Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BW3973

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
14-12-2011
Datum publicatie
25-04-2012
Zaaknummer
Gevoegde zaken/rolnrs.: 379884/CV EXPL 08-4116 en 389495/CV EXPL 08-7733
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ex-werknemer van eiseres wordt veroordeeld tot vergoeding van schade wegens het aannemen van steekpenningen bij aanschaf van apparaten voor de werkgever.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

Gevoegde zaken/rolnrs.: 379884/CV EXPL 08-4116 en 389495/CV EXPL 08-7733

datum uitspraak: 14 december 2011

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

In de gevoegde zaken

Zaaknummer 379884

de rechtspersoonlijkheid bezittende stichting

Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen in Nederland

te Den Haag, kantoor houdende te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer

eisende partij in conventie in de hoofdzaak

verwerende partij in incident I

eisende partij in het incident II

verwerende partij in (voorwaardelijke) reconventie in de hoofdzaak

hierna te noemen HC

gemachtigde voorheen mr. A.M. van Werkhoven-de Bruijn, thans mr. H.J.A. Knijff

tegen

[X]

voorheen wonende te Heemstede, thans wonende te Culemborg

gedaagde partij in conventie in de hoofdzaak

eisende partij in het incident I

verwerende partij in het incident II

eisende partij in (voorwaardelijke) reconventie in de hoofdzaak

hierna te noemen [X.]

gemachtigde mr. L. Koning

Zaaknummer 389495

de rechtspersoonlijkheid bezittende stichting

Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen in Nederland

te Den Haag, kantoor houdende te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer

eisende partij in conventie in de hoofdzaak

verwerende partij in het incident III

eisende partij in het incident II

verwerende partij in (voorwaardelijke) reconventie in de hoofdzaak

hierna te noemen HC

gemachtigde voorheen mr. A.M. van Werkhoven-de Bruijn, thans mr. H.J.A. Knijff

tegen

[Y.]

voorheen wonende te Heemstede, thans te Culemborg

gedaagde partij in conventie in de hoofdzaak

eisende partij in het incident III

verwerende partij in het incident II

eisende partij in (voorwaardelijke) reconventie in de hoofdzaak

hierna te noemen [Y.]

gemachtigde mr. L. Koning

In de hoofdzaken

In conventie en in reconventie

De procedure

Voor de loop van het geding verwijst de kantonrechter naar de volgende stuk¬ken:

Zaaknummer 379884

- het door de kantonrechter tussen partijen gewe¬zen en op 28 september 2011 uitgesproken tussenvonnis,

- de akte uitlating van HC,

- de akte uitlating van [X.].

Zaaknummer 389495

- het door de kantonrechter tussen partijen gewe¬zen en op 28 september 2011 uitgesproken tussenvonnis,

- de akte uitlating van HC,

- de akte uitlating van [Y.]

In de gevoegde zaken

Alle partijen hebben bij hun akte uitlating medegedeeld dat zij zijn overeengekomen dat de kantonrechter de zaken op de voet van artikel 96 Rv kan afdoen, waarbij zij zich het recht van hoger beroep uitdrukkelijk hebben voorbehouden.

De feiten

In de gevoegde zaken

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweerspro¬ken inhoud van de producties, staat tussen partij¬en het volgende vast:

a. Van medio 1980 tot 1 juni 2000 is [X.] in dienst geweest van HC, laatstelijk in de functie van lid van de Raad van Bestuur.

b. [C.] (hierna: [C.]) was eveneens in dienst van HC. Hij diende aan [X.] te rapporteren.

c. [C.] was belast met de introductie van speelautomaten binnen HC en is benoemd tot Hoofd Afdeling Speelautomaten (later directeur Gaming) bij HC.

d. [C.] was verantwoordelijk voor het voorbereiden van inkoop-, onderhouds- en servicecontracten, het verzorgen van de inkoop van speelautomaten en het beheer van het speelautomatenpark. Hij diende verantwoording af te leggen aan [X.].

e. HC heeft gedurende vele jaren speelautomaten exclusief ingekocht bij Otimex B.V. (hierna: Otimex)

f. Directeur/enig eigenaar van Otimex was wijlen [B.] (hierna: [B.]).

g. Bij vonnis van de rechtbank Haarlem van 9 oktober 2009 is [C.] tot straf veroordeeld wegens “Het, anders dan als ambtenaar, werkzaam zijnde in dienstbetrekking, naar aanleiding van hetgeen hij in zijn dienstbetrekking heeft gedaan/nagelaten, aannemen van een gift en dit aannemen in strijd met de goede trouw verzwijgen tegenover zijn werkgever, meermalen gepleegd”.

