Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BV9850

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
23-03-2012
Datum publicatie
23-03-2012
Zaaknummer
15/660043-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis; 6 Wegenverkeerswet; schuld; aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend; aanrijding personenauto ten opzichte van twee voetgangers; zwaar lichamelijk letsel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/660043-11

Uitspraakdatum: 23 maart 2012

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 9 maart 2012 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te Zaandam,

wonende te [adres].

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Primair:

zij op of omstreeks 27 april 2011 te Zaandam, gemeente Zaanstad, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Heijermanstraat zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, op een bij de kruising met de Dr. Schaepmanstraat gelegen voetgangersoversteekplaats af te rijden,

- zonder haar (volledige) aandacht te hebben bij de verkeerssituatie die voor haar voertuig plaatsvond, immers was haar aandacht gericht op het park ter linkerzijde van haar, en/of

- zonder zodanig vaart te minderen dat zij tijdig voor de oversteekplaats tot stilstand kon komen en/of

- zonder te stoppen voor/bij een in haar richting rood licht uitstralend verkeerslicht

waardoor één of meer ander(en) (genaamd [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]) zwaar lichamelijk letsel, te weten [slachtoffer 1]: een gebroken schouder en/of een gebroken been en/of (ernstige) brandwonden (deels in haar gezicht), en [slachtoffer 2]: een schedelbasisfractuur en/of een hersenkneuzing en/of (blijvend) hersenletsel, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

Subsidiair:

zij op of omstreeks 27 april 2011 te Zaandam, gemeente Zaanstad, als bestuurder van een voertuig op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Heijermansstraat, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers niet is gestopt voor een voor haar rijrichting bestemd driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalde, waarbij letsel aan personen ([slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]) is ontstaan of schade aan goederen is toegebracht.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit en gevorderd dat verdachte ter zake zal worden veroordeeld tot de oplegging van een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van zestig (60) uren bij het niet (naar behoren) voldoen daarvan te vervangen door dertig (30) dagen hechtenis en voorts de oplegging van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie (3) maanden met een proeftijd van één (1) jaar en onder de bijzondere voorwaarde dat verdachte gedurende de proeftijd geen personenauto zal besturen.

4. Bewijs

4.1. Bewijsmiddelen

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder primair ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens haar geen vrijspraak is bepleit - zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

* de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 9 maart 2012, inhoudende dat zij op 27 april 2011 onoplettend en onvoorzichtig haar personenauto heeft bestuurd en daardoor een verkeersongeval heeft veroorzaakt waarbij zij twee voetgangers heeft aangereden;

* het proces-verbaal verkeersongevalanalyse d.d. 10 mei 2011 (deel 2 bladzijde 6-25);

* het proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 april 2011 (deel 1 bladzijde 40-41);

* het proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 april 2011 (deel 1 bladzijde 42-43);

* het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] d.d. 28 april 2011 (deel 1 bladzijde 22-24);

* het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] d.d. 29 april 2011 (deel 1 bladzijde 25-27);

* het proces-verbaal van verhoor van benadeelde [slachtoffer 2] d.d. 6 juli 2011 (deel 1 bladzijde 28-33);

* het proces-verbaal van verhoor van benadeelde [slachtoffer 1] d.d. 12 juli 2011 (deel 1 bladzijde 34-37);

* een geschrift, te weten de medische verklaring over [slachtoffer 2] van dr. A.M.M. Vlaar, neuroloog bij het Zaans Medisch Centrum d.d. 13 mei 2011 (deel 2 bladzijde 68-69);

* een geschrift, te weten de medische verklaring over [slachtoffer 1] van C.G. Vos en Chr. Sleeboom, arts-assistent heelkunde respectievelijk kinderchirurg bij het VUmc d.d. 29 juni 2011 (los opgenomen);

* een geschrift, te weten de medische verklaring over [slachtoffer 1] van A.F.P.M. Vloemans, medisch manager brandwondencentrum bij het Rode Kruis Ziekenhuis d.d. 14 juni 2011 (los opgenomen) en

* een geschrift, te weten de medische verklaring over [slachtoffer 1] van A.F.P.M. Vloemans, medisch manager brandwondencentrum bij het Rode Kruis Ziekenhuis d.d. 29 augustus 2011 (los opgenomen).

