Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BW2302

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
11-04-2012
Datum publicatie
13-04-2012
Zaaknummer
AWB 11/6153
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verklaring van geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen van categorie D’ afgewezen op grond van de Regeling eisen geschiktheid 2000, omdat personen met bewustzijnsstoornissen ongeschiktheid zijn behalve wanneer de bewustzijnsstoornissen de laatste vijf jaren zijn uitgebleven. Syncope-expert (X) en neuroloog (Y) achten eiser niet (meer) ongeschikt voor het besturen van motorrijtuigen categorie C en D. De Gezondheidsraad heeft de Minister advies gegeven ten aanzien van meermalige wegrakingen.

Of de Regeling in het geval van eiser buiten toepassing dient te blijven en verweerder zijn beslissing dient te baseren op de adviezen van (X) en (Y), is bepalend of sprake is van een zodanig overduidelijke onevenredigheid tussen het belang van personen met bewustzijnsstoornissen en het belang van de verkeersveiligheid. Het zwaarwegende belang van de verkeersveiligheid maakt echter, naar het oordeel van de rechtbank, dat van zo een overduidelijke onevenredigheid geen sprake is.

Het staat de rechter niet vrij om te treden in de billijkheid van de regelgeving. Het is de taak van de wetgever, in dit geval de Minister van Infrastructuur en Milieu, om te beoordelen of de veranderende medische inzichten die de Gezondheidsraad naar voren heeft gebracht, tot aanpassing van de regelgeving moeten leiden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 11 - 6153

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 april 2012

in de zaak van:

[naam eiser],

wonende te [woonplaats]

eiser,

gemachtigde: mr. P.L.O. van de Waarsenburg, advocaat te Nijmegen,

tegen:

de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 7 juni 2011 heeft verweerder (verder ook: CBR) de door eiser aangevraagde ‘Verklaring van geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen van categorie D’ afgewezen.

Tegen dit besluit heeft eiser bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 10 oktober 2011 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar kennelijk ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft eiser beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het beroep is behandeld ter zitting van 10 februari 2012. Eiser is verschenen samen met zijn echtgenote en bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Y.M. Wolvekamp, werkzaam bij het CBR.

2. Overwegingen

2.1 Eiser is in dienst als buschauffeur bij [vervoersbedrijf] en heeft daarvoor rijvaardigheidsbewijs categorie D nodig.

2.2 Ten behoeve van de verkrijging van een Verklaring van geschiktheid heeft eiser een “Eigen verklaring met Geneeskundig verslag” van 19 januari 2011 ingediend. Daarbij is onder meer overgelegd een verslag cardiovasculair reflexonderzoek van . [X], internist ([X]). In de anamnese maakt [X] melding van 3 wegrakingen: in juli 2009, in februari 2010 en op 26 februari 2010. De conclusie van [X] is dat vasovagale reacties een zeer waarschijnlijke oorzaak zijn voor de 3 (bijna) wegrakingen. Verder merkt [X] onder meer het volgende op:

“Volgens de update van de CBR richtlijnen geldt mbt rijbewijzen groep 2 dat een patient met een eenmalige syncope van onbegrepen origine na een periode zonder klachten van 6 mnd weer mag rijden. Bij meermalige wegrakingen geldt voor groep 2 rijbewijzen en rijverbod totdat er een diagnose is gesteld door een syncope expert en er adequate therapie is ingesteld en of patient 12 mnd klachten vrij is.

In dit geval is mijn oordeel als syncope expert dat patiënt na een klachtenvrije periode van 6 mnd dwz per 1 september weer mag rijden voor [vervoersbedrijf]. Hij kreeg het advies er voor te zorgen voldoende gegeten te hebben voor het rijden en zoveel te drinken dat zijn urine licht van kleur blijft.”

