Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BW7119

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
16-05-2012
Datum publicatie
31-05-2012
Zaaknummer
15/700115-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

promiss vonnis, gemotiveerde vrijspraak, diefstal met geweld, overtuiging

Gelet op al het voorgaande staat naar het oordeel van de rechtbank niet buiten redelijke twijfel vast dat verdachte het hem ten laste gelegde feit heeft begaan. De rechtbank heeft uit de gedingstukken,de verklaringen van verdachte en de (ter zitting gehoorde) getuigen niet de overtuiging bekomen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. Verdachte dient derhalve te worden vrijgesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/700115-12

Uitspraakdatum: 16 mei 2012

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 16 mei 2012 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 18 februari 2012 te Haarlem met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen 2 laptop(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever] en/of [aangeefster], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die laptop(s) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [aangever] en/of [aangeefster], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte,

- voornoemde [aangeefster] dreigend de woorden "Niet doen ik doe je wat aan", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking heeft toegevoegd en/of

- voornoemde [aangever] dreigend de woorden "Ga weg, laat me met rust of ik doe je wat", althans woorden van gelijke aard of strekking heeft toegevoegd en/of (daarbij) een schroevendraaier uit zijn zak heeft gehaald en deze dreigend aan die [aangever] heeft getoond.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het ten laste gelegde feit. Weliswaar is er voldaan aan het wettelijk bewijsminimum, maar tegenover de aangifte staan twee getuigenverklaringen die verdachte op het moment van de diefstal ergens anders plaatsen. Gelet hierop is er twijfel, waardoor er in de ogen van de officier van justitie vrijspraak dient te volgen. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij heeft de officier van justitie gerekwireerd tot afwijzing.

4. Standpunt verdediging

De raadsman van verdachte heeft gepleit tot vrijspraak en afwijzing van de vordering van de benadeelde partij.

5. Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte ten laste is gelegd en moet hij daarvan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Uit de gedingstukken en het verhandelde ter terechtzitting volgt dat aangever [aangever] op 18 februari 2012 omstreeks 21.11 uur het alarmnummer 112 heeft gebeld en melding heeft gemaakt van de inbraak. Gedurende dit telefoongesprek loopt de aangever achter de dader aan. Op enig moment verliest hij de dader een ogenblik uit het oog, waarna hij een auto hoort starten en vervolgens in het donker ziet wegrijden. In de auto zit een persoon die volgens de aangever voldoet aan het signalement van de dader, in die zin dat aangever een persoon met een donkerkleurige pet en een donkerkleurige jas in de auto ziet zitten. De aangever geeft als kenteken [kenteken] aan de meldkamer door en dat kenteken behoort toe aan een auto waarvan de politie ambtshalve bekend is dat verdachte regelmatig van deze auto gebruik maakt. Bij het verhoor van aangever door de politie geeft aangever een signalement van de dader door, onder andere wat betreft diens “beetje gehavende, pokdalige, oneffen gezicht”.

Op 18 februari omstreeks 22.30 uur wordt verdachte in de door hem bewoonde kamer aangehouden. Nader sporenonderzoek resp. onderzoek in verdachtes kamer, in de door verdachte gebruikte auto en aan verdachtes mobiele telefoongebruik heeft geen aanwijzingen opgeleverd omtrent eventuele betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde feit.

Ter terechtzitting is aangever als getuige gehoord en daarbij is hij geconfronteerd met de verdachte. Aangever heeft verklaard dat hij niet met zekerheid kan zeggen dat verdachte de dader van de inbraak is. Voorts heeft aangever ter terechtzitting een in zijn telefoon - op de avond van 18 februari 2012 thuis - opgeslagen kenteken nummer getoond als het door hem waargenomen kentekennummer van de auto, te weten [kenteken] (in plaats van met eindletters ST).

Voorts hebben de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] beiden bij de politie verklaard – en ter terechtzitting met grote stelligheid herhaald – dat verdachte op de avond van 18 februari 2012 vanaf ongeveer 20.15 uur bij [getuige 1] was en dat verdachte daar pas tussen 21.15 en 21.30 uur is weggegaan.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is nog komen vast te staan dat een autorit tussen de plaats delict en de woning van [getuige 1] (in de buurt waarvan ook verdachtes woning gelegen is) – zijnde een afstand van circa 3 kilometer - circa zeven minuten duurt.

Gelet op al het voorgaande staat naar het oordeel van de rechtbank niet buiten redelijke twijfel vast dat verdachte het hem ten laste gelegde feit heeft begaan. De rechtbank heeft uit de gedingstukken,de verklaringen van verdachte en de (ter zitting gehoorde) getuigen niet de overtuiging bekomen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. Verdachte dient derhalve te worden vrijgesproken.

6. Overige beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen

De rechtbank is van oordeel dat het onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten een mobiele telefoon van het merk Sony Ericsson, dient te worden teruggegeven aan verdachte, aangezien die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

7. Vorderingen benadeelde partij

De benadeelde partij [aangever] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 6.096,24 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het ten laste gelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij niet ontvankelijk in zijn vordering dient te worden verklaard, nu verdachte van het ten laste gelegde feit is vrijgesproken.

De benadeelde partij [aangeefster] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 354,48 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het ten laste gelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering dient te worden verklaard, nu verdachte van het ten laste gelegde feit is vrijgesproken.

7. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart de benadeelde partij [aangever] niet-ontvankelijk in de vordering.

Verklaart de benadeelde partij [aangeefster] niet-ontvankelijk in de vordering.

Gelast de teruggave aan verdachte van:

- 1.00 STK Telefoontoestel, SONY ERICSSON, 286431.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. T. Avedissian, voorzitter,

mrs. S.M. Christiaan en B.A.A. Postma, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. Valk,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 mei 2012.