Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BV1711

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
23-12-2011
Datum publicatie
24-01-2012
Zaaknummer
AWB 11/3227
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

UWV is niet bevoegd om, zonder toestemming van de betrokken werknemers, gegevens te verschaffen over de arbeidsgehandicaptenstatussen van het personeelsbestand van eiseres.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 11 - 3227

uitspraak van de meervoudige kamer van 23 december 2011

in de zaak van:

Robidus Adviesgroep B.V.,

gevestigd te Zaandam,

eiseres.

gemachtigde: mr. B. van Bekkum,

tegen:

de raad van bestuur van het uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 9 februari 2011 heeft verweerder het verzoek van eiseres om het verstrekken van gegevens, afgewezen.

Tegen dit besluit heeft eiseres bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 5 mei 2011 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft eiseres beroep ingesteld.

Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden en een verweerschrift ingediend.

Het beroep is behandeld ter zitting van 9 december 2011, alwaar eiseres werd vertegenwoordigd door mr. B. van Bekkum. Verweerder werd vertegenwoordigd door mr. E. Kuipers.

2. Overwegingen

2.1 Eiseres heeft verweerder gevraagd, in verband met een onderzoek naar het eigen risicodragerschap Ziektewet (Zw), gegevens te verschaffen over de Arbeidsgehandicaptenstatussen (AGH-statussen) van haar personeelsbestand. Verweerder heeft dit verzoek afgewezen. Verweerder stelt zich op het standpunt dat artikel 73, tweede lid, onder a, van de van de Wet Structuur Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen (Wet Suwi) in samenhang met artikel 5.13 van het Besluit Suwi geen grondslag biedt om de gevraagde AGH-statussen aan eiseres te verstrekken. Verweerder heeft voorts verwezen naar artikel 38b van de Zw, waaruit volgt dat verweerder deze AGH-statussen wel kan verstrekken aan eiseres, als het verzoek om deze statussen vergezeld gaat van een toestemming tot het verstrekken van deze status van de betreffende werknemers. In bezwaar heeft verweerder dit standpunt gehandhaafd.

2.2 Namens eiseres is in beroep aangevoerd dat zij belang heeft bij het opvragen van de AGH-statussen van haar werknemers, omdat arbeidsgehandicapte werknemers in ieder geval geen risico vormen in geval men besluit eigenrisicodrager te worden. Eiseres wil inzicht krijgen in de te verzekeren loonsom en is van mening dat verweerder de genoemde artikelen, gelet op de wetsgeschiedenis, te stringent uitlegt. Eiseres bestrijdt dat in artikel 5.13 Besluit Suwi een limitatieve opsomming is gegeven van gegevens die zouden mogen worden verstrekt door verweerder en verwijst hiervoor naar de wetsgeschiedenis. Voorts wordt aangevoerd dat werknemers op grond van artikel 38b, eerste lid, van de Zw verplicht zijn om twee maanden na indiensttreding de werkgever in kennis te stellen van een mogelijke aanspraak op artikel 29b, dan wel 29d van de Zw. Deze wettelijke verplichting van de werknemer geeft volgens eiseres verweerder de bevoegdheid om gegevens over de AGH-status te kunnen leveren.

De rechtbank overweegt als volgt.

2.3 Ingevolge artikel 73, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet Suwi is het uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) bevoegd op verzoek alle gegevens en inlichtingen, waaronder het burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaalnummer, uit de onder zijn verantwoordelijkheid gevoerde administraties te verstrekken aan werkgevers in de zin van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv), voorzover die noodzakelijk zijn voor de informatieverstrekking bij de aanvraag van overeenkomsten tot verzekering van het risico van het betalen van loon in geval van ziekte van de werknemer, dan wel van het risico van het betalen van premie voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering op grond van de Wfsv en van de betalingen als gevolg van het eigenrisicodragen, bedoeld in artikel 40, eerste lid, van die wet.

2.4 Ingevolge artikel 73, zevende lid, van de Wet Suwi wordt bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaald welke gegevens op grond van het eerste, tweede en derde lid mogen worden verstrekt en welke kosten daarvoor in rekening mogen worden gebracht.

2.5 In artikel 74, eerste lid, van de Wet Suwi is bepaald dat het een ieder verboden is hetgeen hem uit of in verband met enige werkzaamheid bij de uitvoering van deze wet over de persoon of zaken van een ander blijkt of wordt meegedeeld, verder bekend te maken dan voor de uitvoering van deze wet noodzakelijk is dan wel op grond van deze wet is voorgeschreven of toegestaan. Ingevolge het tweede lid, onder b, is het in het eerste lid vervatte verbod niet van toepassing indien degene op wie de gegevens betrekking hebben schriftelijk heeft verklaard tegen de verstrekking van deze gegevens geen bezwaar te hebben.

