een aantal keren contact met het PIN-nummer [PIN-nummer 6]. In deze ping-conversaties worden afspraken gemaakt elkaar ergens te ontmoeten. Deze afspraken zijn vervolgens geobserveerd. Daarbij wordt verdachte [medeverdachte B] herkend aan de hand van een door het tactisch team verstrekte foto van verdachte [medeverdachte B]. Verdachte [medeverdachte B] verschijnt daarbij steeds op de in de ping-conversaties afgesproken plekken omstreeks de afgesproken tijden.[20] Bij de doorzoeking van de Ford Focus met kenteken [kenteken 1], welke auto in gebruik was bij verdachte [medeverdachte B], is de BlackBerry met PIN-nummer [PIN-nummer 3] aangetroffen. Het telefoonnummer van deze BlackBerry is [telefoonnummer 6] (hierna: [telefoonnummer 6]).[21]

Uit het vorenstaande leidt de rechtbank af dat [PIN-nummer 3] en de daarmee gevoerde ping-conversaties, en het nummer [telefoonnummer 6] en de daarmee gevoerde gesprekken aan verdachte [medeverdachte B] kunnen worden toegeschreven.

[telefoonnummer 7]

Op 30 mei 2011 vindt tussen 11:57 en 14:12 uur een gesprek plaats, deels telefonisch en deels per sms, tussen het telefoonnummer [telefoonnummer 7] (hierna: [telefoonnummer 7]) en het telefoonnummer [telefoonnummer 8].[22] Middels stemherkenning is vastgesteld dat de gebruiker van [telefoonnummer 7] verdachte [medeverdachte B] is.[23] Voorts is het volgende van belang. Het nummer [telefoonnummer 7] straalt gedurende het genoemde tijdsbestek zendmasten op Schiphol of de directe omgeving daarvan aan.[24] Ook uit de inhoud van de tapgesprekken en sms-berichten kan worden opgemaakt dat de gebruiker van dit nummer zich op dat moment vermoedelijk op Schiphol bevindt. Verdachte [medeverdachte B] wordt gedurende voornoemd tijdsbestek als bijrijder van een voertuig van een schoonmaakbedrijf gezien. Tevens is een persoon gelijkend op verdachte [medeverdachte B] op de camerabeelden van de Koninklijke Marechaussee op Schiphol te zien.[25] Bij de doorzoeking van de Ford Focus met het kenteken [kenteken 1] is een Nokia telefoon met daarin een simkaart met het nummer [telefoonnummer 7] aangetroffen.[26]

Uit het vorenstaande leidt de rechtbank af dat [telefoonnummer 7] en de daarmee gevoerde gesprekken aan verdachte [medeverdachte B] kunnen worden toegeschreven.

[PIN-nummer 4]

Bij de aanhouding van verdachte [medeverdachte B] werd een BlackBerry in zijn fouillering aangetroffen.27 Het PIN-nummer van deze Blackberry is [PIN-nummer 4] (hierna: [PIN-nummer 4]).[28] Op 31 mei 2011 vindt er een ping-conversatie tussen het nummer [PIN-nummer 4] en het PIN-nummer [PIN-nummer 8] plaats, waarbij de gebruiker van nummer [PIN-nummer 4] gevraagd wordt 'die stick' van hem mee te nemen. Hij antwoordt vervolgens dat hij hem bij zich heeft en dat het zijn 2e vrouw is. Bij de aanhouding van verdachte [medeverdachte B] is in zijn fouillering een usb-stick aangetroffen, waarop veel bestanden met onder meer vrachtruimtes van vliegtuigen zijn afgebeeld en video's met bijbehorend audiomateriaal waarop de stemmen van verdachte [medeverdachte B] en verdachte [medeverdachte A] zijn te horen.[29]

Uit het vorenstaande leidt de rechtbank af dat [PIN-nummer 4] en de daarmee gevoerde ping-conversaties aan verdachte [medeverdachte B] kunnen worden toegeschreven.

[PIN-nummer 5]

Bij de doorzoeking van de woning van verdachte [medeverdachte B] is een BlackBerry aangetroffen met PIN-nummer [PIN-nummer 5] (hierna: [PIN-nummer 5]).[30] Bij de doorzoeking van de woning van verdachte [medeverdachte C] is een BlackBerry aangetroffen met PIN-nummer [PIN-nummer 9].[31] In deze Blackberry werd als Blackberry Messenger contact onder andere het PIN-nummer [PIN-nummer 5] van verdachte [medeverdachte B] aangetroffen.[32]

Uit het vorenstaande leidt de rechtbank af dat [PIN-nummer 5] en de daarmee gevoerde ping-conversaties aan verdachte [medeverdachte B] kunnen worden toegeschreven.

Nummers verdachte [medeverdachte C]

[PIN-nummer 6]

Het PIN-nummer [PIN-nummer 6] (hierna: [PIN-nummer 6]) heeft in februari 2011 een aantal keer contact met het hiervoor reeds genoemde PIN-nummer [PIN-nummer 3]. In deze ping-conversaties worden afspraken gemaakt elkaar ergens te ontmoeten. Deze afspraken zijn vervolgens geobserveerd. Daarbij worden omstreeks de afgesproken tijden steeds verdachte [medeverdachte B] en de bestuurder van een Peugeot 206 met kenteken [kenteken 2] gezien.[33] Genoemd kenteken staat sinds 8 maart 2010 op naam van verdachte [medeverdachte C].[34] Bij de doorzoeking van de woning van verdachte [medeverdachte C] na diens aanhouding op 7 juni 2011 zijn de sleutels van genoemde Peugeot aangetroffen. De Peugeot zelf stond in de buurt van de woning geparkeerd.[35] Kort na de observaties is gebleken dat de bestuurder van de Peugeot 206 die bij de observaties is gezien, verdachte [medeverdachte C] is.[36]

Uit het vorenstaande leidt de rechtbank af dat [PIN-nummer 6] en de daarmee gevoerde ping-conversaties aan verdachte [medeverdachte C] kunnen worden toegeschreven.

[PIN-nummer 7]

Op 1 april 2011 vindt een ping-conversatie plaats tussen [PIN-nummer 3] en [PIN-nummer 6]. Het nummer [PIN-nummer 6] gebruikt daarbij de nickname 'Pffffff'. In de ping-conversatie wordt aangekondigd dat de gebruiker van [PIN-nummer 6] - naar hiervoor is overwogen: verdachte [medeverdachte C] - een andere Ping gaat sturen. Ongeveer tien minuten later ontvangt [PIN-nummer 3] via de Ping het verzoek om [PIN-nummer 7] (hierna: [PIN-nummer 7]) met nickname 'Yo' toe te voegen aan zijn contactpersonen. De gebruiker van het nummer [PIN-nummer 3] (verdachte [medeverdachte B]) vraagt [PIN-nummer 7] vervolgens "Moet ik andere verwijdere?". Nog geen half uur later wijzigt de nickname van [PIN-nummer 7] van 'Yo' in 'Pffff'. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat de ping-conversaties tussen eerst [PIN-nummer 3] én [PIN-nummer 6] en later [PIN-nummer 3] én [PIN-nummer 7], naar inhoud, naadloos op elkaar aansluiten, is naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam komen vast te staan dat de gebruiker van [PIN-nummer 6] en de gebruiker van [PIN-nummer 7] één en dezelfde persoon is, te weten verdachte [medeverdachte C]. Voorts is bij de doorzoeking van de woning van verdachte [medeverdachte C] de BlackBerry met PIN-nummer [PIN-nummer 7] aangetroffen.[37]

De omstandigheid dat deze telefoon ten tijde van de doorzoeking van de woning van verdachte [medeverdachte C] 'verloren zoon' als gebruikersnaam had (dossier B5d, pagina 42), maakt dit oordeel niet anders. Een gebruikersnaam kan immers op enig moment door de gebruiker gewijzigd worden.

Uit het vorenstaande leidt de rechtbank af dat [PIN-nummer 7] en de daarmee gevoerde ping-conversaties aan verdachte [medeverdachte C] kunnen worden toegeschreven.

[PIN-nummer 8]

Bij de doorzoeking van de woning van verdachte [medeverdachte C] is een BlackBerry aangetroffen met PIN-nummer [PIN-nummer 8] (hierna: [PIN-nummer 8]).[38] Verdachte [medeverdachte C] heeft niet betwist dat dit nummer aan hem toebehoort.

Uit het vorenstaande leidt de rechtbank af dat [PIN-nummer 8] en de daarmee gevoerde ping-conversaties aan verdachte [medeverdachte C] kunnen worden toegeschreven.

[PIN-nummer 9]

Bij de doorzoeking van de woning van verdachte [medeverdachte C] is een BlackBerry aangetroffen met PIN-nummer [PIN-nummer 9] (hierna: [PIN-nummer 9]).[39] Verdachte [medeverdachte C] heeft niet betwist dat het PIN-nummer [PIN-nummer 9] aan hem toebehoort.

Uit het vorenstaande leidt de rechtbank af dat [PIN-nummer 9] en de daarmee gevoerde ping-conversaties aan verdachte [medeverdachte C] kunnen worden toegeschreven.

USB-sticks

Bij verdachte [medeverdachte B] en verdachte [medeverdachte C] zijn in totaal drie usb-sticks aangetroffen met daarop diverse film- en fotobestanden van verbergplekken in vliegtuigen. Eén van de usb-sticks is aangetroffen bij de doorzoeking van de bij verdachte [medeverdachte B] in gebruik zijnde auto met kenteken [kenteken 1][40], een tweede usb-stick is in de fouillering van verdachte [medeverdachte B] aangetroffen[41] en een derde usb-stick is in een kast in de woning van verdachte [medeverdachte C] aangetroffen.[42]

Op de bij verdachte [medeverdachte B] aangetroffen usb-sticks staan vier videofragmenten waarop de stemmen van verdachte [medeverdachte B] en verdachte [medeverdachte A] te horen zijn en in één van de fragmenten is een Rolex-horloge te zien, gelijkend op een bij verdachte [medeverdachte A] in beslag genomen Rolex horloge.[43] Tevens is verdachte [medeverdachte A] te zien in het vrachtruim van een vliegtuig, waarbij hij met zijn arm achter de zijwand van het vrachtruim gaat.[44] Daarnaast zijn er op één van de usb-sticks documenten aangetroffen, afkomstig van de Belgische justitie, die betrekking hebben op een drugstransport naar België.[45] Deze documenten zijn ook in papieren vorm aangetroffen tijdens de doorzoeking in de woning van de ouders van verdachte [medeverdachte B] aan de [adres 1] te Amsterdam.[46]

Mede gelet op het hiervoor weergegeven ping-bericht van 31 mei 2011 tussen [medeverdachte C] en [medeverdachte B] met betrekking tot de 'stick' constateert de rechtbank dat de betreffende stick kennelijk zeer belangrijk is voor [medeverdachte B] en dat ook [medeverdachte C] geïnteresseerd is in de stick.

Gelet op het bovenstaande, in onderling verband en samenhang beschouwd, gaat de rechtbank er bij de bespreking van de afzonderlijke zaaksdossiers van uit dat de twee usb-sticks aangetroffen in de auto van verdachte [medeverdachte B] en in diens fouillering, aan verdachte [medeverdachte B] toebehoren en dat deze ook bekend is met de op de usb-sticks opgeslagen inhoud.

