Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BV8733

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
22-02-2012
Datum publicatie
14-03-2012
Zaaknummer
177647 - HA ZA 11-111
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gehoneerd verweer dat de eiser niet bevoegd is de vordering tegen gedaagde in te stellen omdat deze aan een derde is verpand. Eiser is niet bevoegd schadevergoedingsvordering jegens gedaagde in te stellen, nu gesteld noch gebleken is dat de pandhouder of de kantonrechter daarvoor toestemming heeft verleend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 177647 / HA ZA 11-111

Vonnis van 22 februari 2012

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SECURITY-HUYSDUINEN B.V.,

gevestigd te Purmerend,

eiseres,

advocaat mr. A.J. Bakhuijsen,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE PURMEREND,

zetelend te Purmerend,

gedaagde,

advocaat mr. V.H. Affourtit.

Partijen zullen hierna Security-Huysduinen en de Gemeente genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 15 juni 2011

- het proces-verbaal van comparitie van 13 oktober 2011

- de brief van mr Verschoor voornoemd van 9 november 2011, die aan het proces verbaal van comparitie is gehecht

- de akte van Security-Huysduinen

- de akte van de Gemeente.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Op 9 oktober 2002 heeft ITD Real Estate BV (hierna: ITD), destijds huurder van het pand aan de Van IJsendijkstraat 403-409 te Purmerend (hierna: het pand), bij de Gemeente vrijstelling van het bestemmingsplan aangevraagd teneinde het pand als tweedehands meubelhal te kunnen inrichten en gebruiken. De Gemeente heeft die vrijstelling bij besluit van 24 oktober 2002 geweigerd.

2.2. ITD heeft tegen dat besluit een bestuursrechtelijke procedure gevoerd die is geëindigd met een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 26 mei 2010, waarbij de Afdeling het door de Gemeente ingestelde hoger beroep ongegrond heeft verklaard en daarbij heeft overwogen dat de Gemeente de gevraagde vrijstelling in redelijkheid niet heeft kunnen weigeren.

2.3. ITD huurde het pand van Kantoorgebouw Verrijn Stuartweg 42 Diemen B.V. (hierna: KVS). ITD is op 19 september 2007 ontbonden. KVS heeft als rechtsopvolger van ITD de onder 2.2 bedoelde procedure voortgezet.

2.4. Bij beslissing op bezwaar van 16 oktober 2009 heeft de Gemeente de gevraagde vrijstelling alsnog verleend.

2.5. KVS is een dochteronderneming van Miramar Holding B.V. (hierna: Miramar).

2.6. De advocaat van Svenska Handelsbanken A.B. (hierna: Svenska Handelsbanken) heeft een brief gestuurd aan Miramar en haar dochtervennootschappen, t.a.v. dhr. [A]. Deze brief, gedateerd 19 oktober 2009, vermeldt - voor zover hier van belang - het volgende:

On behalf of our client, Svenska Handelsbanken A.B. (“the Bank”), I write this letter to you in your capacity of statutory director of Miramar Holding B.V. (“Miramar”), which in turn is statutory director of (…) and Kantoorgebouw Verrijn Stuartweg 42 Diemen B.V. (…), hereafter jointly referred to as: “the Subsidiaries”.

(…)

Security Agreements (accounts receivable)

The Bank entered into security agreements regarding accounts receivable with Miramar and its Subsidiaries on December 10, 1993 which were registered with the tax authorities on 2 March 1994 (“the Security Agreements”) to ensure proper performance by Chatel and Miramar of their present and future obligations to the Bank (…). Pursuant to the Security Agreements Miramar and it Subsidiaries have pledged their “current Accounts Receivable” existing at the time the Security Agreements were entered into and they are obligated to pledge their ‘future Accounts Receivable’.

Following the execution of the Security Agreements in 1993/1994 no new deeds of pledge were executed in respect of these ‘future Accounts Receivable’. The Bank requests that these “future Accounts Receivable” are now pledged by Miramar and its Subsidiaries to the bank in conformity with the Security Agreements. Please find attached pledge lists to be executed by Miramar and its Subsidiaries (…).

These pledge lists should list all present accounts receivables (…) for Miramar and it Subsidiaries, and are to be signed on behalf of Miramar and its Subsidiaries by the duly authorized person(s). These lists should also include current legal relationships from which accounts receivable shall directly result in the future.

Furthermore, the Bank requests Miramar and its Subsidiaries to provide it with (…) the names and addresses of all debtors of the Accounts Receivables.