2.6 In artikel 5.13, eerste lid, van het Besluit Suwi is bepaald dat het UWV bevoegd is uit de onder zijn verantwoordelijkheid gevoerde administraties op verzoek van een werkgever als bedoeld in artikel 73, tweede lid, onderdeel a, van de Wet Suwi, aan die werkgever in verband met het aangaan van overeenkomsten tot verzekering van de risico’s van het eigenrisicodrager zijn of van betaling van premie als bedoeld in hoofdstuk 3, afdeling 5, van de Wfsv kosteloos gegevens, mede afkomstig van de rijksbelastingdienst, te verstrekken op grond waarvan die werkgever kan bepalen:

a. de instroom, bedoeld in artikel 40 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), over de periode van drie jaar voorafgaande aan het verzoek;

b. de ontwikkeling van het totale bedrag aan loon in de zin van artikel 16 van de Wfsv per jaar over de periode van vijf jaar voorafgaande aan het verzoek;

c. het aantal werknemers naar leeftijd en geslacht in de periode van vijf jaar voorafgaand aan het verzoek;

d. het arbeidsverleden van de werknemers die ten tijde van het verzoek bij de werkgever in dienst zijn zoals het UWV dat vastlegt op grond van artikel 33d, eerste lid, van de Wet Suwi, voorzover die werkgever dat niet op basis van gegevens in zijn loonadministratie kan bepalen.

2.7 De rechtbank stelt vast dat de door eiseres gevraagde AGH-statussen gegevens betreffen over de gezondheid van de werknemers van eiseres. Het betreft hier dan ook gegevens welke bescherming genieten op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens en meer in het bijzonder artikel 21 van deze wet. Reeds hierom is de rechtbank van oordeel dat artikel 5.13, eerste lid, van het Besluit Suwi restrictief moet worden uitgelegd.

2.8 De gevraagde AGH-statussen worden niet genoemd in artikel 5.13 van het Besluit Suwi, waarin een opsomming is gegeven van de gegevens die door verweerder aan de werkgever, dan wel aan de verzekeraar kunnen worden verstrekt, voor zover die werkgever dat niet op basis van gegevens in zijn loonadministratie kan bepalen. De rechtbank is van oordeel dat de AGH-statussen gelet hierop dan ook niet aan eiseres kunnen worden verstrekt, zonder dat de betrokken werknemers daar toestemming voor hebben gegeven. Volgens de rechtbank bevat artikel 5:13 van het Besluit Suwi, in samenhang gelezen met artikel 74 van de Wet Suwi, een limitatieve opsomming van gegevens welke door verweerder aan de werkgever (dan wel de verzekeraar) kunnen worden verstrekt. Dit vindt zijn bevestiging in de verschillende toelichtingen bij genoemde bepalingen. Zo staat hierover in de Nota van Toelichting bij het Besluit Suwi (Staatsblad 2005, 724, pag. 21 - 22) onder het kopje “Gegevensverstrekking in verband met verzekeren risico’s arbeidsongeschiktheids-verzekeringen” – voor zover hier van belang – het volgende opgenomen:

[…] Op grond van artikel 73, tweede lid onderdelen a en b, van de Wet Suwi mag het UWV, onder strikte voorwaarden aan werkgevers dan wel private verzekeraars gegevens verstrekken ten behoeve van te verzekeren risico’s met betrekking tot ziekte en arbeidsongeschiktheid. […] Uitgangspunt is dat de gegevensverstrekking beperkt dient te blijven tot de noodzakelijke gegevens. De gegevens mogen niet worden verwerkt voor een ander doel dan waarvoor de gegevens zijn verkregen. In dit besluit is opgesomd welke gegevens noodzakelijk worden geacht en welke door het UWV dus aan de werkgever respectievelijk de verzekeraar mogen worden verstrekt.

In het eerste lid van artikel 5.13 is de gegevensset opgenomen die noodzakelijk is voor de beoordeling van de aanvraag van een verzekering. Het betreft de instroomcijfers WAO en Wet WIA over een periode van de afgelopen drie jaar, het totale bedrag aan loon SV per jaar over een periode van vijf jaar, het aantal werknemers naar leeftijd en geslacht in de periode van vijf jaar voorafgaand aan het verzoek en het arbeidsverleden van de werknemers.[…]