2.3 Bij brief van 18 april 2011 heeft verweerder een ‘Verklaring van geschiktheid’ afgegeven voor het besturen van motorrijtuigen van categorie B, voor een termijn van 10 jaar. Bij brief van eveneens 18 april 2011 heeft verweerder voorts de door eiser aangevraagde ‘Verklaring van geschiktheid’ voor het besturen van motorrijtuigen van categorie D afgewezen, omdat bij eiser sprake is van een bewustzijnsstoornis.

2.4 Bij brief van 12 mei 2011 heeft eiser een herkeuring aangevraagd, die is uitgevoerd door neuroloog [Y] . In zijn rapport van 1 juni 2011 staat onder Samenvatting en conclusie het volgende vermeld:

”bevestigd door herkenbare verschijnselen bij cardiovasculair reflexonderzoek wegrakingen op basis van vasovagale reacties als zeer waarschijnlijke oorzaak van 3 (bijna) wegrakingen.

Wat dat betreft moet de rijgeschiktheid beoordeeld worden volgens paragraaf 7.3 van de regeling eisen geschiktheid.

De voorzitter van de gezondheidsraad heeft op 29-04-2010 aan de minister naar aanleiding van adviesaanvraag voorgesteld t.a.v. meermalige wegrakingen voor groep 2 rijbewijzen een rijverbod op te leggen totdat een diagnose is gesteld door een syncope expert en er een adequate therapie is ingesteld en/of er sprake is van 12 maanden klachtenvrij zijn.

Betrokkene voldoet aan de voorgestelde criteria, is inmiddels ruim een jaar klachtenvrij, zodat van neurologische zijde voor betrokkene t.a.v. rijgeschiktheid voor het besturen van motorvoertuigen van categorie D rijgeschiktheid wordt geadviseerd. Over de termijnbeperking van 5 jaar heeft de gezondheidsraad zich niet uitgelaten.”

Het advies van [Y] voor categorie C/D/E is: geschikt voor een periode van vijf jaar.

2.5 Bij besluit van 7 juni 2011 heeft verweerder een Verklaring van geschiktheid geweigerd voor categorie D. Daarbij heeft verweerder verwezen naar paragraaf 7.3 van de bijlage bij de Regeling eisen geschiktheid 2000 (verder: de Regeling).

2.6 Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat het advies van [Y] om eiser voor de rijbewijzen van groep 2 voor een termijn van vijf jaar geschikt te achten in strijd is met de geldende regelgeving. Verweerder kan adviezen van specialisten die in strijd zijn met de Regeling, niet volgen. Op grond van paragraaf 7.3 van de bijlage bij de Regeling zijn personen met bewustzijnsstoornissen ongeschikt voor rijbewijzen van groep 2, behalve wanneer de bewustzijnsstoornissen de laatste vijf jaar zijn uitgebleven. Gezien de onderzoeksresultaten is eiser nog geen vijf jaar vrij van bewustzijnsstoornissen.

2.7 Bij brief van 29 april 2010 heeft de Gezondheidsraad aan de Minister van Verkeer en Waterstaat (thans de Minister van Infrastructuur en Milieu) aangeboden het advies Rijgeschiktheid. Voorstel tot enkele wijzigingen van de Regeling eisen geschiktheid 2000 (verder: het Voorstel van de Gezondheidsraad). In dit voorstel is in hoofdstuk 4 Bewustzijnsstoornissen (anders dan epilepsie), bladzijde 23 tot en met 30, onder meer het volgende opgenomen.

4.2 Uitvoeringsproblemen huidige regeling

Recent is de regeling aangepast voor slaapstoornissen. In het aan deze wijziging

voorafgaande advies is syncope buiten beschouwing gelaten. Om deze reden

wordt er in deze paragraaf dieper op dit syndroom ingegaan. De huidige regelgeving met betrekking tot syncope (collaps) lijkt met de 1 (voor groep 1-rijbewijs)

tot 5 jaar (voor groep 2-rijbewijs) ongeschiktverklaring veel te streng.