Feit 1

Op 15 november 2010 om 14.43 uur belt [medeverdachte A] ([telefoonnummer 1]) met [verdachte] ([telefoonnummer 3]). [medeverdachte A] vraagt waar [verdachte] is. [verdachte] zegt: "PC Hooftstraat met mijn broertje". [medeverdachte A] reageert daarop met: "rij rij rij Dorp rij rij rij" en "nu nu he nu nu nu nu".[47] Om 14.57 uur hebben [medeverdachte A] en [verdachte] opnieuw telefonisch contact. [verdachte] zegt tegen [medeverdachte A] dat hij al voor zijn huis staat.[48]

Om 15.14 uur betreden [medeverdachte A] en [verdachte], met gebruik van hun Schipholpassen, via dezelfde doorgang het beschermde gedeelte van de luchthaven Schiphol. Volgens hun roosters hebben zij op 15 november 2010 niet gewerkt.[49]

Omstreeks 16.00 uur parkeert een Volkswagen, type Transporter (busje), van het bedrijf Asito in een van de parkeervakken gelegen aan de randweg E, ter hoogte van gate E6, op de luchthaven Schiphol. Aan deze gate is omstreeks 14.22 uur een Boeing van het type 767-300, voorzien van de registratie PH-MCM, van maatschappij Martinair gearriveerd vanuit Havana (Cuba) en Cancun (Mexico).[50] Uit voornoemd busje stappen drie personen.[51]

Om 16.01 uur betreden [medeverdachte A], [verdachte] en [medeverdachte B][52] welke laatstgenoemde om 15.13 uur met gebruik van zijn Schipholpas het beschermde gedeelte van de luchthaven Schiphol had betreden en die evenmin dienst had op 15 november 2010[53], direct na elkaar, via de toegangsdeur, de Aviobrug gelegen aan gate E6. Ze dragen alle drie een veiligheidshesje. Ze lopen direct in de richting van het geparkeerde vliegtuig.[54]

Om 16.05 uur betreedt getuige [getuige 1], grondwerktuigkundige bij Martinair, de Aviobrug gelegen aan gate E6.[55] Rond dezelfde tijd wordt [medeverdachte A] gebeld door [verdachte]. [verdachte] zegt: "Kijk, hij is naar boven gegaan.[...] Naar...uh... de deur wilde niet dicht. Die deur is open, dus wees voorzichtig." [medeverdachte A] zegt: "Doe de deur dan goed dicht." [verdachte] antwoordt: "Kan niet, kan niet."[56]

In het vliegtuig ziet getuige [getuige 1] dat een luik open staat dat toegang geeft tot het zogeheten Avionics compartment, een technische ruimte. Hij ziet dat anders dan gebruikelijk het licht in deze ruimte brandt. In deze ruimte bevindt zich een doorgang naar het vrachtruim.[57] [getuige 1] geeft tussen 16.00 en 16.05 uur zijn bevindingen via de portofoon door aan zijn project supervisor en vervolgens neemt hij rond 16.18 uur telefonisch contact op met Maintenance Control over de aangetroffen situatie. Terwijl [getuige 1] in het vliegtuig aanwezig is, ziet hij één andere persoon,. Deze man is in de cabine van het vliegtuig kophoesjes op de stoelen aan het aanbrengen.[58]

Om 16.07 uur wordt [medeverdachte A] opnieuw gebeld door [verdachte]. [verdachte] zegt: "Ga niet naar boven en doe maar niets. Hij heeft de deur geopend en naar beneden gekeken en zo. Nu heeft hij de deur dicht gedaan. Dus...uh...blijf daar! [...] Ga niet bellen, doe helemaal niets. Totdat ik je bel." [medeverdachte A] zegt: "Afgesproken."[59]

Tussen 16.18 en 16.22 uur tracht [verdachte] meermalen de Aviobrug via de toegangsdeur te verlaten. Hij staat bij de toegangsdeur met een mobiele telefoon in zijn hand.[60] Om 16.20 uur belt hij naar [medeverdachte A] en vraagt hem wat de code is van de deur.[61] [verdachte] gebruikt vervolgens de code [code x], maar de deur lijkt die code niet te pakken. Achteraf blijkt de juiste code ook [code y] te zijn.[62] Uiteindelijk opent om 16.22 uur getuige [getuige 1] de toegangsdeur voor [verdachte], de man die hij even tevoren in de cabine van het vliegtuig had gezien.[63]

Om 16.26 uur wordt [medeverdachte A] wederom gebeld door [verdachte]. [verdachte] zegt: "Eey...kan je niet via die wiel naar buiten?" [medeverdachte A] vraagt: "Is het erg dan?" [verdachte] antwoordt: "Ik weet het niet, hij is nog steeds in gesprek." [medeverdachte A] vraagt: "Is de deur open nu, is de deur open?" [verdachte] zegt: "Nee, hij heeft de deur met een sleutel dicht gegaan. Maar...hij is de hele tijd aan het bellen. Hij vraagt de hele tijd informatie. Ik, ik, ik heb niets meer te doen daar."[64] Vervolgens neemt [medeverdachte B][65] aan de kant van [medeverdachte A] het gesprek over. [verdachte] zegt tegen hem: "Ik zei..uh..de man heeft op jullie de deur op slot gedaan, terwijl jullie erin zitten." [medeverdachte B] vraagt: "Maar waar is hij". [verdachte] antwoordt; "Hij is nog steeds boven". [medeverdachte B] vraagt vervolgens: "Wat hebben ze tegen hem middels de porto gezegd?" [verdachte] antwoordt: "Hij zegt dat hij de deur open heeft aangetroffen." [medeverdachte B] vraagt: "En wat hebben ze toen tegen hem gezegd?" [verdachte] zegt: "Ik weet het niet, hij heeft net een telefoontje gepleegd en toen een tweede telefoontje en nu... ik weet niet wat ze tegen hem zeggen." Vervolgens zegt [medeverdachte B] door de telefoon: "Kom maar, doe...de grote deur open. We gaan de grote deur openen." [verdachte]: "De grote deur openen?" [medeverdachte B]: "Kijk, jij gaat naar buiten, wij doen de deur open. Zet jij daar de auto neer en laat hem daar...snap je? Afgesproken?" [verdachte]: "Ja".[66]

Om 16.26 uur stapt [verdachte] als bestuurder in voormelde geparkeerde Volkswagen Transporter van Asito.[67]

Om 16.28 uur wordt [medeverdachte A] door [verdachte] gebeld met de vraag waar de autosleutel is. Te horen is dat iemand tegen [medeverdachte A] zegt: "In de zijvak.. in de zijvak" en "Zeg tegen hem dat hij ze mee moet nemen." Vervolgens zegt [medeverdachte A] tegen [verdachte]: "Neem onze jassen mee!!" en "En zoek een kleine trap en neem het hier naartoe."[68]

[verdachte] stapt om 16.30 uur opnieuw in als bestuurder van het busje. Hij rijdt weg en parkeert het busje naast het Martinair vliegtuig, ter hoogte van het voorste vrachtruim. Vervolgens stapt hij uit, loopt in de richting van dit vliegtuig en staat met zijn arm omhoog onder het vliegtuig. Korte tijd later springen twee personen uit het voorste vrachtruim van het vliegtuig op het platform. Eén van de mannen neemt plaats als bestuurder in het busje, de andere als bijrijder. [verdachte] neemt plaats in de bus via de schuifdeur aan de rechterzijde, waarna de VW Transporter wegrijdt.[69]

Omstreeks 17.15 uur wordt een doorzoeking gedaan in het vliegtuig van Martinair. Bij deze doorzoeking worden in het voorste vrachtruim, in een zijwand achter een rits, ter hoogte van positie 31R en 32R, een rode en een groene Martinair tas aangetroffen met daarin diverse, met zwart tape omwikkelde pakketten.[70] Dergelijke Martinair tassen worden normaal gesproken gebruikt om stoelzitting- en hoofdsteunhoezen in te bewaren.[71] In beide tassen worden 15 pakketten aangetroffen alsmede vier Martinair stoelhoezen.[72] Het nettogewicht van de stof uit de 30 pakketten betreft 29.943 gram. Een aantal van de pakketten is getest met een MMC cocaïnetest. De test gaf een positieve kleurreactie. Vervolgens zijn van de totale zending 30 representatieve monsters genomen en verzonden naar het Nederlands Forensisch Instituut (NFI).[73] Het NFI heeft vastgesteld dat alle 30 monsters cocaïne bevatten.[74]

Op 16 november 2010 om 01.26 uur voert [medeverdachte A] een gesprek met zijn vriendin [naam vriendin], waarin hij haar onder meer vertelt dat hij op 15 november 2010 iets heeft meegemaakt dat "niet zo goed" was en maar "kantje bord". Verder zegt [medeverdachte A] dat [naam vriendin] als ze blijft vragen als ze sommige dingen niet begrijpt, hem in gevaar brengt.[75]

In de fouillering van verdachte [medeverdachte B] werd op 7 juni 2011 een usb-stick aangetroffen met daarop in de bestandsmap "Losse Bestanden" een aantal video's. Op video ([bestandsnaam]) zijn de volgende beelden te zien:

- Vrachtruim van vermoedelijk een Boeing 767

- Zijwand met de letters 31R en 32R in beeld

Tevens is er audiomateriaal bij het filmpje aangetroffen waarop het volgende is te horen:

- Stemmen van [medeverdachte A] en [medeverdachte B]

- Stemmen zeggen onder andere: "Achter de isolatie".[76]

De locaties die op deze videobeelden zijn te zien, komen overeen met de plaats waar de beide tassen met daarin de pakketten cocaïne zijn aangetroffen.

Voorts zijn de Schipholpasgegevens en de werkroosters onderzocht en is nagegaan op welke datum de video's zijn gemaakt. De video ([bestandsnaam]) waarop de letters 31 R en 32 R zijn te zien, is gemaakt op 20 augustus 2010. Zowel [medeverdachte B] als [medeverdachte A] werkte op die datum volgens hun rooster niet, maar hebben zich met hun pas wel toegang tot het beschermde gebied van luchthaven Schiphol verschaft. [77]

Door en namens verdachte is ter terechtzitting aangevoerd dat verdachte regelmatig, ook wanneer hij geen dienst had, aan boord van vliegtuigen ging om spullen mee te nemen die door passagiers waren achtergelaten. Van dit zogeheten strandjutten zou ook in dit geval sprake zijn geweest.

De rechtbank acht deze verklaring, die eerst bij pleidooi en laatste woord is gegeven, ongeloofwaardig en stelt deze om die reden ter zijde. De verklaring wordt immers niet ondersteund door de handelingen die verdachte op de 15e november 2010 heeft verricht. Verdachte is samen met [medeverdachte A] naar de luchthaven Schiphol gegaan en is daar, samen met [medeverdachte A] en ook [medeverdachte B], naar een vliegtuig gereden, welk vliegtuig zij gezamenlijk hebben betreden. Vervolgens houdt verdachte voortdurend telefonisch contact met zijn medeverdachten, waarbij hij hen klaarblijkelijk op de hoogte houdt van de activiteiten dan wel bevindingen van de medewerker van de technische dienst die zich eveneens in het vliegtuig bevindt. Uiteindelijk helpt verdachte zijn medeverdachten om uit het vrachtruim te komen en rijden zij gezamenlijk weg. Een en ander duidt niet op het door en namens verdachte gestelde strandjutten.

Ook overigens is door geen van de verdachten een aannemelijke verklaring gegeven voor hun aanwezigheid buiten diensttijd in en rondom voornoemd vliegtuig en meer in het bijzonder in het vrachtruim daarvan, tot het betreden van welke ruimte zij als schoonmaakpersoneel niet gerechtigd zijn.

De rechtbank is, mede gelet hierop, op grond van de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden van oordeel dat het redelijkerwijs niet anders kan zijn dan dat alle verdachten in en rondom het vliegtuig aanwezig waren met het doel om de cocaïne die zich in het vrachtruim van het vliegtuig bevond, van boord te halen. Hieruit volgt tevens dat verdachten op de hoogte moeten zijn geweest van de invoer van deze cocaïne vanuit Havana (Cuba) dan wel Cancun (Mexico) en deze partij verwachtten.

Voor het door de raadsman geschetste alternatieve scenario - personen zouden vanaf een highloader ook via het neuswiel van het vliegtuig het voorste vrachtruim hebben kunnen betreden - is dan ook, naar het oordeel van de rechtbank, gelet op de bevindingen aan de hand van de camerabeelden die de rechtbank overigens ook ter terechtzitting bekeken heeft, in samenhang met de hiervoor weergegeven uitgeluisterde tapgesprekken, geen ruimte.

