Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BV8151

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
05-03-2012
Datum publicatie
07-03-2012
Zaaknummer
15/740404-11 en 15/750010-09 (TUL)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Meervoudige strafkamer. Vrijspraak gewelddadige overval op juwelierszaak.

Vrijspraak voor een 20-jarige man die werd verdacht van een overval op een juwelier.

De rechtbank is van oordeel dat er wel aanwijzingen zijn voor betrokkenheid bij de overval, maar aanwijzingen, hypotheses en vermoedens, zo overweegt de rechtbank, zijn niet voldoende om tot een bewezenverklaring en dus veroordeling te komen. Het wettig en overtuigend bewijs ontbreekt in de zaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummers: 15/740404-11 en 15/750010-09 (TUL)

Uitspraakdatum: 5 maart 2012

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 10 oktober 2011, 12 oktober 2011, 14 oktober 2011, 9 februari 2012 en 20 februari 2012 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te Amsterdam,

wonende te [adres]

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Primair

hij op of omstreeks 27 oktober 2010 te Haarlem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid (gouden) juwelen (met een gezamenlijk gewicht van (ongeveer) 5600 gram), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Juwelier [naam juwelierszaak] (gevestigd aan de [adres]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van

het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die juwelen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking (te weten het met (een) hamer(s) en/of (andere) zware en/of harde voorwerp(en) inslaan van één of meer vitrinekast(en) waarin die juwelen zich bevonden), en/of welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of in de [straatnaam] aanwezig (winkelend) publiek, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met één of meer van zijn mededader(s), met/op een motorscooter en/of een motor is/zijn gegaan naar die juwelier, waarna verdachte en/of zijn mededader(s):

- met een helm en/of een shawl en/of een pet op/over zijn/hun gezicht en/of

hoofd, in elk geval met (deels) bedekt(e) gezicht(en), die juwelier is/zijn binnengegaan, en/of

- daarbij één of meer vuurwapen(s) en/of (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) heeft/hebben vastgehouden en/of gericht op die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of heeft/hebben geroepen tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] "bukken, bukken", althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of

- met één of meer hamer(s) en/of (andere) zware en/of harde voorwerp(en) meerdere, althans één vitrine(s) heeft/hebben ingeslagen, en/of

- (buiten in de [straatnaam]) één of meer vuurwapen(s) en/of (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) zichtbaar voor het aldaar aanwezige (winkelend) publiek heeft/hebben vastgehouden en/of in de lucht gehouden, en/of

- dat/die vuurwapen(s) en/of op vuurwapen(s) gelijkende voorwerp(en) heeft/hebben gericht op die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4], en/of

- op die motorscooter en/of die motor is/zijn gestapt en met (zeer) hoge snelheid is/zijn gaan rijden en/of daarbij die [slachtoffer 5] (die één van de overvallers vasthield) heeft/hebben meegesleept (waardoor/waarbij die [slachtoffer 5] ten val is gekomen);

Subsidiair

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of één of meer ander(en) op of omstreeks 27 oktober 2010 te Haarlem tezamen en in vereniging met elkaar en/of een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft/hebben weggenomen een hoeveelheid (gouden) juwelen (met een gezamenlijk gewicht van (ongeveer) 5600 gram), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Juwelier [naam juwelierszaak] (gevestigd aan de [adres]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of zijn/hun mededader(s) en/of verdachte,

waarbij die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of zijn/hun mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die juwelen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking (te weten het met (een) hamer(s) en/of (andere) zware en/of harde voorwerp(en) inslaan van één of meer vitrinekast(en) waarin die juwelen zich bevonden), en/of welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of in de [straatnaam] aanwezig (winkelend) publiek, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn/hun mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met één of meer van zijn/hun mededader(s), met/op een motorscooter en/of een motor is/zijn gegaan naar die juwelier, waarna die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of zijn/hun mededader(s):

- met een helm en/of een shawl en/of een pet op/over zijn/hun gezicht en/of hoofd, in elk geval met (deels) bedekt(e) gezicht(en), die juwelier is/zijn binnengegaan, en/of

- daarbij één of meer vuurwapen(s) en/of (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) heeft/hebben vastgehouden en/of gericht op die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of heeft/hebben geroepen tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] "bukken, bukken", althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of

- met één of meer hamer(s) en/of (andere) zware en/of harde voorwerp(en) meerdere, althans één vitrine(s) heeft/hebben ingeslagen, en/of

- (buiten in de [straatnaam]) één of meer vuurwapen(s) en/of (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) zichtbaar voor het aldaar aanwezige (winkelend) publiek heeft/hebben vastgehouden en/of in de lucht gehouden, en/of

- dat/die vuurwapen(s) en/of op vuurwapen(s) gelijkende voorwerp(en) heeft/hebben gericht op die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4], en/of

- op die motorscooter en/of die motor is/zijn gestapt en met (zeer) hoge snelheid is/zijn gaan rijden en/of daarbij die [slachtoffer 5] (die één van de overvallers vasthield) heeft/hebben meegesleept (waardoor/waarbij die [slachtoffer 5] ten val is gekomen);

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 22 oktober 2010 te Haarlem en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door de plaats van het misdrijf op te nemen (voorverkennen) voor die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of zijn/hun mededader(s).

