Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BW8584

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
14-06-2012
Datum publicatie
18-06-2012
Zaaknummer
507078/ CV EXPL 11-4913
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Incident. Bevoegheid ogv EEX-verordening. Geldig forum- en rechtskeuzebeding?

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 610
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2013/237
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 507078/ CV EXPL 11-4913

datum uitspraak: 14 juni 2012

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

in het incident inzake

[X.]

te [woonplaats]

eiseres in de hoofdzaak

verweerster in het incident

hierna te noemen [X.]

gemachtigde mr. J.S. Paulus van Pauwvliet

tegen

de buitenlandse vennootschap Private Limited Company

INTERSERVE FACILITIES MANAGEMENT LTD

te Cardiff, Wales (Verenigd Koninkrijk), mede kantoorhoudende te Nieuw Vennep

gedaagde in de hoofdzaak

eiseres in het incident

hierna te noemen Interserve

gemachtigde mr. M.L.C. Lugard-van Basten Batenburg

De verdere procedure

De kantonrechter neemt over en verwijst naar hetgeen in het tussenvonnis van 25 augustus 2011 is overwogen en beslist. Ingevolge dit vonnis heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden op 3 november 2011, waarbij de griffier aantekeningen heeft gemaakt van hetgeen partijen naar voren hebben gebracht. Vervolgens hebben partijen nog een akte na comparitie genomen, Interserve als laatste.

De feiten

a) [X.] is in 1988 op grond van een mondelinge arbeidsovereenkomst in dienst getreden bij de Britse ambassade (hierna: de ambassade). Zij verrichtte iedere werkdag ’s ochtends enkele uren schoonmaakwerkzaamheden in het gebouw van de ambassade in Den Haag.

b) Vanwege een reorganisatie bij de ambassade heeft [X.] zich op 17 januari 2001 als eenmanszaak ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder de naam [XI] [X.] Interieurverzorging (hierna [XI]). [X.] is vanuit [XI] schoonmaakwerkzaamheden blijven verrichten voor de ambassade, al dan niet persoonlijk. Zij verstuurde daarvoor aan de ambassade maandelijks facturen, die de ambassade aan haar voldeed. Op deze facturen heeft [X.] steeds btw in rekening gebracht, die zij afdroeg aan de Belastingdienst. De gefactureerde bedragen zijn overgemaakt naar de zakelijke rekening van [XI] bij de ING bank. In december van elk jaar stuurde [X.] een voorstel tot aanpassing van de prijzen voor de werkzaam-heden vanaf januari van het volgende jaar, welk voorstel de Britse ambassade steeds heeft aanvaard.

c) De ambassade heeft [X.] per brief van 30 maart 2009 medegedeeld dat zij haar facilitaire activiteiten, waaronder schoonmaakwerkzaamheden, ging uitbesteden aan Interserve (Facilities Management) Ltd. (hierna: Interserve). Daarin is vermeld dat Interserve mogelijk contact met [X.] zou opnemen om de mogelijkheid van dienstverlening door [XI] aan Interserve te bespreken.

d) [X.] heeft op 25 januari 2009 een door Interserve opgesteld document getiteld ‘Akkoordverklaring aannemer’ (hierna: de akkoordverklaring) ondertekend door bij het blokje ‘de aannemer’ haar handtekening te plaatsen. De akkoordverklaring luidt als volgt:

“(…) Hierbij verklaar ik dat ik een exemplaar heb ontvangen van de gids van ‘het Bedrijf’ getiteld KVMG GIDS VOOR ONDERAANNEMERS (…) Ik begrijp en aanvaard dat de voorschriften in de gids deel uitmaken van de voorwaarden van alle contracten die worden gesloten tussen ‘het Bedrijf’ en het bedrijf dat ik vertegenwoordig. (…)”.

e) Op 26 januari 2009 heeft [X.] in het kader van een door Interserve uitgeschreven “tenderprocedure” een ‘supplier accreditation pack (sub-contractor)’ ingevuld en ondertekend. Dit luidt –voor zover relevant- als volgt:

“(…) Any contract(s) placed will be in accordance with InterserveFM and subsidiary companies Terms & Conditions of Contract. A copy of these terms will be provided with individual orders or a copy is available on request from the Commercial Dept. of the relevant Interserve business. (…)”.