h. In het vonnis van 9 oktober 2009 heeft de rechtbank Haarlem met betrekking tot [C.] onder meer het volgende overwogen:

“In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich gedurende meerdere jaren schuldig gemaakt aan het aannemen van steekpenningen van zijn medeverdachte [B.], terwijl hij deze steekpenningen heeft aangenomen in strijd met de goede trouw en heeft verzwegen tegenover zijn werkgever. [C.] heeft deze steekpenningen aangenomen in de hoedanigheid van Hoofd Speelautomaten en later Directeur Gaming bij Holland Casino, in welke hoedanigheid hij verantwoordelijk was voor de inkoop van speelautomaten en voor het sluiten van overeenkomsten daaromtrent met de leveranciers. De omkoping is op de volgende wijze ten uitvoer gebracht.

[C.], namens de Stichting Holland Casino, en [B.], directeur van het bedrijf Otimex B.V., hebben verschillende leveranciers van speelautomaten voorgehouden dat alleen via Otimex B.V. zaken kon worden gedaan met Holland Casino en dat dit diende te gebeuren volgens de spelregels van Otimex B.V. Medeverdachte [B.] heeft vervolgens de leveranciers en het verschil tussen de werkelijke prijs en het gefactureerde bedrag aan zichzelf, respectievelijk aan een aan hem gelieerde onderneming, laten betalen. Een deel van de aldus verkregen gelden is via allerlei omwegen in opdracht van [B.] op de bankrekening van [C.] in Zwitserland bijgeschreven. Verdachten hebben zich aldus stelselmatig schuldig gemaakt aan corruptie, waardoor Holland Casino voor een aanzienlijk bedrag is benadeeld en verdachten zichzelf aanzienlijk hebben verrijkt. (…)”

i. Bij arrest van 9 februari 2010 heeft het Gerechtshof te Amsterdam in een civiele procedure [C.] veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van US$ 1.084.672,65 aan HC, waarbij het Gerechtshof onder meer het volgende heeft overwogen:

“Bij schriftelijk pleidooi (…) heeft Holland Casino een kopie overgelegd van een door de rechtbank te Haarlem op 27 maart 2009 (…) tegen [B.] als verdachte uitgesproken strafvonnis. (…) In dat strafvonnis is [B.] tot straf veroordeeld wegens onder meer – kort gezegd – omkoping in het bewezenverklaarde tijdvak van 19 oktober 1998 tot en met 10 januari 2000.

(…)

Weliswaar is dit strafvonnis niet tegen [C.] als verdachte gewezen (…) zulks neemt niet weg dat het aan de rechter in dit civiele geding vrijstaat aan dat bewijsstuk de bewijskracht toe te kennen die hem goeddunkt. Die bewijskracht luidt naar het oordeel van het hof dat (ook) in dit civiele geding moet worden aangenomen dat [C.], in elk geval in de periode van 19 oktober 1998 tot en met 10 januari 2000, door het aan leveranciers van Holland Casino voorhouden van (…) alsmede door het ter beschikking stellen van zijn Zwitserse bankrekening actief heeft meegewerkt aan het opzetten en ten uitvoer brengen van een tegenover zijn toenmalige werkgever Holland Casino opzettelijk met de beginselen van goed werknemerschap in strijd zijnde en onrechtmatige constructie, welke constructie tot gevolg had dat Holland Casino aanzienlijk meer voor de door haar aangeschafte speelautomaten heeft moeten betalen dan zonder die constructie het geval zou zijn geweest. (…)

Ook hier geldt weer dat [C.] omtrent de overmakingen in 1996 en 1997 op zijn Zwitserse bankrekening geen nadere concrete opheldering heeft verschaft. Ook dit ondersteunt weer – mede in samenhang met de inhoud van genoemd strafvonnnis – de conclusie dat het hierbij om steekpenningen ging die Otimex/[B.] bij leveranciers van Holland Casino hebben bedongen en die zij (…) met zijn medeweten en instemming aan [C.] ten goede hebben doen komen, hetgeen een onrechtmatige daad van [C.] tegenover Holland Casino oplevert en hem aansprakelijk doet zijn voor de daardoor aan deze berokkende schade en tevens maakt dat [C.] – door die bedragen in ontvangst te nemen en te behouden – ten koste van Holland Casino met die bedragen ongerechtvaardigd is verrijkt.”

j. De echtgenote van [X.], [Y.] (gedaagde partij in zaak nummer 389495, hierna: [Y.]) heeft een op haar naam staande Zwitserse bankrekening.

