Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BW7380

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
23-04-2012
Datum publicatie
04-06-2012
Zaaknummer
547170 VV EXPL 12-40
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering in kort geding tot wedertewerkstelling. Onderzoeks- en informatieplicht werkgever. Eiser heeft zelf ontslag genomen. Eiser beroept zich op het ontbreken van een met die ontslagname overeenstemmende wil. Op de werkgever rust de verplichting de werknemer te wijzen op de gevolgen van diens ontslagname. Nu werkgever eiser niet op die gevolgen heeft gewezen, had werkgever er niet zonder meer op mogen vertrouwen dat eiser werkelijk de bedoeling had zijn dienstverband per direct te beëindigen. De vordering wordt toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0539

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 547170 / VV EXPL 12-40

datum uitspraak: 23 april 2012

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER IN KORT GEDING

inzake

[eiser]

te [woonplaats]

eiser

hierna te noemen [eiser]

gemachtigde mr. F.D. van Damme

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ORANJEDAK NOORD B.V.

te Hoogeveen

gedaagde

hierna te noemen Oranjedak

gemachtigde mr. T. van der Dussen

De procedure

[eiser] heeft Oranjedak gedagvaard op 23 februari 2012. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 16 april 2012. De gemachtigden hebben pleitnotities overgelegd. Partijen hebben nog stukken in het geding gebracht. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht.

De feiten

1. [eiser] is op 25 april 2000 bij (bij de rechtsvoorgangster van) Oranjedak in dienst getreden in de functie van Dakdekker tegen een salaris van (laatstelijk) € 2.561,00 bruto per maand. [eiser] verricht zijn werkzaamheden vanuit de vestiging van Oranjedak te Nieuw Vennep.

2. Op 1 december 2011 hebben [[XXX], HR manager van Oranjedak (hierna: [XXX]) en [YYY], de direct leidinggevende van [eiser] (hierna: [YYY]), een functioneringsgesprek met [eiser] gehouden. [XXX] heeft [eiser] bij dit gesprek aangesproken op (onder andere) zijn regelmatig te laat komen op het werk.

3. Op het door [eiser], [XXX] en [YYY] ondertekende bespreekverslag van 1 december 2012 is onder meer het volgende genoteerd:

“Heeft zich […] meerdere malen verslapen in het afgelopen jaar […] Geeft zelf aan dat hij ontslag neemt aangezien hij al verwacht had dat dit vandaag besproken zou worden.”

4. Op het door [eiser] en [XXX] ondertekende beoordelingsformulier 2011 is het functioneren van [eiser] op alle punten als ‘onvoldoende’ of ‘moet beter’ beoordeeld. Bij ‘Eventuele opmerkingen’ heeft [XXX] geschreven: “heeft vandaag zijn ontslag ingediend”.

5. Bij brief van 1 december 2011 heeft [XXX] een schriftelijke bevestiging van het ontslag op eigen verzoek aan [eiser] overhandigd. [eiser] heeft de bevestiging ondertekend.

6. Bij brief van 28 december 2011 heeft [eiser] de nietigheid van het ontslag ingeroepen en zich beschikbaar gehouden voor de bedongen arbeid. Hij heeft onder meer het volgende opgemerkt:

“Op 1 december 2011 hebt u mij laten weten dat u niet meer met mij verder wilde. Ik heb toen iets getekend voor ontslag. Ik zou deze brief niet ondertekend hebben als ik geweten had wat de gevolgen hiervan waren. […] u heeft mij niet verteld dat ik geen recht zou hebben op een WW-uitkering als ik de brief zou ondertekenen.”

7. Op 10 januari 1012 heeft Oranjedak onder meer het volgende geantwoord:

“[…] Voor de goede orde willen wij u erop wijzen dat u zelf ontslag heeft ingediend en dat wij dit alleen maar schriftelijk aan u bevestigd hebben.”

8. Bij brief van 27 januari 2012 heeft de gemachtigde van [eiser] de vernietigbaarheid van het ontslag ingeroepen wegens misbruik van omstandigheden en dwaling, waarbij hij onder andere het volgende heeft opgemerkt:

“Cliënt meent dat hij door uw handelwijze is ‘overvallen’ en hem niet een redelijke termijn is gegund om de consequenties van zijn ontslagname te overzien. Bovendien rust op u als werkgever een verzwaarde onderzoeksplicht […] Deze onderzoeksplicht dient ertoe cliënt te behoeden voor de ernstige gevolgen die vrijwillige beëindiging van het dienstverband voor hem kunnen hebben […]. Zou u cliënt […] op deze consequenties hebben gewezen […] dan zou cliënt vanzelfsprekend niet hebben ingestemd ontslagname.”

