Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BV0698

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
21-09-2011
Datum publicatie
11-01-2012
Zaaknummer
175323 - HA ZA 10-1555
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een bank heeft een krediet verstrekt aan twee echtgenoten, waarbij beiden hoofdelijk aansprakelijk zijn. Na de scheiding treft het door de bank ingeschakelde incassobureau een (tijdelijke) betalingsregeling met de vrouw voor een klein bedrag per maand. De bank spreekt daarnaast de man in rechte aan tot betaling van de openstaande schuld. Hij verweert zich met de volgende stelling: nu de bank een regeling heeft getroffen met mijn ex-vrouw, kan de bank mij niet aanspreken zolang mijn ex-vrouw deze regeling nakomt. De rechtbank verwerpt dit verweer,(onder meer) overwegende dat het enkele feit dat een incassobureau met één van de ex-echtgenoten een (tijdelijke) betalingsregeling overeenkomt terzake van een opeisbare schuld waarvoor beide ex-echtelieden hoofdelijk aansprakelijk zijn, er niet toe leidt dat de schuldeiser de andere ex-echtgenoot (voorlopig) niet kan aanspreken. Het feit dat de man en de vrouw in het kader van hun echtscheiding onderling zijn overeengekomen dat de vrouw de schuld van de bank voor haar rekening zal nemen, regardeert de bank niet zolang deze daar niet mee heeft ingestemd. Gesteld noch gebleken is dat de bank dergelijke instemming heeft gegeven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
EB 2012/32
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

Vonnis in hoofdzaak en in vrijwaring van 21 september 2011

in de hoofdzaak met zaaknummer / rolnummer 175323 / HA ZA 10-1555 van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NVF VOORSCHOTBANK B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

advocaat mr. D. Kaptan te Apeldoorn,

tegen

[X],

wonende te Assendelft,

gedaagde,

advocaat mr. A. Scholtens-Vogelaar te Wormerveer.

en in de vrijwaringszaak met zaaknummer / rolnummer 179418 / HA ZA 11-358 van:

[X],

wonende te Assendelft,

eiser,

advocaat mr. A. Scholtens-Vogelaar te Wormerveer,

tegen

[Y]

wonende te Wormer, gemeente Wormerland,

gedaagde,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna Voorschotbank, [X] en [Y] genoemd worden.

1. De procedure in de hoofdzaak

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 30 maart 2011

- het proces-verbaal van comparitie van 9 juni 2011.

1.2. Tenslotte is vonnis bepaald.

2. De procedure in de vrijwaringszaak

2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

2.2. Tenslotte is vonnis bepaald.

3. De feiten

3.1. [X] en [Y] hebben tijdens hun huwelijk op 29 augustus 2005 met Voorschotbank een kredietovereenkomst gesloten voor een continu krediet tot een maximum bedrag van EUR 19.500,00 (hierna: het krediet). [X] en [Y] zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de verplichtingen voortvloeiend uit deze overeenkomst.

3.2. In de kredietovereenkomst is bepaald dat [X]/[Y] maandelijks tenminste zullen terugbetalen een bedrag gelijk aan de in de voorgaande maand ten laste van het krediet geboekte rente (op het moment van het sluiten van de overeenkomst bedragend 0.576% per maand, oftewel 7,1% per jaar).

3.3. Op enig moment zijn [X]/[Y] met de betaling van één of meer termijnen gedurende twee maanden of meer in gebreke gebleven, waardoor het krediet opeisbaar is geworden. Voorschotbank heeft de vordering uit handen gegeven aan het incassobureau Vesting Finance.

3.4. Vesting Finance is voor de periode van een jaar een betalingsregeling overeengekomen met [Y], welke regeling wordt bevestigd in een brief van Vesting Finance van 27 juli 2010 gericht aan [Y]. De inhoud van deze brief luidt, voor zover van belang, als volgt:

“Naar aanleiding van ons telefoongesprek, ontvangt u hierbij de bevestiging dat wij voor de periode van een jaar akkoord gaan met de volgende betalingsregeling:

Vordering: € 21.147,52

Regelingsbedrag: € 100,00

Aantal termijnen: 12

(…)

De eerste termijn dient uiterlijk 1 augustus a.s. door ons te zijn ontvangen.