De raadsman van verdachte heeft nog betoogd dat als de betrokkenheid van zijn cliënt bij de invoer van de cocaïne al bewezen kan worden, de rol van zijn cliënt zo gering is geweest - en vergelijkbaar is met die van iemand die op de uitkijk staat bij een diefstal - dat slechts sprake is van medeplichtigheid. Nu enkel het medeplegen van de invoer van de cocaïne is ten laste gelegd, dient verdachte te worden vrijgesproken, aldus de raadsman.

De rechtbank volgt de raadsman niet in zijn betoog. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de bewijsmiddelen dat verdachte en zijn medeverdachten zodanig nauw en bewust hebben samengewerkt, dat er in juridische zin van medeplegen sprake is. Naast de hiervoor reeds geschetste omstandigheden acht de rechtbank voorts van belang dat zijn medeverdachten het vrachtruim van het vliegtuig ingaan waarin de cocaïne verborgen is, terwijl verdachte ondertussen voortdurend contact met hen houdt en op de uitkijk staat. Als zijn medeverdachten vervolgens het risico lopen om te worden ontdekt door een medewerker van de technische dienst, zorgt verdachte ervoor dat zij uit het vrachtruim weten te ontsnappen. Onder die omstandigheden, gaat de betrokkenheid van verdachte verder dan die van een medeplichtige.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat bewezen is dat verdachte en zijn medeverdachten zodanig nauw en bewust hebben samengewerkt dat zij op 15 november 2010 tezamen en in vereniging een hoeveelheid van 29.943 gram cocaïne Nederland hebben ingevoerd.

Feit 2 primair:

Op 19 februari 2011 vindt er een ping-conversatie plaats tussen [medeverdachte B] ([PIN-nummer 3]) en een persoon die gebruik maakt van het pinnummer [PIN-nummer 10] (hierna aan te duiden als: [betrokkene 1]). [betrokkene 1]: "Broertje die fotos aub we hadden zond gezegd toch." [medeverdachte B]: "Jazeker broer". [betrokkene 1]: "Ok laat je me ff weten als je ze er op hebt broertje." [medeverdachte B]: "Is goed broer". [betrokkene 1]: "Ok top".[78]

Op 20 februari 2011 om 13.25 uur vindt een ping-conversatie plaats waarin [medeverdachte C] ([PIN-nummer 6]) een drietal foto's naar [medeverdachte B] stuurt. Dit betreffen foto's van laadvloeren van het vrachtruim van een Boeing 767. Op de foto's staan pijlen.[79] Nog geen vijf minuten later stuurt [medeverdachte B] één van de foto's die hij van [medeverdachte C] heeft ontvangen door naar [betrokkene 1].[80] Vanaf 14.17 uur pingt hij achtereenvolgens de volgende berichten naar [betrokkene 1]: "Yo", "Broer heb een vraagje", "Broer die mati heeft fts daar gemaakt van die plaat maar ik zie dat het in het midden open is", "Is het niet zo dat je het kan zien ofzoi" en "Inf ff als je wilt broer dus dat als je het onder die plaat zet dat het niet zichtbaar is vanaf die open vlakken ernaast". Op 21 februari 2011 pingt [betrokkene 1] aan [medeverdachte B] "broertje hij zegt beneden kunnen ze t overal doen waar t voor hun goed lijkt als ze maar een foto maken" en "wij komen in principe overal", waarna [medeverdachte B] terug pingt "ok broer ga t nu doorgeven".[81]

Op 23 februari 2011 stuurt [medeverdachte C] aan [medeverdachte B] een Engelstalig bericht door met de inhoud:[82] "maar ze zeggen dat dit de 767-300 serie is, Slechts de 767-200 serie komt hier" en "Voor of achter". In het daarop volgende ping-gesprek zegt [medeverdachte C] tegen [medeverdachte B] onder meer: "Van wat jij opstuurde.. Van die kamer. Maar dat is allemaal hetzelfde toch" en "Jatoch dat maakt niks uit 200 of 300". [medeverdachte B] antwoordt: "Ja is zelfde principe en t zou eigenlijk niet uitmaken welke plank ze daar gebruiken", "Als t maar goed weg gewerkt wordt" en "Dat zei brede nog gister laat".[83]

De dagen hierna vinden diverse ping-conversaties plaats tussen [medeverdachte C] en [medeverdachte B] en tussen [medeverdachte B] en [betrokkene 1]. Zo stuurt [medeverdachte C] op 24 februari 2011 om 3.28 uur aan [medeverdachte B] een Engelstalig, in het Nederlands vertaald bericht door waarin onder andere wordt gezegd dat "vóór voor hun niet goed is als die vol staat met container(s) of lading van(uit) Punta Cana of La Romana omdat ze de container niet naar buiten kunnen verplaatsen om ruimte te maken om te werken omdat zij dat niet horen te doen. Als het voorgat nou niet vol is dan kunnen ze de containers naar voren schuiven en plaats maken maar op dit moment is het vóór altijd vol met lading".[84] Op diezelfde dag om 18.35 uur en 18.36 uur stuurt [medeverdachte C] andere Engelstalige berichten, eveneens in het Nederlands vertaald, aan [medeverdachte B] door met de inhoud: "Als je de deze vloerplaat open maakt heeft die 4 schroeven, dan kun je [...] zakken [...] erop (erin) doen" en "Na dit kun je die met 4 schroeven weer netjes afsluiten", waarna hij om 18.37 uur aan [medeverdachte B] pingt : heb hem zelfs nog keer die foto gestuurd met die plaat en zei hem zoom erop staat ook engels".[85]

Op 26 februari 2011 stuurt [medeverdachte C] aan [medeverdachte B] een Engelstalig, in het Nederlands vertaald bericht door waarin onder meer wordt gezegd: "Man, mijn mensen kunnen dit werk niet doen omdat de deur verzegeld gesloten is. Kijk, ze hebben foto gemaakt. Laat jou mensen dit zien." De ander zegt in ditzelfde bericht"zijn ze nog daar laat hunne via voorwiel naar boven gaan dan komen ze ook in de ruimte?", waarna de eerste persoon antwoordt "op woensdag toen ze ernaar keken was het ok omdat het (een) pallet was maar nu met deze bus gaan de containers helemaal naar de neus. Nu halen ze er 2 uit en zijn er meer die de deur gesloten blokkeren. Daarom houden mijn mensen meer van het achtergat. Bij dat gat heb je meer ruimte om te werken".86 [medeverdachte B] stuurt (een deel van) dit bericht met de aanvulling "de vogel die vandaag is aangekomen is niet dezelfde als die wij bekeken hebben toen je mij de foto ervan stuurde" op 27 februari 2011 door aan [betrokkene 1].[87]

Op 1 maart 2011 vindt er een ping-conversatie tussen [medeverdachte B] en [betrokkene 1] plaats. [medeverdachte B] pingt "ik heb gister die andere gekregen maar is beetje wazig. Maar is die vloer helemaal 8chter. Kan dat?", waarna [betrokkene 1] bevestigend antwoordt en later vraagt "ok, maar als die ook open is" en t plafond van daarzo kan dat niet". [medeverdachte B] antwoordt "en ik zei m als t maar verstopt is met schroeven", waarop [betrokkene 1] reageert "Ok wij kunnen overal komen".[88]

Op 1 maart 2011 stuurt [medeverdachte C] twee foto's aan [medeverdachte B] door van de zijwand en de laadvloer van een vliegtuig.[89] [medeverdachte C] pingt daarna aan [medeverdachte B] onder meer: "kleine stuurt me fts nu" en "Zal ik ze door geven aan je". [medeverdachte B] antwoordt: "Ok". Later zegt [medeverdachte B]: "Maar gaat vloer of wand doen" en "Ok kijk maar als het maar niet zichtbaar is" en "als maar met schroev is"[90]

Op 5 maart 2011 om 18.49 uur pingt [medeverdachte C] naar [medeverdachte B]: "Ze gaan doen.. Zegt me net..". [medeverdachte B] antwoordt: "Ok top!!!".[91] Op 6 maart 2011 pingt [betrokkene 1] aan [medeverdachte B]: "Brtje me gap vraagt om die fotos van t feestje vam Martin C". [medeverdachte B] antwoordt: "Ik heb ze maar was helamaal vergeten sorry" en "Ok broer komt goed mrg zeker inshaallah".[92]

In een latere ping-conversatie op 6 maart 2011 vraagt [medeverdachte B] aan [medeverdachte C]: "Hoe laat zie je bolle want brede is aan het stalken die gek". [medeverdachte C] antwoordt: "Bolle was net met die rott, en zegt kleine is onderweg hier morgen is hierzo" en later in de conversatie, "Morgen zoniet pap terug en borg klaar".[93]

De volgende dag, 7 maart 2011, stuurt [medeverdachte A] ([PIN-nummer 1]) om 13.08 uur aan [verdachte] ([PIN-nummer 2]) een ping-bericht met de inhoud: "Trek nu sgoene aan". Twee minuten later pingt [medeverdachte A] naar [verdachte]: "Hlt kom je ongv".[94]

[medeverdachte B] komt deze dag om 13.54 uur het beveiligde gedeelte van de luchthaven Schiphol binnen, via de personeelsingang ter hoogte van de Food Village op Schiphol Plaza.[95] Hij staat - nadat een eerdere dienst die dag om 11.30 uur was geëindigd - nog ingeroosterd van 15.30 tot 21.00 uur.[96]

Om 15.28 uur sms't [medeverdachte B] ([telefoonnummer 5]) naar [medeverdachte A] ([telefoonnummer 2]) "5uur een bakkie doen tijger?" [medeverdachte A] antwoordt: "Ja lekker".[97] Hierna, om 15.33 uur, stuurt [medeverdachte A] een ping-bericht naar [verdachte] met de inhoud: "Kom".[98]

Omstreeks 16.40 uur die dag komt via de pikettelefoon van het CargoHarc-team het bericht binnen dat er vermoedelijk verdovende middelen zijn aangetroffen aan boord van een Martinair vliegtuig met registratie PH-MCI komende vanuit Havana (Cuba) en Cancun (Mexico). Eerder, op 6 maart 2011, had dit vliegtuig een vlucht gemaakt van Punta Cana (Dominicaanse Republiek) naar Nederland.[99] Om 17.05 uur arriveert het onderzoeksteam bij het vliegtuig, opgesteld op vliegtuigopstelplaats Y72. Aangekomen in het voorste vrachtruim van het vliegtuig wordt het onderzoeksteam gewezen op in totaal 25 pakketten die langs de wand van het vrachtruim waren neergelegd. Deze pakketten waren door een tweetal grondwerktuigkundigen van Martinair aangetroffen onder een vloerpaneel van de laadvloer van het vrachtruim, onder een isolatiedeken.[100] De plaats waar de pakketten zijn aangetroffen, vertoont grote gelijkenis met een positie op één van de foto's die [medeverdachte C] op 20 februari 2011 naar [medeverdachte B] stuurde, namelijk die welke op de betreffende foto met de meest linker pijl is aangegeven.[101]

Om 17.15 uur worden de 25 pakketten door het CargoHarc-team in beslag genomen. De pakketten worden in twee vuilniszakken gedeponeerd en met behulp van een medewerker van de Koninklijke Marechaussee naar een dienstvoertuig gebracht.[102] Het nettogewicht van de in de pakketten aangetroffen stof betrof 24.987 gram. Deze stof is getest met een MMC cocaïnetest. Bij alle pakketten gaf de test een positieve kleurreactie. Van de zending zijn vervolgens representatieve monsters genomen en verzonden naar het Nederlands Forensisch Instituut (NFI).[103] Het NFI heeft vastgesteld dat alle 25 monsters cocaïne bevatten.[104]

Om 17.15 uur stuurt [medeverdachte A] een sms-bericht naar [medeverdachte B] met als inhoud: "Wa jy". [medeverdachte B] antwoordt: "Ik kom f". [medeverdachte A] reageert: "Ok".[105] Om 17.16 uur belt [medeverdachte A] naar [medeverdachte B] en zegt onder andere: "klote, klote!!!" [medeverdachte B] antwoordt: "jajaja ik weet". [medeverdachte B] vraagt [medeverdachte A] waar hij is en of hij niet "naar binnen" komt. [medeverdachte A] vraagt of [medeverdachte B] al bij "F" is. [medeverdachte B] zegt "ja". [medeverdachte A] vraagt: "Heb je gekeken of niet?" [medeverdachte B] zegt: "Ik!!! Ik heb gekeken, ik heb gekeken." [medeverdachte A] zegt: "Shit vriend!! Ik kom eraan, later."[106]

