Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BV7954

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
05-03-2012
Datum publicatie
06-03-2012
Zaaknummer
15/790014-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Onderzoek Paard. De rechtbank Haarlem heeft een minderjarige jongen vrijgesproken die werd verdacht van een overval op een juwelier. De rechtbank vond wel dat er aanwijzingen voor zijn betrokkenheid bij de overvallen waren. Maar aanwijzingen, hypotheses en vermoedens, zo overweegt de rechtbank, zijn niet voldoende om tot een bewezenverklaring en dus veroordeling te komen. Het wettig en overtuigend bewijs ontbrak in de zaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/790014-11

Uitspraakdatum: 5 maart 2012

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het achter gesloten deuren gehouden onderzoek op de terechtzitting van 7 oktober 2011, 14 oktober 2011, 9 februari 2012 en 20 februari 2012 in de zaak tegen:

[Verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of één

of meer ander(en) op of omstreeks 27 oktober 2010 te Haarlem tezamen en in vereniging met elkaar en/of een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft/hebben weggenomen een hoeveelheid (gouden) juwelen (met een gezamenlijk gewicht van (ongeveer) 5600 gram), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam juwelier] (gevestigd aan de [a-straat]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of zijn/hun mededader(s) en/of verdachte, waarbij die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of zijn/hun mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die juwelen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking (te weten het met (een) hamer(s) en/of (andere) zware en/of harde voorwerp(en) inslaan van één of meer vitrinekast(en) waarin die juwelen zich bevonden), en/of welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of in de [a-straat] aanwezig (winkelend) publiek, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn/hun mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met één of meer van zijn/hun mededader(s), met/op een motorscooter en/of een motor is/zijn gegaan naar die juwelier, waarna die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of zijn/hun mededader(s):

- met een helm en/of een shawl en/of een pet op/over zijn/hun gezicht en/of hoofd, in elk geval met (deels) bedekt(e) gezicht(en), die juwelier is/zijn binnengegaan, en/of

- daarbij één of meer vuurwapen(s) en/of (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) heeft/hebben vastgehouden en/of gericht op die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of heeft/hebben geroepen tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] "bukken, bukken", althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of

- met één of meer hamer(s) en/of (andere) zware en/of harde voorwerp(en) meerdere, althans één vitrine(s) heeft/hebben ingeslagen, en/of

- (buiten in de [a-straat]) één of meer vuurwapen(s) en/of (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) zichtbaar voor het aldaar aanwezige (winkelend) publiek heeft/hebben vastgehouden en/of in de lucht gehouden, en/of

- dat/die vuurwapen(s) en/of op vuurwapen(s) gelijkende voorwerp(en) heeft/hebben gericht op die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4], en/of

- op die motorscooter en/of die motor is/zijn gestapt en met (zeer) hoge snelheid is/zijn gaan rijden en/of daarbij die [slachtoffer 5] (die één van de overvallers vasthield) heeft/hebben meegesleept (waardoor/waarbij die [slachtoffer 5] ten val is gekomen);

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op één of meer tijdstip(pen) in of of omstreeks de periode van 22 oktober 2010 tot en met 27 oktober 2010 te Haarlem en/of te Amsterdam en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door de plaats van het misdrijf op te nemen (voorverkennen) voor die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of zijn/hun mededader(s) en/of door zijn, verdachtes, motorscooter ter beschikking te stellen aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of zijn/hun mededader(s).

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit en gevorderd dat verdachte ter zake met toepassing van het minderjarigenstrafrecht zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van twaalf maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarvan acht maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich zal houden aan de door of namens de Jeugdreclassering gegeven aanwijzingen zolang die instelling dat nodig acht, ook als dat inhoudt meewerken aan een persoonlijkheidsonderzoek en behandeling door GGZ jeugdinstelling De Bascule en dat verdachte zich gedurende maximaal een jaar vanaf datum vonnis zal houden aan een avondklok, zolang de jeugdreclassering dat in die periode nodig acht, met de opdracht tot hulp & steun aan de jeugdreclassering .

4. Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen hetgeen verdachte ten laste is gelegd. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.

