Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BV3389

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
19-12-2011
Datum publicatie
08-02-2012
Zaaknummer
11/6261
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Gelet op het advies van de SCIO-arts heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat verzoekster niet in aanmerking komt voor een gehandicaptenparkeerkaart type passagier.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 11 - 6261 VEROR

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van

19 december 2011

in de zaak van:

[verzoekster]

wonende te [woonplaats]

verzoekster,

tegen:

het college van burgemeester en wethouders van Beverwijk,

verweerder.

Tegenwoordig: mr. M. Mateman, voorzieningenrechter, en P.M. van der Pol, griffier.

Zitting: 19 december 2011

Verschenen: Verzoekster is, na voorafgaand bericht, niet verschenen.

Verweerder is vertegenwoordigd door P.J. Boonstra en C. van Bodegom, beiden werkzaam bij de gemeente Beverwijk.

Bij besluit van 2 november 2011 heeft verweerder verzoeksters aanvraag om verstrekking aan haar van een gehandicaptenparkeerkaart voor een passagier, afgewezen, omdat uit onderzoek is gebleken dat verzoekster niet van deur tot deur continu afhankelijk is van de hulp van de bestuurder.

Tegen dit besluit heeft verzoekster bij brief van 18 november 2011 bezwaar gemaakt. Bij brief van eveneens 18 november 2011 heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Bij mondelinge uitspraak van 19 december 2011 heeft de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.

De voorzieningenrechter heeft daartoe het volgende overwogen.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder zich, onder verwijzing naar het advies van de SCIO-arts, in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat verzoeksters aanvraag om toekenning aan haar van een gehandicaptenparkeerkaart voor een passagier niet voor toewijzing in aanmerking komt. Uit het advies van bedoelde arts blijkt immers dat verzoekster in staat moet worden geacht te wachten tot de bestuurder de auto heeft geparkeerd op een reguliere parkeerplaats. Verzoekster beschikt over een rollator en een inklapbare scootmobiel. Hiermee is zij in staat om in ieder geval een afstand van 50 meter te overbruggen, zonder begeleiding.

Verzoeksters stelling dat zij niet op de bestuurder van de auto kan wachten, omdat zij pijn ervaart bij het zitten, wordt niet gevolgd, nu de SCIO-arts heeft vastgesteld dat deze pijn niet uitsluitend is gerelateerd aan een situatie waarin verzoekster moet wachten.

Nu verzoekster bovendien heeft nagelaten haar standpunt medisch te onderbouwen, wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal,

(griffier) (voorzieningenrechter)

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.