Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BW2977

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
29-03-2012
Datum publicatie
17-04-2012
Zaaknummer
15/700953-11, 15/700713-11 en 15/027343-11 (tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft op 19 september 2011 een politieambtenaar tijdens de uitoefening van diens functie bedreigd met de woorden "Ik schiet je dood". Voorts heeft verdachte op 9 december 2011, in de nachtelijke uren, een buschauffeur bedreigd, onder andere met een groot mes. Daardoor heeft hij hem gedwongen tot afgifte van een geldlade van de bus en van zijn portemonnee. Tevens heeft hij de dienstportemonnee onder bedreiging van geweld gestolen. In deze bus heeft verdachte eveneens een aanwezige passagier met een mes bedreigd en gedreigd haar kaak te breken. Dit zijn drie ernstige feiten, welk behoren tot de categorie strafbare gedragingen die een ernstige inbreuk maken op de rechtsorde en gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving veroorzaken, meer in het bijzonder bij de slachtoffers, die vaak langdurig kunnen lijden onder de psychische gevolgen van zo'n traumatische gebeurtenis. De rechtbank rekent het verdachte ernstig aan dat hij op 9 december 2011 slechts met het oog op snel financieel gewin en schijnbaar met groot gemak zulke ernstig feiten heeft gepleegd. Voorts weegt de rechtbank ten nadele van verdachte mee dat hij reeds eerder met justitie in aanraking is geweest en zelfs enkele maanden eerder, in september 2011, door de politierechter is veroordeeld vanwege diefstal en verduistering.

Ten voordele van verdachte heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verdachte door zijn houding ter terechtzitting ervan blijk heeft gegeven het laakbare van zijn handelen in te zien.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/700953-11, 15/700713-11 en 15/027343-11(tul)

Uitspraakdatum: 29 maart 2012

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 15 maart 2012 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te Amsterdam,

wonende te [adres],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Haarlem te Haarlem.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

15/700713-11

hij op of omstreeks 19 september 2011 te Purmerend [slachtoffer 1], agent werkzaam bij de politie Zaanstreek-Waterland heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik schiet je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

15/700953-11

Feit 1

hij op of omstreeks 09 december 2011 te Purmerend met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] (buschauffeur bij Arriva) heeft gedwongen tot de afgifte van een geldlade (met inhoud) en/of een of meer portemonnee(s) (al dan niet met inhoud), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Arriva Waterland-Rivierenland BV en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

en/of

van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldlade (met inhoud) en/of een of meer portemonnee(s) (al dan niet met inhoud), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Arriva Waterland-Rivierenland BV en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] (buschauffeur bij Arriva), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

- hij, verdachte, bij die [slachtoffer 2] is gaan staan en tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd dat ze het rustig gingen afhandelen en dat die [slachtoffer 2] nergens op mocht drukken en zijn handen moest laten zien aan hem, verdachte, en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer 2] een mes heeft getoond en/of (vervolgens)

- met dat mes op het betaalplateau (van de bus) heeft geslagen en/of

- tegen die [slachtoffer 2] heeft geschreeuwd dat hij de geldlade en de portemonnee wilde hebben en/of

- tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd dat hij de portemonnee moest geven anders zou er iets met het meisje gebeuren;

Feit 2

hij op of omstreeks 09 december 2011 te Purmerend [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend met een mes, althans een scherp voorwerp, in de richting van die [slachtoffer 3] heeft gezwaaid dan wel dat mes, althans dat scherpe voorwerp in de richting van die [slachtoffer 3] gehouden en/of tegen die [slachtoffer 3] gezegd/geschreeuwd dat ze moest gaan zitten anders zou hij haar kaak breken.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaardingen geldig zijn, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaken, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder parketnummer 15/700713-11 en parketnummer 15/700953-11 ten laste gelegde feiten en gevorderd dat verdachte ter zake daarvan zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden, waarvan tien maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, onder de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen van de Geestelijke Gezondheidszorg Palier (hierna: Palier), ook als dat inhoudt dat verdachte aan een diagnostisch onderzoek zal meewerken en/of een behandeling bij de Forensische Polikliniek Palier zal ondergaan (waaronder ook het ondergaan van een klinische opname van zeven weken). Tevens heeft de officier van justitie de tenuitvoerlegging gevorderd van de aan verdachte opgelegde voorwaardelijke straf onder parketnummer 15/027343-11. Ten slotte heeft de officier van justitie toewijzing van de vordering van de benadeelde partij gevorderd met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