f) Bij brief van 29 januari 2009 heeft Interserve aan [X.] Interieurverzorging geschreven: “(…) An example of a valid Purchase Order is attached. (…)”

g) Artikel 20 van de ‘General conditions of contract’ van Interserve (hierna: de algemene voorwaarden) luidt als volgt: “This contract shall be subject to English law and the jurisdiction of the English Courts.”

h) Vanaf april 2009 heeft [X.] tegen betaling door Interserve van door [XI] aan Interserve maandelijks verstuurde facturen schoonmaakwerkzaamheden verricht bij de ambassade. Op deze facturen heeft [XI] steeds btw in rekening gebracht, welke zij afdroeg aan de Belastingdienst. De gefactureerde bedragen zijn overgemaakt naar de zakelijke rekening van [XI] bij de ING bank.

i) Bij brief van 1 december 2010 heeft Interserve [X.] meegedeeld dat de werkzaamheden per 28 februari 2011 zouden eindigen en heeft zij [X.] uitgenodigd een offerte in te dienen voor een nieuw contract voor schoonmaakwerk-zaamheden bij de ambassade en bij een andere locatie in Amsterdam.

j) [X.] heeft een offerte ingediend voor [XI] bij Interserve. Interserve heeft op 10 februari 2011 aan [X.] laten weten de offerte niet te accepteren.

j) Bij brief van 4 maart 2011 heeft de gemachtigde van [X.] namens haar aan Interserve geschreven dat ‘vanaf april 2009 een arbeidsovereenkomst tussen u en mijn cliënte is ontstaan’, zich beroepen op de ongeldigheid van de beëindiging van deze arbeidsovereenkomst en Interserve gesommeerd ‘om de beëindiging van de arbeidsovereenkomst per direct ongedaan te maken’ en het loon door te betalen. Bij brief van 8 maart 2011 heeft Interserve daarop geantwoord dat [X.] als ‘cleaning contractor’ werkzaamheden voor haar heeft verricht en dat [X.] niet bij Interserve in dienst is geweest.

De beoordeling in het incident

1. Interserve voert aan dat de kantonrechter onbevoegd is van het onderhavige geschil kennis te nemen, aangezien tussen partijen geen arbeidsovereenkomst heeft bestaan, maar een (onder)aanneemovereenkomst. Op die laatste overeenkomst is Engels recht van toepassing verklaard en is de Engelse rechter als bevoegde rechter aangewezen, aldus Interserve. [X.] heeft dit weersproken.

2. In het tussenvonnis van 25 augustus 2011 is reeds beslist dat aan de hand van de EEX-verordening moet worden bepaald of de kantonrechter bevoegd is om van het geschil kennis te nemen.

Kantonrechter onbevoegd op grond van EEX-verordening?

3. In artikel 25 EEX-verordening is bepaald dat het gerecht van een lidstaat waarbij een geschil aanhangig is gemaakt met als inzet een vordering waarvoor krachtens artikel 22 EEX-verordening een gerecht van een andere lidstaat bij uitsluiting bevoegd is, het gerecht zich ambtshalve onbevoegd verklaart.

4. Interserve heeft zich bij akte na comparitie op het standpunt gesteld dat de kantonrechter zich ingevolge artikel 25 EEX-verordening ambtshalve onbevoegd dient te verklaren.

Interserve heeft echter niet gesteld op grond van welke feiten of omstandigheden het onderhavige geschil onder de exclusieve bevoegdheidsregels van artikel 22 EEX-verordening zou vallen. Dergelijke feiten en omstandigheden zijn ook niet gebleken. Voor zover Interserve bedoelt te betogen dat inzet van het onderhavige geschil een besluit betreft van een (orgaan van een) rechtspersoon in de zin van artikel 22 lid 2 EEX-verordening, kan dat niet slagen. De werkingssfeer van deze bepaling is immers beperkt tot de geschillen waarbij een partij de geldigheid van een besluit van een orgaan van een vennootschap betwist op grond van het toepasselijke vennootschapsrecht of de statutaire bepalingen betreffende de werking van haar organen (HvJ EG 2 oktober 2008, NJ 2009, 192). Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake. Er is dus geen grond voor de kantonrechter om zich ex artikel 25 EEX-verordening ambtshalve onbevoegd te verklaren.

5. Beoordeeld moet worden of de kantonrechter bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. Daartoe zal eerst worden ingegaan op de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen [X.] en Interserve. Is dat het geval, dan staat het bepaalde in artikel 21 EEX-verordening er aan in de weg dat Interserve een beroep doet op een forumkeuzebeding, zoals zij thans doet, en moet aan de hand van artt. 19 en 20 EEX-verordening worden bepaald of de kantonrechter bevoegd is.

