Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BW1505

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
12-04-2012
Datum publicatie
25-04-2012
Zaaknummer
zaaknummer 551257/ AO VERZ 12-66
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidsrecht. Nadat werknemer zich heeft beklaagd over het uitblijven van een adequate reactie op zijn klacht over sexuele intimidatie door een tijdelijk leidinggevende, verzoekt werkgever ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens onvoldoende functioneren. Ktr: het mag niet zo zijn dat het indienen van een dergelijke klacht leidt tot een ontbindingsverzoek, ook niet als het gaat om een werknemer die volgens de werkgever toch al niet goed functioneert. Verzoek afgewezen. Een tegelijkertijd behandelde vordering (zaaksnummer 550207) strekkende tot het treffen van een voorlopige voorziening (wedertewerkstelling) is bij vonnis van dezelfde datum toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0399

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Zaandam

zaaknummer 551257/ AO VERZ 12-66

datum uitspraak: 12 april 2012

BESCHIKKING ONTBINDING ARBEIDSOVEREENKOMST

inzake

Cleopatra B.V.

te Zaandam

verzoekende partij

hierna: Cleopatra

gemachtigde: mr. J. Ramnath

tegen

[verweerder]

te [woonplaats]

verwerende partij

hierna: [verweerder]

gemachtigde: mr. U. Hoogland

De procedure

Op 22 maart 2012 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van Cleopatra.

[verweerder] heeft een verweerschrift ingediend.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 29 maart 2012. Op deze zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. De gemachtigden van partijen hebben pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht.

De mondelinge behandeling heeft gelijktijdig plaatsgevonden met de mondelinge behandeling van de door [verweerder] ingestelde vordering strekkende tot het verkrijgen van een voorlopige voorziening (wedertewerkstelling), waarop vandaag eveneens uitspraak wordt gedaan.

Beide partijen hebben producties in het geding gebracht.

De feiten

1. [verweerder], geboren op [leeftijd] is sinds 1 juli 2006 bij Cleopatra in dienst, op het laatst in de functie van medewerker helpdesk tegen een salaris van € 2.493,86 bruto per maand exclusief vakantiebijslag.

2. De werkzaamheden van [verweerder] bestaan uit het behandelen van alle voorkomende vragen en problemen van klanten, per telefoon, fax, e-mail en per post. Vanaf 2008 zijn er aanmerkingen op het functioneren van [verweerder]. Voor een deel zijn die inhoudelijk door [verweerder] erkend, voor het overige niet. Telkens zijn er afspraken gemaakt voor verbeteringen. Nooit is [verweerder] echter met zoveel woorden aangezegd, dat bij hernieuwde klachten zal worden aangestuurd op ontslag.

3. In de zomer van 2011 was de directe chef van [verweerder], de heer [naam] voor zes weken afwezig. Zijn taken als teamleider werden tijdelijk waargenomen door [xx]

4. Gedurende de vervanging van [naam] heeft [xx] zich ten opzichte van [verweerder] zacht gezegd nogal bizar gedragen. Zo was er sprake van door [verweerder] als ongewenst ervaren aanrakingen, zoals het wrijven over de buik van [verweerder] en het vastpakken van diens tepels. Bij gelegenheid van dat laatste incident zou [xx] hebben gezegd: ‘dat het nu wel even wennen zou zijn voor [verweerder], als blanke, om een donkere Surinaamse man als superieur te hebben.’ Ook verder maakte [xx] volgens [verweerder] geregeld vernederende en/of seksueel getinte opmerkingen. Zoals die keer dat [xx] een apparaat, bedoeld om temperaturen te meten, op [verweerder] richtte met de opmerking: ‘even meten hoe heet die pik van jou is.’ Tenslotte maakt [verweerder] melding van het gluren door [xx], terwijl [verweerder] zich na het zaalvoetbal stond te douchen.

5. Op 22 november 2011 heeft weer een functioneringsgesprek plaatsgevonden. Het verslag daarvan werd echter pas op 9 januari 2012 verstrekt, tegelijkertijd met het verslag van het op 9 januari 2012 gehouden gesprek. Beide verslagen waren zeer ongunstig voor wat betreft het functioneren van [verweerder].

6. Op 16 januari 2012 heeft [verweerder] zich ziek gemeld. Hij lijdt aan een te hoge bloeddruk, slapeloosheid en slechtziendheid vanwege bloeddoorlopen ogen. In verband met hartklachten is hij doorverwezen naar een cardioloog.

7. Bij brief van 18 januari 2012 heeft [verweerder] zich inhoudelijk en gedetailleerd verzet tegen de in laatstgenoemde verslagen geuite kritiek op zijn functioneren.

