Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BV1105

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
22-12-2011
Datum publicatie
17-01-2012
Zaaknummer
AWB 11/6193
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Schuldhulpverlening: De gemeente is in het kader van zijn hoedanigheid als schuldbemiddelaar bevoegd het verzoek van eiseres om regeling van haar schulden al dan niet in te willigen. deze bevoegdheid berust niet op een publiekrechtelijke grondslag. Er is geen sprake van een besluit in de zin van de Awb. De bestuursrechter verklaart zich onbevoegd.

Wetsverwijzingen
Wet op het consumentenkrediet
Wet op het consumentenkrediet 47
Wet op het consumentenkrediet 48
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JG 2012/16 met annotatie van mw. mr. dr. C. Raat
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 11 / 6193

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2011

in de zaak van:

[naam eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

gemachtigde: mr. S. Faber, advocaat te Haarlem,

tegen:

het college van burgmeester en wethouders van Haarlem,

verweerder.

1. Procesverloop

1.1 Verweerder heeft op 26 mei 2011 aan eiseres meegedeeld dat haar verzoek om regeling van haar schulden wordt afgewezen. Daarbij heeft verweerder opgemerkt dat zij binnen acht weken bezwaar kan maken bij verweerders geschillencommissie schuldhulpverlening.

1.2 Eiseres heeft bij brief van 6 juni 2011 bezwaar ingediend.

1.3 Eiseres heeft bij brief van 22 november 2011 beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een beslissing op het bezwaar.

2. Overwegingen

2.1 De rechtbank ziet aanleiding om in het onderhavige geval met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), uitspraak te doen zonder voorafgaande behandeling ter zitting en overweegt hiertoe het volgende.

2.2 Ingevolge artikel 8:1, eerste lid, van de Awb kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de rechtbank.

2.3 Ingevolge artikel 1:3, eerste lid, van de Awb wordt onder besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

2.4 Uit de artikelen 47 en 48 van de Wet op het consumentenkrediet blijkt dat schuldbemiddeling is verboden, tenzij het gaat om schuldbemiddeling:

a. om niet;

b. door gemeenten, gemeentelijke kredietbanken of andere door gemeente gehouden instellingen, die zich krachtens hun doelstelling met schuldbemiddeling bezighouden;

c. door advocaten, curatoren en bewindvoerders ingevolge de Faillissementswet aangesteld, notarissen, deurwaarders, registeraccountants en accountants-administratieconsulenten;

d. door natuurlijke personen of rechtspersonen, dan wel categorieën daarvan, aan te wijzen bij algemene maatregel van bestuur.

2.5 Verweerder heeft met de brief van 26 mei 2011 het verzoek van eiseres om regeling van haar schulden afgewezen. Uit de hiervoor weergegeven regelgeving blijkt dat de bevoegdheid tot schuldbemiddeling niet berust op een publiekrechtelijke grondslag, dat wil zeggen op een grondslag speciaal voor het openbaar bestuur bij of krachtens de wet geschapen. Immers schuldbemiddeling is niet slechts voorbehouden aan het openbaar bestuur, nu de bevoegdheid tot schuldbemiddeling krachtens het burgerlijk recht ook door daartoe aangewezen niet- bestuursorganen kan worden toegepast.

2.6 Verweerder was dus in het kader van zijn hoedanigheid als schuldbemiddelaar bevoegd het verzoek van eiseres om regeling van haar schulden al dan niet in te willigen. Er is derhalve geen sprake van een besluit in de zin van de Awb, in die zin dat sprake is van een publiekrechtelijke rechtshandeling. Gelet hierop kan ingevolge het bepaalde in artikel 8:1 van de Awb geen beroep worden ingesteld bij de bestuursrechter. Evenmin is de regelgeving omtrent het niet tijdig beslissen zoals vervat in de Awb hier van toepassing, of is de bestuursrechter bevoegd daarover een oordeel te geven.

2.7 De rechtbank is dan ook van oordeel de bestuursrechter onbevoegd is, en dat een eventuele vordering kan worden ingesteld bij de burgerlijke rechter die in dit kader van de schuldsanering als bevoegde rechter moet worden aangewezen.

2.8 Voor een proceskostenveroordeling zijn geen termen aanwezig.

3. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart zich onbevoegd;

- wijst eiseres ingevolge artikel 8:71, Awb erop dat zij een vordering bij de burgerlijke rechter kan instellen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F. Miedema, rechter, en op 22 december 2011 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van mr. A. Buiskool, griffier.

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan verzet worden gedaan bij deze rechtbank.

Het verzet dient gedaan te worden door het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.