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit en gevorderd dat verdachte ter zake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Daarnaast vordert hij de tenuitvoerlegging van de door de kinderrechter te Haarlem bij vonnis van 10 november 2009 voorwaardelijk opgelegde straf met betrekking tot parketnu[nummer]] te weten een werkstraf voor de duur van 58 uren, bij niet naar behoren verrichten waarvan te vervangen door 29 dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de jeugddetentie wordt omgezet in hechtenis, nu verdachte inmiddels de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt.

4. Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen hetgeen verdachte primair en subsidiair ten laste is gelegd. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.

Verdachte wordt - kort gezegd - primair verweten dat hij op 27 oktober 2010 tezamen met anderen de overval op juwelier [naam juwelierszaak] te Haarlem heeft gepleegd. Subsidiair wordt hem verweten dat hij de juwelierszaak [naam juwelierszaak] vijf dagen voor de feitelijke overval heeft voorverkend.

Op camerabeelden van de juwelierswinkel van 22 oktober 2010 is om 15:48 uur te zien dat drie mannen langs juwelierszaak [naam juwelierszaak] lopen en naar binnen kijken. Enkele seconden later lopen de mannen weer langs, nu vanaf de andere kant van de [straatnaam]. Twee van de drie mannen gaan de juwelierszaak binnen en bekijken de vitrines. Op de beelden wordt verdachte herkend als één van deze drie mannen.

Tijdens het verhoor bij de politie op 6 april 2011 zijn deze beelden aan verdachte getoond. Hij herkent zichzelf op de beelden. Hij verklaart tevens dat "[R]" of "[R]je" een oude bijnaam van hem is.

Op een (ongedateerde) internetpagina van het voetbalevenement "[naam evenement]" is een foto van verdachte aangetroffen met daaronder zijn bijnamen "[R]je" of "[M]i".

Enkele maanden eerder, op 18 juni 2010, werd een overval gepleegd op de juwelierszaak [naam] aan de [straatnaam] te Amsterdam. In dat kader heeft van 6 oktober 2010 tot en met 3 november 2010 een telefoontap gelopen op het telefoonnummer [telefoonnummer 1], dat bij medeverdachte [medeverdachte 5] in gebruik zou zijn. Er is toestemming verleend deze gegevens ook in het onderhavige onderzoek te gebruiken. Vervolgens zijn de getapte telefoongesprekken in het kader van het onderhavige onderzoek opnieuw uitgeluisterd. Daarbij is het nummer [telefoonnummer 4], op naam van verdachte, vergeleken met een telefoonnummer dat regelmatig in de uitgeluisterde telefoongesprekken naar voren komt, namelijk nummer [telefoonnummer 5], welke in gebruik zou zijn bij een zekere "[R]". Aan de hand van printlijsten is, zo is in een proces-verbaal van bevindingen gerelateerd, vastgesteld dat beide telefoons gedurende een lange periode steeds op dezelfde plek zijn en lijkt het erop dat deze twee telefoons in een tijdsbestek van ongeveer drie maanden constant bij elkaar zijn. Deze telefoonnummers zouden - gelet op de verkeersgegevenslijsten en de bijnaam van de gebruiker ("[R]") - derhalve meer dan vermoedelijk in gebruik kunnen zijn bij dezelfde persoon, namelijk verdachte. Overigens hebben beide nummers, zo blijkt uit het proces-verbaal van bevindingen telecom ook een aantal malen contact met elkaar, mogelijk is er tijdens deze contacten sprake van andere gebruikers.

Op basis van de opgevraagde printgegevens met betrekking tot het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 4], kan worden vastgesteld dat dit toestel op 27 oktober 2010, de dag van de overval, regelmatig contact legt met medeverdachten van de overval. Tussen 8:40 uur en 12:49 uur zijn er geen contacten. De overval heeft die dag om ongeveer 11.17 uur plaatsgevonden.