Rond ditzelfde tijdstip voert [medeverdachte B] met [medeverdachte C] een ping-conversatie en deelt aan [medeverdachte C] mede: "Maar denk s niet goed man pffff" en "Daarom moet die pap snel terug begrijp je". [medeverdachte C] vraagt: "Ok. Wat gebeurt?" [medeverdachte B]: "Geval. Is vet druk manb!" en "Ja kutzooi alles loop klote man!".[107]

Om 17.19 uur lopen [medeverdachte A] en [verdachte] op Schiphol Plaza. Omstreeks 17.20 uur betreden zij beiden via de personeelsingang, gelegen naast de Food Village op Schiphol Plaza, het beveiligde gebied van de luchthaven, waaronder het platform.[108] Zowel [medeverdachte A] als [verdachte] had geen dienst op Schiphol.[109] De Schipholpas van [verdachte] wordt om 17.22 uur weer als uitgaand geregistreerd bij dezelfde in- en uitgang.[110] Omstreeks 17.28 uur rijdt [verdachte] weg in een Volkwagen Golf, die geparkeerd stond in de directe omgeving van Schiphol Plaza.[111] Dit betreft de auto van de vader van [medeverdachte A].[112]

Om 17.30 uur wordt de Schipholpas van [medeverdachte A] als uitgaand geregistreerd bij registratiepunt H60-TQ-PU (hek 60), de personeelsdoorgang bij de G-pier.[113] Gezien wordt dat [medeverdachte A] om 17.33 uur ter hoogte van deze uitgang als bijrijder in de genoemde Volkwagen Golf stapt. De Volkswagen Golf rijdt weg en staat om 17.47 uur in de buurt van de [naam loungebar] aan het [a-plein] te Amsterdam geparkeerd. Om 18.32 uur verlaten [medeverdachte A] en [verdachte] aan de achterzijde de [loungebar].[114]

Omstreeks 18.00 uur rijdt [medeverdachte B] in een voertuig van schoonmaakbedrijf Asito op het platform op de luchthaven Schiphol.[115] Rond die tijd vindt een sms-conversatie plaats tussen [medeverdachte B] en [medeverdachte A]. [medeverdachte B] vraagt: "Broer is het niet toevallig die ene vriend van je". [medeverdachte A]: "Weet niet man.. Was et een mokro?" [medeverdachte B] zegt: "Ook volgens mij man.." [medeverdachte A] antwoordt: "K vraag wel na". [medeverdachte B]: "Ok nu?" [medeverdachte A]: "Ok w8".[116]

Enige seconden na dit laatste bericht voert [verdachte] ([telefoonnummer 4]) een telefoongesprek met de gebruiker van het nummer [telefoonummer 12], aan wie hij het telefoonnummer van "Murat" (fonetisch) vraagt.[117] Om 18.09 uur ontvangt [verdachte] een sms-bericht met de inhoud "[telefoonnummer 13] Morad".[118] Direct daarna belt [verdachte] naar dit nummer, dat in gebruik is bij [betrokkene 8], werkzaam bij de Koninklijke Marechaussee als medewerker Beveiligingstaken Schiphol.[119] [verdachte] vraagt aan [betrokkene 8] waar hij zit. [betrokkene 8] antwoordt dat hij thuis is. [verdachte] zegt vervolgens: "Oh, je bent thuis", "Ok, nee ik dacht misschien ben je op je werk of zo." en "[....] maar je bent dus vrij".[120] Om 18.11 uur stuurt [medeverdachte A] een sms-bericht naar [medeverdachte B] met de inhoud: "Hy s thuis man.."[121]

Tussen 18.49 uur en 19.12 uur vindt een ping-conversatie plaats tussen [medeverdachte B] en [betrokkene 1], waarin [medeverdachte B] onder meer pingt: "Ok broer ik ga zo naar daar maar was druk net daar man ik heb film gemaakt was bij zn rust dinges en daar hoort dat niet"en "Ik denk misch. Die blijven zitter want td was bezig bij midden wielen en daar was die ene". Daarop antwoordt [betrokkene 1]: "Kut man broertje, hoe laat weet je meer" en "Maar ik denk t niet brtje die blijven zitter zit r al bijna 2mnd en t kan toch geen toeval zijn". [medeverdachte B] antwoordt: "Ja ik weet t binnen een uur broer moet ik je die film ff sturen dan kan je zelf zien broer". [betrokkene 1] antwoordt: "Nee brtje hoeft niet laten we ff afw8ten".[122]

Vervolgens voert [medeverdachte B] vanaf 19.13 uur een ping-conversatie met [medeverdachte C]. [medeverdachte C] zegt in dit gesprek onder meer: "Wat een ongeluk allemaal man.." [medeverdachte B]: "Is gewoon toeval td man kutzooi". [medeverdachte C] zegt: "jongen wat een ellende pfff.." en "Hopelijk vergeten ze wat".[123]

Om 19.37 uur is de Schipholpas van [medeverdachte B] als uitgaand geregistreerd bij registratiepunt H60-TQ-PU, de personeelsdoorgang ter hoogte van de G-pier.[124] Zoals hiervoor is overwogen, had [medeverdachte B] dienst tot 21.00 uur.

Tussen 21.03 en 21.30 uur pingt [medeverdachte B] wederom met [betrokkene 1]. [medeverdachte B] zegt: "We zyn aan het w8en broer we zien van ver iemand uit zn auto ernaar kijken" en "We hebben mrg ook nog de hele dag hij blijft mrg ook maar gaan vand probere". Verder zegt [medeverdachte B]: "Ik ga m probere te filmen dan kan je t ook zien broer" en "Moet ik je die andere film ook ff sture broer". [betrokkene 1] zegt dat "die td van daar zegt dat ze daar nooit komen". Verder zegt [betrokkene 1] onder meer: "Me gap zegt dat ze heel mooi zitten je kan ze nooit zien ook al doe je m open". [medeverdachte B] zegt: "Ok broer ik hoop die blijfen zitter ofzo want die is midden bij die wielen en daar waren ze vanmiddag al bezig". [betrokkene 1]: "Ja maar dan kunnen ze toch nooit bij die van ons komen, dat zegt die td" en "Al zien ze die blijven zitter". [medeverdachte B] zegt: "Ja dat bedoel ik als t die ene is is het goed begrijp je" en "Ok broer hou je op de hoogte maar denk dat ik t vandaag laat rusten er is mrg ook nog de hele dag want die gast staat er nog steeds".[125]

In een pinggesprek tussen [medeverdachte B] en [medeverdachte C] dat tussen 21.31 uur en 23.09 uur plaatsvindt, wordt onder meer gesproken over "Buur". [medeverdachte C] pingt: "Buur zegt was druk daarzo.. Morgen gaat ie kijken hoe of wat.". Ook vraagt [medeverdachte C] aan [medeverdachte B] of hij "die buur om uitdraai (moet) vragen".[126]

Om 23.23 uur stuurt [betrokkene 1] aan [medeverdachte B] een ping-bericht door met de inhoud: "Bro tell your people to dont bullshit. Nothing can happen there for real bro, look if the law find it ok! everybody takes his lost but i want to see papers bro whitout papers i wont the money of there pajaro, last time we exept the story this time we dont", gevolgd door: "Dit stuurt ie me net brtje ze flippen". [medeverdachte B] zegt: "Broer moet ik je dat filmpje sturen dan kan je gelijk doorsturen" en "Gelukkig heb ik het opgenomen met tijd en alles en als t mrg er niet is dan ga ik die pap proberen te regelen". [betrokkene 1] vraagt [medeverdachte B] wat hij zelf denkt. [medeverdachte B] antwoordt: "Ik weet t niet broer die blauwe mannen waren er ook dus weet het echt niet", "[..]hij ging naar rustplek en ik reed daar steeds om t een beetje in de gaten te houden er waren td's daar bezig en toen opeens zag ik die gasten komen aanrijden naar daar" en "Eerst die blauwe en ff later kwamen groene". [betrokkene 1] vraagt of het filmpje duidelijk is. [medeverdachte B] antwoordt: "Ja broer je ziet die blauwe en groene en heel veel td's".[127]

In de fouillering van verdachte [medeverdachte B] is op 7 juni 2011 een usb-stick aangetroffen met daarop in de bestandsmap "Eigen", submap video's drie films die gemaakt zijn op 7 maart 2011 om respectievelijk 16.51 uur, 17.00 uur en 17.25 uur vanuit een rijdend voertuig. De eerste twee films zijn kennelijk gemaakt vanaf de bestuurderskant, de derde vanaf de bijrijderskant. Op de films is een Martinair vliegtuig te zien op de Y-buffer. Rechtsonder het achterste vrachtruim zijn een aantal personen zichtbaar die gele hesjes dragen. Een dienstvoertuig van de Koninklijke Marechaussee wordt langere tijd in beeld genomen. Op de derde film is een voertuig lijkende op een dienstvoertuig van de Douane zichtbaar. Ook is zichtbaar dat een aantal personen het vliegtuig uit het achterste vrachtruim verlaat.[128] Bij een van deze filmpjes is audiomateriaal aangetroffen. Op dit materiaal zijn de stemmen van [medeverdachte B] en [medeverdachte A] te horen. [medeverdachte A] zegt onder andere: "Heb je ook zien (fon)" en "Kijk precies he" en "Shit".[129]

Overweging ten aanzien van het onderzoek aan de aangetroffen pakketten

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat uit de stukken van het dossier niet onomstotelijk volgt dat de op 7 maart 2011 in beslag genomen pakketten dezelfde zijn die op 9 maart 2011 aan een nader onderzoek zijn onderworpen en waarvan het NFI later heeft vastgesteld dat deze cocaïne bevatten. De verdediging heeft hiertoe - kort samengevat - aangevoerd dat in het proces-verbaal van 9 maart 2011 geen melding wordt gemaakt van de vuilniszakken waarin de pakketten op 7 maart 2011 na de inbeslagname zijn gedeponeerd. Onbekend is waar deze vuilniszakken op 7 maart 2011 zijn gedeponeerd en of de pakketten in de tussentijd nog zijn verplaatst of her(ver)pakt. Voorts zouden de beschrijvingen van de logo's op de aangetroffen pakketten niet geheel overeenkomen met de bij het proces-verbaal van 9 maart 2011 gevoegde foto's. Ook zouden de kleuren van de pakketten gevarieerd zijn, terwijl er over de pakketten op 7 maart 2011 vermeld wordt dat ze qua kleur zowel zwart als wit zijn. Gelet op een en ander is de verdediging van mening dat de zogenoemde 'chain of custody' onvoldoende is en het rapport van het NFI niet kan bijdragen aan het bewijs dat de op 7 maart 2011 in het vrachtruim van het vliegtuig aangetroffen 25 pakketten cocaïne bevatten.

De rechtbank deelt het standpunt van de verdediging niet en overweegt daartoe als volgt. Het door verbalisanten [verbalisanten 1 en 2] op 9 maart 2011 opgemaakte proces-verbaal met mutatienummer 11-017393 houdt in dat er op 7 maart 2011 25 pakketten in het vrachtruim van een Martinair vliegtuig zijn aangetroffen. De plaatsen waar deze pakketten verborgen waren, is aan verbalisanten aangewezen door een technische medewerker van Martinair. Deze medewerker is ook als getuige gehoord en heeft verklaard waar hij de pakketten in het vliegtuig heeft aangetroffen. Om 17.15 uur zijn deze in totaal 25 pakketten door verbalisanten in beslag genomen en in twee vuilniszakken gedeponeerd. Zij hebben van de pakketten en de hen aangewezen verbergruimtes foto's gemaakt (onder meer te vinden op pagina 121 dossier B3). In het proces-verbaal van verbalisanten [verbalisanten 3 en 4] d.d. 10 maart 2011 (proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot het uitpakken verdovende middelen zending, dossier E, ordner 4, pagina 74/75) is vermeld dat de verdovende middelen zending geregistreerd onder mutatienummer PL27RR/11-017393 aan een nader onderzoek is onderworpen. Dit mutatienummer komt overeen met het mutatienummer genoemd in het proces-verbaal van verbalisanten [verbalisanten 1 en 2]. Bovendien wordt in het proces-verbaal van verbalisanten [verbalisanten 3 en 4] vermeld dat het gaat om een zending die op 7 maart 2011 op Schiphol in beslag is genomen en die bestond uit 25 pakketten. In dit proces-verbaal wordt aangegeven dat de monsters naar het NFI zullen worden gestuurd met de SIN-nummers AABP2225NL t/m AABP2249NL. Vervolgens heeft het NFI onderzoek gedaan naar de onder mutatienummer PL27RR/11-017393 ingezonden zending met de SIN-nummers AABP2225NL t/m AABP2249NL en vastgesteld dat de 25 monsters cocaïne bevatten.

