Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BV7911

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
05-03-2012
Datum publicatie
06-03-2012
Zaaknummer
15/740403-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Meervoudige strafkamer. Vrijspraak overval juwelierswinkel.

Uitspraken in de zaken van in totaal negen verdachten, allen jeugdige mannen, drie van hen zelfs minderjarig in verband met de overval op een juwelier te Haarlem in oktober 2010. Drie verdachten worden veroordeeld en zes verdachten worden vrijgesproken, waaronder deze verdachte.

Van de zes vrijgesproken verdachten werden er drie, onder wie één minderjarige, verdacht van het plegen van de overval zelf en drie van medeplichtigheid, waarvan deze verdachte er één van was, door de boel voor te verkennen of een scooter op de dag van de overval ter beschikking te stellen. De rechtbank vond wel dat er aanwijzingen voor hun betrokkenheid bij de overval waren. Maar aanwijzingen, hypotheses en vermoedens, zo overweegt de rechtbank, zijn niet voldoende om tot een bewezenverklaring en dus veroordeling te komen. Het wettig en overtuigend bewijs ontbrak in hun zaken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/740403-11

Uitspraakdatum: 5 maart 2012

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 10 oktober 2011, 14 oktober 2011, 9 februari 2012 en 20 februari 2012 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1992 te Amsterdam,

wonende te [adres].

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of één

of meer ander(en) op of omstreeks 27 oktober 2010 te Haarlem tezamen en in

vereniging met elkaar en/of een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft/hebben weggenomen een hoeveelheid (gouden) juwelen (met een gezamenlijk gewicht van (ongeveer) 5600 gram), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Juwelier [naam] (gevestigd aan de [adres]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of zijn/hun mededader(s) en/of verdachte,

waarbij die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of zijn/hun mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die juwelen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking (te weten het met (een) hamer(s) en/of (andere) zware en/of harde voorwerp(en) inslaan van één of meer vitrinekast(en) waarin die juwelen zich bevonden), en/of welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3]i en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of in de [straatnaam] aanwezig (winkelend) publiek, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn/hun mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met één of meer van zijn/hun mededader(s), met/op een motorscooter en/of een motor is/zijn gegaan naar die juwelier, waarna die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of zijn/hun mededader(s):

- met een helm en/of een shawl en/of een pet op/over zijn/hun gezicht en/of hoofd, in elk geval met (deels) bedekt(e) gezicht(en), die juwelier is/zijn binnengegaan, en/of

- daarbij één of meer vuurwapen(s) en/of (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) heeft/hebben vastgehouden en/of gericht op die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of heeft/hebben geroepen tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] "bukken, bukken", althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of

- met één of meer hamer(s) en/of (andere) zware en/of harde voorwerp(en) meerdere, althans één vitrine(s) heeft/hebben ingeslagen, en/of

- (buiten in de [straatnaam]) één of meer vuurwapen(s) en/of (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) zichtbaar voor het aldaar aanwezige (winkelend) publiek heeft/hebben vastgehouden en/of in de lucht gehouden, en/of

- dat/die vuurwapen(s) en/of op vuurwapen(s) gelijkende voorwerp(en)

heeft/hebben gericht op die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4], en/of

- op die motorscooter en/of die motor is/zijn gestapt en met (zeer) hoge snelheid is/zijn gaan rijden en/of daarbij die [slachtoffer 5] (die één van de overvallers vasthield) heeft/hebben meegesleept (waardoor/waarbij die [slachtoffer 5] ten val is gekomen);

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 22 oktober 2010 te Haarlem en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door de plaats van het misdrijf op te nemen (voorverkennen) voor die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of zijn/hun mededader(s).

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit en gevorderd dat verdachte ter zake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, met aftrek van de tijd die hij in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

4. Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen hetgeen verdachte ten laste is gelegd.

De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.

Verdachte wordt - kort gezegd - verweten dat hij juwelierswinkel [naam] te Haarlem vijf dagen voor de feitelijke overval op 27 oktober 2010 heeft voor verkend en zich aldus heeft schuldig gemaakt aan medeplichtigheid tot die overval.