Het kenteken van de vluchtauto die door de overvallers op 27 oktober 2010 is gebruikt, staat op naam van [H]. Met het telefoonnummer dat bij deze [H] in gebruik zou zijn, is een aantal malen contact gemaakt met voornoemd telefoonnummer [telefoonnummer 4].

Op 29 oktober 2010 om 11:32 uur belt de gebruiker van het nummer [telefoonnummer 5], die zichzelf "[R]" noemt, naar medeverdachte [medeverdachte 5] met de vraag waar hij is. [medeverdachte 5] antwoordt dat hij nog staat te wachten op de gast met die wakkie (straattaal voor auto) en dat hij daarna gelijk hun kant op komt, waarna [R] zegt dat hij snel bij het café moet komen, omdat die gozer daar aan het wachten is. Om 11:51 uur en om 11:58 uur belt het nummer van [R] gedurende 30 respectievelijk 100 seconden naar het telefoonnummer van juwelier [medeverdachte 6] te 's-Hertogenbosch. De telefoon van [medeverdachte 5] straalt op die dag tussen 14:26 uur en 16:29 uur zendmasten in 's-Hertogenbosch aan. Tussen 16:00 uur en 16:53 uur vinden tussen medeverdachten van de overval verscheidene gesprekken plaats, waarin kennelijk wordt gesproken over de verdeling van het bedrag (56) dat juwelier [medeverdachte 6] te 's-Hertogenbosch voor de buit heeft betaald. Daarin valt ook meermalen de naam "[R]", van wie een "kop" (volgens één van de medeverdachten betekent dit € 1.000,-) zou moeten worden afgehaald of aan wie een "kop" zou moeten worden gegeven.

Hoewel het dossier aldus aanwijzingen bevat voor een bepaalde betrokkenheid van verdachte bij (de voorbereidingen tot) de overval, ontbreekt voor een strafbare betrokkenheid als thans zowel primair als subsidiair ten laste gelegd het wettig en overtuigend bewijs. Uit de enkele omstandigheid dat op 29 oktober 2010 tussen medeverdachten in het kader van de verdeling van de buit ook de naam "[R]" meermalen wordt genoemd, kan niet zonder meer volgen dat verdachte, die de bijnaam [R] heeft (gehad), een van de overvallers is geweest op juwelierszaak [naam juwelierszaak]. De rechtbank acht daarbij ook van belang dat de telecomgegevens niet eenduidig uitwijzen dat verdachte en [R] één en dezelfde persoon zijn, zoals door de verbalisanten in het onderzoek is verondersteld. Immers, uit onderzoek is gebleken dat het telefoonnummer op naam van verdachte ook diverse keren contact heeft met het nummer toegeschreven aan [R], de voorbeelden waaruit zou moeten blijken dat beide telefoonnummers constant bij elkaar zijn, juist niet de maand oktober 2010 (maar juli, augustus en december 2010) betreffen en dat voorts is gebleken dat het imeinummer van het telefoonnummer [telefoonnummer 5], toegeschreven aan [R], ook gebruikt wordt door een telefoon in gebruik bij de broer van verdachte en dat voormeld nummer weer van verschillende imeinummers gebruik maakt. Het dossier bevat ook voor het overige daartoe onvoldoende redengevende, concrete feiten en omstandigheden. Nu vermoedens, aanwijzingen en hypotheses niet voldoende zijn om tot een bewezenverklaring te kunnen komen, is de rechtbank van oordeel dat verdachte moet worden vrijgesproken van hetgeen aan hem primair ten laste is gelegd.

Ook uit de enkele omstandigheid dat verdachte op 22 oktober 2010 op de camerabeelden van de juwelierszaak is herkend kan niet zonder meer worden afgeleid dat verdachte willens en wetens, met dat opzet, de plaats van het misdrijf heeft voorverkend. Nu het dossier voor het overige geen redengevende concrete feiten en omstandigheden bevat waaruit dat opzet gedistilleerd kan worden, moet verdachte ook voor het subsidiair ten laste gelegde worden vrijgesproken.

5. Vordering tenuitvoerlegging

Nu verdachte wordt vrijgesproken van het hem ten laste gelegde, zal de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de in de zaak met parketnummer [nummer] voorwaardelijk opgelegde straf worden afgewezen.

6. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte primair en subsidiair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

heft op het bevel voorlopige hechtenis van de verdachte;

wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de officier van justitie in de zaak met parketnummer [nummer].

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. Ph. Burgers, voorzitter,

mr. A. Eichperger en mr. K.G. Witteman, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier B.H.E. Zuidam,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 5 maart 2012.

Parketnummer: 15/740404-11 en 15/750010-09 (TUL)

Inzake: [verdachte] blad 6

vonnis