Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BW4168

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
11-01-2012
Datum publicatie
26-04-2012
Zaaknummer
zaak/rolnr.: 528308/ CV EXPL 11-12622
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het moment van het ontstaan van een contractuele relatie tussen de afnemer van elektriciteit en de aangewezen netbeheerder volgt uit het systeem van de Elektriciteitswet 1998,

De contractuele wederpartij van de netbeheerder is aansprakelijk voor de schade die de netbeheerder heeft geleden als gevolg van een hennepplantage. De wederpartij heeft weliswaar niet zelf gefraudeerd met de elektriciteitsmeter, maar is naar het oordeel van de kantonrechter evenwel toch tekort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst.

De contractuele wederpartij van de netbeheerder dient er immers voor te zorgen dat er geen frauduleuze handelingen worden verricht met de elektriciteitsmeter. De kantonrechter oordeelt dat de methode van schatting die de netbeheerder heeft gehanteerd een deugdelijke en gebruikelijke wijze van schatting is en dat de omstandigheid dat de netbeheerder heeft moeten schatten voor rekening en risico van de contractuele wederpartij komt. De gevorderde btw over het netverlies wordt met een verwijzing naar de jurisprudentie afgewezen,

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 528308/ CV EXPL 11-12622

datum uitspraak: 11 januari 2012

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

de naamloze vennootschap

LIANDER N.V.

te Arnhem

eiseres

hierna te noemen Liander

gemachtigde GGN Amsterdam

tegen

[X.]

te [woonplaats]

gedaagde

hierna te noemen [X.]

gemachtigde mr. A. Oass

1. De procedure

Liander heeft [X.] gedagvaard op 14 september 2011. [X.] heeft schriftelijk geantwoord. De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 9 november 2011 een comparitie van partijen gelast, die heeft plaatsgevonden op 12 december 2011. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht.

2. De feiten

2.1 [X.] woont samen met [Y.] aan de [adres I] te [woonplaats].

2.2 Bij brief van 7 november 2008 heeft Nuon Customer Care Center (hierna: Nuon) aan [X.] het volgende geschreven: ‘Hartelijk dank dat u zich heeft aangemeld voor Nuon-energie. Hieronder vindt u de gegevens die wij hebben vastgelegd. Wilt u deze alstublieft zorgvuldig controleren. (…).

Uw gegevens:

Energielevering per: 21 oktober 2008 (…)

Aan het adres: [adres II]

[woonplaats]

Correspondentieadres: [adres I]

[woonplaats]

(…)

Voor een nieuwe overeenkomst geldt dat u het recht heeft om deze binnen 7 werkdagen na dagtekening van deze brief op te zeggen zonder opgaaf van reden.’

2.3 Bij brief van 19 november 2008 heeft Nuon het volgende aan [X.] geschreven: ‘Per 21 oktober 2008 verzorgt Nuon de energielevering aan uw nieuwe adres. Hieronder vindt u de gegevens die daarover in onze administratie staan. (…)

Uw netbeheerder is Liander.’

2.4 [X.] heeft van oktober 2008 tot mei 2009 de facturen voor de energielevering op [adres II] voldaan.

2.5 Op 26 februari 2009 heeft Nuon een jaarafrekening over 2009 aan [X.] gestuurd.

2.6 Op 11 juni 2010 werd op het adres [adres II] te [woonplaats] een hennepplantage aangetroffen. Ten behoeve van de exploitatie daarvan werd buiten de meter om elektriciteit afgenomen. Op 28 juni 2010 heeft Liander aangifte gedaan van diefstal van energie. In de aangifte staat het volgende: ‘(…)Liander N.V. heeft vanaf 21 oktober 2008 met een persoon/bedrijf genaamd [X.]] een overeenkomst betreffende aansluiting en transport van elektriciteit naar bovengenoemd perceel. (…) De eerder genoemde fraudespecialist zag dat de zegels van de hoofdaansluitkast waren verbroken. De deksel was al verwijderd van de aansluitkast, en hij zag dat aan de bovenzijde van de zekeringhouders een illegale elektriciteitsaansluiting was gemaakt en dat deze aansluiting buiten de elektriciteitsmeter om liep naar de hennepplantage en deze voorzag van elektriciteit. (…) Naar aanleiding van deze inventarisatie en het door Liander N.V. ingestelde onderzoek is door mij een berekening gemaakt waaruit blijkt dat er minimaal 58.760 kWh illegaal is afgenomen (weggenomen) ten behoeve van de hennepplantage. (…). Buiten de illegaal afgenomen elektriciteit heeft Liander N.V. kosten gemaakt ten behoeve van onderzoek, herstel, en administratie. Deze kosten zijn het gevolg van verwijtbare handelingen, waardoor het normaal registreren van de meetinrichting is verhinderd. Het totaalbedrag dat de contractant hierdoor aan Liander N.V. verschuldigd is, bedraagt € 17.682,44 inclusief BTW.’