k. Op die onder j. genoemde bankrekening hebben de volgende stortingen plaatsgevonden:

datum ontvangen van bedrag in US$

15-2-1993 Wideglobe Ltd 11.044,60

3-8-1993 Replay Services 31.730,55

1-9-1993 [B.] 25.830,00

28-6-1994 Banque Kleinwort 62.345,00

3-7-1997 [B.] 51.614,00

24-9-1997 [B.] 65.362,00

22-11-1999 Payment Smaine Foundattion 66.194,50

19-6-1998 Payment/Verguetung as instructed 43.257,00

17-8-1998 Payment/Verguetung as instructed 34.281,70

15-12-1998 Payment by one of our clients 191.275,00

in totaal 582.934,35

De beoordeling van het geschil

In de gevoegde zaken

In de hoofdzaken

In conventie

Ongerechtvaardigde verrijking

1. Doordat HC de grondslag van haar vordering beperkend heeft gewijzigd, komt de kantonrechter niet toe aan een oordeel over de handelwijze van [X.] als werknemer van HC, maar moet hij zich beperken tot de vraag of [X.] en [Y.] ongerechtvaardigd zijn verrijkt ten koste van HC. De kantonrechter beantwoordt die vraag bevestigend en overweegt daartoe het volgende.

2. Daargelaten de vraag of HC de onderhavige bankafschriften inderdaad door bedrog heeft verkregen, zoals door [X.] en [Y.] is gesteld, behoeft die wijze van verkrijging er niet toe te leiden dat de bankafschriften niet aan de onderhavige civiele beoordeling ten grondslag kunnen worden gelegd. Dit geldt temeer nu door [X.] en [Y.] is erkend dat de onder de vaststaande feiten onder k. vermelde transacties op die rekening inderdaad hebben plaatsgevonden.

3. Hoewel het arrest in de strafzaak tegen [C.] van 9 februari 2010 niet tegen [X.] en [Y.] als verdachten is gewezen, neemt dat niet weg dat het aan de kantonrechter in dit civiele geding vrijstaat aan dat bewijsstuk de bewijskracht toe te kennen die hem goed dunkt.

4. Met betrekking tot die bewijskracht is de kantonrechter het volgende van oordeel. Ook in dit civiele geding moet worden aangenomen dat [C.] actief heeft meegewerkt aan het opzetten en ten uitvoer brengen van de tegenover zijn toenmalige werkgever Holland Casino opzettelijk met de beginselen van goed werknemerschap in strijd zijnde en onrechtmatige constructie. [C.] heeft immers aan leveranciers van Holland Casino voorgehouden dat alleen via Otimex met HC zaken kon worden gedaan en dat dit diende te geschieden volgens de spelregels van Otimex. Voorts heeft [C.] zijn Zwitserse bankrekening ter beschikking gesteld. De genoemde onrechtmatige constructie had tot gevolg dat Holland Casino aanzienlijk meer voor de door haar aangeschafte speelautomaten heeft moeten betalen dan zonder die constructie het geval zou zijn geweest.

5. Het verweer van [X.] en [Y.] dat zij niets hebben geweten van de door [C.] en [B.] bedachte en ten uitvoer gebrachte constructie is niet geloofwaardig. Het was immers de taak van [X.] als leidinggevende van [C.] om ervoor te zorgen dat hij van alles met betrekking tot de inkoop van de speelautomaten op de hoogte was. Als hij dat nalaat te doen, komen de gevolgen daarvan voor zijn rekening. [Y.] moet haar bankrekening ter beschikking hebben gesteld om daarop de onderhavige bedragen te laten storten. Zij moet dan ook geweten hebben tot welk doel die rekening werd geopend, namelijk het storten van de onderhavige bedragen in het kader van de genoemde constructie.

6. [X.] en [Y.] hebben omtrent de onderhavige overmakingen op de Zwitserse bankrekening van [Y.] geen nadere concrete opheldering verschaft. Dit ondersteunt de conclusie dat het om steekpenningen ging die Otimex/[B.] bij leveranciers van Holland Casino hebben bedongen en die zij met hun medeweten en instemming aan [X.] en [Y.] ten goede hebben doen komen. Nu [X.] en [Y.] niet toelichten – en ook niet is gebleken – dat het bij de onderhavige overmakingen wel om iets anders zou zijn gegaan dan om steekpenningen in het kader van door derden aan Holland Casino gedane leveranties, ondersteunt die constatering de conclusie dat [X.] en [Y.] voor de desbetreffende bedragen ten koste van Holland Casino ongerechtvaardigd zijn verrijkt. Dat, zoals [X.] en [Y.] hebben gesteld, (delen van) hun administratie ten gevolge van brand verloren is (zijn) gegaan, komt voor hun risico. Zij hebben bovendien niet gesteld of aangeboden alsnog afschriften bij de betrokken bankinstelling te zullen opvragen om hun standpunt te onderbouwen dat de stortingen niets met steekpenningen te maken hadden.