Hoewel de rechtbank het met de verdediging eens is dat een en ander zorgvuldiger en gedetailleerder geverbaliseerd had kunnen worden, is, gelet op het voorgaande, van het ontbreken van een schakel in de beslagketen naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. De rechtbank acht voldoende controleerbaar en traceerbaar wat er met de op 7 maart 2011 in beslag genomen pakketten is gebeurd. Naar haar oordeel is genoegzaam komen vast te staan dat het NFI-rapport op deze pakketten betrekking heeft. Voor zover nog is betoogd dat in het proces-verbaal van verbalisanten [verbalisanten 3 en 4] d.d. 10 maart 2011 een aantal beschrijvingen van de logo's niet overeenstemt met de op 7 maart 2011 gemaakte foto's, overweegt de rechtbank dat dit alleen geldt ten aanzien van het uitgepakte pakket 14. Van de pakketten zijn immers telkens foto's gemaakt na het afpellen van een (nieuwe) laag aan verpakking en vervolgens zijn beschrijvingen gegeven. Op pakket 14 is echter - anders dan in het proces-verbaal is vermeld - een logo van Mickey Mouse te zien. De rechtbank is van oordeel dat dit een kennelijke vergissing van verbalisanten betreft en dit leidt dan ook niet tot een ander oordeel. Op de bij het proces-verbaal van [verbalisanten 1 en 2] gevoegde foto (pagina 121, dossier B3 is te zien dat de pakketten wel degelijk gevarieerd qua kleur zijn, met meer kleurschakeringen dan alleen wit en zwart.

Op grond van alle bovenstaande feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang beschouwd, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachten [medeverdachte B], [medeverdachte C], [medeverdachte A] en [verdachte] zich schuldig hebben gemaakt aan het medeplegen van de invoer op 7 maart 2011 van een partij van 24.987 gram cocaïne.

Bij dit oordeel heeft de rechtbank betrokken dat verdachten [medeverdachte B] en [medeverdachte C] geen redelijke verklaring hebben afgelegd ten aanzien van de inhoud van de door hen gevoerde telecommunicatie, welke inhoud naar het oordeel van de rechtbank - gelet op de (versluierde) teksten en de verstuurde foto's - redengevend is voor het bewijs van het ten laste gelegde.

Ten aanzien van verdachten [medeverdachte B], [medeverdachte A] en [verdachte] heeft de rechtbank (bovendien) in aanmerking genomen dat zij geen concrete verklaring hebben afgelegd over hun aanwezigheid op (het beveiligde gedeelte van) de luchthaven Schiphol in de middag van 7 maart 2011. Deze aanwezigheid is - mede gelet op de (wijze van) invoer door deze verdachten van een partij cocaïne van bijna dertig kilo op 15 november 2010 (zaak B2) - redengevend voor het bewijs.

Voorts heeft de rechtbank ten aanzien van verdachten [medeverdachte B] en [medeverdachte A] in aanmerking genomen dat beiden geen enkele verklaring hebben afgelegd met betrekking tot de hiervoor weergegeven filmpjes op de usb-stick van [medeverdachte B], niet ten aanzien van het laatste filmpje waarop hun stemmen zijn herkend, maar evenmin ten aanzien van de andere twee filmpjes, waarvan bekend is dat zij vanaf de bestuurdersplaats in een auto zijn gemaakt. Daarmee is de redengevendheid voor het bewijs van deze filmpjes niet ontzenuwd.

Ten aanzien van de rol van verdachte overweegt de rechtbank in het bijzonder nog het volgende.

Anders dan de raadsman heeft betoogd, ziet de rechtbank verdachte, bezien in het licht van de redengevende feiten en omstandigheden ten aanzien van feit 1 (zaak B2), wel degelijk als een medepleger van het onderhavige feit. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, moet worden geoordeeld dat verdachte in 'opdracht' van medeverdachte [medeverdachte A] - op een tijdstip dat de partij cocaïne nog niet in beslag is genomen - naar [medeverdachte A] gaat. Vervolgens rijdt hij samen met [medeverdachte A] naar Schiphol en betreedt hij, ook samen met [medeverdachte A], het beveiligde gebied van deze luchthaven. Dit, terwijl noch verdachte noch [medeverdachte A] dienst heeft. Korte tijd na het betreden van dit beveiligde gebied, verlaat verdachte dit weer. De bewijsmiddelen laten naar het oordeel van de rechtbank redelijkerwijs geen andere conclusie toe dan dat verdachte en [medeverdachte A] op het beveiligde gebied van Schiphol medeverdachte [medeverdachte B] hebben ontmoet, dat [medeverdachte A] vervolgens met [medeverdachte B] in een auto stapt en over het platform rijdt, terwijl verdachte de auto van (de vader van) [medeverdachte A] ophaalt en [medeverdachte A] even later elders, zoals gebleken is, oppikt. Dit laatste gebeurt om 17.33 uur bij hek 60. In de tussentijd hebben [medeverdachte B] en [medeverdachte A] vanaf de bijrijdersplaats nog een filmpje van het betreffende vliegtuig gemaakt en gezien dat diverse diensten (waaronder de Koninklijke Marechaussee en de Douane) bij dit vliegtuig staan. Omstreeks 18.00 uur vindt hierover telefonisch contact plaats tussen [medeverdachte B] en [medeverdachte A], waarna [verdachte] - die op dat moment samen met [medeverdachte A] in de [naam loungebar] zit - telefonisch contact opneemt met [betrokkene 8], voornoemd, werkzaam bij de Koninklijke Marechaussee op Schiphol.

Gelet op het voorgaande kan het niet anders zijn dan dat verdachte wist dat zijn medeverdachten bezig waren met de invoer van een partij cocaïne via Schiphol en dat hij, op 7 maart 2011, daaraan nauw en bewust heeft meegewerkt.

Overigens is ook in deze zaak van het door de raadsman en verdachte gestelde 'strandjutten' ter verklaring voor zijn aanwezigheid op het beveiligd gebied van Schiphol wanneer hij niet ingeroosterd is voor diensten op Schiphol, niet gebleken.

Feit 3

De rechtbank bezigt de hiervoor ten aanzien van de overige feiten weergegeven redengevende feiten en omstandigheden ook ten aanzien van de ten laste gelegde criminele organisatie, zoals bedoeld in artikel 11a van de Opiumwet.

Uit deze feiten en omstandigheden blijkt dat alle verdachten zich schuldig hebben gemaakt aan de voltooide invoer van cocaïne in Nederland. Daarnaast hebben verdachten [medeverdachte B] en [medeverdachte C] zich schuldig gemaakt aan concrete voorbereidingshandelingen, telkens gericht op de invoer van cocaïne in Nederland.

De cocaïne werd met gebruikmaking van verbergplekken in met name het vrachtruim van vliegtuigen naar Nederland vervoerd, waar de verdovende middelen uit de vliegtuigen werden gehaald, terwijl die vliegtuigen op het beveiligde terrein van de luchthaven Schiphol stonden. Verdachten [medeverdachte B], [verdachte] en [medeverdachte A] maakten hiertoe gebruik van aan hen (in het kader van hun reguliere werkzaamheden) verstrekte Schipholpassen. Met deze passen konden zij het beveiligde terrein van de luchthaven betreden, ook op dagen dat zij niet waren ingeroosterd.

Verdachten gebruikten bij hun illegale activiteiten meerdere mobiele telefoons en wisselden regelmatig van telefoonnummer en -toestel. Tijdens de doorzoekingen op de diverse woonadressen van verdachten zijn een groot aantal van deze telefoontoestellen alsmede diverse sim-kaarten aangetroffen. In de telefoongesprekken die verdachten onderling voerden, waartoe de rechtbank ook de ping-conversaties rekent, werd veelvuldig gebruik gemaakt van versluierde taal, kennelijk met als doel te (kunnen) communiceren over verdovende middelen zonder dat dit voor anderen kenbaar zou zijn.

Verder is uit onderzoek gebleken dat ook gebruik werd gemaakt van een hotmail-account, te weten '[e-mailadres]' met het wachtwoord '40405050'. Uit analyse van de door Microsoft - via de Verenigde Staten van Amerika - verstrekte informatie is gebleken dat in de mappen op dit account verschillende foto's en teksten waren opgeslagen. Deze bestanden zijn soortgelijk aan de bestanden aangetroffen op de usb-sticks, te weten: foto's van vrachtruimtes van vliegtuigen, met uitleg over mogelijke verbergplaatsen alsmede foto's en uitleg van mogelijke verbergplaatsen in gekoelde vrachtcontainers.[130]

Daarnaast zijn, zoals hiervoor reeds is overwogen, bij verdachte [medeverdachte B] en verdachte [medeverdachte C] in totaal drie usb-sticks aangetroffen met daarop diverse film- en fotobestanden van verbergplaatsen in vliegtuigen. Deze bestanden werden door de organisatie gebruikt en een aantal van deze bestanden werd door verdachten zelf gemaakt. Tevens zijn op deze usb-sticks teksten aangetroffen waarin is aangegeven op welke landen dan wel plaatsen gevlogen wordt en hoe op bepaalde plekken in een vliegtuig iets verborgen kan worden.[131]

Verder is tijdens de doorzoeking in de woning van verdachte [medeverdachte B] aan de [d-straat-] te Amsterdam onder meer een sleutelbos met daaraan een koperkleurige Boeing sleutel aangetroffen, alsmede een losse soortgelijke sleutel. Boeing sleutels geven toegang tot het vrachtgedeelte van een vliegtuig en worden uitgegeven aan mensen van de technische dienst en andere aangewezen personen van een vliegtuigmaatschappij.[132] Bij verdachte [medeverdachte A] is eveneens een sleutel voor Boeing vliegtuigen aangetroffen.[133] [medeverdachte B] en [medeverdachte A] behoren gelet op hun functie in beginsel niet de beschikking te hebben over dergelijke sleutels, geen van beiden heeft hiervoor echter een verklaring gegeven.

Tijdens de doorzoeking in de woning van verdachte is een zwart tasje met daarin twee rollen witte tape en schroeven aangetroffen.[134] Volgens de getuige [getuige 7], werkzaam als security manager bij de KLM, aan wie het tasje met voormelde inhoud is getoond, worden deze tape en dit soort schroeven bij de KLM door de technische dienst gebruikt. Met de tape worden onder andere panelen afgeplakt in vrachtruimen van vliegtuigen ten behoeve van de brandwerendheid. De schroeven worden gebruikt om schuine panelen in vrachtruimen vast te zetten. Volgens [getuige 7] mogen dit soort bedrijfsmiddelen niet mee naar huis worden genomen en is het niet gebruikelijk dat een schoonmaker van vliegtuigen, niet zijnde een medewerker van de technische dienst, over deze materialen beschikt.[135 ]

Naar het oordeel van de rechtbank komt uit het vorenstaande, logischerwijs, genoegzaam naar voren dat tussen verdachten sprake is geweest van een georganiseerd en gestructureerd samenwerkingsverband gericht op de invoer van cocaïne in Nederland alsmede de voorbereidingen daartoe. Daarbij geldt dat voor een bewezenverklaring van artikel 11a van de Opiumwet niet is vereist dat alle leden van die organisatie elkaar kennen en steeds contact met elkaar onderhouden. Uit de redengevende feiten en omstandigheden zoals hiervoor onder de diverse zaaksdossiers weergegeven kan worden geconcludeerd dat verdachte [medeverdachte C] in ieder geval verdachte [medeverdachte B] kent, en laatstgenoemde contacten onderhoudt met verdachte en medeverdachte [medeverdachte A], die elkaar onderling ook weer kennen en contacten onderhouden. Daarbij vervullen [medeverdachte C] en [medeverdachte B] meer een leidinggevende en coördinerende rol, [medeverdachte A] en verdachte meer een uitvoerende rol.