I request you to send the aforementioned deeds of pledge, lists and documents to me within seven (7) days after the date of this letter.

2.7. Per aangetekende brief met bericht van ontvangst, gedateerd 18 november 2009, bericht de advocaat van Svenska Handelsbanken het volgende aan de Gemeente:

Namens cliënte, Svenska Handelsbanken AB, doe ik u hierbij mededeling als bedoeld in artikel 246 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek van de verpanding door Kantoorgebouw Verrijn Stuartweg 42 Diemen B.V. (…) aan Svenska Handelsbanken AB van haar vorderingen op u, alsmede van de vorderingen die zij in de toekomst op u zal verkrijgen uit hoofde van een reeds bestaande rechtsverhouding.

Betaling van voornoemde vorderingen kan vanaf heden door u slechts bevrijdend worden gedaan op bankrekening (…) van Svenska Handelsbanken AB. (…)

2.8. Blijkens een notariële akte van 9 augustus 2010 heeft [A], in zijn hoedanigheid van (indirect) bestuurder van KVS en als schriftelijk gevolmachtigde van Security-Huysduinen ten overstaan van notaris mr. [B] te Amsterdam onder meer het volgende verklaard:

(D) Verkoper (lees: KVS) heeft als gevolg van het, in bezwaar en na beroep door het college van Purmerend gehandhaafde, besluit van 24 oktober 2002 schade geleden, waarvan de omvang en vergoedingsplicht van het college van Purmerend nog niet in rechte is vastgesteld. Die schade bestaat in ieder geval uit gederfde huurinkomsten, vermogensschade bestaande uit kapitaalsverlies, gederfde winst en gemaakte kosten, alsmede de vordering van Koper (lees: Security-Huysduinen) op Verkoper wegens het door Verkoper niet kunnen nakomen van de tussen hen gesloten huurovereenkomst (de “Vordering”).

(…)

F) Verkoper is niet in staat om zelf de nodige financiële middelen bijeen te brengen voor het betalen van de reeds gemaakte (juridische) kosten en/of het inschakelen van (juridische) deskundigen die gewenst en/of noodzakelijk zijn voor het vaststellen van de omvang - en het al dan niet in rechte jegens het college van Purmerend uitwinnen van de Vordering.

(G) Koper heeft zich bereid verklaard de Vordering van Verkoper op het college van Purmerend inclusief alle daaraan verbonden (processuele) rechten van Verkoper over te nemen en het nodige te (laten) doen om die vordering uit te winnen.

(H) Verkoper heeft zich bereid verklaard de Vordering te verkopen en over te dragen aan Koper, en Koper heeft zich bereid verklaard de Vordering te kopen en de overdracht daarvan te aanvaarden tegen betaling van vijftigduizend euro (€ 50.000,00) onder bij afzonderlijke overeenkomst tussen Verkoper en Koper gemaakte afspraken over een verdeling van de mogelijke opbrengsten. Als gevolg van de overdracht van de Vordering verkrijgt Koper alle daaraan verbonden (processuele) rechten alsmede het recht op eigen naam en/of die van Verkoper in rechte op te treden.

(…)

1. CESSIE

1.1 Onder de voorwaarden van deze Akte verbindt Verkoper zich om de Vordering aan Koper te verkopen en over te dragen en Koper verbindt zich om de Vordering van Verkoper te kopen en de overdracht daarvan te aanvaarden (de “Cessie”). De koopprijs voor de Cessie bedraagt vijftigduizend euro (€ 50.000,00), hierna: de “Koopprijs”.

1.2 Verkoper levert in overeenstemming met de Cessie hierbij de Vordering aan de Koper, welke de levering van de Vordering hierbij accepteert.

(…)

3. Het geschil

3.1. Security-Huysduinen vordert samengevat – dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

- zal verklaren voor recht dat de Gemeente onrechtmatig jegens Security-Huysduinen, althans haar rechtsvoorgangers, heeft gehandeld doordat het college van burgemeester en wethouders van Purmerend bij besluit van 24 oktober 2002 heeft geweigerd vrijstelling te verlenen voor het voeren van detailhandel in het pand op het perceel Van IJsendijkstraat 403-409 te Purmerend,

- de Gemeente zal veroordelen om aan Security-Huysduinen alle schade te vergoeden die door haar c.q. haar rechtsvoorgangers is geleden en geleden wordt als gevolg van dit onrechtmatig handelen, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

3.2. De Gemeente voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De Gemeente heeft als meest verstrekkende verweer aangevoerd dat Security-Huysduinen niet bevoegd is om de onderhavige vordering in te stellen. Zij stelt daartoe onder meer dat de vordering op de Gemeente door KVS is verpand aan Svenska Handelsbanken en dat deze verpanding door Svenska Handelsbanken aan de Gemeente is meegedeeld.