Arbeidsovereenkomst

6. [X.] stelt dat zij in dienst was bij de ambassade en dat de rechten en plichten die voortvloeien uit deze arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:663 BW van rechtswege zijn overgegaan op Interserve.

Als er al sprake is geweest van een overgang van onderneming door Interserve en het bijgevolg van rechtswege in dienst treden bij Interserve –hetgeen Interserve gemotiveerd heeft betwist– is dit dienstverband in elk geval geëindigd doordat [X.] als [XI] met Interserve in 2009 een “overeenkomst van onderaanneming” heeft gesloten. [XI] heeft immers in het kader van een tenderprocedure het hiervoor genoemde supplier accreditation pack ingevuld en op grond daarvan heeft [X.], met of zonder haar werknemers, in elk geval vanaf april 2009 werkzaamheden op factuurbasis verricht. Om die reden bestond in elk geval vanaf april 2009 tussen Interserve en [X.] geen arbeidsovereenkomst op grond van overgang van onderneming.

7. De vraag is vervolgens of de wijze waarop partijen uitvoering hebben gegeven aan die overeenkomst er toe leidt dat de rechtsverhouding tussen hen moet worden gekwalificeerd als een arbeidsovereenkomst. Voor beantwoording van deze vraag is bepalend wat partijen bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen stond, mede in aanmerking genomen de wijze waarop zij feitelijk aan de overeenkomst uitvoering hebben gegeven en aldus daaraan inhoud hebben gegeven.

8. Vast staat dat [X.] op 25 januari 2009 een ‘Akkoordverklaring aannemer’ heeft ondertekend en dat zij op 26 januari 2009 een ‘supplier accreditation pack’ heeft ondertekend in het kader van de door Interserve uitgeschreven tenderprocedure. Op het “supplier accreditation pack”-formulier is als bedrijfsnaam vermeld ‘[X.] Interieurverzorging’. [X.] heeft op het formulier genoteerd dat haar positie binnen het bedrijf ‘sub-contractor/owner’ is. Ook heeft zij op het formulier gegevens vermeld over haar bedrijf, waaronder het inschrijvingsnummer van de Kamer van Koophandel, het ‘V.A.T. Registration Number’, het zakelijke bankrekeningnummer met IBAN-code en het aantal medewerkers, te weten twee, naast haarzelf.

9. Interserve heeft voorts onweersproken aangevoerd dat [X.] in het kader van de tenderprocedure een verklaring moest overleggen dat zij alle verschuldigde omzetbelasting had voldaan. Vast staat dat [X.] op 11 februari 2009 de Belastingdienst om een verklaring omzetbelasting heeft verzocht en dat zij deze op 10 april 2009 heeft gekregen.

10. Het voorgaande laat geen andere conclusie toe dan dat niet gebleken is dat partijen bij het sluiten van de overeenkomst in 2009 beoogden een arbeidsovereenkomst aan te gaan.

11. [X.] heeft nog aangevoerd dat geen sprake kan zijn van een overeenkomst van aanneming, omdat deze uitsluitend ziet op het tot stand brengen van een werk van stoffelijke aard terwijl dat bij schoonmaakwerkzaamheden niet het geval is.

De enkele constatering dat geen sprake is van een overeenkomst van onderaanneming – bedacht dient in dit verband te worden dat de benaming van de diverse contracten en andere stukken voortvloeit uit een vertaling vanuit de Engelse taal - brengt echter nog niet zonder meer mee dat dan sprake is van een arbeidsovereenkomst. De overeenkomst tussen Interserve en [XI] kan immers ook worden gekwalificeerd als een overeenkomst van opdracht als bedoeld in artikel 7:400 BW.