Verdachte wordt - kort gezegd - verweten dat hij de juwelierszaak [naam juwelier] te Haarlem vijf dagen voor de feitelijke overval op 27 oktober 2010 heeft voor verkend en op de dag van de overval zijn motorscooter ter beschikking heeft gesteld aan de overvallers, waardoor hij medeplichtig zou zijn aan die overval.

Op 27 oktober 2010 is gezien dat twee van de overvallers van juwelierszaak [naam juwelier] kwamen aanrijden op een bromscooter van het merk Vespa Piaggio, die na de overval is achtergelaten op de [b-straat] in Haarlem.

Op 8 juli 2010 is verdachte op deze scooter aangehouden ter zake van rijden zonder rijbewijs. Op 1 september 2010 is de scooter terug gegeven aan verdachte. Op 11 oktober 2010 werd door de politie vastgesteld dat verdachte dit voertuig niet had aangemeld bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer en is de scooter wederom in beslag genomen.

Op 21 oktober 2010 is de scooter weer aan verdachte teruggegeven.

Tevens is verdachte herkend op camerabeelden van 22 oktober 2010 tussen 13:53 en 14:15 uur, afkomstig van beveiligingscamera's die in de juwelierszaak aanwezig waren. Op deze beelden is te zien dat een man, brildragend, langs de juwelierswinkel loopt en een tweede manspersoon op een scooter langs de winkel rijdt. De man op de scooter blijft voor de juwelierszaak staan, wanneer de brildragende man in de winkel is en met een medewerker tableaus met sieraden bekijkt. De man pakt af en toe een mobiele telefoon, een medewerker hangt hem een gouden ketting om. De man verlaat de winkel, loopt de nabijgelegen [c-straat] in, waarin de scooter ook reed, en komt vervolgens opnieuw de juwelierswinkel in.

De man op de scooter wordt herkend als verdachte; de man in de winkel wordt herkend als medeverdachte [medeverdachte 5]. Uit de politiesystemen is gebleken dat verdachte gebruik maakt van telefoonnummer [telefoonnummer]. Uit de opgevraagde historische printgegevens valt op te maken dat verdachte op 22 oktober 2010 contacten heeft met [medeverdachte 5] op het moment dat deze in de winkel staat. Ook heeft verdachte die dag contact met een andere medeverdachte.

Op 27 oktober 2010 heeft verdachte, nadat de overval heeft plaatsgevonden, wederom contacten met [medeverdachte 5] en een andere medeverdachte.

Op 30 oktober 2010 is verdachte aangesproken door een politieagent en vertelde hij dat hij zijn motorscooter had verkocht.

Verdachte heeft verklaard dat hij de bezitter was van de groene Vespa motorscooter en dat hij op 22 oktober 2010 met zijn scooter met een vriend van hem in het centrum van Haarlem is geweest en dat deze daar meerdere juwelierszaken heeft bezocht.

Hoewel het dossier aldus aanwijzingen bevat voor een bepaalde betrokkenheid van verdachte op 22 oktober 2010 bij (voorbereidingen tot) de overval vijf dagen later, ontbreekt voor een strafbare betrokkenheid als thans ten laste gelegd het wettig en overtuigend bewijs. Vermoedens, aanwijzingen en hypotheses zijn immers niet voldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Ook kan uit de enkele omstandigheid dat de scooter van verdachte op 27 oktober 2010 bij de overval op juwelier [naam juwelier] in de [a-straat] te Haarlem is gebruikt niet zonder meer volgen dat verdachte willens en wetens, met dat opzet, zijn scooter voor die overval ter beschikking heeft gesteld, nu het dossier voor het overige geen redengevende concrete feiten en omstandigheden bevat waaruit dat opzet kan worden gedistilleerd.

Verdachte moet derhalve van het hem ten laste gelegde worden vrijgesproken.

5. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

heft op het reeds geschorste bevel voorlopige hechtenis van de verdachte.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. Ph. Burgers, voorzitter, tevens kinderrechter,

mr. A. Eichperger en mr. K.G. Witteman, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier B.H.E. Zuidam,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 5 maart 2012.