Enkele maanden eerder, op 18 juni 2010, werd een overval gepleegd op de juwelierszaak [naam] aan de [adres] te Amsterdam. In dat kader heeft van 6 oktober 2010 tot en met 3 november 2010 een telefoontap gelopen op het telefoonnummer [telefoonnummer 1], dat bij medeverdachte [medeverdachte 2] in gebruik zou zijn. Er is toestemming verleend deze gegevens ook in het onderhavige onderzoek te gebruiken. Vervolgens zijn de getapte telefoongesprekken in het kader van het onderhavige onderzoek opnieuw uitgeluisterd.

Uit de opgevraagde printgegevens met betrekking tot het telefoonnummer dat verdachte op de dag van de overval in gebruik had, kan worden vastgesteld dat hij op die dag telefonische contacten heeft gehad met een verdachte van medeplichtigheid aan de overval op juwelier [naam]. Omtrent de inhoud van deze gesprekken is niets komen vast te staan.

Van telefonische contacten met andere verdachten van de overval is niet gebleken.

Verdachte is herkend op de camerabeelden van 22 oktober 2010 tussen 13:53 en 14:15 uur, afkomstig van beveiligingscamera's die in de juwelierswinkel aanwezig waren. Op deze beelden is te zien dat een man, brildragend, langs de juwelierswinkel loopt en een tweede manspersoon op een scooter langs de winkel rijdt. De man op de scooter blijft voor de juwelierszaak staan wanneer de brildragende man in de winkel is en met een medewerker tableaus met sieraden bekijkt. De man pakt af en toe een mobiele telefoon, een medewerker hangt hem een gouden ketting om. De man verlaat de winkel, loopt de nabijgelegen [straatnaam] in, waarin de scooter ook reed en komt vervolgens opnieuw de juwelierswinkel in. Eén van deze mannen wordt herkend als [naam verdachte]. Verdachte heeft ten overstaan van verbalisanten verklaard dat hij op 22 oktober 2010 met medeverdachte [medeverdachte 4] in Haarlem was en daar heeft rondgehangen. Ter terechtzitting van 10 oktober 2011 heeft hij verklaard dat hij op die dag de juwelierswinkel is binnengegaan omdat hij een gouden ketting, waarvan het slotje kapot was, wilde laten repareren. In de winkel heeft hij vervolgens een aantal vergelijkbare kettingen bekeken en ook een ketting omgehangen. Verdachte heeft hiermee voor zijn aanwezigheid op 22 oktober 2010 in de zaak van juwelier [naam] een niet op voorhand onaannemelijke verklaring gegeven.

In de uitgeluisterde telefoongesprekken wordt op 29 oktober 2010 tussen medeverdachten gesproken over de verdeling van geld. Onder meer wordt gezegd dat de jongen met de bril een "kop" (dit zou volgens één van de medeverdachten betekenen: duizend euro) krijgt.

Op voormelde camerabeelden van juwelier [naam] is te zien dat verdachte een bril draagt. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij soms een bril draagt en dat hij op 22 oktober 2010 een zonnebril met hele lichte glazen droeg. Of verdachte de in de in de tapgesprekken genoemde jongen met de bril is, kan naar het oordeel van de rechtbank niet buiten gerede twijfel worden vastgesteld, omdat een dergelijk kenmerk, ook in samenhang met de hiervoor genoemde omstandigheden, te algemeen is.

Hoewel het dossier aldus aanwijzingen bevat voor een bepaalde betrokkenheid van verdachte bij (voorbereidingen tot) de overval, ontbreekt voor een strafbare betrokkenheid als thans ten laste gelegd het wettig en overtuigend bewijs. Vermoedens, aanwijzingen en hypotheses zijn immers niet voldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen.

Verdachte moet derhalve worden vrijgesproken.

5. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

heft op het bevel voorlopige hechtenis van verdachte.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. Ph. Burgers, voorzitter,

mr. A. Eichperger en mr. K.G. Witteman, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier B.H.E. Zuidam,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 5 maart 2012.

Parketnummer: 15/740403-11

Inzake: [verdachte] blad 4

vonnis