12. Interserve heeft betoogd dat [XI] verantwoordelijk was voor de planning en dagelijkse uitvoering van de werkzaamheden. Interserve had geen bemoeienis met de wijze waarop [XI] de werkzaamheden verrichtte en gaf [X.] geen instructies of aanwijzingen, aldus Interserve. [X.] heeft dit niet gemotiveerd weersproken. Zij stelt weliswaar dat zij steeds persoonlijk de werkzaamheden heeft verricht, maar dit valt niet te rijmen met de overgelegde facturen en offertes van [XI] waarin zij melding heeft gemaakt van twee schoonmaaksters. De kantonrechter acht het dan ook aannemelijk dat [X.] niet steeds persoonlijk de overeengekomen werkzaamheden heeft verricht en dat zij daartoe ook niet was gehouden. Ook deze omstandigheid wijst erop dat [X.] niet op grond van een arbeidsovereenkomst werkzaam was. Ook het maandelijks sturen van facturen ter betaling van de verrichte werkzaamheden, waarbij op het briefpapier de bedrijfsnaam en zakelijke gegevens van [XI] zijn vermeld, het structureel in rekening brengen van btw en het laten betalen van facturen op een zakelijke bankrekening duiden erop dat [X.] niet in dienst was bij Interserve.

13. Ook gelet op de wijze waarop partijen feitelijk uitvoering hebben gegeven aan hun overeenkomst, houdt de stelling van [X.] dat zij op grond van een arbeidsovereenkomst werkzaamheden heeft verricht voor Interserve dan ook geen stand.

Forumkeuzebeding

14. Nu de kantonrechter van oordeel is dat tussen partijen geen arbeidsovereenkomst heeft bestaan, moet worden beoordeeld of partijen een rechtsgeldig forumkeuzebeding zijn overeengekomen.

15. Partijen zijn het erover eens artikel 23 EEX-verordening van toepassing is op de vragen of het forumkeuzebeding in artikel 20 van de algemene voorwaarden van Interserve voldoet aan de vereisten van een geldig forumkeuzebeding en of dit leidt tot onbevoegdheid van de kantonrechter.

16. Artikel 23 EEX-verordening heeft tot doel te waarborgen, dat de wilsovereenstemming tussen partijen bij een forumkeuzebeding, dat door aanwijzing van een bevoegde rechter afwijkt van de algemene bevoegdheidsregels, daadwerkelijk vaststaat en duidelijk en nauwkeurig tot uitdrukking komt. Dit artikel bepaalt onder meer dat een overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht wordt gesloten:

a. hetzij bij een schriftelijke overeenkomst of bij een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst;

b. hetzij in een vorm die wordt toegelaten door de handelwijze die tussen de partijen gebruikelijk is geworden;

c. hetzij, in de internationale handel, in een vorm die overeenstemt met een gewoonte waarvan beide partijen op de hoogte zijn of hadden behoren te zijn en die in de internationale handel algemeen bekend is en door partijen bij dergelijke overeenkomsten in de betrokken handelsbranche doorgaans in acht wordt genomen.

17. In het formulier van het supplier accreditation pack wordt verwezen naar algemene voorwaarden van Interserve. Volgens Interserve heeft zij de overeenkomst en de daarop van toepassing zijnde voorwaarden schriftelijk aan [X.] bevestigd door toezending van purchase orders.

18. In meergenoemd formulier noch in de purchase order is expliciet verwezen naar het in de algemene voorwaarden van Interserve vervatte forumkeuzebeding. In deze stukken is alleen vermeld dat contracten worden gesloten onder toepasselijkheid van de algemene voorwaarden. Niet is gebleken dat de algemene voorwaarden als bijlage bij het accreditation pack en de purchase orders waren gevoegd. Interserve heeft weliswaar betoogd dat het gebruikelijk is dat zij bij het aangaan van een overeenkomst haar algemene voorwaarden overhandigt, maar daarmee heeft Interserve -gelet op de gemotiveerde betwisting door [X.]- onvoldoende gemotiveerd onderbouwd dat [X.] de algemene voorwaarden daadwerkelijk van haar heeft ontvangen, laat staan dat deze heeft ingestemd met het daarin opgenomen forumkeuzebeding. Hetzelfde geldt voor de door [X.] ondertekende akkoordverklaring, de brief van 29 januari 2009, waarbij Interserve een voorbeeld van een purchase order aan [X.] heeft gestuurd, en de offerte van [X.] van 30 juni 2009. Uit al deze stukken blijkt immers niet dat de algemene voorwaarden aan [X.] zijn overhandigd of dat zij anderszins kennis heeft genomen van het forumkeuzebeding dan wel dat zij erop is gewezen dat Interserve een forumkeuzebeding in haar algemene voorwaarden heeft opgenomen. Gelet daarop is niet gebleken dat sprake is van een duidelijke en nauwkeurig tot uitdrukking gekomen wilsovereenstemming met betrekking tot het in de algemene voorwaarden opgenomen forumkeuzebeding, nog daargelaten dat [X.] de ontvangst van deze purchase orders zelf ook gemotiveerd heeft betwist. Dat [X.] indertijd geen bezwaar heeft gemaakt tegen de algemene voorwaarden en dus niet tegen het forumkeuze beding, dat haar niet bekend was, is in dit verband onvoldoende om toepasselijkheid van het beding aan te nemen. Gelet op het schriftelijkheidsvereiste van artikel 23 EEX-verordening kan, anders dan Interserve betoogt, evenmin worden aangenomen dat [X.] de toepasselijkheid van het forumkeuzebeding op enig moment stilzwijgend heeft aanvaard. Van een forumkeuze in de zin van artikel 23 lid 1 sub a EEX-verordening is derhalve geen sprake.