De vordering

[eiser] vordert bij wijze van voorlopige voorziening (samengevat) veroordeling van Oranjedak om

a. [eiser] binnen 24 uur na betekening van het vonnis tot zijn werkzaamheden toe te laten op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of gedeelte daarvan dat Oranjedak daarmee in gebreke blijft;

b. aan [eiser] te betalen:

- € 386,16 bruto ter zake van achterstallig salaris van 27 januari2012 tot en met 31 januari 2012, vermeerderd met de wettelijke verhoging, een en ander vermeerderd met de wettelijke rente,

- € 150,00 ter zake van buitengerechtelijke incassokosten;

- € 2.799,63 bruto per maand vanaf 1 februari 2012;

c. aan [eiser] af te geven een deugdelijke en inzichtelijke salarisspecificatie over januari 2012, op straffe van een dwangsom € 500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat Oranjedak daarmee in gebreke blijft;

met veroordeling van Oranjedak in de kosten van de procedure.

[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat hij zich bij het functioneringsgesprek op 1 december 2011 overrompeld voelde door de zeer slechte beoordeling van zijn functioneren, aangezien hij in de voorgaande jaren steeds een goede beoordeling had ontvangen. Hij heeft ontslag genomen en de stukken waarin zijn ontslagname werd bevestigd, ondertekend zonder zich te realiseren wat de consequenties daarvan zouden kunnen zijn. Het had op de weg van Oranjedak als goed werkgeefster gelegen [eiser] erop te wijzen dat hij door die ondertekening wellicht niet voor een WW-uitkering in aanmerking zou komen. Zij had [eiser] voorts een redelijke termijn moeten gunnen om zich te beraden op zijn beslissing en zich juridisch te laten adviseren. Nu Oranjedak dit heeft nagelaten, kan zij [eiser] naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet aan zijn ontslagname houden.

[eiser] heeft een spoedeisend belang bij zijn vordering, nu hij door het wegvallen van zijn loon in ernstige financiële problemen is komen te verkeren.

Het verweer

Oranjedak betwist de vordering en voert daartoe het volgende aan.

Primair

De dagvaarding is nietig, althans [eiser] dient niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn vordering, nu in het lichaam van de dagvaarding niet de grondslag van de vordering is vermeld.

Subsidiair

[eiser] heeft bij het gesprek op 1 december 2011 ondubbelzinnig aangegeven dat hij het dienstverband met Oranjedak wilde beëindigen. Niet alleen heeft hij gezegd dat hij met onmiddellijke ingang ontslag wilde nemen, maar ook heeft hij de ontslagname tot drie maal toe schriftelijk bevestigd door zijn handtekening te zetten onder het bespreekverslag, het beoordelingsformulier en de bevestigingsbrief die Oranjedak hem heeft overhandigd. [eiser] heeft niet onder invloed van een heftige gemoedstoestand of in een impuls gehandeld. Oranjedak mocht er daarom gerechtvaardigd op vertrouwen dat [eiser] wist en wilde wat hij deed. Zij hoefde hem dan ook niet op de gevolgen van zijn ontslagname te wijzen of hem een termijn voor beraad te geven. Dat de Vries naderhand spijt heeft gekregen van zijn besluit, doet aan de rechtsgeldigheid van zijn ontslagname niet af. [eiser] kan dus geen aanspraak maken op wedertewerkstelling en betaling van het loon na 1 december 2011.

Indien de vordering wordt toegewezen is er aanleiding voor afwijzing althans matiging van de vordering met betrekking tot de wettelijke verhoging en de wettelijke rente. Ook de buitengerechtelijke kosten dienen te worden afgewezen, nu niet is gebleken van substantiële werkzaamheden die de gemachtigde van [eiser] heef verricht om buiten rechte tot een oplossing van het geschil te komen.

De beoordeling

1. Uit het verweer van Oranjedak kan worden afgeleid dat de grondslag van de vordering - het ontbreken van een aan de ontslagname van 1 december 2011 ontbrekende wil - haar genoegzaam is gebleken. Nu Oranjedak niet in haar verweer is geschaad, is voor nietigverklaring van de dagvaarding dan wel niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] geen grond. Het primaire verweer van Oranjedak faalt derhalve.

2. De gevorderde voorlopige voorzieningen zijn slechts toewijsbaar als aan de hand van de feiten en omstandigheden in dit geding de verwachting gewettigd is dat in een tussen partijen nog te voeren bodemprocedure soortgelijke vorderingen zullen worden toegewezen.