Het deelnemen aan de organisatie heeft hen geen windeieren gelegd, bij verdachten zijn tijdens de doorzoekingen in de woningen vermogensbestanddelen dan wel bescheiden met betrekking tot vermogen in geld of onroerend goed in Marokko aangetroffen, die niet verklaard kunnen worden uit de legale inkomsten van de verdachten. Voor zover zij daarover een verklaring hebben afgelegd, acht de rechtbank die niet aannemelijk dan wel ongeloofwaardig.

Dat er van een zekere bestendigheid sprake is geweest, blijkt uit de periode gedurende welke er cocaïne in Nederland is ingevoerd en uit de ongewijzigde samenstelling van de groep. Na de voltooide invoer op 7 maart 2011 zijn [medeverdachte B] en [medeverdachte C] verder gegaan met hun activiteiten, de hiervoor reeds genoemde voorbereidingshandelingen. Verdachte [medeverdachte A] en verdachte hebben hierbij ogenschijnlijk geen rol gespeeld, maar niet valt uit te sluiten dat dit te wijten is aan het gegeven dat er na 7 maart 2011, met uitzondering van de onder zaaksdossier B4 bewezen verklaarde invoer van ongeveer 2 kilogram cocaïne op 30 mei 2011 door verdachte [medeverdachte B], welke partij reeds in het vliegtuig tijdens de vlucht is gevonden, geen voltooide invoer in Nederland meer heeft plaatsgevonden, waarvoor meer 'uitvoerend personeel' nodig was.

Op grond van het vorenstaande, in onderling verband en samenhang beschouwd, komt de rechtbank dan ook tot het oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat alle verdachten in de periode van 31 oktober 2010 mei tot en met 7 juni 2011 (kort gezegd) hebben deelgenomen aan een criminele organisatie die het oogmerk had om cocaïne in Nederland in te voeren.

4.2. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2 primair en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

Feit 1

(zaaksdossier B2)

hij op 15 november 2010 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 29.943 gram van een materiaal bevattende cocaïne.

Feit 2 primair

(zaaksdossier B3)

hij op 7 maart 2011 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 24.987 gram van een materiaal bevattende cocaïne.

Feit 3

(zaaksdossier B6)

hij in de periode van 31 oktober 2010 tot en met 7 juni 2011 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, en Amsterdam, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie werd gevormd door een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, waartoe hij, verdachte, en zijn mededaders behoorden, welke organisatie het oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10, vijfde lid en artikel 10a, eerste lid van de Opiumwet, te weten

- het tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid cocaïne,

en

- het tezamen en in vereniging met anderen voorbereiden en/of bevorderen van een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid cocaïne.

Hetgeen aan verdachte onder 1, 2 primair en 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. Verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod.

Feit 2 primair

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod.

Feit 3

Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10, vijfde lid en artikel 10a, eerste lid van de Opiumwet.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

7. Motivering van de sancties

7.1. Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals daarvan uit het onderzoek ter terechtzittingen is gebleken. Daarbij heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die zich bezig hield met de invoer van (grote hoeveelheden) cocaïne in Nederland alsmede de voorbereidingen daartoe. Cocaïne is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. De verspreiding van en handel in cocaïne gaan gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof.

De invoer van cocaïne vond plaats via de luchthaven Schiphol en ook het merendeel van de door de organisatie verrichte voorbereidingshandelingen zag op de invoer van cocaïne via deze luchthaven. Een aantal leden van de organisatie was als schoonmaker werkzaam op Schiphol en om die reden in het bezit van een zogeheten Schipholpas, waarmee zij zich toegang konden verschaffen tot 'airside' (het beveiligde gebied van Schiphol, waartoe ook het platform behoort) en vliegtuigen. Vast is komen te staan dat veelvuldig onrechtmatig gebruik is gemaakt van deze Schipholpassen, onder andere om te proberen de ingevoerde cocaïne van boord van vliegtuigen te halen en foto's en filmpjes van geschikte 'verstopplekken van cocaïne' in vliegtuigen te maken, zowel in de cabine als in het vrachtruim. Aldus heeft de organisatie ernstig misbruik gemaakt van specifieke, aan Schiphol gerelateerde bevoegdheden en daarmee het vertrouwen en aanzien van Schiphol geschaad. De rechtbank rekent dit de organisatie zwaar aan.

Binnen de organisatie werd gebruik gemaakt van diverse communicatiemiddelen. De leidinggevenden communiceerden met name via zogenoemde ping-berichten (via BlackBerry's) en met gebruikmaking van de map concepten van een hotmail-account. Naar en tussen de meer uitvoerende leden van de organisatie werd vaker via telefoongesprek en sms gecommuniceerd, waarbij gebruik werd gemaakt van versluierde taal. Tijdens de doorzoekingen bij de diverse verdachten zijn vele telefoons aangetroffen. Voorts zijn in totaal drie usb-sticks aangetroffen met daarop foto's, filmpjes en instructies ten behoeve van het verstoppen van cocaïne in vliegtuigen. Hieruit blijkt van de professionaliteit van de organisatie.

Het kan niet anders dan dat de afzonderlijke deelnemers aan de hierboven beschreven drugsorganisatie uit puur financieel gewin hebben gehandeld. Hierbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat bij verschillende verdachten grote hoeveelheden contant geld zijn aangetroffen alsmede documenten die wijzen op het bezit van een aanzienlijk vermogen in Marokko (in de vorm van (een) appartement(en) en/of (een) bankrekening(en)).

Gelet op het bovenstaande komt op grond van de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan slechts een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur als passende straf in aanmerking.

Bij het bepalen van de duur van de aan verdachte op te leggen straf heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Ten aanzien van verdachte is bewezen verklaard dat hij actief betrokken is geweest bij twee voltooide invoeren van cocaïne van in totaal bijna 55 kilo.

Verdachte heeft in de organisatie een uitvoerende rol gehad. Verdachte werd bij het feitelijk van boord halen van de cocaïne ingeschakeld en maakte daarbij gebruik van de aan hem verstrekte Schipholpas.

Gelet op de rol van verdachte binnen de organisatie en de ten aanzien van hem bewezen verklaarde feiten, en kijkend naar de straffen die in min of meer vergelijkbare zaken plegen te worden opgelegd, is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte - die, afgezien van twee verkeersovertredingen, niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen - een gevangenisstraf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

De rechtbank komt tot een lagere straf dan door de officier van justitie is gevorderd, nu de rechtbank meer gewicht toekent aan de, in vergelijking met zijn medeverdachten [medeverdachte B] en [medeverdachte C], kleinere rol van verdachte in de organisatie, dan aan de mede door hem ingevoerde totale hoeveelheid cocaïne.

7.2. Verbeurdverklaring

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat het onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp zoals vermeld onder nummer 13 op de beslaglijst - te weten een BlackBerry (met toebehoren) - dient te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek op de terechtzittingen is gebleken dat het bewezenverklaarde met behulp van dit voorwerp, dat aan verdachte toebehoort, is begaan of voorbereid.

8. Overige beslissingen omtrent in beslag genomen voorwerpen

De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht (naast de hierna aangeduide voorwerpen) ook ten aanzien van het voorwerp vermeld onder nummer 49 op de beslaglijst - te weten, naar uit de stukken van de doorzoekingen is gebleken, een enveloppe inhoudende vier bankafschriften van de 'Banque Populaire' (Marokko), en geen enveloppe inhoudende bankbiljetten, zoals op de overgelegde beslaglijst is vermeld - geen beslissing te nemen, nu zij, naar de rechtbank begrijpt, voornemens is ook op dit voorwerp conservatoir beslag ex artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) te (laten) leggen.

De rechtbank is van oordeel dat de officier van justitie hierin niet kan worden gevolgd. Ten tijde van deze uitspraak rust er - anders dan ten aanzien van de voorwerpen zoals vermeld onder de nummers 24, 40 en 52 op de beslaglijst - immers nog geen beslag ex artikel 94a Sv, maar enkel beslag ex artikel 94 Sv, op dit voorwerp en ingevolge artikel 353, eerste lid, Sv is de rechtbank rechtens gehouden een beslissing te nemen over de met toepassing van artikel 94 Sv in beslag genomen voorwerpen ten aanzien waarvan nog geen last tot teruggave is gegeven.

De rechtbank zal ten aanzien van de onderhavige enveloppe met bankafschriften de teruggave aan verdachte gelasten.

Ten aanzien van de overige voorwerpen zoals vermeld op de beslaglijst zal de rechtbank beslissen overeenkomstig de vordering van de officier van justitie, nu die beslissingen haar geraden voorkomen en ter zake ook geen verweer is gevoerd.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

33, 33a, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

2, 10 en 11a van de Opiumwet.

10. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1, 2 primair en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.2. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2 primair en 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde feiten opleveren.

Verklaart deze feiten strafbaar.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van VIJF (5) JAREN en ZES (6) MAANDEN.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd:

- een GSM-toestel BlackBerry, inclusief hoes, batterij en lader (nr. 13).

Gelast de teruggave aan verdachte van:

- een SIM-kaart Vodafone (nr. 6);

- twee diverse bescheiden: form. met opschrift "compte cheque rme" (nr. 8);

- een zwart GSM-toestel BlackBerry Torch (nr. 11);

- een wit GSM-toestel BlackBerry Curve (nr. 11);

- een bagagelabel (nr. 17);

- diverse administratieve bescheiden (Banque Populaire) (nr. 23);

- diverse administratieve bescheiden (Amendis papieren) (nr. 34);

- een magazijn rooster (nr. 35);

- een zwart GSM-toestel Samsung (nr. 38);

- een wit GSM-toestel BlackBerry Bold (nr. 43);

- een zwart GSM-toestel LG (nr. 44);

- een enveloppe inhoudende vier bankafschriften van de Banque Populaire (nr. 49);

- een enveloppe (nr. 50);

- lipbalsem (uit zwarte tas, nr. 53).

Gelast de teruggave aan Amsterdam Airport Schiphol (AAS) van:

- een Schipholpas (nr. 51).

Gelast de teruggave aan Martinair van:

- een zwarte tas, inhoudende onder meer 2 rollen tape en 28 schroeven (nr. 53).

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. Ph. Burgers, voorzitter,

mr. S. Jongeling en mr. J.A.M. Jansen, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. H. van de Vijver,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 juni 2012.

