Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BW0971

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
16-03-2012
Datum publicatie
05-04-2012
Zaaknummer
547222 / AO VERZ 12-40
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidsontbinding afgewezen. Flesje (fris)drank van werkgever meenemen onvoldoende voor ontbinding van arbeidsovereenkomst. Aanleiding tot conflict is vooral gelegen in de beslissing van werkgever om hoog in te zetten en kan niet voor risico van werknemer worden gebracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0330

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Zaandam

zaak/rep.nr.: 547222 / AO VERZ 12-40

datum uitspraak: 16 maart 2012

BESCHIKKING VOORWAARDELIJKE ONTBINDING ARBEIDSOVEREENKOMST

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Gall & Gall

te Zaandam

verzoekster

hierna te noemen Gall & Gall

verschenen bij mr N. Engelen-de Voogd

tegen

[X]

te [woonplaats]

verweerder

hierna te noemen [X]

gemachtigde mr D. van der Haar

De procedure

Op 21 februari 2012 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van Gall & Gall. [X] heeft een verweerschrift ingediend. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 9 maart 2012. Op deze zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht. Gall & Gall heeft nog een productie in het geding gebracht.

De feiten

[X], 44 jaar oud, is op 22 oktober 2007 bij Gall & Gall in dienst getreden. Hij was laatstelijk werkzaam als coördinator proeflokaal te Amsterdam voor een salaris van € 1.535,63 bruto per maand exclusief vakantiegeld.

Op 24 november 2011 is [X] door Gall & Gall op staande voet ontslagen omdat hij meermaals een flesje drank vanuit de koelkast van Gall & Gall mee naar buiten had genomen. De op 25 november 2011 gedateerde ontslagbrief is als prod. 3 bij het verzoekschrift gevoegd.

Bij vonnis in kort geding van de kantonrechter Amsterdam d.d. 8 februari 2012 is Gall & Gall veroordeeld tot wedertewerkstelling van [X] en doorbetaling van het loon. Sedert 15 februari 2012 is [X] werkzaam in een filiaal van Gall & Gall te Zaandam.

Het verzoek

Gall & Gall verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst, voor het geval blijkt dat deze nog bestaat, primair wegens een dringende reden en subsidiair wegens veranderingen in de omstandigheden. Gall & Gall stelt –samengevat – dat [X] de in haar bedrijf geldende gedragsregels heeft geschonden door dranken mee te nemen zonder deze af te rekenen; dat is een aantal malen geconstateerd in het kader van een intern onderzoek naar kasverschillen en voorraadverschillen. Op camerabeelden is te zien dat [X] dan een flesje uit de koelkast pakt en meeneemt. Dat is diefstal, en volgens de gedragsregels hoort daar ontslag op staande voet bij. Na met dit gedrag te zijn geconfronteerd heeft [X] betwist, dat voldoende ernstig te vinden; door deze opstelling te kiezen heeft hij bewerkstelligd dat Gall & Gall nu alle vertrouwen in hem heeft verloren, zo heeft zij subsidiair aangevoerd.

Het verweer

[X] concludeert tot afwijzing van het verzoek. [X] voert aan dat bij Gall & Gall was toegestaan om onder of na het werk een drankje uit de koelkast te pakken; dat gebeurde dan ook regelmatig. In de praktijk is vervolgens het gebruik ontstaan om (soms) ook een drankje mee te nemen voor onderweg. [X] zag daar geen kwaad in, en meent dat een ontslag op staande voet een veel te zware maatregel is. Hij is gaarne bereid om Gall & Gall aan te tonen dat hij haar vertrouwen nog steeds waard is.

De beoordeling

In een procedure als deze dient te worden ingeschat of in de bodemprocedure het ontslag stand zal houden. Daarbij geldt, dat aan overwegingen omtrent de nietigheid geen doorslaggevend gezag toekomt; hetgeen in deze procedure wordt overwogen is immers slechts een prognose, net zoals dat in het tussen partijen al gevoerde kort geding het geval was.

De kort geding rechter heeft de vordering van [X] toegewezen op basis van de verwachting dat het ontslag op staande voet in de bodemprocedure geen stand zal houden omdat niet is voldaan aan de eis van onverwijldheid; omtrent de dringendheid van de dringende reden die aan het ontslag ten grondslag is gelegd zijn geen andere overwegingen gewijd dan hetgeen in het vonnis – dat als prod. 6 aan het verzoekschrift is gehecht - is vermeld onder 4.2.

In de onderhavige procedure heeft Gall & Gall bij gelegenheid van de mondelinge behandeling ter terechtzitting betoogd dat zij het besluit tot ontslag naar eer en geweten heeft genomen en dat zij er van overtuigd is dat in een bodemprocedure zou worden geoordeeld dat diefstal een zodanig ernstig vergrijp is dat dit een dringende reden voor ontslag op staande voet vormt.