19. Bij de beantwoording van de vraag of de overeenkomst van forumkeuze geacht moet worden in een andere toegelaten vorm tot stand te zijn gekomen, dient als uitgangspunt te gelden dat sprake moet zijn van daadwerkelijke wilsovereenstemming tussen partijen (Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (hierna: HvJ EG) 20 februari 1997, NJ 1998, 565). Deze wilsovereenstemming moet in geval van lopende handelsbetrekkingen worden geacht ook te gelden voor voortgezette of opvolgende overeenkomsten. Reeds omdat is gesteld noch gebleken dat Interserve en [XI] in het verleden, dus voor 2009, zaken met elkaar hebben gedaan, kan de hier bedoelde mogelijkheid ex artikel 23 EEX-verordering verder onbesproken blijven.

20. Bij dit alles komt nog dat [X.] onweersproken heeft gesteld dat zij eind 2009 van Interserve een ‘Supply Goods of Services Agreement’ heeft ontvangen, waarin de Nederlandse rechter wordt aangewezen als de bevoegde rechter, overigens zonder verwijzing naar of vermelding van een in de algemene voorwaarden opgenomen forumkeuzebeding. Van een handelwijze die tussen partijen gebruikelijk is geworden die meebrengt dat een forumkeuze moet worden geacht tussen partijen te zijn overeengekomen, is derhalve evenmin sprake.

21. Interserve heeft niet gesteld en evenmin is gebleken dat sprake is van wilsovereenstemming als bedoeld in artikel 23 lid 1 sub c EEX-verordening, zodat ook deze mogelijkheid buiten beschouwing kan blijven.

22. Het voorgaande in aanmerking genomen, zal de kantonrechter voorbij gaan aan het door Interserve aangeboden bewijs van het verzenden van de purchase orders. Aangezien vast staat dat de algemene voorwaarden niet als bijlage bij de purchase orders zijn meegezonden, kan bewijs van het verzenden van de purchase orders niet leiden tot het oordeel dat is voldaan aan het schriftelijkheidsvereiste van artikel 23 lid 1 sub a EEX-verordening. Evenmin kan dat bewijs leiden tot het oordeel dat sprake was van wilsovereenstemming met betrekking tot het in de algemene voorwaarden opgenomen forumkeuzebeding.

23. Op grond van het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat op grond van artikel 23 EEX-verordening geen rechtsgeldige forumkeuze is gemaakt voor de bevoegde rechter te Engeland.

24. Hetgeen partijen overigens nog hebben aangevoerd behoeft geen verdere bespreking, omdat dit niet tot een ander oordeel kan leiden.

Bevoegde rechter op grond van EEX-verordening

25. Aangezien partijen geen rechtsgeldig forumkeuzebeding zijn overeengekomen, dient aan de hand van de overige bepalingen van de EEX-verordening te worden vastgesteld welke rechter bevoegd is.

26. Vast staat dat Interserve woonplaats heeft in een lidstaat en dat de onderhavige procedure ziet op een verbintenis uit overeenkomst, zodat artikel 5 lid 1 EEX-verordening van toepassing is. Dat Interserve op grond van artikel 60 EEX-verordening (ook) woonplaats heeft in Londen, doet hier niet aan af.