4. Bewijs

4.1. Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder parketnummer 15/700713-11 en parketnummer 15/700953-11 ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

15/700713-11

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 20 september 2011 (dossierpagina 5 e.v.).

15/700953-11

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte d.d. 9 december 2011 van [slachtoffer 2] (dossierpagina 14 e.v.);

- het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 9 december 2011 van [slachtoffer 3] (dossierpagina 17 e.v.).

4.2. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder parketnummer 15/700713-11 en parketnummer 15/700953-11 ten laste gelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

15/700713-11

hij op 19 september 2011 te Purmerend [slachtoffer 1], agent werkzaam bij de politie Zaanstreek-Waterland heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik schiet je dood".

15/700953-11

Feit 1

hij op 09 december 2011 te Purmerend met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 2] (buschauffeur bij Arriva) heeft gedwongen tot de afgifte van een geldlade (met inhoud) en een portemonnee (al dan niet met inhoud), geheel toebehorende aan Arriva Waterland-Rivierenland BV of [slachtoffer 2]

en

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (al dan niet met inhoud), geheel toebehorende aan Arriva Waterland-Rivierenland BV,

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] (buschauffeur bij Arriva), gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat

- hij, verdachte, bij die [slachtoffer 2] is gaan staan en tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd dat ze het rustig gingen afhandelen en dat die [slachtoffer 2] nergens op mocht drukken en zijn handen moest laten zien aan hem, verdachte, en (vervolgens)

- die [slachtoffer 2] een mes heeft getoond en (vervolgens)

- met dat mes op het betaalplateau (van de bus) heeft geslagen en

- tegen die [slachtoffer 2] heeft geschreeuwd dat hij de geldlade en de portemonnee wilde hebben en

- tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd dat hij de portemonnee moest geven anders zou er iets met het meisje gebeuren.

Feit 2

hij op 09 december 2011 te Purmerend [slachtoffer 3] heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend met een mes in de richting van die [slachtoffer 3] gezwaaid dan wel dat mes in de richting van die [slachtoffer 3] gehouden en tegen die [slachtoffer 3] gezegd dat ze moest gaan zitten anders zou hij haar kaak breken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

15/700713-11

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

15/700953-11

Feit 1:

- Afpersing;

- Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken.

Feit 2:

Bedreiging met zware mishandeling.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

7. Motivering van sanctie

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder weegt de rechtbank ook mee het psychologisch rapport d.d. 26 februari 2012 dat is opgesteld omtrent verdachte door prof. dr. J.J. Baneke, forensisch psycholoog en het reclasseringsadvies van Palier d.d. 30 januari 2012.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft op 19 september 2011 een politieambtenaar tijdens de uitoefening van diens functie bedreigd met de woorden "Ik schiet je dood". Voorts heeft verdachte op 9 december 2011, in de nachtelijke uren, een buschauffeur bedreigd, onder andere met een groot mes. Daardoor heeft hij hem gedwongen tot afgifte van een geldlade van de bus en van zijn portemonnee. Tevens heeft hij de dienstportemonnee onder bedreiging van geweld gestolen. In deze bus heeft verdachte eveneens een aanwezige passagier met een mes bedreigd en gedreigd haar kaak te breken. Dit zijn drie ernstige feiten, welk behoren tot de categorie strafbare gedragingen die een ernstige inbreuk maken op de rechtsorde en gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving veroorzaken, meer in het bijzonder bij de slachtoffers, die vaak langdurig kunnen lijden onder de psychische gevolgen van zo'n traumatische gebeurtenis. De rechtbank rekent het verdachte ernstig aan dat hij op 9 december 2011 slechts met het oog op snel financieel gewin en schijnbaar met groot gemak zulke ernstig feiten heeft gepleegd.

