Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:5285

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
06-11-2012
Datum publicatie
12-11-2013
Zaaknummer
194496 / FA RK 12-2481
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vaststaat dat de man de biologische vader van de minderjarige is.

Tevens staat vast dat de draagmoeder feitelijk vanaf de geboorte geen invulling heeft gegeven aan het ouderlijk gezag. Zij heeft immers in een door haar ondertekende en gelegaliseerde schriftelijke verklaring (‘Affidavit’) afstand gedaan van al haar rechten en verplichtingen ten opzichte van de minderjarige. De rechtbank maakt daaruit op dat zij ook niet de wens heeft om het gezag over de minderjarige samen met de man uit te oefenen, dan wel betrokken te worden bij besluitvorming omtrent de verzorging en opvoeding van de minderjarige.

De rechtbank is van oordeel dat het in het belang van de minderjarige is dat de man, die hem sinds zijn geboorte heeft verzorgd en opgevoed, beslissingen kan nemen over de minderjarige, zonder dat daarbij eerst toestemming moet worden verkregen van een in India wonende en daardoor moeilijk bereikbare draagmoeder, die bovendien nooit de intentie heeft gehad als moeder voor de minderjarige te zorgen. Gelet op deze omstandigheid is uitoefening van gezamenlijk gezag niet mogelijk, en zal de minderjarige klem of verloren raken wanneer belangrijke beslissingen over hem genomen moeten worden en de man niet in staat is toestemming van de draagmoeder voor deze beslissingen te verkrijgen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel

familie- en jeugdrecht

gezag

zaak-/rekestnr.: 194496 / FA RK 12-2481

beschikking van de meervoudige kamer voor familiezaken van 6 november 2012

in de zaak van:

[de man] ,

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. J.H. van der Tol, kantoorhoudende te Amsterdam,

strekkende tot zijn benoeming in het gezag over de minderjarige:

[minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (hierna: de minderjarige).

1 Procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, met bijlagen, van de man, ingekomen op 26 juli 2012.

1.2

De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op zitting van 29 oktober 2012 in aanwezigheid van de man, bijgestaan door mr. J.H. van der Tol, en de heer [de partner], de partner van de man.

2 Feiten en omstandigheden

2.1

De minderjarige is geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], uit [de draagmoeder] (hierna: de draagmoeder). De draagmoeder was ten tijde van geboorte van de minderjarige gehuwd met [man draagmoeder].

2.2

De minderjarige wordt sinds zijn geboorte verzorgd en opgevoed door de man en zijn partner.

2.3

De minderjarige is op 29 november 2011 bij de burgerlijke stand van de gemeente Zaanstad erkend door de man.

2.4

Bij beschikking van deze rechtbank van 6 april 2012 is het gezag van de gezagsdragers geschorst en is de man benoemd tot voogd over de minderjarige.

3 Verzoek

3.1

De man heeft verzocht hem, met uitsluiting van de draagmoeder en haar echtgenoot, te belasten met het gezag over de minderjarige.

3.2

De man voert daartoe aan dat het in het belang van de minderjarige is dat hij alleen met het gezag wordt belast, omdat de draagmoeder sinds de geboorte geen enkele rol meer speelt in het leven van de minderjarige. De man vreest dat er problemen zullen ontstaan wanneer er belangrijke beslissingen genomen moeten worden over de minderjarige en hij niet met het eenhoofdig gezag is belast. Met name wanneer sprake is van een acute medische noodsituatie kan dit tot ernstige problemen leiden, als de draagmoeder niet bereikbaar is om toestemming te geven.

4 Beoordeling

4.1

De rechtbank leest het verzoek als een verzoek om de voogdij te beëindigen en de man te belasten met het eenhoofdig gezag over de minderjarige.

4.2

Op grond van artikel 1:253 c lid 1 BW is de man bevoegd het verzoek in te dienen.

4.3

Bij de beoordeling van het verzoek stelt de rechtbank voorop dat het wettelijk uitgangspunt is dat gezamenlijk gezag van de ouders in het belang van een minderjarige is
en dat het onderhavige verzoek slechts kan worden toegewezen, indien aannemelijk is dat de minderjarige klem of verloren raakt wanneer de ouders belast blijven met het gezamenlijk gezag.

4.4

Vaststaat dat de man de biologische vader van de minderjarige is.

Tevens staat vast dat de draagmoeder feitelijk vanaf de geboorte geen invulling heeft gegeven aan het ouderlijk gezag. Zij heeft immers op 13 augustus 2010 in een door haar ondertekende en gelegaliseerde schriftelijke verklaring (‘Affidavit’) afstand gedaan van al haar rechten en verplichtingen ten opzichte van de minderjarige. De rechtbank maakt daaruit op dat zij ook niet de wens heeft om het gezag over de minderjarige samen met de man uit te oefenen, dan wel betrokken te worden bij besluitvorming omtrent de verzorging en opvoeding van de minderjarige.

4.5

De rechtbank is van oordeel dat het in het belang van de minderjarige is dat de man, die hem sinds zijn geboorte heeft verzorgd en opgevoed, beslissingen kan nemen over de minderjarige, zonder dat daarbij eerst toestemming moet worden verkregen van een in India wonende en daardoor moeilijk bereikbare draagmoeder, die bovendien nooit de intentie heeft gehad als moeder voor de minderjarige te zorgen. Gelet op deze omstandigheid is uitoefening van gezamenlijk gezag niet mogelijk, en zal de minderjarige klem of verloren raken wanneer belangrijke beslissingen over hem genomen moeten worden en de man niet in staat is toestemming van de draagmoeder voor deze beslissingen te verkrijgen.

4.6

Nu vaststaat dat de moeder feitelijk vanaf de geboorte geen invulling heeft gegeven aan het ouderlijk gezag, zal de rechtbank bepalen dat de man voortaan alleen belast wordt met het gezag over de minderjarige. Het verzoek van de man zal aldus worden toegewezen.

5 Beslissing

De rechtbank:

5.1

Beëindigt de voogdij van de man over na te melden minderjarige.

5.2

Belast de man met het eenhoofdig gezag over:

- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]

5.3

Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

5.4

Wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.R. Cox, mr. A.L. Diender en mr. R.A. Otter,
allen tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van M.P. Joukes, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 6 november 2012.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.