Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BV8138

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
05-03-2012
Datum publicatie
07-03-2012
Zaaknummer
15/740397-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Meervoudige strafkamer. Gewelddadige overval juwelierszaak.

Vrijspraak voor een 23-jarige man die werd verdacht van een overval op een juwelier.

De rechtbank is wel van oordeel dat er aanwijzingen zijn voor betrokkenheid bij de overval, maar aanwijzingen, hypotheses en vermoedens, zo overweegt de rechtbank, zijn niet voldoende om tot een bewezenverklaring en dus veroordeling te komen. Het wettig en overtuigend bewijs ontbrak in de zaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/740397-11

Uitspraakdatum: 5 maart 2012

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 10 oktober 2011, 14 oktober 2011, 9 februari 2012 en 20 februari 2012 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1988 te Amsterdam,

wonende te [adres]

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of één of meer ander(en) op of omstreeks 27 oktober 2010 te Haarlem tezamen en in vereniging met elkaar en/of een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft/hebben weggenomen een hoeveelheid (gouden) juwelen (met een gezamenlijk gewicht van (ongeveer) 5600 gram), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Juwelier [naam juwelierszaak] (gevestigd aan de [adres]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of zijn/hun mededader(s) en/of verdachte, waarbij die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of zijn/hun mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die juwelen onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking (te weten het met (een) hamer(s) en/of (andere) zware en/of harde voorwerp(en) inslaan van één of meer vitrinekast(en) waarin die juwelen zich bevonden), en/of welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of in de [straatnaam] aanwezig (winkelend) publiek, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf

en/of zijn/hun mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met één of meer van zijn/hun mededader(s), met/op een motorscooter en/of een motor is/zijn gegaan naar die juwelier, waarna die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of zijn/hun mededader(s):

- met een helm en/of een shawl en/of een pet op/over zijn/hun gezicht en/of hoofd, in elk geval met (deels) bedekt(e) gezicht(en), die juwelier is/zijn binnengegaan, en/of

- daarbij één of meer vuurwapen(s) en/of (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) heeft/hebben vastgehouden en/of gericht op die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of heeft/hebben geroepen tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] "bukken, bukken", althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of

- met één of meer hamer(s) en/of (andere) zware en/of harde voorwerp(en) meerdere, althans één vitrine(s) heeft/hebben ingeslagen, en/of

- (buiten in de [straatnaam]) één of meer vuurwapen(s) en/of (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) zichtbaar voor het aldaar aanwezige (winkelend) publiek heeft/hebben vastgehouden en/of in de lucht gehouden, en/of

- dat/die vuurwapen(s) en/of op vuurwapen(s) gelijkende voorwerp(en) heeft/hebben gericht op die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4], en/of

- op die motorscooter en/of die motor is/zijn gestapt en met (zeer) hoge snelheid is/zijn gaan rijden en/of daarbij die [slachtoffer 5] (die één van de overvallers vasthield) heeft/hebben meegesleept (waardoor/waarbij die [slachtoffer 5] ten val is gekomen);

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 22 oktober 2010 te Haarlem en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door de plaats van het misdrijf op te nemen (voorverkennen) voor die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of zijn/hun mededader(s).

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit en gevorderd dat verdachte ter zake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, met aftrek van de tijd die hij in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

4. Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen hetgeen verdachte ten laste is gelegd. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.

Verdachte wordt - kort gezegd - verweten dat hij de juwelierszaak [naam juwelierszaak] te Haarlem vijf dagen voor feitelijke de overval op 27 oktober 2010 heeft voorverkend en zich aldus heeft schuldig gemaakt aan medeplichtigheid tot die overval.

Verdachte is door meerdere verbalisanten herkend op camerabeelden van 22 oktober 2010, afkomstig van de beveiligingscamera's die in de juwelierswinkel aanwezig waren. Op deze beelden is te zien dat om 15:48 uur drie mannen langs de juwelierswinkel lopen en naar binnen kijken. Enkele seconden later lopen deze mannen weer langs, vanaf de andere kant van de straat. Twee van de drie mannen gaan om 15:49 uur naar binnen bij de juwelier en bekijken vitrines. Een van deze twee mannen is herkend als verdachte.

Enkele maanden eerder, op 18 juni 2010, werd een overval gepleegd op de juwelierszaak [naam] aan de [adres] te Amsterdam. In dat kader heeft van 6 oktober 2010 tot en met 3 november 2010 een telefoontap gelopen op het telefoonnummer [telefoonnummer 1], dat bij medeverdachte [medeverdachte 5] in gebruik zou zijn. Er is toestemming verleend deze gegevens ook in het onderhavige onderzoek te gebruiken. Vervolgens zijn de getapte telefoongesprekken in het kader van het onderhavige onderzoek opnieuw uitgeluisterd.

Uit de opgevraagde printgegevens van 27 oktober 2010 met betrekking tot het telefoonnummer [telefoonnummer 3], het nummer dat verdachte in gebruik heeft, kan worden vastgesteld dat hij op die dag veelvuldig contact heeft met medeverdachten van de overval op juwelier [naam juwelierszaak]. Over de inhoud van de gesprekken is niets komen vast te staan.

Op 29 oktober 2010 wordt tussen medeverdachten, zo blijkt uit de uitgeluisterde tapgesprekken, gesproken over de verdeling van geld. Hierin wordt - onder meer - besproken dat een "[A]" ook een deel ("anderhalf") krijgt.

Verdachte ontkent op 22 oktober 2010 in Haarlem te zijn geweest. Ook ontkent hij, als hem foto's van de medeverdachten worden getoond, deze personen te kennen. Zijn telefoon leent hij wel eens uit, zo verklaart hij. Voor het overige beroept hij zich op zijn zwijgrecht. Dit geldt evenzeer voor de anderen die van het plegen van de overval zelf dan wel van het verrichten van een voorverkenning met betrekking tot de overval verdacht worden. Ook zij verklaren belastend noch ontlastend over zichzelf of anderen, zoals verdachte.

Hoewel het dossier aldus aanwijzingen bevat voor een bepaalde betrokkenheid van verdachte bij (voorbereidingen tot) de overval, ontbreekt voor een strafbare betrokkenheid als thans ten laste gelegd het wettig en overtuigend bewijs. Vermoedens, aanwijzingen en hypotheses zijn immers niet voldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Verdachte moet derhalve van het hem ten laste gelegde worden vrijgesproken.

5. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

heft op het bevel voorlopige hechtenis van verdachte.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. Ph. Burgers, voorzitter,

mr. A. Eichperger en mr. K.G. Witteman, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier B.H.E. Zuidam,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 5 maart 2012.

Parketnummer: 15/740397-11

Inzake: [verdachte] blad 4

vonnis