De gegevensset die noodzakelijk wordt geacht voor de uitvoering van de verzekeringsovereenkomst, en die door het UWV aan de private verzekeraar van de werkgever mogen worden verstrekt, is opgenomen in het tweede lid van artikel 5.13. Het betreft de daar genoemde persoonsgegevens van werknemers voorzover noodzakelijk ter verificatie van de gegevens, die de werkgever in zijn administratie heeft opgenomen en van de werknemer die een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt: het dagloon, dat aan de uitkering ten grondslag ligt, het arbeidsongeschiktheidspercentage en de duur van de uitkering. Indien nog aanvullende gegevens door de verzekeraar worden gevraagd, zal de verzekeraar zich moeten wenden tot de werkgever dan wel de betrokken werknemer zelf. […]

2.9 De rechtbank volgt eiseres niet in het standpunt dat uit de Memorie van Toelichting (MvT) bij het wetsvoorstel invoering en financiering WIA (kamerstukken 30118, nr 3, pag 69) volgt dat meer gegevens mogen worden verstrekt dan de gegevensset zoals opgenomen in artikel 5.13 van het Besluit Suwi. Eiseres baseert haar standpunt op de passage in de MvT waar staat: “Dit betekent dat de verzekeraar in het kader van het offertetraject in de structurele situatie ondermeer (cursivering door de rechtbank) dient te kunnen beschikken over instroomcijfers over drie jaar, loonsommen over de afgelopen vijf jaren, aantallen werknemers en het arbeidsverleden per werknemer.”

Echter, iets verder in de MvT staat: “[…] In het kader van de uitkeringsverstrekking zijn in beginsel de hoogte van het dagloon, het arbeidsongeschiktheidspercentage en de duur van de uitkering noodzakelijke gegevens. Met machtiging van de werkgever kan het UWV deze gegevens rechtstreeks aan de private verzekeraar verstrekken. Voor de overige gegevens dient de verzekeraar zich tot de betreffende werkgever te wenden. Onder de hier bedoelde gegevensuitwisseling zijn overigens niet de medische gegevens van een werknemer begrepen. Ten aanzien van deze gegevens verandert niets ten opzichte van de huidige situatie. Dit houdt in dat op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens wordt beoordeeld of bij de verwerking van deze gegevens door UWV gegevensverstrekking aan derden is toegestaan. Slechts met uitdrukkelijke toestemming van de betrokkene mag het UWV medische gegevens aan de verzekeraar verstrekken. […]”

Het enkele feit dat de wetgever heeft aangegeven dat de werkgever ondermeer moet kunnen beschikken over bepaalde gegevens, maakt volgens de rechtbank nog niet dat op grond daarvan geoordeeld kan worden dat meer gegevens mogen worden verstrekt dan genoemd in artikel 5.13 van het Besluit Suwi. Uit de genoemde MvT en Nota van Toelichting blijkt nu juist dat de wetgever zich terdege bewust is geweest van de te beschermen persoonsgegevens.

2.10 De rechtbank volgt eiseres evenmin in het standpunt dat uit artikel 38b van de Zw een bevoegdheid zou voortvloeien voor verweerder om de gevraagde AGH-statussen aan eiseres te verstrekken. De rechtbank verwijst voor eenzelfde oordeel naar de door uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 1 december 2011 (LJN: BU6798).

2.11 In artikel 38b, eerste lid, van de Zw is bepaald dat de werknemer op verzoek zijn werkgever over zijn mogelijke aanspraak op ziekengeld op grond van artikel 29b of 29d informeert. De eerste zin is niet van toepassing gedurende de eerste twee maanden na aanvang van zijn dienstbetrekking.

2.12 Aan deze bepaling kan niet de betekenis worden toegekend die eiseres hieraan zou willen toekennen, aangezien deze bepaling uitsluitend de werknemer verplicht tot informatieverstrekking op verzoek van de werkgever en niet aan verweerder een bevoegdheid geeft om de door eiseres gevraagde gegevens te verstrekken.

2.13 De rechtbank merkt verder nog op, in verband met het standpunt van eiseres dat zij een groot financieel belang heeft bij de informatieverstrekking, dat uit artikel 38b, eerste lid, van de Zw volgt dat het niet onmogelijk is voor eiseres om informatie over de AGH-statussen van haar werknemers te verkrijgen. Immers, met toestemming van de betrokken werknemer kan eiseres desgevraagd inzicht krijgen in de AGH-status. Indien deze informatie van belang is voor eiseres in het kader van te verzekeren risico’s, kan eiseres met toestemming van de betrokken werknemers zich wenden tot verweerder. Het is voorts aan eiseres haar werkproces zo in te richten dat deze toestemming (tijdig) aan haar werknemers wordt gevraagd.

2.14 Het beroep zal ongegrond worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J.A.M. van Brussel, rechter van de meervoudige kamer, en mrs. M. Mateman en A.T.B. de Vries, leden, in tegenwoordigheid van mr. A. Buiskool, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 december 2011.

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Het hoger beroep dient te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.