Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BW7092

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
28-03-2012
Datum publicatie
30-05-2012
Zaaknummer
15/054060-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot achterwege blijven voorwaardelijke invrijheidsstelling in WOTS-zaak. Voor de relatieve bevoegdheid is bepalend binnen welk arrondissement de tenuitvoerlegging is gelast. Blijkens veroordeeldes detentie in de PI Heerhugowaard Alkmaar is zijn tenuitvoerlegging gelast in het arrondissement Alkmaar, zodat niet de rechtbank Haarlem, maar de rechtbank Alkmaar bevoegd is om kennis te nemen van de vordering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/054060-09 (WOTS)

VI-nummer: 99-000081-30

Uitspraakdatum: 28 maart 2012

Tegenspraak

Beslissing op de vordering ex artikel 15d van het Wetboek van Strafrecht tot uitstel of achterwege laten van de voorwaardelijke invrijheidstelling

Bij onherroepelijk vonnis van het Bezirksgericht Bülach te Zwitserland, welke straf na toewijzing van een verzoek op basis van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (WOTS) in Nederland ten uitvoer wordt gelegd, is

[veroordeelde],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Heerhugowaard Alkmaar, unit Zuyderbos, te Alkmaar,

veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaar en negen maanden, waarvan de tenuitvoerlegging in Nederland op 27 juli 2010 is aangevangen. Veroordeelde zou, gelet op het bepaalde in artikel 15 van het Wetboek van Strafrecht (Sr), op 9 april 2012 voorwaardelijk in vrijheid worden gesteld.

1. Ontstaan en loop van de procedure

Op 27 februari 2012 is ter griffie van deze rechtbank ingekomen de vordering ex artikel 15d Sr van 20 februari 2012 van de officier van justitie in het arrondissement Haarlem tot uitstel of achterwege laten van de voorwaardelijke invrijheidstelling. De officier van justitie vordert dat de voorwaardelijke invrijheidsstelling (VI) van veroordeelde geheel achterwege blijft, omdat - kort samengevat - veroordeelde zich na aanvang van de tenuitvoerlegging van zijn straf in Nederland ernstig heeft misdragen, het opleggen van voorwaarden het recidiverisico onvoldoende inperkt en veroordeelde te kennen heeft gegeven de aan de voorwaardelijke invrijheidstelling te verbinden voorwaarden niet te zullen naleven.

Bij rapport van 25 januari 2012 heeft de Reclassering het standpunt ingenomen vanuit reclasseringsperspectief geen meerwaarde te zien in een voorwaardelijke invrijheidsstelling

De vordering is behandeld op de openbare terechtzitting van 28 maart 2012. Veroordeelde is ter terechtzitting verschenen, bijgestaan door zijn raadsman mr. [naam]. Tevens was aanwezig de officier van justitie mr. [naam]. Namens Reclassering Palier was aanwezig [naam].

2. Overwegingen

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 28 maart 2012 gepersisteerd bij de vordering.

De raadsman van veroordeelde heeft aangevoerd dat de rechtbank Haarlem onbevoegd is om kennis te nemen van de vordering, nu de tenuitvoerlegging van de straf van veroordeelde in het arrondissement Alkmaar geschiedt.

De rechtbank overweegt het volgende. Artikel 15d, vijfde lid, van het Wetboek van strafrecht is in het geval van de tenuitvoerlegging van een buitenlandse gerechtelijke beslissing tot kennisneming van de vordering tot uitstel of achterwege blijven van de voorwaardelijke invrijheidstelling bevoegd (1) de rechtbank die het verlof tot tenuitvoerlegging als bedoeld in art. 31, eerste lid, van de WOTS heeft verleend, dan wel (2) de rechtbank in het arrondissement waar op grond van artikel 43, vijfde lid, WOTS, de tenuitvoerlegging is gelast.

In de onderhavige zaak heeft het gerechtshof Arnhem op 1 maart 2010 aan de Minister van Justitie geadviseerd om de aanwijzing te geven dat de aan veroordeelde opgelegde gevangenisstraf verder in Nederland ten uitvoer zal worden gelegd, waarna veroordeelde is gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Heerhugowaard Alkmaar, locatie Alkmaar.

Nu zich aldus niet voordoet de in artikel 15d, vijfde lid, Sr als eerste genoemde situatie dat met toepassing van artikel 31, eerste lid, van de WOTS verlof is verleend tot tenuitvoerlegging van de aan veroordeelde opgelegde straf, maar de als tweede genoemde situatie dat de tenuitvoerlegging met toepassing van artikel 43, vijfde lid, van de WOTS is gelast, is voor de relatieve bevoegdheid bepalend binnen welk arrondissement de tenuitvoerlegging is gelast.

Blijkens veroordeeldes detentie in de PI Heerhugowaard Alkmaar is zijn tenuitvoerlegging gelast in het arrondissement Alkmaar, zodat niet de rechtbank Haarlem, maar de rechtbank Alkmaar bevoegd is om kennis te nemen van de vordering.

Gelet op het bovenstaande dient, met inachtneming van de artikelen 15d, 15e en 15f van het Wetboek van Strafrecht, te worden beslist als volgt.

3. Uitspraak

De rechtbank:

verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van de vordering tot uitstel of achterwege laten van de voorwaardelijke invrijheidstelling.

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Deze beslissing is gegeven door

mr. F.F.W. Brouwer, voorzitter,

mrs. K.G. Witteman en S. Euwema, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier J.A. Huismans,

en in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2012.

Mr. Euwema is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.