7. Met betrekking tot het door [X.] en [Y.] tegen de gestelde schade gevoerde verweer overweegt de kantonrechter het volgende.

8. HC heeft voldoende feiten gesteld waaruit in het algemeen kan worden afgeleid dat schade is geleden. Uit de overgelegde strafvonnissen volgt immers dat sprake is van een constructie waardoor HC voor de inkoop van speelautomaten te hoge prijzen heeft betaald en dat een deel van de prijsverschillen bij [X.] en [Y.] is terechtgekomen. Derhalve heeft HC wel degelijk nadeel ondervonden.

9. Ook het betoog van [X.] en [Y.] dat HC geen schade (meer) heeft doordat zij een schikking met Otimex heeft getroffen faalt. Voor zover [X.] [Y.] daarmee een beroep doen op het bepaalde bij artikel 6:100 BW geldt dat hier geen sprake kan zijn van verrekening van voordeel, omdat het hier niet gaat om een zelfde gebeurtenis in de zin van dat artikel: het aannemen van smeergeld door [X.] en [Y.] staat geheel los van de schikking die HC met Otimex heeft getroffen. Ook indien wel sprake zou zijn geweest van een zelfde gebeurtenis geldt dat het onder de gegeven omstandigheden (de aard van de aansprakelijkheid, de overtreden norm en de tijd en moeite die het HC moet hebben gekost om de regeling met Otimex te treffen) niet redelijk is om een na de vaststellingsovereenkomst opgekomen voordeel te verrekenen.

10. Het vorenstaande brengt met zich dat de kantonrechter van het bestaan van schade uitgaat en dat de schade moet worden begroot op de wijze die het meest met de aard ervan in overeenstemming is. De ongerechtvaardigde verrijking dient te worden gesteld op de tegenwaarde in Euro’s van het totaalbedrag van de op de bankrekening van [Y.] gestorte bedragen. Het bedrag dat HC als verrijking aanwijst groot € 441.798,00 is evenwel niet juist, vanwege een creditering die op 26 januari 1998 heeft plaatsgevonden. Daarom resteert een bedrag van € 397.256,00, zoals door HC subsidiair is genoemd. Dit laatstgenoemde bedrag zal daarom worden toegewezen.

Overlegging van bankafschriften

11. De kantonrechter blijft bij zijn eerdere beslissing in het incident. Er zijn onvoldoende feiten en/of omstandigheden gebleken op grond waarvan thans anders zou moeten worden geoordeeld. Dit geldt ten aanzien van [X.] temeer nu gesteld noch gebleken is dat sprake is van de in artikel 843a Rv bedoelde rechtsbetrekking.

12. Dit deel van de vordering zal daarom worden afgewezen.

Slotsom

13. De vorderingen strekkende tot betaling van schadevergoeding worden toegewezen. [X.] en [Y.] zullen daarbij, als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten, waaronder begrepen de beslagkosten, worden veroordeeld.

In (voorwaardelijke) reconventie

14. De vordering in conventie onder (thans:) A. tegen [X.] en [Y.] wordt toegewezen. Daarom is de voorwaarde waaronder de reconventionele vordering is ingesteld niet vervuld. De kantonrechter zal daarom deze vordering als niet ingesteld beschouwen.

Beslissing

De kantonrechter:

In de gevoegde zaken

In conventie:

Veroordeelt [X.] en [Y.] hoofdelijk aldus dat indien één van hen betaalt de ander zal bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwij¬ting aan HC te betalen € 397.256,00, te ver¬meerderen met de wette¬lijke rente berekend vanaf de dag waarop de onderscheiden bedragen op de Zwitserse bankrekening van [Y.] zijn gestort, telkens tot aan de dag der alge¬hele voldoening.

Veroordeelt [X.] en [Y.] in de kosten van deze procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van HC begroot op de volgende bedragen:

- in de hoofdzaken:

dagvaarding in zaak 379884 € 88,42

dagvaarding in zaak 389495 € 88,42

griffierecht in zaak 379884 € 201,00

griffierecht in zaak 389495 € 4.784,00

salaris gemachtigde in de gevoegde zaken € 4.000,00

- beslagkosten:

salaris gemachtigde € 1.000,00

explootkosten € 2.487,61

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voor¬raad.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

In (voorwaardelijke) reconventie:

Verstaat dat de vordering niet is ingesteld.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.