Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BW3808

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
21-03-2012
Datum publicatie
25-04-2012
Zaaknummer
190464 - KG ZA 12-119
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Ontvankelijkheid Kort Geding. Gedaagde voert aan dat een bodemprocedure gestart had moeten worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 190464 / KG ZA 12-119

Vonnis in kort geding van 21 maart 2012

in de zaak van

[EISERES],

wonende te [A-plaats],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. H. Vosmeijer te Amstelveen

tegen

[GEDAAGDE],

wonende te [B-plaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. G.G. Kempenaars te Mijdrecht.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord tevens inhoudende eis in reconventie.

- de brief met bijlagen van [eiseres] van 19 maart 2012

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [eiseres].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Partijen hebben tot november 2008 een affectieve relatie gehad. Uit deze relatie zijn geboren de minderjarigen:

- [zoon], geboren op [datum] te [plaats], [land]

- [zoon], geboren op [datum] te [plaats], [land]

- [dochter], geboren op [datum] te [plaats], [land].

Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag.

2.2. [Eiseres] woont thans in [A-plaats], met de minderjarigen. [Gedaagde] woont en werkt thans in [B-plaats]. Hij heeft om de week een weekend omgang met de minderjarigen alsmede de helft van de schoolvakanties.

2.3 [Eiseres] is sinds haar promoveren in 2011 op zoek naar werk. Zij heeft recent een arbeidsovereenkomst gesloten met [werkgever] te Bonaire, met ingang van 1 april 2012 en voor de duur van drie jaar.

3. Het geschil in conventie

3.1. [Eiseres] verzoekt de rechtbank om vervangende toestemming te verlenen aan haar om tezamen met de minderjarigen naar Bonaire te mogen vertrekken om zich daar te vestigen.

3.2. [Gedaagde] voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. Het geschil in reconventie

4.1. [Gedaagde] verzoekt de rechtbank om, indien [eiseres] zonder de minderjarigen naar Bonaire vertrekt, de hoofdverblijfplaats van de minderjarige voorlopig bij hem vast te stellen.

5. De beoordeling in conventie

5.1. Ten eerste heeft [gedaagde] aangevoerd dat het verzoek van [eiseres] niet-ontvankelijk is, aangezien zij een bodemprocedure had dienen te starten nu de onderhavige zaak niet spoedeisend is en zich daarom niet leent voor behandeling in kort geding.

5.2. De voorzieningenrechter verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt.

Het enkele gegeven dat [eiseres] reeds haar reis heeft geboekt en daarom van plan is op 28 maart 2012 met de kinderen naar Bonaire te vertrekken, maakt dat deze zaak spoedeisend is. Haar keuze om deze vordering in kort geding, en niet via een verzoek op de voet van artikel 1:253a BW in te stellen, is daarom voldoende gerechtvaardigd. Daar doet niet aan af dat de termijn waarbinnen op een dergelijk 1:253a BW-verzoek beslist had kunnen worden – in elk geval bij deze rechtbank – in de praktijk aanzienlijk korter kan zijn dan [eiseres] kennelijk voor ogen heeft gestaan. Mogelijkerwijs had [eiseres] dus ook een tijdige beslissing ten gronde op een 1:253a BW-verzoek kunnen uitlokken – welk verzoek dan overigens op basis van dezelfde gegevens en met hetzelfde toetsingskader beoordeeld zou zijn – in plaats van de onderhavige vordering tot het treffen van (slechts) een voorlopige voorziening in te stellen. De conclusie is dat de voorzieningenrechter [eiseres] ontvankelijk acht in haar vordering.

5.3. Partijen hebben gezamenlijk gezag over de minderjarigen. Dit brengt mee dat [eiseres] voor het wijzigen van de woonplaats van de minderjarigen in beginsel toestemming van [gedaagde] behoeft. Indien partijen het hierover niet eens worden, kan het geschil worden voorgelegd aan de rechter op de voet van artikel 1:253a BW en, zoals hiervoor overwogen, ook in kort geding bij wijze van voorlopige voorziening. In geschil is het voornemen van [eiseres] om met de kinderen naar Bonaire te verhuizen. Ter terechtzitting is gebleken dat de standpunten van partijen haaks op elkaar staan en zij niet tot een vergelijk kunnen komen.

5.4. Bij de beslissing in het kader van artikel 1:253a BW dienen de belangen van de minderjarigen – die gezien hun leeftijd zelf niet door de voorzieningenrechter zijn gehoord – voorop te staan. Maar volgens vaste rechtspraak dient de rechter bij de beslissing in een geschil als deze voorts alle omstandigheden van het geval in acht te nemen en alle betrokken belangen – waaronder die van de ouders – af te wegen.