4.3 Ziektebeeld

Een wegraking is een kortdurend bewustzijnsverlies met spontaan herstel. Wegrakingen

zijn een alledaags medisch probleem en kunnen veroorzaakt worden

door hartvaatziekten, neurologische, psychogene of stofwisselingsziekten. Een

wegraking veroorzaakt door een daling van de bloeddruk met als gevolg verminderde

doorbloeding en zuurstoftekort van de hersenen wordt syncope genoemd.

Soorten syncope

Er zijn drie hoofdgroepen syncope: reflexsyncope, cardiale syncope en syncope

door orthostatische hypotensie.

Reflexsyncope

Reflexsyncope is verreweg de meest voorkomende oorzaak van wegrakingen.

Het betreft een stoornis, waarbij autonome reflexen die onder normale

omstandigheden de bloedsomloop controleren tijdelijk niet goed functioneren;

vervolgens daalt de systemische bloeddruk en neemt de doorbloeding van de

hersenen af. Als de daling gering is, ervaart de persoon een licht gevoel in het

hoofd en ziet hij zwarte vlekken. Is de bloeddrukdaling sterk en duurt zij langer

dan 5 à 6 seconden, dan treedt bewustzijnsverlies op.15

Vasovagale syncope (het klassieke flauwvallen) is de meest voorkomende

vorm van reflexsyncope. Typische uitlokkende factoren zijn: emoties; pijn; en

lang staan. Sinus-caroticussyncope en de extreem zeldzame n.glossopharyngeus

syncope ontlenen hun naam aan de erbij betrokken zenuwbanen. In andere

situaties wordt het type reflexsyncope benoemd in relatie tot de bezigheden van

de patiënt op het moment van de syncope, bijvoorbeeld slik-, hoest-, mictie- en

defecatiesyncope. Dergelijke bijzondere vormen van reflexsyncope worden

dikwijls als situationele syncope bestempeld. De prognose van een patiënt met

reflexsyncope zonder cardiale ziekte is uitstekend.

(…)

4.5 Voorstel nieuwe regeling

(…)

B Reflexsyncope

Vasovagaal

De klassieke vorm, dat wil zeggen met uitlokkend moment als: emotie; bloedafname;

en lang staan en prodromale verschijnselen als: licht gevoel in het hoofd;

zweten; en misselijkheid.

• minder dan drie maal per jaar: geen rijverbod. Uitgezonderd: vasovagale episodes

in zittende houding (zoals bij autorijden) en vasovagale episodes met

zeer kort durende voorafgaande sensaties; bij deze groep evaluatie door syncope-

expert. Drie maal of meer per jaar: advies na evaluatie door syncopeexpert

• situationeel (slik, hoest, mictie, defaecatie, enzovoort): geen rijverbod. Uitgezonderd

hoestsyncope: rijverbod groep 1 en 2 totdat hoestbuien onder controle

zijn en patiënt 1 maand klachtenvrij is.

Sinus caroticus syncope

(…)

Reflexsyncope van onbewezen origine

• bij klachten van onbewezen origine die eenmalig optreden, en met een

geringe kans op cardiale syncope:

• rijbewijzen groep 1: na een periode van 1 maand zonder klachten is er

weer sprake van rijgeschiktheid

• rijbewijzen groep 2: na een periode van 6 maanden zonder klachten is er

weer sprake van rijgeschiktheid

• bij klachten van onbewezen origine met verdenking op cardiale syncope of

na meermalig optreden, geldt een rijverbod tot dat onderzoek heeft plaatsgevonden

door een syncope-expert én er adequate therapie is ingesteld óf de

patiënt 12 maanden klachtenvrij is.

2.8 In artikel 97 in samenhang met artikel 103, eerste lid, van het Reglement Rijbewijzen (hierna: het Reglement) is bepaald dat indien de aanvrager naar het oordeel van het CBR voldoet aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen ten aanzien van de lichamelijke een geestelijke geschiktheid van de categorie(ën) waarop de aanvraag betrekking heeft, het CBR in het rijbewijzenregister een verklaring van geschiktheid registreert.