2.7 Naar aanleiding van deze bevindingen heeft Liander een factuur voor niet geregistreerd gebruik en kosten aan [X.] gestuurd. [X.] heeft deze factuur onbetaald gelaten.

2.8 Bij brief van 22 juli 2010 heeft de advocaat van [Y.] het volgende aan Liander geschreven: ‘Cliënt heeft namens zijn echtgenote, mevrouw [X.], per oktober 2008 een overeenkomst gesloten met Nuon N.V.’

3. De vordering

3.1 Liander vordert (samengevat) veroordeling van [X.] tot betaling van

€ 19.161,81 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 17.682,51 vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van de voldoening.

3.2 Liander legt primair aan de vordering ten grondslag dat [X.] te kort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de transportovereenkomst doordat zij handelingen heeft verricht of heeft doen verrichten, waardoor de hoeveelheid getransporteerde elektriciteit niet, of niet juist kan worden vastgesteld, dan wel dat zij een situatie heeft geschapen, waardoor het normaal functioneren van de meetinrichting wordt verhinderd of de tarievenregeling van de netbeheerder niet of niet juist kan worden toegepast.

3.3 Liander vordert primair schade op grond van artikel 4.7 van de algemene voorwaarden, subsidiair op grond van artikel 6:74 BW.

3.4 Subsidiair legt Liander aan de vordering ten grondslag dat [X.] onrechtmatig heeft gehandeld door –kort samengevat- elektriciteit van het net van Liander weg te nemen zonder daarvoor te betalen en door schade toe te brengen of te doen toebrengen aan de meetinrichting. Omdat de onrechtmatige handelingen aan [X.] zijn toe te rekenen is zij gehouden de schade van Liander te vergoeden.

3.5 Liander begroot de schade op € 17.682,51. Dit bedrag bestaat uit de volgende posten:

a. Netverlies € 9.920,48

b. Energiebelasting € 3.374,89

c. Voorrijkosten € 104,34

d. Onderzoek meetinrichting € 417,36

e. Uit/inbedrijfstellling € 156,70

f. Verlichten aansluiting € 135,86

g. Administratiekosten € 375,62

h. Btw € 2,823,26

3.6 Ondanks diverse verzoeken en aanmaningen van Liander heeft [X.] de factuur niet voldaan, zodat Liander zich genoodzaakt heeft gezien de vordering uit handen te geven. De daarmee gepaard gaande buitengerechtelijke incassokosten begroot Liander overeenkomstig het rapport Voorwerk II op € 800,00.

3.7 De rente over € 17.682,51 vanaf 9 juli 2010 tot 8 september 2011 begroot Liander op

€ 679,30. Tot slot vordert Liander dat [X.] wordt veroordeeld in de proceskosten en de rente over de proceskosten als [X.] niet binnen 14 dagen na het vonnis de proceskosten voldoet.

4. Het verweer

4.1 [X.] betwist de vordering. Zij voert primair aan dat tussen Liander en [X.] nooit een overeenkomst tot stand is gekomen met betrekking tot levering van elektriciteit aan [adres II]. Zij heeft zich nooit als klant aangemeld. Evenmin heeft [X.] een overeenkomst met Nuon ter zake, zodat [X.] niet aansprakelijk is voor de schade die Liander zou hebben geleden. [X.] heeft een aantal malen –vergeefs- om stukken verzocht waaruit de overeenkomst zou blijken. [X.] erkent dat zij van oktober 2008 tot mei 2009 de facturen voor de energielevering aan [adres II] heeft voldaan; zij was in de veronderstelling dat deze facturen zagen op haar eigen woonadres, de [adres I] te [woonplaats].

4.2 Subsidiair betwist [X.] de hoogte van de schade. Liander heeft niet aangetoond dat er vanaf januari 2009 een hennepplantage in de woning is geëxploiteerd en evenmin dat er zes oogsten zijn geweest. Liander heeft het verbruik te hoog geschat. Het bedrag dat Liander vordert aan energiebelasting is overeenkomstig lager.

4.3 Het bedrag dat Liander vordert aan btw moet worden afgewezen. Uit een arrest van het Hof Leeuwarden (LJN BA2716) blijkt dat een energieleverancier geen btw in rekening mag brengen.

