Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BW4027

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
09-12-2011
Datum publicatie
25-04-2012
Zaaknummer
15/109181-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

"Herstel van de rechtmatige toestand. De politierechter veroordeelt een verdachte van oplichting tot een voorwaardelijke gevangenisstraf onder de bijzondere voorwaarde dat zij tijdens de proeftijd aan haar slachtoffer in acht kwartaaltermijnen het bedrag dat zij haar slachtoffer afhandig heeft gemaakt terugbetaalt."

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Politierechter

Parketnummer: 15/109181-11

Uitspraakdatum: 9 december 2011

Tegenspraak, na aanhouding niet verschenen (ex art. 279 Sv)

Proces-verbaal van het verhandelde op de openbare terechtzitting van 9 december 2011.

Aanwezig zijn:

mr. J. Snitker, politierechter,

mr. V.E.A. de Hommel, officier van justitie,

en mr. S.V. Ramdharie, griffier.

De politierechter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.

De verdachte, hoewel behoorlijk opgeroepen als te zijn genaamd:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te Paramaribo (Suriname),

wonende te [adres],

is niet verschenen.

Als raadsman van verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. R. Pothast, advocaat te Amsterdam, welke desgevraagd verklaart uitdrukkelijk door zijn cliënte te zijn gemachtigd tot het voeren van de verdediging.

De politierechter deelt daarop mede dat de zaak op voet van artikel 279, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering als een procedure op tegenspraak zal worden behandeld.

Als getuigen zijn ter terechtzitting aanwezig [slachtoffer/getuige 1] en [getuige 2].

Als benadeelde partij is ter terechtzitting aanwezig [slachtoffer/getuige 1] bijgestaan door haar advocaat mr. P.H. Visser, advocaat te Wormerveer.

De politierechter vangt het op 6 december 2011 geschorste onderzoek in de zaak opnieuw aan.

De officier van justitie draagt de zaak voor.

(...)

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

(...)

2. Voorvragen

De politierechter heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat hijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feiten gevorderd dat verdachte ter zake daarvan zal worden veroordeeld tot oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één (1) maand met een proeftijd van twee (2) jaren en een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van tachtig (80) uren bij het niet (naar behoren) voldoen daarvan te vervangen door veertig (40) dagen hechtenis. Voorts heeft de officier van justitie ter terechtzitting naar voren gebracht dat artikel 63 van het Wetboek van Strafvordering van toepassing is.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij heeft de officier van justitie gevorderd dat deze vordering tot een bedrag van 4.598,00 euro dient te worden toegewezen vermeerderd met de wettelijke rente en onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het overige dient de vordering te worden afgewezen, aldus de officier van justitie.

4. Bewijs

4.1. Bewijsmiddelen

(...)

4.2. Bewijsoverweging

Vast staat dat ten laste van een bankrekening van aangeefster een geldbedrag van € 4484 is overgemaakt op een privérekening van verdachte. Uit de omschrijving 'zorg awbz' en de door aangeefster gegeven toelichting leidt de politierechter af dat aangeefster meende op deze wijze onterecht genoten PGB terug te betalen.

De politierechter hecht geen geloof aan de verklaring van verdachte dat evenbedoeld bedrag in contanten aan aangeefster is teruggegeven. Het is verdacht en ongebruikelijk dat een dergelijke betaling via de privérekening van een hulpverleenster plaatsvindt. Ondenkbaar is vervolgens dat de hulpverleenster in kwestie alsdan geen enkel direct bewijs voor de terugbetaling zou verlangen. Het kan daarom niet anders zijn, dan dat de terugbetaling in werkelijkheid niet heeft plaatsgehad.

4.3. Bewezenverklaring

De politierechter acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, in dier voege dat:

zij op 21 december 2009 te Zaandam, gemeente Zaanstad met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer/getuige 1] en/of [getuige 2] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag ter hoogte van € 4.484, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid,

- zich telefonisch tegenover die [slachtoffer/getuige 1] en [getuige 2] voorgedaan alszijnde coördinator en/of medewerkster van het Zorgkantoor (terwijl zij, verdachte dat niet was) en

- te kennen gegeven dat zij, verdachte, die [slachtoffer/getuige 1] van dienst kon zijn bij de het opstellen van bezwaarschriften en

- telefonisch aan die [slachtoffer/getuige 1] en [getuige 2] te kennen gegeven dat formulieren van het Zorgkantoor niet (volledig) waren ingevuld en dat die [slachtoffer/getuige 1] enig geldbedrag aan het Zorgkantoor moest overmaken teneinde problemen te voorkomen en dat er aangifte was gedaan bij de politie en dat die [slachtoffer/getuige 1] zich schuldig zou maken aan fraude indien er geen geld aan het Zorgkantoor overgemaakt zou worden en

- te kennen gegeven aan die [slachtoffer/getuige 1] en [getuige 2] dat het door die [slachtoffer/getuige 1] enig geldbedrag terugbetaald moest worden aan het Zorgkantoor en

- in het bijzijn van [slachtoffer/getuige 1] en [getuige 2] de indruk gewekt dat zij, verdachte, de politie en/of de deurwaarder aan de telefoon had en dat die politie en/of deurwaarder aan de telefoon kenbaar maakte dat enig geldbedrag direct moest worden overgemaakt aan het Zorgkantoor en dat indien enig geldbedrag niet overgemaakt zou worden het tot gevolg zou hebben dat de verstandelijk gehandicapte dochter van die [slachtoffer/getuige 1] afgepakt zou worden en/of uit huis zou worden geplaatst en