Omdat in de – nog niet aanhangig gemaakte – bodemprocedure in dit geval het ontslag waarschijnlijk zou stranden op de eis van onverwijldheid, heeft Gall & Gall het onderhavige verzoek ingediend: aldus kan alsnog worden vastgesteld dat er een voldoende dringende reden is, zo heeft de kantonrechter de gedachtengang van Gall & Gall begrepen.

Het wil de kantonrechter evenwel voorkomen dat Gall & Gall daarmee het karakter van een voorwaardelijk verzoek miskent. Zelfs al zou de kantonrechter in dit geding overwegen dat van een (voldoende) dringende reden sprake is, dan zou dat niet uitsluiten de mogelijkheid dat de kantonrechter in de bodemprocedure tot een andere afweging komt. Zou in de bodemprocedure de dringende reden als onvoldoende worden beoordeeld, dan zou vervolgens dat oordeel toch geen effect sorteren omdat de uitkomst van deze procedure daarmee in strijd is. Dat is ongewenst.

Er is, kortom, reden tot behoedzaamheid.

Partijen zijn het er over eens dat door Gall & Gall een onderzoek was gestart naar de oorzaak van kasverschillen; met die kasverschillen bleek [X] niets te maken te hebben, maar door dat onderzoek – met name de daardoor beschikbaar gekomen camerabeelden - bleek ook dat [X] af en toe een flesje (fris)drank meenam naar buiten, in plaats van het binnen het bedrijf van Gall & Gall c.q. tijdens het werk op te drinken.

Partijen zijn het er ook over eens dat het aan [X] was toegestaan om tijdens en meteen na het werk drank uit de koelkast te pakken, mits dat dan op een lijst werd aangeturfd; aan dit laatste hield niet iedereen zich altijd.

Waarover partijen van mening verschillen is, of de gedragsregels van Gall & Gall voldoende duidelijk maken dat er een ijzeren scheidslijn loopt tussen een flesje drank pakken en het opdrinken, en een flesje drank pakken en het buiten opdrinken. Het eerste is toegestaan, het tweede is volgens Gall & Gall overduidelijk niet de bedoeling en duidelijk diefstal. Omtrent deze visie heeft [X] een andere opvatting.

Het is – het zij herhaald – niet aan de kantonrechter om in een procedure als deze hierover het laatste woord te spreken; de kantonrechter kan hier slechts vaststellen dat het bij de huidige stand van zaken in deze discussie niet ondenkbaar is dat in een bodemprocedure het ontslag op staande voet geen stand houdt omdat de dringende reden na weging van alle relevante omstandigheden te licht wordt bevonden.

Aldus bestaat onvoldoende aanleiding om in deze procedure te ontbinden op grond van een dringende reden.

Subsidiair vraagt Gall & Gall ontbinding op grond van verandering in omstandigheden: door te ontkennen dat de gedragsregels voldoende duidelijk zijn en door zich op het standpunt te stellen dat zijn manier van handelen niet zo ernstig is als Gall & Gall meent, heeft [X] bewerkstelligd dat Gall & Gall alle vertrouwen in hem heeft verloren. Gall & Gall heeft daar nog aan toegevoegd dat door de handelwijze van [X] voorraadverschillen zijn ontstaan.

In dit laatste argument kan de kantonrechter Gall & Gall niet volgen; partijen immers waren het er over eens dat in de praktijk niet iedereen zich altijd hield aan het voorschrift dat flesjes drank op een lijst geturfd moesten worden. Die situatie en de gevolgen daarvan kan Gall & Gall nu niet aan (alleen) [X] tegenwerpen.

Voor het overige is duidelijk dat de hele gang van zaken, inclusief een procedure als deze, de verhouding tussen partijen geen goed zal doen. Echter, ontbinding op de subsidiaire grond is alleen voor toewijzing vatbaar als duidelijk zou zijn dat tussen partijen een zodanige situatie is ontstaan dat voortzetting van de arbeidsrelatie ondenkbaar is. Ook dit laatste is door [X] gemotiveerd betwist, en door Gall & Gall in niet meer dan algemene termen aangevoerd. Nu de aanleiding tot het conflict toch vooral is gelegen in de beslissing van Gall & Gall om hoog in te zetten, kan het eventueel stranden van die poging in een bodemprocedure, niet voor risico van [X] worden gebracht.

Al het voorgaande in aanmerking nemende komt de kantonrechter tot de conclusie dat er onvoldoende redenen bestaan om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, zodat het verzoek wordt afgewezen.

Wat partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking, omdat dat niet tot een andere beslissing leidt.

Vanwege de aard van deze procedure, en om de verhouding tussen partijen niet verder te belasten, draagt iedere partij de eigen kosten.

De beslissing

De kantonrechter:

- wijst het verzoek af;

- bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr B. Doorewaard Boekhout en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum door mr. F.M. Visser in aanwezigheid van de griffier.

Coll.