De door de rechtbank als processen-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde personen en voldoen ook overigens aan de daaraan bij de wet gestelde eisen.

4.2. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder primair ten laste gelegde feit heeft begaan, in dier voege dat:

Primair:

zij op 27 april 2011 te Zaandam, gemeente Zaanstad, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Heijermanstraat zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend, op een bij de kruising met de Dr. Schaepmanstraat gelegen voetgangersoversteekplaats af te rijden,

- zonder haar volledige aandacht te hebben bij de verkeerssituatie die voor haar voertuig plaatsvond, immers was haar aandacht gericht op het park ter linkerzijde van haar, en

- zonder zodanig vaart te minderen dat zij tijdig voor de oversteekplaats tot stilstand kon komen en

- zonder te stoppen voor/bij een in haar richting rood licht uitstralend verkeerslicht

waardoor anderen genaamd [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel, te weten [slachtoffer 1]: een gebroken schouder en een gebroken been en ernstige brandwonden deels in haar gezicht en [slachtoffer 2]: een schedelbasisfractuur en een hersenkneuzing en blijvend hersenletsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in haar verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder primair meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van primair:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor anderen lichamelijk letsel wordt toegebracht.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezen verklaarde zou ontbreken. Het bewezen verklaarde is derhalve strafbaar.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

7. Motivering van de straf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van het vanwege Reclassering Nederland, adviesunit Lelystad, uitgebrachte reclasseringsadvies van 20 februari 2012 is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft als bestuurder van een personenauto aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend gehandeld door gedurende een langere periode niet op de rijbaan voor haar te letten, terwijl verdachte - die bekend is met de feitelijke situatie ter plaatse - wist dat zij een met verkeerslichten beveiligde kruising naderde en dat zij, zoals aangegeven op het bord ongeveer 100 meter voor de kruising, haar snelheid moest verminderen naar 30 kilometer per uur. Verdachte is zonder haar snelheid te verminderen door het voor haar rood licht uitstralende verkeerslicht gereden en heeft toen beide slachtoffers aangereden. Hierbij zijn beide slachtoffers ernstig gewond geraakt. Zo heeft [slachtoffer 1] onder meer een gebroken schouder, een gebroken been en ernstige brandwonden in haar gezicht opgelopen. [slachtoffer 2] heeft als gevolg van de aanrijding onder meer een schedelbasisfractuur en een hersenkneuzing opgelopen.

De rechtbank houdt daarnaast rekening met de medische/fysieke situatie van verdachte, die lichamelijk sterk is beperkt. De rechtbank acht voorts van belang dat verdachte niet eerder voor het plegen van strafbare feiten is veroordeeld.

Op grond van het bovenstaande en gelet op de ernst van het strafbare feit komt de rechtbank tot een hogere straf dan de officier van justitie heeft gevorderd. De rechtbank is van oordeel dat een taakstraf in de vorm van een werkstraf van het na te noemen aantal uren moet worden opgelegd. De rechtbank zal bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaar, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat verdachte haar bevoegdheid tot het rijden in een personenauto moet worden ontzegd voor een langere duur dan door de officier van justitie is gevorderd. Door de wijze waarop de rechtbank de straf heeft geformuleerd kan verdachte gedurende deze periode dus wel gebruik maken van haar scootmobiel. Een voorwaarde die dit mogelijk maakt zal als bijzondere voorwaarde aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen straf worden verbonden.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

9, 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en

6 en 175 van de Wegenverkeerswet 1994.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het onder primair ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 4.2. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt haar daarvan vrij.

Bepaalt dat het onder primair bewezen verklaarde feit het hierboven onder 5. vermelde feit oplevert.

Verklaart dit feit strafbaar.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot het verrichten van HONDERDZESTIG (160) UREN taakstraf in de vorm van een werkstraf, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door TACHTIG (80) DAGEN hechtenis, met bevel dat een gedeelte groot VEERTIG (40) UREN, bij niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door TWINTIG (20) DAGEN hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee (2) jaren.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien:

- verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt en

- verdachte niet naleeft de bijzondere voorwaarde dat zij gedurende de proeftijd geen personenauto zal besturen.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.C.M. Rutten, voorzitter,

mr. A. Eichperger en mr. E.J. Bellaart, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.V. Ramdharie, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van vrijdag 23 maart 2012.