Voetnoten:

[1] De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

[2] Een schriftelijk stuk, te weten een uitdraai Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie (CIOT) d.d. 26 oktober 2010 (dossier E, pagina 18), als bijlage gevoegd bij een proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 november 2010

[3] Proces-verbaal van bevindingen (gebruik [telefoonnummer 1]) d.d. 15 november 2010 (dossier E, pagina 34-48)

[4] Proces-verbaal van bevindingen (stemherkenning gebruiker van het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 1]) d.d. 10 november 2010 (dossier E, pagina 70-78)

[5] Proces-verbaal van bevindingen (stemherkenning [medeverdachte A]) d.d. 9 februari 2011 (dossier E, pagina 171-176)

[6] Proces-verbaal van bevindingen (GSM) d.d. 10 juni 2011 (dossier E, pagina 467-468)

[7] Proces-verbaal van bevindingen (BlackBerry +simkaart) d.d. 28 juli 2011 (dossier B3, pagina 426)

[8] Proces-verbaal van relaas zaak B3 d.d. 18 augustus 2011 (dossier B3, pagina 34)

[9] Een schriftelijk stuk, te weten een CIOT-uitdraai d.d. 4 november 2010 (dossier E, pagina 19), als bijlage gevoegd bij een proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 november 2010

[10] Proces-verbaal van bevindingen (verdenking [verdachte]) d.d. 24 november 2010 (dossier E, pagina 49-69)

[11] Proces-verbaal van bevindingen (stemherkenning gebruiker van het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 3]) d.d. [10] januari 2011 (dossier E, pagina 128-134)

[12] Proces-verbaal van bevindingen (stemherkenning [verdachte]) d.d. 21 februari 2011 (dossier E, pagina 210-211)

[13] Aanvraag bevel onderzoek van telecommunicatie (tap) d.d. 4 maart 2011 (dossier D2, pagina 660)

[14] KVI 29 (dossier G2, pagina 37)

[15] Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] d.d. 22 juni 2011 (dossier F, pagina 28-30)

[16] Proces-verbaal van bevindingen (identificatie en verdachtmaking [medeverdachte B]) d.d. 27 december 2010 (dossier C3, pagina 808)

[17] Proces-verbaal van bevindingen (Nokia 2330+simkaart) d.d. 11 juli 2011 (dossier B3, pagina 411)

[18] Proces-verbaal van bevindingen (stemherkenning gebruiker van het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 5]) d.d. 31 januari 2011 (dossier E, pagina 138-146)

[19] Proces-verbaal van relaas d.d. 18 augustus 2011 (dossier B3, pagina 42) en proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 maart 2011 (aantreffen [medeverdachte B] in Asito auto, dossier B3, pagina 128-131)

[20] Proces-verbaal van bevindingen (ontsleutelde opgenomen BlackBerry data nummer [nummer], in gebruik bij [medeverdachte B]) d.d. 9 mei 2011 (dossier E, pagina 360-364), proces-verbaal van observatie 11 februari 2011 d.d. 16 februari 2011 (dossier E, pagina 373), proces-verbaal van observatie 15 februari 2011 d.d. 15 februari 2011 (dossier E, pagina 385) en proces-verbaal van observatie 16 februari 2011 d.d. 18 februari 2011 (dossier E, ordner 5, pagina 96)

[21] Proces-verbaal van bevindingen (BlackBerry 8520+simkaart) d.d. 12 juli 2011 (dossier B3, pagina 410)

[22] Proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 november 2011 (dossier B4, pagina 8-11) en schriftelijke stukken, inhoudende de betreffende tapverslagen d.d. 30 mei 2011 (dossier B4, pagina 29-41)

[23] Proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 november 2011 (kopje "Stemherkenningen",dossier B4, pagina 2-3 e.v. met betrekking tot gesprekken met nummer [telefoonnummer 7]) en schriftelijke stukken, inhoudende de betreffende tapverslagen d.d. 30 mei 2011 (dossier B4, pagina 29-41)

[24] Proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 november 2011 (dossier B4, pagina 11)

[25] Proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 juli 2011 (dossier B4, pagina 56) en proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 juli 2011 (dossier B4, pagina 90-91)

[26] Proces-verbaal van ambtshandeling d.d. 16 juni 2011 (dossier B4, pagina 101-105) en proces-verbaal van kennisgeving van inbeslagneming d.d. 19 oktober 2011 (nr. 41) (dossier G3, pagina 12)

[27] Proces-verbaal van kennisgeving van inbeslagneming d.d. 19 oktober 2011 (nr. 2) (dossier G3, pagina 6)

[28] Proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 november 2011 (dossier I, pagina 92-96)

[29] Proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 juni 2011, dossier E, pagina 460, proces-verbaal van bevindingen (aangetroffen USB-stick [medeverdachte B]) d.d. 17 augustus 2011 (dossier B3, pagina 143-144) en proces-verbaal van bevindingen (onderzoek Schipholpasgegevens, roosters en aangetroffen USB sticks) d.d.16 augustus 2011 (dossier B3, pagina 395-403)

[30] Proces-verbaal van ambtshandeling d.d. 13 juli 2011 (dossier E, pagina 553-564)

[31] Proces-verbaal van ambtshandeling d.d. 8 juni 2011 (dossier B5d, pagina 51-52)

[32] Proces-verbaal van ambtshandeling d.d. 8 juni 2011 (dossier B5d, pagina 51-52)

[33] Proces-verbaal van bevindingen (ontsleutelde opgenomen BlackBerry data nummer [nummer] in gebruik bij [medeverdachte B]) d.d. 9 mei 2011 (dossier E, pagina 360-364), proces-verbaal van observatie 11 februari 2011 d.d. 16 februari 2011 (dossier E, pagina 373), proces-verbaal van observatie 15 februari 2011 d.d. 15 februari 2011 (dossier E, pagina 385) en proces-verbaal van observatie 16 februari 2011 d.d. 18 februari 2011 (dossier E, ordner 5, pagina 96)

[34] Proces-verbaal van bevindingen (ontsleutelde opgenomen BlackBerry data nummer [nummer] in gebruik bij [medeverdachte B]) d.d. 9 mei 2011 (dossier E, pagina 363)

[35] Proces-verbaal m.b.t. doorzoeking auto met kenteken [kenteken 2] d.d. 8 juni 2011 (dossier C4, pagina 28-29)

[36] Proces-verbaal van observatie 16 februari 2011 d.d. 18 februari 2011 (met fotobijlage, dossier E, pagina 391-392), proces-verbaal van observatie 16 februari 2011 d.d. 15 februari 2011 (met fotobijlage) (dossier E, pagina 96), proces-verbaal van observatie 15 februari 2011 d.d. 15 februari 2011 (met fotobijlage, dossier E, pagina 385) en proces-verbaal aanvulling observatie 081-2010-63-016 d.d. 10 mei 2012 (los opgenomen)

[37] Proces-verbaal van bevindingen (aantreffen blackberry bij [medeverdachte B] en [medeverdachte C]) d.d. 7 juli 2011 (dossier B5d, pagina 42)

[38] Proces-verbaal van bevindingen (aantreffen blackberry bij [medeverdachte B] en [medeverdachte C]) d.d. 7 juli 2011 (dossier B5d, pagina 42) en proces-verbaal van ambtshandeling d.d. 8 juni 2011 (dossier B5d, pagina 47-48)

[39] Proces-verbaal van bevindingen (aantreffen blackberry bij [medeverdachte B] en [medeverdachte C]) d.d. 7 juli 2011 (dossier B5d, pagina 42) en proces-verbaal van ambtshandeling d.d. 8 juni 2011 (dossier B5d, pagina 51-52)

[40] Proces-verbaal van bevindingen aangetroffen USB Stick [medeverdachte B] (dossier B2, pagina 338-486)

[41] Proces-verbaal van bevindingen aangetroffen USB Stick [medeverdachte B] (dossier B2, pagina 487-731)

[42] Proces-verbaal van bevindingen aangetroffen USB Stick [medeverdachte C] (dossier B3, pagina 450-494)

[43] Proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 september 2011 (dossier I, pagina 15-18) en proces-verbaal van bevindingen aangetroffen USB Stick [medeverdachte B] (dossier B2, pagina 492, 496 en 497)

[44] Proces-verbaal van bevindingen aangetroffen USB Stick [medeverdachte B] (dossier B2, pagina 496)

[45] Proces-verbaal van bevindingen aangetroffen USB Stick [medeverdachte B] (dossier B2, pagina 491 en pagina 564-582)

[46] Lijst van in beslaggenomen goederen van het CargoHarc-team, behorend bij het proces-verbaal van doorzoeking van de rechter-commissaris op 7 juni 2011, [adres 1] te Amsterdam (dossier C3, pagina 54-56) en KVI (dossier G3, pagina 61)

[47] Een schriftelijk stuk, inhoudende een tapverslag d.d. 15 november 2010, 14.43 uur (dossier B2, pagina 34)

[48] Een schriftelijk stuk, inhoudende een tapverslag d.d. 15 november 2010, 14.57 uur (dossier B2, pagina 35)

[49] Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 augustus 2011 (dossier B2, pagina 59) en proces-verbaal van relaas d.d. 23 augustus 2011, pagina 4

[50] Proces-verbaal van bevindingen onderzoek camerabeelden d.d. 24 december 2010 (dossier B2, pagina 96 en 99), proces-verbaal van bevindingen aantreffen zending verdovende middelen 15 november 2010 d.d. 13 december 2010 (dossier B2, pagina 86) en proces-verbaal van bevindingen vliegbewegingen PH-MCM (dossier B2, pagina 147-148)

[51] Proces-verbaal van bevindingen onderzoek camerabeelden d.d. 24 december 2010 (dossier B2, pagina 99)

[52] Proces-verbaal van bevindingen (identificatie personen op camerabeelden) d.d. 24 februari 2011 (dossier B2, pagina 126-127)

[53] Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 augustus 2011 (dossier B2, pagina 59)

[54] Proces-verbaal van bevindingen onderzoek camerabeelden d.d. 24 december 2010 (dossier B2, pagina 96-98)

[55] Proces-verbaal van bevindingen onderzoek camerabeelden d.d. 24 december 2010 (dossier B2, pagina 98) en proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] d.d. 25 november 2010 (dossier B2, pagina 328-330)

[56] Een schriftelijk stuk, inhoudende een tapverslag d.d. 15 november 2010, 16.05 uur (dossier B2, pagina 37)

[57] Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] d.d. 25 november 2010 (dossier B2, pagina 330-331)

[58] Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] d.d. 25 november 2010 (dossier B2, pagina 332-333)

[59] Een schriftelijk stuk, inhoudende een tapverslag d.d. 15 november 2010, 16.07 uur (dossier B2, pagina 38)

[60] Proces-verbaal van bevindingen onderzoek camerabeelden d.d. 24 december 2010 (dossier B2, pagina 98)

[61] Een schriftelijk stuk, inhoudende een tapverslag d.d. 15 november 2010, 16.20 uur (dossier B2, pagina 39)

[62] Proces-verbaal van bevindingen (toegangsdeur gate E6) d.d. 27 mei 2011, dossier E, ordner1, pagina 443

[63] Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] d.d. 25 november 2010 (dossier B2, pagina 333) en proces-verbaal van bevindingen onderzoek camerabeelden d.d. 24 december 2010 (dossier B2, pagina 98)

[64] Een schriftelijk stuk, inhoudende een tapverslag d.d. 15 november 2010, 16.26 uur (dossier B2, pagina 40)

[65] Proces-verbaal van bevindingen "Patron" d.d. 17 juni 2011 (dossier B2, pagina 82)

[66] Een schriftelijk stuk, inhoudende een tapverslag d.d. 15 november 2010, 16.26 uur (dossier B2, pagina 40-41)

[67] Proces-verbaal van bevindingen onderzoek camerabeelden d.d. 24 december 2010 (dossier B2, pagina 99)

[68] Een schriftelijk stuk, inhoudende een tapverslag d.d. 15 november 2010, 16.28 uur (dossier B2, pagina 42)

[69] Proces-verbaal van bevindingen onderzoek camerabeelden d.d. 24 december 2010 (dossier B2, pagina 99-100)

[70] Proces-verbaal van bevindingen (aantreffen zending verdovende middelen 15 november 2010) d.d. 13 december 2010 (dossier B2, pagina 88) met fotobijlage (dossier B2, pagina 90-95)

[71] Proces-verbaal van bevindingen (opvraag Martinair tassen) met bijlage d.d. 4 februari 2011 (dossier B2, pagina 138)

[72] Proces-verbaal van ambtshandeling d.d. 7 december 2010 (dossier E, ordner 4, pagina 1) en proces-verbaal van bevindingen (CoMail tussen Martinair) d.d. 7 februari 2011, dossier B2, pagina 133

[73] Proces-verbaal van bevindingen m.b.t. uitpakken verdovende middelen zending (dossier E, ordner 4 (E2), pagina 4-7) met fotomap (dossier E, ordner 4 (E2), pagina 18-73)

[74] Deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 15 maart 2011 (dossier B2, pagina 140-142)

[75] Een schriftelijk stuk, inhoudende een tapverslag d.d. 16 november 2010, 01.26 uur (dossier B2, pagina 43)

[76] Proces-verbaal van bevindingen (aangetroffen USB-stick en stemherkenning) d.d. 26 september 2011, dossier B6, pagina 719-720

[77] Proces-verbaal van bevindingen (onderzoek Schipholpasgegevens, roosters en aangetroffen USB-sticks) d.d. 16 augustus 2011, dossier B6, pagina 699-700

[78] Proces-verbaal van relaas zaak B3 d.d. 18 augustus 2011, inhoudende een pingconversatie d.d. 19 februari 2011, 20.19-20.24 uur (dossier B3, pagina 7)

[79] Proces-verbaal van relaas zaak B3 d.d. 18 augustus 2011, inhoudende een pingconversatie d.d. 20 februari 2011, 13.25-13.26 uur (dossier B3, pagina 7-8)

[80] Proces-verbaal van relaas zaak B3 d.d. 18 augustus 2011, inhoudende een ping-bericht d.d. 20 februari 2011, 13.30 uur (dossier B3, pagina 8)

[81] Proces-verbaal van relaas zaak B3 d.d. 18 augustus 2011, inhoudende een pingconversatie d.d. 20 februari 2011, 14.17-14.34 uur en 21 februari 2011, 22.08 uur-22.48 uur (dossier B3, pagina 8 en 10)

[82] Voor zover de Engelstalige berichten die in dit vonnis worden opgenomen, door een tolk in het Nederlands zijn vertaald, zal steeds de Nederlandse vertaling van die berichten worden weergegeven.