De regeling wordt met u getroffen, onder de voorwaarde dat de aflossingen tijdig worden bijgeschreven op een van de (…) rekening nummers t.n.v. Vesting Finance (…).

Voor de volledigheid delen wij u nog mede dat indien u zich niet aan stipte nakoming van deze regeling houdt deze direct komt te vervallen en wij voor het alsdan staande restant direct en zonder verder bericht de reeds eerder aangekondigde verdere kostenverhogende rechtsmaatregelen moeten nemen. Uiteraard zullen deze kosten volledig op u worden verhaald.”

3.5. [Y] en [X] zijn inmiddels gescheiden. Bij echtscheidingsconvenant, ondertekend door [Y] en [X] op 11 februari 2010, is de schuld bij de Voorschotbank toegedeeld aan [Y].

3.6. [Y] heeft een verklaring geschreven, gedateerd 9 oktober 2010, die - voor zover hier relevant – het volgende inhoudt:

“Via deze weg wil ik u laten weten dat [X] en ik ([Y]) samen zijn overeengekomen dat hij de hypotheek van het schip op zich zal nemen, en ik de schuld bij de Nederlandse Voorschotbank afbetaal. Dat loopt nu en ik betaal daar € 100 in de maand.”

4. Het geschil

in de hoofdzaak

4.1. Voorschotbank vordert, na vermindering van eis ter comparitie – samengevat – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [X] veroordeelt om aan Voorschotbank te betalen een bedrag van EUR 20.737,41, vermeerderd met de contractuele rente vanaf 8 oktober 2010 over een bedrag van EUR 20.619,72, te vermeerderen met proceskosten en nakosten.

4.2. De rechtbank begrijpt uit hetgeen Voorschotbank in de stukken en ter comparitie naar voren heeft gebracht dat zij betaling van [X] vordert van het gehele openstaande bedrag, waarop in mindering wordt gebracht hetgeen [Y] reeds heeft voldaan.

4.3. [X] voert verweer.

4.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in de vrijwaringszaak

4.5. [X] vordert dat de rechtbank [Y] bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, veroordeelt om aan [X] te betalen datgene waartoe [X] in de hoofdzaak jegens Voorschotbank mocht worden veroordeeld, met inbegrip van de proceskostenveroordeling, met veroordeling van [Y] in de kosten van de procedure in vrijwaring.

4.6. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan

5. De beoordeling

in de hoofdzaak

5.1. Voorschotbank legt aan haar vordering ten grondslag dat [X] en [Y] terzake van het verstrekte krediet, waarvoor zij hoofdelijk aansprakelijk zijn, gedurende twee maanden achterstallig waren met de betaling van een termijnbedrag, dat zij herhaaldelijk zijn aangemaand en ook in gebreke zijn gesteld, en dat het krediet, nu [X] en [Y] de achterstand niet hebben ingelost, derhalve opeisbaar is geworden. Voorschotbank heeft de zaak vervolgens uit handen gegeven aan het incassobureau Vesting Finance. Vesting Finance heeft met [Y] een betalingsregeling getroffen voor de duur van 12 maanden, waarbij [Y] een bedrag van 100 euro per maand zal betalen; na een jaar zou de situatie ten aanzien van [Y] opnieuw worden beoordeeld. Voorschotbank stelt zich op het standpunt dat deze (tijdelijke) betalingsregeling met [Y] er niet aan in de weg staat dat Voorschotbank [X] kan aanspreken voor de betaling van de nog openstaande vordering.