- aan die [slachtoffer/getuige 1] en [getuige 2] te kennen gegeven dat zij, verdachte, voornoemd geldbedrag voor die [slachtoffer/getuige 1] zou overmaken aan het Zorgkantoor (door gebruik te maken van de bankpas en/of bankgegevens en/of inloggegevens van die [slachtoffer/getuige 1]) en/of

- vervolgens met hulp van die [slachtoffer/getuige 1] en/of [getuige 2] voornoemd geldbedrag heeft overgemaakt op haar, verdachtes, rekening en

- aan die [slachtoffer/getuige 1] en/of [getuige 2] te kennen gegeven dat voornoemd geldbedrag zou worden overgemaakt op een tussenrekening en dat zij, verdachte, het overgemaakte geldbedrag vervolgens zou overmaken aan het Zorgkantoor,

waardoor [slachtoffer/getuige 1] en/of [getuige 2] werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde is strafbaar en levert op:

Oplichting.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van de straf en van overige beslissingen

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de politierechter zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede door de persoon en de draagkracht van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

7.1. Hoofdstraf

In het bijzonder overweegt de politierechter dat verdachte op brutale wijze een familie nagenoeg het gehele spaarsaldo afhandig heeft gemaakt, en daarmee deze familie enorm heeft benadeeld. Verdachte is in het verleden meermalen voor oplichting veroordeeld tot werkstraffen en voorwaardelijke gevangenisstraffen. Het grote aantal veroordelingen voor oplichting baart de politierechter zorg.

Daarom is de politierechter van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

De politierechter acht in dit geval echter in de eerste plaats herstel van de rechtmatige toestand van belang. Verdachte zal de aangeefster zo snel als redelijkerwijs mogelijk schadeloos moeten stellen, en de verdachte genereert een eigen inkomen zodat terugbetaling mogelijk moet zijn. Het betalen van een schadevergoeding wordt evenwel bemoeilijkt als de verdachte een vrijheidsstraf of een taakstraf moet ondergaan, omdat verdachte alsdan geen inkomen kan genereren. Daarom zal de politierechter bepalen dat de vrijheidsbenemende straf vooralsnog niet ten uitvoer wordt gelegd en daaraan een proeftijd verbinden van twee jaar.

Om herstel van de rechtmatige toestand te waarborgen zal daarnaast als bijzondere voorwaarde aan de voorwaardelijk op te leggen straf de verplichting worden verbonden dat verdachte voor het einde van voornoemde proeftijd de door het slachtoffer [slachtoffer/getuige 1] geleden schade van € 4.888 zal voldoen. De politierechter zal bepalen dat deze betalingsverplichting desgewenst in termijnen kan worden voldaan.

7.2. Vordering benadeelde partij [slachtoffer/getuige 1]

De benadeelde partij [slachtoffer/getuige 1] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 4.888,09 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het ten laste gelegde feit zou hebben geleden.

De gestelde schade bestaat uit:

- overgeboekte gelden d.d. 21 december 2009, te weten € 4.484,00;

- wettelijke rente (4%), te weten € 254,09;

- kosten rechtsbijstand beklagprocedure bij het Hof, te weten € 50,00 en

- kosten rechtsbijstand (verhaal), te weten € 100,00.

De politierechter is van oordeel dat deze schade tot het gevorderde bedrag van € 4.484,00 eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het bewezenverklaarde feit. De vordering zal dan ook tot dat bedrag worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 december 2009.

De politierechter zal voornoemde wettelijke rente in de periode van 21 december 2009 tot en met 21 mei 2011 vaststellen op € 254,00.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op € 150,00.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

14a, 14b, 14c, 63 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Beslissing

De politierechter:

verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 4.3. vermeld;

verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

bepaalt dat het bewezenverklaarde feit het hierboven onder 5. vermelde strafbare feit oplevert;

verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van TWEE (2) MAANDEN, met bevel dat deze straf niet zal worden ten uitvoer gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee (2) jaar;

bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien:

- verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

- verdachte niet naleeft de bijzondere voorwaarde dat zij voor het einde van de proeftijd de door het slachtoffer [slachtoffer/getuige 1] geleden schade, te weten een bedrag van 4.888,00 euro, zal voldoen al dan niet in acht (8) drie maandelijkse termijnen van 611,00 euro, op rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden Advocatenkantoor Visser onder vermelding van zaaknummer [zaaknummer] en daarvan betalingsbewijzen zal doen toekomen aan de officier van justitie in dit arrondissement;

wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer/getuige 1] geleden schade tot een bedrag van € 4.484,00 en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer/getuige 1], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 december 2009;

stelt voornoemde wettelijke rente in de periode van 21 december 2009 tot en met 21 mei 2011 vast op € 254,00;

veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op € 150,00 en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;

bepaalt dat verdachte voornoemde bedragen, samen groot € 4.888,00, al dan niet in acht (8) drie maandelijkse termijnen dient te voldoen op rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden Advocatenkantoor Visser onder vermelding van zaaknummer [zaaknummer].

10. Rechtsmiddel

De politierechter deelt de raadsman van verdachte mede, dat hij binnen veertien dagen hoger beroep kan instellen tegen het vonnis.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal dat door de politierechter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.