8. Bij brief van 19 januari 2012 heeft [verweerder] zich erover beklaagd, dat hij in de laatstgenoemde verslagen niets terug vond over zijn eerdere, mondelinge, klacht wegens seksuele intimidatie. Daarom diende hij deze klacht in die brief alsnog officieel in. Cleopatra heeft niet op die brief gereageerd, noch heeft zij zelfstandig onderzoek ingesteld naar wat er al dan niet was voorgevallen.

9. Nadat [verweerder] zijn klacht had besproken met de bedrijfsarts, heeft deze Cleopatra dringend geadviseerd daaraan wat te doen, in het bijzonder door een vertrouwenspersoon in te schakelen. Dat is gebeurd.

10. Onder leiding van de vertrouwenspersoon heeft begin februari 2012 een gesprek plaatsgevonden tussen [verweerder] en [xx] Hoewel niet tot in detail werd ingegaan op wat was voorgevallen, werd van de kant van [xx] niet, althans niet met zoveel woorden, ontkend dat de door [verweerder] genoemde incidenten zich hadden voorgedaan. Het incident met de temperatuurmeter werd als ‘grapje’ aangemerkt. Hoe dan ook werden er een aantal duidelijke afspraken gemaakt. Zo blijven aanrakingen tussen beide heren voortaan beperkt tot handen schudden, mogen er geen seksueel getinte grapjes meer worden gemaakt en zullen er geen vernederende of pestende opmerkingen meer worden gemaakt. Zoals blijkt uit het verslag was de lucht nu geklaard.

11. Nadat [verweerder] had laten weten (gedeeltelijk) weer aan de slag te kunnen, volgde er enig e-mailverkeer over de gewenste werkhervatting. Op 24 februari 2012 liet Cleopatra echter aan [verweerder] weten dat zij naar beëindiging van het dienstverband streefde. [verweerder] weigerde mee te werken aan een beëindiging met wederzijds goedvinden en eiste tevergeefs een onmiddellijke tewerkstelling. Hij verklaarde zich bereid mee te denken over een oplossing voor mogelijke praktische problemen.

Het verzoek

Cleopatra verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens veranderingen in de omstandigheden.

Ter toelichting stelt Cleopatra – samengevat – het volgende.

Naar het oordeel van Cleopatra is er sprake van een verschil van inzicht over de inhoud en wijze van uitoefening van de functie. Na een periode van 4 jaar, waarin [verweerder] telkens is aangesproken op zijn functioneren, is ‘de koek op.’ Cleopatra heeft alle vertrouwen in [verweerder] verloren. Hoewel [verweerder] erg zijn best doet gaat het gewoon niet langer.

Het is niet waar dat dit verzoek iets te maken heeft met de klacht over seksuele intimidatie. Betwist wordt dat [verweerder] daarvan al mondeling melding heeft gemaakt kort na de terugkeer van zijn directe leidinggevende [naam]. [verweerder] ging pas klagen na het laatste beoordelingsgesprek van 9 januari 2012. Cleopatra acht het onvoorstelbaar, dat [verweerder] daarover zo lang gezwegen zou hebben, als een en ander hem werkelijk zo zou hebben aangegrepen. In elk geval is zijn klacht goed door Cleopatra opgepakt en afgehandeld. De kwestie was daarmee uit de wereld. Het gaat niet aan om daar nu nog op terug te komen.

Cleopatra is toch bereid een ontslagvergoeding te betalen van € 12.120,16 (correctiefactor 0,5).

Het verweer

[verweerder] concludeert primair tot afwijzing van het verzoek. Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [verweerder] om toekenning van een vergoeding van € 72.720,96.

Ter toelichting voert [verweerder] – samengevat – het volgende aan.

Hoewel wordt erkend dat [verweerder], net zoals iedereen, wel eens fouten maakt, is er geen sprake van disfunctioneren. Daarbij wordt benadrukt dat het werk er voor [verweerder], vanwege het inkrimpen van de personele bezetting, de laatste jaren niet gemakkelijker op is geworden. Hoe dan ook, er is eerder nooit sprake geweest van een uitgesproken disfunctioneren. Dat is pas gebeurd, nadat [verweerder] had geklaagd over de door hem ondervonden seksuele intimidatie. Daarover heeft hij wel degelijk direct bij [naam] geklaagd, toen die was teruggekeerd. Daar is echter nooit wat mee gedaan. Ook niet nadat die klacht later schriftelijk is herhaald. Pas nadat de bedrijfsarts daarop aandrong, heeft Cleopatra een vertrouwenspersoon aangesteld. De inzet van het toen in gang gezette traject was dat [verweerder] weer aan de slag kon. Dat is van beide kanten ook uitgesproken. Dat was voor [verweerder] ook de reden dat hij akkoord ging met het afsluiten van de kwestie. Pas toen bleek dat Cleopatra helemaal niet van plan was hem weer tot het werk toe te laten.