2.9 Volgens artikel 1 van de ministeriële regeling ‘Regeling eisen geschiktheid 2000’ (hierna: de Regeling) wordt onder ‘groep 1’ verstaan bestuurders van motorrijtuigen van de categorieën A, B en B + E en onder ‘groep 2’ bestuurders van motorrijtuigen van de categorieën C, C1, C + E, C1+E, D, D1, D+E en D1+E.

2.10 Een rijbewijs van categorie C is vereist voor het besturen van een vrachtwagen. Een rijbewijs van categorie D is vereist voor het besturen van een bus voor personenvervoer met meer dan acht personen.

2.11 In artikel 2 van de Regeling is bepaald dat de eisen met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid tot het besturen van motorrijtuigen worden vastgesteld overeenkomstig de bij deze Regeling behorende bijlage (hierna: de Bijlage).

2.12 In paragraaf 6.9. van de Bijlage is ten aanzien van onbegrepen, mogelijk circulatoir veroorzaakte syncope het volgende opgenomen:

“Personen met dergelijke klachten zijn ongeschikt voor alle rijbewijzen zo lang de diagnose onzeker is en er geen effectieve behandeling is ingesteld (of anderszins de klachten verdwijnen). Voor groep 1 geldt een klachtenvrije periode van een jaar, voor groep 2 van vijf jaar.”

2.13 In hoofdstuk 7 van de Bijlage zijn regels ten aanzien van neurologische aandoeningen opgenomen. Paragraaf 7.2 handelt over ‘Epilepsie’ en paragraaf 7.3. heeft betrekking op ‘Bewustzijnsstoornissen (anders dan epilepsie)’. Paragraaf 7.3 luidt – voor zover hier van belang – als volgt:

“Personen met bewustzijnsstoornissen zijn, met uitzondering van de bewustzijnsstoornissen genoemd in paragrafen 7.3.1 en 7.3.2, voor alle rijbewijzen ongeschikt (zie ook paragrafen 6.9 en 8.5). Bij bewustzijnsstoornissen in de niet recente voorgeschiedenis en wanneer tevens uit de aantekening van de keurend arts blijkt dat nader specialistisch onderzoek niets heeft uitgewezen, is geen specialistisch onderzoek nodig. In alle andere gevallen is voor de geschiktheidsbeoordeling een specialistisch rapport vereist.

De betrokkene kan geschikt worden verklaard voor rijbewijzen van groep 1 als deze minstens één jaar vrij is van de bedoelde stoornissen. De geschiktheidstermijn is dan vijf tot tien jaar, afhankelijk van de ernst van het beeld. Deze personen zijn ongeschikt voor rijbewijzen van groep 2, behalve wanneer de bewustzijnsstoornissen de laatste vijf jaar zijn uitgebleven; in dat geval geldt een geschiktheidstermijn van vijf jaar.”

2.14 Eiser voert allereerst aan dat verweerder niet heeft aangetoond dat in zijn geval sprake is van een neurologische stoornis, die hem ongeschikt maakt voor het besturen van een motorrijtuig. Eisers klachten zijn immers geluxeerd door stress door mantelzorg voor zijn vader, problemen met zijn twee geadopteerde kinderen en reorganisaties op zijn werk.

2.15 De rechtbank verwerpt deze beroepsgrond. Uit de rapporten van [Y] en [X] heeft verweerder mogen afleiden dat zij de drie wegrakingen van eiser kwalificeren als bewustzijnsstoornissen.

2.16 Eiser stelt zich voorts op het standpunt dat hij volgens [Y] en [X] voldoet aan de eisen van rijgeschiktheid.

2.17 Verweerder stelt zich op het standpunt dat, op grond van de Regeling, personen met bewustzijnsstoornissen ongeschiktheid zijn behalve wanneer de bewustzijns-stoornissen de laatste vijf jaren zijn uitgebleven.