4.2. Security-Huysduinen betwist dat de vordering op de Gemeente is verpand.

4.3. Artikel 3:246 BW bepaalt dat indien een vordering is verpand en van die verpanding mededeling is gedaan aan de schuldenaar, de pandgever alleen nakoming in en buiten rechte kan eisen en betalingen in ontvangst kan nemen, indien hij daartoe toestemming van de pandhouder of van de kantonrechter heeft verkregen. Dit betekent dat indien komt vast te staan dat de vordering die KVS op de Gemeente stelde te hebben inderdaad door haar is verpand aan Svenska Handelsbanken en van deze verpanding mededeling is gedaan aan de Gemeente, Security-Huysduinen (waaraan KVS de vordering vervolgens heeft gecedeerd) niet bevoegd is om de vordering tot schadevergoeding jegens de Gemeente in te stellen. Gesteld noch gebleken is immers dat Svenska Handelsbanken of de kantonrechter toestemming heeft verleend voor het instellen van deze vordering.

4.4. Uit de hiervoor bij 2.6 weergegeven brief van Svenska Handelsbanken, die van de zijde van Security-Huysduinen in het geding is gebracht, blijkt dat Svenska Handelsbanken op 19 oktober 2009 verzoekt om, in vervolg op een geregistreerde pandakte waarbij onder meer vorderingen van KVS aan haar zijn verpand, pandlijsten in te vullen en binnen 7 dagen op te sturen. Op deze lijsten dienen (onder meer) de vorderingen die KVS op derden heeft te worden gespecificeerd, onder opgave van naam en adres van de schuldenaar. Vast staat voorts dat Svenska Handelsbanken nog geen maand daarna, op 18 november 2009, een brief heeft gestuurd aan de Gemeente met de mededeling dat de vordering die KVS op de Gemeente heeft aan Svenska Handelsbanken is verpand (zie 2.7). Deze gang van zaken ondersteunt de stelling van de Gemeente dat de door KVS aan Security-Huysduinen overgedragen vordering op de Gemeente is verpand aan Svenska Handelsbanken.

4.5. Gelet op de onderbouwde stelling van de Gemeente, had het op de weg van Security-Huysduinen gelegen om deze voldoende gemotiveerd te betwisten. Dit heeft Security-Huysduinen - ook nadat haar daartoe door de rechtbank nog gelegenheid is gegeven bij akte na comparitie - nagelaten. De enkele stelling dat KVS geen pandlijst met daarop de vordering op de Gemeente heeft getekend en dat de brief van Svenska Handelsbanken van 18 november 2009, waarin deze de Gemeente meedeelt dat KVS de vordering op de Gemeente aan Svenska Handelsbanken heeft verpand, op een kennelijk onjuiste aanname berust, is in dit verband onvoldoende. Het laat immers onverklaard hoe Svenska Handelsbanken erbij gekomen zou zijn om - nota bene kort nadat zij KVS had gevraagd om op de (mede) door haar in te vullen pandlijst de namen en adressen van de door haar verpande debiteuren op te geven - de Gemeente een brief te sturen met de mededeling van de verpanding. Het standpunt van Security-Huysduinen dat geen sprake is van verpanding wordt dan ook verworpen.

4.6. Nu het voorgaande reeds tot de slotsom leidt dat de vorderingen van Security-Huysduinen moeten worden afgewezen, kan hetgeen partijen verder nog hebben aangevoerd, onbesproken blijven.

4.7. Security-Huysduinen zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Gelet op het in deze procedure gevorderde voorschot van € 2.537.690,00, gaat de rechtbank bij de proceskostenveroordeling uit van dit bedrag bij de bepaling van het belang van de zaak. De kosten aan de zijde van de Gemeente worden daarom begroot op:

- griffierecht 3.537,00

- salaris advocaat 8.027,50 (2,5 punten × tarief € 3.211,00)

Totaal € 11.564,50

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt Security-Huysduinen in de proceskosten, aan de zijde van de Gemeente tot op heden begroot op € 11.564,50, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3. veroordeelt Security-Huysduinen in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Security-Huysduinen niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.4. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Jochem, mr. H.J.M. Burg en mr. C.S. Naarden en in het openbaar uitgesproken op 22 februari 2012.?