[verweerder] was en is nog steeds bereid het verleden te laten rusten. Hij vindt zijn werk zo belangrijk, dat hij de ondergane vernederingen wel wil slikken, om maar aan het werk te blijven. [verweerder] vindt het de omgekeerde wereld, dat hij moet vertrekken na wat hem is overkomen. Als dat onverhoopt toch moet gebeuren, dan is een ontslagvergoeding met toepassing van correctiefactor 3. gerechtvaardigd.

De beoordeling van het verzoek

Ontvankelijkheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden komen vast te staan, die zouden nopen tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek.

Ontslagverboden

De kantonrechter heeft zich ervan vergewist of het verzoek verband houdt met het bestaan van een verbod tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst of een opzegverbod als bedoeld in de artikelen 7:647, 648, 670 en 670a van het Burgerlijk Wetboek, of enig ander verbod tot opzegging van de arbeidsovereenkomst. Dat blijkt niet het geval. Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft [verweerder] laten weten thans weer in staat te zijn de overeengekomen werkzaamheden te verrichten.

Ontbinding of niet

Onvoldoende is gebleken van gewijzigde omstandigheden, die een voldoende gewichtige reden opleveren om de arbeidsovereenkomst op korte termijn te ontbin¬den.

Hoewel aan [verweerder] moet worden toegegeven, dat het functioneren van [verweerder] gedurende de afgelopen jaren kennelijk niet altijd vlekkeloos is geweest, is er niets wat erop wijst dat hij om die reden niet kan worden gehandhaafd. Naar het oordeel van de kantonrechter is voldoende aannemelijk geworden, dat de uiteindelijke beslissing om te streven naar beëindiging van het dienstverband, in niet geringe mate ingegeven door de klacht die [verweerder] heeft ingediend tegen [xx] wegens seksuele intimidatie. Het kan heel goed zijn, dat deze beslissing niet was genomen als het om een meer gewaardeerde werknemer ging, maar het mag niet zo zijn dat de indiening van een dergelijke klacht dan de doorslag geeft.

Dit temeer niet nu deze klacht, zoals van de kant van Cleopatra niet, dan wel onvoldoende betwist is gebleven, inhoudelijk gegrond is. In het midden kan blijven of [xx] zich seksueel te buiten is gegaan ten opzichte van een ondergeschikte, of dat sprake is van opzettelijke vernedering en machtsmisbruik. Die dingen lopen bovendien nogal eens in elkaar over. Waar het om gaat is dat een direct leidinggevende zich dusdanig heeft misdragen ten opzichte van een ondergeschikte, dat onbegrijpelijk is dat Cleopatra daar zo laconiek op heeft gereageerd en daarnaar geen zelfstandig onderzoek heeft ingesteld, laat staan [xx] op duidelijke wijze heeft gecorrigeerd. Daarbij doet eigenlijk nauwelijks ter zake of [verweerder] onmiddellijk bij [naam] heeft geklaagd en/of [naam] dat direct heeft doorgegeven aan de bedrijfsleiding. Waar het op aankomt, is dat Cleopatra de kwestie niet mag ‘oplossen’ door [verweerder] dan maar te ontslaan.

Daarom moet Cleopatra doen wat ze al veel eerder had moeten doen, te weten [verweerder] weer toelaten op zijn werk. Voor de hand liggende praktische problemen moeten worden opgelost, liefst met bijstand van een ter zake deskundige derde. Nu [verweerder] en [xx] het hebben uitgepraat, kan dát het probleem niet meer zijn. De kantonrechter kan zich wel voorstellen dat hierover nog even moet worden gesproken, voordat [verweerder] weer aan de slag gaat. Daarom is in het vandaag ook uitgesproken vonnis betreffende de gevorderde voorlopige voorziening ook een overgangstermijn bepaald.

Slotsom is dat partijen met elkaar verder moeten. Het spreekt voor zich dat beide partijen zich moeten inspannen om dat goed te laten verlopen.

Beslissing

Het verzoek wordt afgewezen.

Cleopatra wordt veroordeeld in de kosten aan de zijde van de tegenpartij gevallen. Deze kosten worden begroot op € 600,-- wegens salaris van de gemachtigde.

Aldus gegeven door mr. F.M.Visser, kantonrechter in de rechtbank Haarlem, locatie Zaandam, en in het openbaar uitgesproken op 12 april 2012 in tegenwoordigheid van de griffier.