2.18 Het standpunt van eiser komt er op neer dat de Regeling ten aanzien van hem buiten toepassing dient te blijven en dat dient te worden beslist op grond van de uitgebrachte medische rapportages. De Regeling, wetgeving in materiële zin, dient buiten toepassing te blijven indien zij in strijd is met algemene rechtsbeginselen. In dat verband kan de vraag worden gesteld of paragraaf 7.3 van de Regeling niet leidt tot een ongelijke behandeling van gelijke gevallen. De regeling bevat voor wat betreft rijbewijshouders van groep 2 één regel: de bewustzijnsstoornis dient vijf jaar te zijn uitgebleven. In het Voorstel van de Gezondheidsraad wordt allereerst aangegeven dat dit criterium veel te streng is. In het Voorstel komt een termijn van vijf jaar gedurende welke bewustzijnstoornissen moeten zijn uitgebleven, zelfs bij benadering niet voor. De langste periode voor bepaalde tijd bedraagt 12 maanden. Daarnaast is de regel van Paragraaf 7.3 van de Regeling van toepassing op alle gevallen van bewustzijnsstoornissen (anders dan epilepsie), terwijl uit het Voorstel van de Gezondheidsraad blijkt dat een onderscheid naar ernst binnen deze categorie mogelijk is. Verder is van belang dat de nadelige gevolgen voor de houders van rijbewijzen groep 2 die voor een periode van vijf jaar ongeschikt worden verklaard, groot kunnen zijn. Houders van rijbewijzen van groep 2, zoals eiser, gebruiken hun rijbewijs veelal beroepsmatig. Ongeschiktverklaring voor een periode van vijf jaar zal dan in de regel meebrengen dat zij hun beroep niet kunnen uitoefenen. Ontslag en verlies van inkomen kan dan het gevolg zijn. Bij een kortere periode van ongeschiktheid van bijvoorbeeld zes maanden, zoals de Gezondheidsraad voorstelt, is de kans groter dat een werkgever bereid is deze periode te overbruggen, zodat deze personen hun baan kunnen behouden.

Bepalend is echter of sprake is van een zodanig overduidelijke onevenredigheid tussen het belang van personen met bewustzijnsstoornissen en het belang van de verkeersveiligheid, dat de Regeling in het geval van eiser buiten toepassing dient te blijven en verweerder zijn beslissing dient te baseren op de adviezen van [Y] en [X] die van mening zijn dat eiser niet (meer) ongeschikt is voor het besturen van motorrijtuigen categorie C en D. Het zwaarwegende belang van de verkeersveiligheid maakt echter, naar het oordeel van de rechtbank, dat van zo een overduidelijke onevenredigheid geen sprake is.

2.19 Ook de beroepsgrond van eiser dat verweerder op grond van de adviezen van [Y] en [X] dient aan te nemen dat hij geschikt is voor het besturen van motorrijtuigen categorie C en D, faalt dus.

2.20 Eiser en zijn echtgenote hebben aangegeven dat zij de uitwerking van de toepasselijke bepalingen als onbillijk ervaren. Het staat de rechter echter niet vrij om te treden in de billijkheid van de regelgeving. Het is de taak van de wetgever, in dit geval de Minister van Infrastructuur en Milieu, om te beoordelen of de veranderende medische inzichten die de Gezondheidsraad naar voren heeft gebracht, tot aanpassing van de regelgeving moeten leiden.

2.21 Het verzoek van eiser een deskundige te benoemen wordt afgewezen, omdat dit gelet op het voorgaande redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak.

2.22 Het beroep van eiser zal ongegrond worden verklaard. Er is geen aanleiding voor een

proceskostenveroordeling.

3. Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J.A.M. van Brussel, rechter, in tegenwoordigheid van drs. M.A.J. Arts, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 april 2012.

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Het hoger beroep dient te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.