Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BW3946

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
04-04-2012
Datum publicatie
25-04-2012
Zaaknummer
190293 / HA RK 12-27
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wrakingsverzoek voldoet niet aan de eisen die tenminste daaraan zijn te stellen, zodat verzoek tot wraking kennelijk niet-ontvankelijk is en geen behandeling behoeft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2012/209

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK HAARLEM

Wrakingskamer

zaaknummer / rekestnummer: 190293 / HA RK 12-27

Beslissing van 4 april 2012

Op verzoek van

[verzoeker],

wonende te [plaats], [gemeente],

verzoeker,

1. Procesverloop

1.1. Bij verzoek van 15 februari 2012 heeft verzoeker de wraking verzocht van de sector kanton in de bij deze rechtbank, sector kanton, aanhangige zaak met [zaaknummer], hierna te noemen: de hoofdzaak.

1.2. Mr. [X], kantonrechter, heeft namens de sector kanton schriftelijk op het verzoek gereageerd.

1.3. De wrakingskamer heeft, gelet op het navolgende, afgezien van een mondelinge behandeling.

2. Het standpunt van verzoeker

2.1. Verzoeker heeft ter onderbouwing van het verzoek het volgende aangevoerd:

‘Alhoewel ik moge aannemen dat voortzetting van de zaak door sector Kanton Rb Haarlem vanwege besmetting en de schijn van partijdigheid (mijn brieven van 25 en 30 januari 2012) uit den boze is, doe ik u toch uit voorzorg deze wrakingsbrief toekomen.’

3. De beoordeling

3.1. Uit het verzoek van 15 februari 2012 blijkt dat verzoeker ‘uit voorzorg’ het onderhavige wrakingsverzoek heeft ingediend. Daarbij heeft verzoeker niet vermeld welke rechter hij beoogt te wraken. Evenmin heeft verzoeker vermeld welke feiten en omstandigheden hem tot zijn verzoek brengen.

3.2. Het ‘uit voorzorg’ sturen van een ‘wrakingsbrief’, zonder daarbij een rechter en de gronden van het wrakingsverzoek te vermelden, voldoet niet aan de eisen die tenminste aan een wrakingsverzoek zijn te stellen. Daaruit volgt dat het verzoek tot wraking kennelijk niet-ontvankelijk is en geen behandeling behoeft.

3.3. De rechtbank heeft op 20 december 2011 in onderhavige zaak een eerder wrakingsverzoek reeds afgewezen, mede op de grond dat verzoeker een door de wrakingskamer toen kennelijk noodzakelijke nadere toelichting niet had gegeven. In dat feit en in de omstandigheid dat verzoeker ook thans geen grond aanvoert, ziet de rechtbank aanleiding voor de conclusie dat sprake is van misbruik van de mogelijkheid een wrakingsverzoek in te dienen. Daarin vindt de rechtbank aanleiding te bepalen dat verdere wrakingsverzoeken van verzoeker in de onderhavige hoofdzaak, niet meer in behandeling zullen worden genomen.

4. De beslissing

De rechtbank

4.1. verklaart het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk;

4.2. bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in de hoofdzaak niet in behandeling wordt genomen;

4.3. beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker, de kantonrechter en de wederpartij een voor eensluidende gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden;

4.4. beveelt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek.

Deze beslissing is gegeven door mr. W.J. van Andel, voorzitter, en mrs. R.H.M. Bruin en M. Flipse, leden van de wrakingskamer, en in het openbaar uitgesproken op 6 april 2012 in tegenwoordigheid van mr.drs. I. Helmich als griffier.

Rechtsmiddel

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.