4.4 Het bedrag dat Liander vordert aan overige kosten (c tot en met g sub 3.5) heeft Liander niet of nauwelijks onderbouwd en is onredelijk, met name de administratiekosten. [X.] verwijst naar een uitspraak van de rechtbank Arnhem (LJN BJ1804).

4.5 Verder betwist [X.] de buitengerechtelijke incassokosten, de proceskosten en de rente. Zij maakt zelf aanspraak op vergoeding van de door haar gemaakte buitengerechtelijke kosten ter hoogte van € 768,00.

5. De beoordeling

5.1 Partijen verschillen van de mening over het antwoord op de vraag of tussen [X.] en Liander een overeenkomst bestaat. Liander heeft geen schriftelijk exemplaar van de transportovereenkomst, waarop zij zich heeft beroepen, overgelegd. De kantonrechter stelt evenwel voorop dat uit het systeem van de Elektricteitswet 1998 volgt dat een contractuele relatie tussen de afnemer van elektriciteit en de aangewezen netbeheerder ontstaat op het moment dat de netbeheerder de afnemer op verzoek van de leverancier, waarmee de afnemer een elektriciteitsleveringsovereenkomst heeft gesloten, registreert. De relatie is het gevolg van het feit dat de afnemer een overeenkomst sluit met een leverancier van elektriciteit en ten behoeve van de levering gebruik moet worden gemaakt van het exclusieve netwerk van de netbeheerder.

5.2 Aldus moet de vraag worden beantwoord of [X.] als de contractspartij van de leverancier van de energie –Nuon– bij elektriciteitsleveringsovereenkomst moet worden beschouwd. Anders dan [X.] oordeelt de kantonrechter dat Liander het bestaan van deze overeenkomst voldoende heeft aangetoond. De aansluiting op [adres II] te [woonplaats] staat op naam van [X.]. De overeenkomst is [X.] bevestigd bij brieven van 7 en 19 november 2008. Deze brieven zijn beiden gestuurd naar het woonadres van [X.] aan de [adres I]. Op geen van deze brieven heeft [X.] gereageerd. Zij heeft Nuon niet laten weten dat zij geen prijs stelde op de leveringen. Evenmin heeft [X.] gereageerd op de jaaroverzichten die aan haar zijn gestuurd. Bovendien heeft [X.] gedurende een periode van bijna acht maanden betaald voor de energielevering op [adres II]. Ook toen [X.] erachter kwam dat deze betalingen niet zagen op haar eigen adres aan de [adres I] heeft [X.] kennelijk geen aanleiding gezien de aansluiting van haar naam te halen. Gelet op wat hiervoor is overwogen oordeelt de kantonrechter dat tussen [X.] en Nuon en daarmee tussen [X.] en Liander een contractuele band is ontstaan.

5.3 Vervolgens moet worden beoordeeld of [X.] aansprakelijk is voor de schade die Liander heeft geleden als gevolg van de hennepplantage. Aangenomen mag worden dat [X.] niet zelf heeft gefraudeerd met de elektriciteitsmeter. [X.] is naar het oordeel van de kantonrechter evenwel toch tekort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst. [X.] dient er als contractuele wederpartij van Liander immers voor te zorgen dat er geen frauduleuze handelingen worden verricht met de elektriciteitsmeter. De gedragingen van de derde komen, ook los van de vraag of de algemene voorwaarden op de overeenkomst van toepassing zijn, op grond van de verkeersopvattingen voor rekening van [X.]. De subsidiaire grondslag kan gelet op het voorgaande onbesproken blijven.

5.4 [X.] is aldus (ook los van de vraag of de algemene voorwaarden van toepassing zijn) aansprakelijk voor alle schade die verband houdt met de exploitatie van de hennepplantage. Daarmee rijst de vraag hoe hoog het bedrag is dat [X.] aan Liander moet betalen in verband met de buiten de meter om afgenomen elektriciteit. Liander heeft het elektriciteitsverbruik ten behoeve van de hennepkwekerij geschat, omdat het verbruik door de fraude met de meetinrichting niet nauwkeurig is vast te stellen.

5.5 Liander heeft teneinde de schatting zo nauwkeurig mogelijk te maken ter onderbouwing van de hoeveelheid buiten de meter om afgenomen energie, het vermogen van de op [adres I] ten behoeve van de hennepkwekerij aangetroffen apparatuur en het aantal uren dat ieder apparaat op grond van ervaringsregels per kweek in werking is, als uitgangspunt genomen. Deze gegevens heeft [X.] niet gemotiveerd bestreden.