27. Het betoog van Interserve dat [X.], respectievelijk [XI], haar werkzaamheden op Brits grondgebied heeft verricht, houdt geen stand. Vast staat dat [X.] haar werkzaamheden heeft verricht op de Britse ambassade in Den Haag. Het grondgebied van ambassades blijft het grondgebied van het land waarin de ambassade is gevestigd. Het terrein waarop een ambassade is gevestigd en de residentie van de ambassadeur genieten op basis van artikel 22 van het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer onschendbaarheid. Dat betekent dat de autoriteiten van het gastland het ambassadeterrein en de ambassadeursresidentie pas mogen betreden met goedkeuring van de ambassadeur, maar dat betekent nog niet dat het terrein van de Britse ambassade behoort tot het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk.

28. Op grond het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat de Nederlandse rechter bevoegd is kennis te nemen van het onderhavige geschil. Aangezien Interserve is gevestigd in Nieuw Vennep, is de rechter te Haarlem bevoegd om van deze zaak kennis te nemen.

Nederlands recht

29. Vervolgens is de vraag aan de orde door welk recht de overeenkomst wordt beheerst.

30. Partijen hebben hun overeenkomst gesloten vóór 17 december 2009, zodat aan de hand van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (hierna: het EVO) moet worden bepaald welk recht op de overeenkomst van toepassing is.

31. In artikel 3 EVO is bepaald dat een overeenkomst wordt beheerst door het recht dat partijen hebben gekozen en dat deze rechtskeuze uitdrukkelijk moet zijn gedaan of voldoende duidelijk moet blijken uit de bepalingen van de overeenkomst of de omstandigheden van het geval. Daarvan is in dit geval geen sprake, gelet op hetgeen ten aanzien van het keuzeforumbeding reeds is overwogen. Het beroep van Interserve op het rechtskeuzebeding in artikel 20 van haar algemene voorwaarden kan daarom niet slagen.

32. Ingevolge artikel 4 lid 1 EVO wordt de overeenkomst door het recht van het land waarmee zij het nauwst verbonden is. In artikel 4 lid 2 EVO is neergelegd dat wordt vermoed dat een overeenkomst het nauwst verbonden is met het land waar de partij die de kenmerkende prestatie moet verrichten haar gewone verblijfplaats dan wel hoofdbestuur heeft. In het onderhavige geval is [X.] de partij die de kenmerkende prestatie moest verrichten, te weten het - tegen betaling door Interserve - (doen) verrichten van schoonmaakwerkzaamheden in de Britse Ambassade. Nu Hi is gevestigd en [X.] woont is in Nederland, is op de overeenkomst Nederlands recht van toepassing.

Conclusie

33. De conclusie is dat de rechter te Haarlem bevoegd is kennis te nemen van het onderhavige geschil en dat daarop Nederlands recht van toepassing is. De vordering in het incident wordt daarom afgewezen. De proceskosten in het incident komen voor rekening van Interserve omdat deze in het ongelijk wordt gesteld.

De beoordeling in de hoofdzaak

34. Zoals in de punten 6 tot en met 13 van deze beoordeling is overwogen, is geen sprake van een arbeidsovereenkomst, zodat de primaire grondslag de vordering van [X.] niet kan dragen. In de hoofdzaak is daarom uitsluitend nog aan de orde of [X.] werkzaam was als ‘kleine zelfstandige’ en Interserve de overeenkomst in strijd met artikel 6 BBA heeft opgezegd, zoals [X.] subsidiair aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd.

35. Aangezien de vordering niet wegens haar aard behoort tot de competentie van de kantonrechter en thans niet vaststaat dat de vordering minder dan € 25.000,00 beloopt, dient zich de vraag aan of de zaak moet worden verwezen naar de sector civiel van de rechtbank Haarlem. Ook kunnen partijen, om proceseconomische reden, gezamenlijk op grond van artikel 96 wetboek van burgerlijke rechtsvordering de kantonrechter verzoeken de zaak ter beslissing aan zich te houden. De kantonrechter zal daarom de zaak verwijzen naar de rolzitting van 19 juli 2012 voor akte uitlating partijen hierover. In het laatste geval kunnen zij aangeven of zij nog willen concluderen in de hoofdzaak, dan wel de voorkeur geven aan een comparitie van partijen.

De beslissing

De kantonrechter:

in het incident:

- wijst de vordering af;

- veroordeelt Interserve in de kosten in het incident, die aan de zijde van [X.] tot en met vandaag worden begroot op € 300,00 aan salaris van de gemachtigde.

in de hoofdzaak:

- verwijst de zaak naar de rol van 19 juli 2012 voor akte uitlating door beide partijen;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.E. van Oosten-van Smaalen en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

Coll.