[83] Proces-verbaal van relaas zaak B3 d.d. 18 augustus 2011, inhoudende een pingconversatie d.d. 23 februari 2011, 13.00-13.06 uur (dossier B3, pagina 11)

[84] Proces-verbaal van relaas zaak B3 d.d. 18 augustus 2011, inhoudende een ping-bericht d.d. 24 februari 2011, 3.28 uur (dossier B3, pagina 13)

[85] Proces-verbaal van relaas zaak B3 d.d. 18 augustus 2011, inhoudende twee ping-berichten d.d. 24 februari 2011, 18.35 uur, 18.36 uur en 18.37 uur (dossier B3, pagina 15)

[86] Proces-verbaal van relaas zaak B3 d.d. 18 augustus 2011, inhoudende een ping-bericht d.d. 26 februari 2011, 22.17 uur (dossier B3, pagina 19)

[87] Proces-verbaal van relaas zaak B3 d.d. 18 augustus 2011, inhoudende een ping-bericht d.d. 27 februari 2011, 5.57 uur (dossier B3, pagina 21)

[88] Proces-verbaal van relaas zaak B3 d.d. 18 augustus 2011, inhoudende een ping-bericht d.d. 1 maart 2011. 11.33 uur-11.37 uur (dossier B3, pagina 25)

[89] Proces-verbaal van relaas zaak B3 d.d. 18 augustus 2011, inhoudende een ping-conversatie d.d. 1 maart 2011, 22.00 uur (dossier B3, pagina 27-28)

[90] Proces-verbaal van relaas zaak B3 d.d. 18 augustus 2011, inhoudende een ping-conversatie d.d. 1 maart 2011, 22.55-23.05-23.08 uur (dossier B3, pagina 28)

[91] Proces-verbaal van relaas zaak B3 d.d. 18 augustus 2011, inhoudende een ping-conversatie d.d. 5 maart 2011, 18.49-18.50 uur (dossier B3, pagina 29)

[92] Proces-verbaal van relaas zaak B3 d.d. 18 augustus 2011, inhoudende een ping-conversatie d.d. 6 maart 2011, 14.56-15.14 uur (dossier B3, pagina 30)

[93] Proces-verbaal van relaas zaak B3 d.d. 18 augustus 2011, inhoudende een ping-conversatie d.d. 6 maart 2011, 21.29-23.53 uur (dossier B3, pagina 31-32)

[94] Proces-verbaal van relaas zaak B3 d.d. 18 augustus 2011, inhoudende twee ping-berichten d.d. 7 maart 2011, 13.08 uur en 13.10 uur (dossier B3, pagina 34-35)

[95] Proces-verbaal van ontvangst en onderzoek personeelsdoorgangen op 7 maart 2011 d.d. 28 juni 2011 (dossier B3, pagina 102)

[96] Proces-verbaal van ontvangst en onderzoek dienst/werkroosters op 7 maart 2011 [medeverdachte B], [medeverdachte A] en [verdachte] d.d. 29 juni 2011 (dossier B3, pagina 105)

[97] Schriftelijke stukken, inhoudende tapverslagen d.d. 7 maart 2011, 15.28 uur en 15.29 uur (dossier B3, pagina 74 en 75)

[98] Proces-verbaal van relaas zaak B3 d.d. 18 augustus 2011, inhoudende een ping-bericht d.d. 7 maart 2011, 15.33 uur (dossier B3, pagina 37)

[99] Proces-verbaal van bevindingen (incident maandag 7 maart 2011) d.d. 9 maart 2011 (dossier B3, pagina 117) en proces-verbaal van bevindingen (vliegbewegingen PH-MCI) d.d. 25 juli 2011 (dossier B3, pagina 125)

[100] Proces-verbaal van bevindingen (incident maandag 7 maart 2011) d.d. 9 maart 2011 (dossier B3, pagina 117-118), proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 6] d.d. 8 maart 2011 (dossier B3, pagina 636-637) en proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] d.d. 8 maart 2011 (dossier B3, pagina 642)

[101] Proces-verbaal van bevindingen vergelijken foto van vindplaats 7 maart 2011 en pingfoto van [medeverdachte C] naar [medeverdachte B] d.d. 29 juni 2011 (dossier B3, pagina 119)

[102] Proces-verbaal van bevindingen incident maandag 7 maart 2011 d.d. 9 maart 2011, mutatienummer 11-017393 (dossier B3, pagina 118)

[103] Proces-verbaal van bevindingen m.b.t. uitpakken verdovende middelen zending d.d. 10 maart 2011 (dossier E, ordner 4 (E2), pagina 74-77)

[104] Deskundigenrapport van het NFI d.d. 31 maart 2011 (dossier E, ordner 4 (E2), pagina 108-110)

[105] Schriftelijke stukken, inhoudende tapverslagen d.d. 7 maart 2011, 17:14 uur, 17:15 uur en 17:15 uur (dossier B3, pagina's 77-79)

[106] Een schriftelijk stuk, inhoudende een tapverslag d.d. 7 maart 2011, 17.16 uur (dossier B3, pagina 80)

[107] Proces-verbaal van relaas zaak B3 d.d. 18 augustus 2011, inhoudende een pingconversatie d.d. 7 maart 2011, 17.15-17.18 uur (dossier B3, pagina 40)

[108] Proces-verbaal van stelselmatige observatie d.d. 7 maart 2011 (dossier B3, pagina 113) en proces-verbaal van bevindingen (ontvangst en onderzoek personeelsdoorgangen op 7 maart 2011) d.d. 28 juni 2011 (dossier B3, pagina 102-103)

[109] Proces-verbaal van bevindingen (ontvangst en onderzoek dienst/werkroosters op 7 maart 2011 [medeverdachte B], [medeverdachte A] en [verdachte]) d.d. 29 juni 2011 (dossier B3, pagina 105)

[110] Proces-verbaal van ontvangst en onderzoek personeelsdoorgangen op 7 maart 2011 d.d. 28 juni 2011 (dossier B3, pagina 102-103)

[111] Proces-verbaal van stelselmatige observatie d.d. 7 maart 2011 (dossier B3, pagina 113)

[112] Proces-verbaal van relaas zaak B3 d.d. 18 augustus 2011 (dossier B3, pagina 40)

[113] Proces-verbaal van ontvangst en onderzoek personeelsdoorgangen op 7 maart 2011 d.d. 28 juni 2011 (dossier B3, pagina 102)

[114] Proces-verbaal van observatie d.d. 7 maart 2011 (dossier B3, pagina 113) en proces-verbaal van relaas zaak B3 d.d. 18 augustus 2011 (dossier B3, pagina 41)

[115] Proces-verbaal van bevindingen (aantreffen [medeverdachte B] in Asito auto) d.d. 14 maart 2011 (dossier B3, pagina 128)

[116] Schriftelijke stukken, inhoudende tapverslagen d.d. 7 maart 2011, 17:54-18:07 uur (dossier B3, pagina's 81-86)

[117] Een schriftelijk stuk, inhoudende een tapverslag d.d. 7 maart 2011, 18.07 uur (dossier B3, pagina 88)

[118] Een schriftelijk stuk, inhoudende een tapverslag d.d. 7 maart 2011, 18.09 uur (dossier B3, pagina 89)

[119] Proces-verbaal van bevindingen (M. [betrokkene 8]) d.d. 13 september 2011 (dossier B3, pagina 132-133)

[120] Een schriftelijk stuk, inhoudende een tapverslag d.d. 7 maart 2011, 18.09 uur (dossier B3, pagina 90)

[121] Een schriftelijk stuk, inhoudende een tapverslag d.d. 7 maart 2011, 18.11 uur (dossier B3, pagina 91)

[122] Proces-verbaal van relaas zaak B3 d.d. 18 augustus 2011, inhoudende een pingconversatie d.d. 7 maart 2011, 18.51-19.12 uur (dossier B3, pagina 44)

[123] Proces-verbaal van relaas zaak B3 d.d. 18 augustus 2011, inhoudende een pingconversatie d.d. 7 maart 2011, 19.34-19.39 uur (dossier B3, pagina 45-46)

[124] Proces-verbaal van ontvangst en onderzoek personeelsdoorgangen op 7 maart 2011 d.d. 28 juni 2011 (dossier B3, pagina 102-103)

[125] Proces-verbaal van relaas zaak B3 d.d. 18 augustus 2011, inhoudende een pingconversatie d.d. 7 maart 2011, 21.03-21.29 uur (dossier B3, pagina 46-47)

[126] Proces-verbaal van relaas zaak B3 d.d. 18 augustus 2011, inhoudende een pingconversatie d.d. 7 maart 2011, 21.31-23.07 uur (dossier B3, pagina 48-49)

[127] Een proces-verbaal van relaas zaak B3 d.d. 18 augustus 2011, inhoudende een pingconversatie d.d. 7 maart 2011, 23.23-23.41 uur (dossier B3, pagina 50).

[128] Proces-verbaal van bevindingen (aangetroffen USB-stick [medeverdachte B]) d.d. 17 augustus 2011 (dossier B3, pagina 143-144) en proces-verbaal van bevindingen (onderzoek Schipholpasgegevens, roosters en aangetroffen USB sticks) d.d.16 augustus 2011 (dossier B3, pagina 402)

[129] Proces-verbaal van bevindingen aangetroffen USB Stick + stemherkenning d.d. 26 september 2011 (dossier B6, pagina 721)

[130] Proces-verbaal zaak B6d.d. 3 november 2011, inhoudende een ping-conversatie tussen 23 maart 2011 om 14.24 uur en 11 april 2011 22.46 uur (zaaksdossier B6, pagina 87-88) en proces-verbaal van bevindingen (ontvangst gegevens Hotmail-account) d.d. 10 april 2012 (dossier I2, pagina 65 e.v.)

[131] Proces-verbaal van bevindingen met bijlagen (aangetroffen USB Stick [medeverdachte B]) d.d. 25 augustus 2011 (zaaksdossier B6, ordner 2, pagina 566 (map Curaçao), 638/639 (map Rohito), 644 (map Oud), 650 (map Peru)

[132] Proces-verbaal van bevindingen (onderzoek inbeslagname) d.d. 18 augustus 2011 (nummers 46 en 53) (dossier E, pagina 764-765)

[133] Proces-verbaal d.d. 7 juni 2011 (dossier C1, pagina 36) en KVI 30 (dossier G1, pagina 8 )

[134] Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming [adres 2] te Amsterdam d.d. 8 juni 2011 (met Beslaglijst [adres 2] Amsterdam), opgemaakt door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Haarlem en de griffier (de zogeheten RC-stukken) (dossier G2, pagina 25 (nummer 53))

[135] Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 7] d.d. 27 september 2011 (met bijlagen) (dossier F, pagina 64-71)