5.6 Liander heeft verder gesteld dat in het perceel 6 maal is gekweekt. Zij heeft daarbij als uitgangspunt genomen dat met een volledige teelt 8 groeidagen en 63 bloeidagen zijn gemoeid. Ook deze gegevens heeft [X.] niet gemotiveerd bestreden. Verder heeft Liander zich gebaseerd op het frauderapport, waarin staat dat de fraudespecialisten aan de hand van het vuil op de koolstoffilter, het feit dat er een oude zeer vuile filter in de kwekerij werd aangetroffen, de kweekresten, de droogrekken met hennepresten, de knipschaartjes, de kalkaanslag op het zeil en de potten en de aangetroffen oogst, tot de slotsom zijn gekomen dat hier (kantonrechter: gedoeld wordt op [adres II]) vermoedelijk tenminste 6 keer eerder is geoogst.

5.7 De kantonrechter oordeelt dat de methode van schatting zoals Liander die heeft gehanteerd een deugdelijke en gebruikelijke wijze van schatting is en dat de omstandigheid dat Liander heeft moeten schatten naar het oordeel van de kantonrechter voor rekening en risico van [X.] komt. Daarbij gelden bij een schatting als de onderhavige, anders dan [X.] lijkt te veronderstellen, de gewone regels van stelplicht en bewijst niet. Gelet op het wat hiervoor is overwogen zal worden uitgegaan van 6 eerdere oogsten. Liander heeft gesteld dat daarbij een verbruik van 58.760 kWh geldt. De kantonrechter zal deze stellingen volgen, zodat de vordering tot betaling van de kosten van de geleverde elektriciteit van

€ 9.920,48 zal worden toegewezen. De af te dragen energiebelasting ter hoogte van

€ 3.374,89 over deze geleverde elektriciteit zal eveneens worden toegewezen. [X.] heeft niet betwist dat over geleverde elektriciteit energiebelasting verschuldigd is. Zij heeft alleen de hoeveelheid geleverde elektriciteit betwist.

5.8 De door Liander gevorderde btw over het netverlies zal met verwijzing naar de uitspraken van Hof Leeuwarden (LJN BA2716), Hof Arnhem (LJN BO4661) en Hof Amsterdam (LJN BU1560 en LJN BU9024) worden afgewezen.

5.9 De overige posten, te weten de voorrijkosten € 104,34, het onderzoek aan de meetinrichting € 417,36, de uit/inbedrijfstellling € 156,70, het verlichten van de aansluiting

€ 135,86 en de administratiekosten € 375,62, komen vermeerderd met de btw ( € 226,07) hierover als schade ten gevolge van de toerekenbare tekortkoming van [X.] voor haar rekening. De hoogte en het feit dat deze kosten zijn gemaakt komt de kantonrechter niet onredelijk voor.

5.10 Het toe te wijzen bedrag aan hoofdsom komt gelet op wat hiervoor is overwogen:

€ 9.920,48 aan netverlies, plus € 3.374,89 aan energiebelasting, plus € 1.189,88 aan overige kosten en € 226,07 aan btw over de overige kosten, op een totaalbedrag van € 14.710,84.

Het door Liander gevorderde bedrag aan rente over de periode 9 juli 2010 tot en met 8 september 2011 is berekend over het door haar gevorderde bedrag van € 17.682,51. Dit bedrag is mitsdien te hoog. Toegewezen zal worden de rente over dezelfde periode over het bedrag van € 14.710,84.

5.11 De buitengerechtelijke kosten zullen worden afgewezen. Liander heeft weliswaar kosten gemaakt om haar vordering te incasseren, maar deze heeft Liander al opgevoerd onder ‘administratiekosten’. Ten aanzien van de buitengerechtelijke kosten heeft Liander slechts gesteld dat zij [X.] vier maal heeft gesommeerd. Deze kosten hebben mitsdien geen betrekking op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier en komen mitsdien niet voor toewijzing in aanmerking. De door [X.] gevorderde buitengerechtelijke kosten zullen gelet op het voorgaande worden afgewezen.

5.12 De proceskosten komen voor rekening van [X.] omdat deze in het ongelijk wordt gesteld.

De beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt [X.] tot betaling aan Liander van € 14.710, 84 te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 9 juli 2010 tot aan de dag van de algehele voldoening;

- veroordeelt [X.] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van Liander tot en met vandaag worden begroot op de volgende bedragen:

dagvaarding € 83,31

griffierecht € 851,00

salaris gemachtigde € 600,00

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

Coll.