5.5. De voorzieningenrechter is van oordeel dat [eiseres] voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het voor haar van eminent belang is om de arbeidsbetrekking op Bonaire te accepteren. Zij heeft voorts de aanstaande verhuizing goed doordacht en voorbereid, zij heeft een woning gehuurd en in overleg met de leerplichtambtenaar geregeld dat de minderjarigen op Bonaire naar school kunnen. Dat het onderwijs op Bonaire in vergelijking met dat in Nederland beneden de maat zou zijn, is onvoldoende aannemelijk geworden en het feit dat de toekomstige schoolgenoten onderling vaak Papiamento spreken waardoor zij zich buitengesloten zouden kunnen voelen is ook niet van (doorslaggevend) belang. Niet vergeten moet worden dat de nieuwe situatie ook positieve effecten zou kunnen hebben op de – tot dusver niet onproblematisch verlopen – opvoeding van de kinderen. Dat de huurovereenkomst voor bepaalde tijd is, legt weinig gewicht in de schaal, nu niet in te zien valt waarom die overeenkomst te zijner tijd niet verlengd zou kunnen worden. [Eiseres] biedt hiermee de minderjarigen naar het oordeel van de voorzieningenrechter een – potentieel – zodanig stabiele omgeving op Bonaire, dat niet gesproken kan worden van een duidelijke achteruitgang ten opzichte van de huidige situatie. [Gedaagde] heeft aangevoerd dat de arbeidsovereenkomst een proeftijd kent, maar ook deze onzekerheid kan echter niet tot een ander oordeel leiden, nu een dergelijke voorwaarde niet ongebruikelijk is. Hoewel een verhuizing naar Bonaire ingrijpend zal kunnen zijn voor de minderjarigen, is de voorzieningenrechter van oordeel dat een dergelijke verhuizing niet bij voorbaat aangemerkt kan worden als traumatisch en dat niet aannemelijk is geworden dat de opvoedsituatie van de minderjarigen door deze verhuizing negatief zal worden beïnvloed, zoals [gedaagde] heeft betoogd.

5.6. Voorts heeft [eiseres] een voorstel gedaan met betrekking tot de omgang tussen de minderjarigen en [gedaagde]. De voorzieningenrechter acht dit voorstel niet onredelijk, aangezien de minderjarigen tweemaal per jaar voor langere periode in Nederland zullen verblijven, waarbij zij omgang hebben met [gedaagde] en eveneens contact kunnen hebben met andere familieleden. Voorts kan [gedaagde] eveneens bij de minderjarigen op bezoek gaan en tussentijds via “Skype” visueel contact kan onderhouden. Hierbij wordt ook in overweging genomen dat [gedaagde] thans slechts één weekend per veertien dagen contact met de minderjarigen heeft en de helft van de vakanties.

5.7. De voorzieningenrechter zal de gevraagde vervangende toestemming dan ook verlenen. Hierbij wordt echter wel opgemerkt dat de voorzieningenrechter ervan uitgaat dat [eiseres] van nu af aan [gedaagde] wel tijdig zal informeren over alles wat de minderjarigen betreft en [gedaagde] eveneens zal betrekken bij belangrijke beslissingen omtrent de minderjarigen. Hoewel zij haar plannen zoals gezegd goed heeft voorbereid, valt haar te verwijten dat zij [gedaagde] niet eerder bij de plannen heeft betrokken. Het is in het belang van de minderjarigen dat [eiseres] en [gedaagde] goed met elkaar communiceren, zeker nu de fysieke afstand tussen de minderjarigen en [gedaagde] groot zal zijn. Partijen hebben gezamenlijk het ouderlijk gezag over de minderjarigen en dienen dan ook samen de beslissingen te nemen met betrekking tot de minderjarigen, zoals schoolkeuze, medische beslissingen, welke sporten en / of clubs de minderjarigen zullen beoefenen of bezoeken en dergelijke. Het is niet aan [eiseres] om deze beslissingen zelfstandig te nemen en [gedaagde] (andermaal) voor voldongen feiten te stellen.

5.8. Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

6. De beoordeling in reconventie

6.1. Nu het verzoek van [eiseres] wordt toegewezen, heeft [gedaagde] niet langer belang bij zijn vordering. De vordering zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard.

6.2. Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

7. De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

7.1. verleent [eiseres] toestemming om met de minderjarigen:

- [zoon], geboren op [datum] te [plaats], [land]

- [zoon], geboren op [datum] te [plaats], [land]

- [dochter], geboren op [datum] te [plaats], [land].

naar Bonaire te verhuizen,

7.2. verklaart dit vonnis in conventie uitvoerbaar bij voorraad,

7.3. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

in reconventie

7.4. verklaart [gedaagde] niet-ontvankelijk in zijn vordering,

7.5. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th.S. Röell en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. C.J. Loggen-ten Hoopen op 21 maart 2012.?