Voorts weegt de rechtbank ten nadele van verdachte mee dat hij reeds eerder met justitie in aanraking is geweest en zelfs enkele maanden eerder, in september 2011, door de politierechter is veroordeeld vanwege diefstal en verduistering.

Ten voordele van verdachte heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verdachte door zijn houding ter terechtzitting ervan blijk heeft gegeven het laakbare van zijn handelen in te zien.

7.1. Hoofdstraf

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal echter bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaren, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit.

Daarnaast acht de rechtbank verplichte begeleiding door Palier noodzakelijk. Een dergelijke verplichting zal als bijzondere voorwaarde aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen straf worden verbonden.

8. Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 635,50 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het onder parketnummer 15/700953-11, onder feit 2 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde materiële schade tot een bedrag van € 285,50, bestaat uit een studievertraging van twee maanden.

In weerwil van hetgeen de raadsman van verdachte hieromtrent heeft aangevoerd, is de rechtbank van oordeel dat de materiële schade rechtstreeks voortvloeit uit het bewezen verklaarde feit. De rechtbank acht het niet onaannemelijk dat de benadeelde partij door de bedreiging met zware mishandeling op 9 december 2011 dusdanig getraumatiseerd was dat zij zich in de daarop volgende week onvoldoende kon concentreren om zich voor te bereiden op het tentamen van 16 december 2011. De rechtbank acht het daarbij ook alleszins redelijk dat de benadeelde partij als materiële schade enkel twee maanden collegegeld heeft gevorderd.

Vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 350,- komt de rechtbank billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. De vordering zal dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 december 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder parketnummer 15/700953-11, onder feit 2 bewezen verklaarde handelen (kort gezegd: bedreiging met zware mishandeling) aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

9. Vordering tot tenuitvoerlegging

Bij vonnis van 2 september 2011 in de zaak met parketnummer 15/027343-11 heeft de politierechter te Haarlem verdachte ter zake van diefstal en verduistering veroordeeld tot onder meer een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een week. Ten aanzien van die voorwaardelijke straf is de proeftijd op twee jaren bepaald onder de algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De officier van justitie vordert thans dat de rechtbank zal gelasten dat die voorwaardelijke straf alsnog ten uitvoer zal worden gelegd.

De rechtbank heeft bij het onderzoek ter terechtzitting bevonden dat zij bevoegd is over de vordering te oordelen en dat de officier van justitie daarin ontvankelijk is.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering dient te worden toegewezen, nu uit de overige inhoud van dit vonnis blijkt dat verdachte niet heeft nageleefd de voorwaarde dat hij zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 285, 312, 317 van het Wetboek van Strafrecht.

11. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.2 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde feiten opleveren.

Verklaart deze feiten strafbaar.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van achtentwintig maanden.

Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot tien maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien:

- verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

- verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- verdachte niet naleeft de bijzondere voorwaarde dat hij zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens Palier, zolang die instelling dat nodig acht, ook als zulks inhoudt dat verdachte een behandeling zal ondergaan bij de Forensische Polikliniek van Palier in verband met onder andere zijn alcoholgebruik en psychische problematiek, ook indien daarvoor noodzakelijk is dat verdachte voor de duur van maximaal zeven weken klinisch opgenomen zal worden ten behoeve van crisis, detoxificatie, stabilisatie, observatie en diagnostiek.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 3] geleden schade tot een bedrag van € 635,50 bestaande uit een bedrag van € 285,50 voor de materiële en een bedrag van € 350,- voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 december 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 3], voornoemd, rekeningnummer [rekeningnummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 3] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 635,50, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 december 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door twaalf dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 15/027343-11 en gelast de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een week, opgelegd bij vonnis van deze rechtbank d.d. 2 september 2011.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.P.J. Ruijpers, voorzitter,

mr. G.D. de Jong en mr. A.C. Bordes, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. A.M.W. Martens,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 maart 2012.