3. Met [eiser] is de kantonrechter van oordeel dat Oranjedak er niet zonder meer op had mogen vertrouwen dat [eiser] op 1 december 2011 werkelijk de bedoeling had zijn dienstverband per direct te beëindigen. Daarbij is de volgende combinatie van factoren van belang. [eiser] werd op 1 december 2011 onverwacht geconfronteerd met een slechte beoordeling op alle punten van zijn functioneren. Niet onbegrijpelijk is dat [eiser] - een man die, zoals ter zitting is gebleken, niet goed van de tongriem is gesneden - daardoor werd overrompeld. In hetzelfde gesprek is vervolgens de eenzijdige ontslagname aan de orde geweest.

4. Er was dus sprake van slechts één gesprek, dat geagendeerd was als beoordelingsgesprek en waarbij de Vries alleen was en juridisch noch anderszins werd bijgestaan. Gelet hierop en op het feit dat [eiser] een dienstverband van bijna 11 jaar op het spel zette, had het op de weg van Oranjedak gelegen hem te wijzen op de mogelijke negatieve gevolgen van die ontslagname en hem vervolgens een redelijke termijn voor beraad te gunnen. Het feit dat de Vries bij dit ene gesprek drie maal zijn handtekening heeft gezet doet daaraan, gelet op de hiervoor beschreven omstandigheden van het geval, niet af.

5. Het voorgaande brengt mee dat vooralsnog niet aannemelijk is dat in een bodemprocedure zal komen vast te staan dat Oranjedak er gerechtvaardigd op heeft mogen vertrouwen dat aan de ontslagname van [eiser] een daarmee overeenstemmende wil ten grondslag lag. Dit betekent dat thans niet kan worden vastgesteld dat Oranjedak [eiser] aan deze ontslagname kan houden.

6. De vordering tot wedertewerkstelling op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of gedeelte daarvan zal derhalve worden toegewezen, met dien verstande dat de dwangsom zal worden gemaximeerd tot € 5.000,00.

7. Ook de vordering tot betaling van achterstallig en toekomstig loon is toewijsbaar. De vordering tot betaling van de wettelijke verhoging en de wettelijke rente zal worden afgewezen, nu door de Vries geen feiten en omstandigheden zijn gesteld en deze ook niet anderszins zijn gebleken, waardoor van [eiser] niet had kunnen worden verwacht dat hij Oranjedak eerder op de ongeldigheid van zijn ontslagname had gewezen.

8. Niet is gesteld of gebleken dat de door de gemachtigde van [eiser] verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten moet daarom worden afgewezen.

9. De vordering tot afgifte van een loonspecificatie op straffe van een dwangsom zal bij gebreke van (spoedeisend) belang worden afgewezen.

10. De proceskosten komen voor rekening van Oranjedak omdat deze voor het grootste deel in het ongelijk wordt gesteld. Omdat aan [eiser] een toevoeging is verleend heeft de griffier verschotten voldaan. Oranjedak, die in het ongelijk wordt gesteld, dient deze verschotten op grond van artikel 27 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken aan de griffier te betalen.

De beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt Oranjedak bij wijze van voorlopige voorziening:

a. om [eiser] binnen 24 uur na betekening van dit vonnis in staat te stellen zijn werkzaamheden op de normale en gebruikelijke wijze te hervatten met alle bevoegdheden en faciliteiten, die eiser krachtens de arbeidsovereenkomst placht te genieten;

- bepaalt dat Oranjedak een dwangsom verbeurt van € 500,00 netto voor iedere dag dat deze de hiervoor gegeven beslissing niet nakomt, tot een maximum van € 5.000,00;

- veroordeelt Oranjedak tot betaling aan [eiser] van € 386,16 bruto ter zake van achterstallig loon over de poriode van 27 januari 2012 tot en met 31 januari 2012 en van € 2.799,63 bruto per maand vanaf 1 februari 2012 tot het rechtsgeldig einde van de arbeidsovereenkomst;

- veroordeelt Oranjedak tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [eiser] tot en met vandaag worden begroot op de volgende bedragen:

dagvaarding € 90,64

griffierecht € 207,00

salaris gemachtigde € 400,00;

- bepaalt dat Oranjedak de verschotten voor het exploot van dagvaarding die de griffier heeft betaald, voldoet aan de griffier door overmaking op rekeningnummer RBS 56.99.90.629 ten name van MvJ arrondissement Haarlem onder vermelding van "proceskostenveroordeling" en het zaak- en rolnummer;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.S. Pieters en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

Coll.