5.2. [X] heeft niet weersproken dat er achterstanden op het krediet zijn ontstaan en dat het krediet opeisbaar is geworden. Hij erkent daarnaast dat hij nog altijd hoofdelijk aansprakelijk is voor de verplichtingen voortvloeiend uit de kredietovereenkomst. [X] stelt zich evenwel op het standpunt dat hij niet tot enige betaling is gehouden, zolang [Y] aan de met haar getroffen betalingsregeling voldoet. [X] voert hiertoe aan dat uit de brief van 27 juli 2010 van Vesting Finance aan [Y] (hiervoor weergegeven bij 3.4) volgt dat deze regeling een totaal-afspraak betreft voor het gehele krediet, zodat [X] erop mag vertrouwen dat [Y] met Vesting Finance een regeling voor de betaling van het gehele krediet heeft getroffen. In dit verband wijst [X] erop dat hij in het echtscheidingsconvenant met [Y] is overeengekomen dat zij de schuld aan Voorschotbank op zich zal nemen. Nu [Y] de betalingsregeling nakomt, kan [X] niet tot betaling worden aangesproken, aldus nog steeds [X].

5.3. De rechtbank overweegt als volgt. Het enkele feit dat een incassobureau met één van de ex-echtgenoten een (tijdelijke) betalingsregeling overeenkomt terzake van een opeisbare schuld waarvoor beide ex-echtelieden hoofdelijk aansprakelijk zijn, leidt er niet toe dat de schuldeiser de andere ex-echtgenoot (voorlopig) niet kan aanspreken. De brief die Vesting Finance - het incassobureau dat door Voorschotbank was ingeschakeld - in dit geval aan [Y] heeft gestuurd, maakt dit niet anders. Uit de tekst van deze brief kan immers niet worden afgeleid dat Voorschotbank [X] niet zal aanspreken zolang [Y] aan de met haar getroffen (tijdelijke) betalingsregeling van EUR 100,00 per maand voldoet. Evenmin geldt dat [X] aan deze brief een gerechtvaardigd vertrouwen mocht ontlenen dat hij niet door Voorschotbank zal worden aangesproken zolang [Y] 100 euro per maand betaalt. Nu [X] geen andere relevante feiten of omstandigheden heeft aangevoerd waaruit de door hem bepleite conclusie dat hij niet door Voorschotbank kan worden aangesproken wèl zou kunnen volgen, verwerpt de rechtbank zijn verweer. De rechtbank merkt hierbij op dat het feit dat [X] en [Y] in het kader van hun echtscheiding onderling zijn overeengekomen dat [Y] de schuld van Voorschotbank voor haar rekening zal nemen Voorschotbank niet regardeert zolang Voorschotbank daarmee niet heeft ingestemd. Gesteld noch gebleken is dat Voorschotbank dergelijke instemming heeft gegeven.

5.4. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat [X] gehouden is het door Voorschotbank gevorderde te voldoen, met dien verstande dat betalingen die door [Y] zijn gedaan op het gevorderde in mindering zullen komen.

5.5. [X] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Voorschotbank worden begroot op:

- dagvaarding EUR 94,93

- griffierecht 1.165,00

- salaris advocaat 1.158,00 (2,0 punten × tarief EUR 579,00)

Totaal EUR 2.417,93

5.6. Nu Voorschotbank zich in het vrijwaringsincident heeft gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, worden de kosten van Voorschotbank terzake van dit incident op nihil gesteld.

in de vrijwaringszaak

5.7. [X] heeft [Y] in vrijwaring opgeroepen en vordert dat zij wordt veroordeeld om aan [X] te betalen datgene waartoe hij in de hoofdzaak jegens Voorschotbank mocht worden veroordeeld. Hij legt daaraan (onder meer) ten grondslag dat [X] en [Y] in het echtscheidingsconvenant zijn overeengekomen dat [Y] de schuld bij Voorschotbank voor haar rekening zal nemen. [X] heeft dit onderbouwd door overlegging van een kopie van dit convenant. [Y] is niet verschenen.

5.8. De rechtbank zal de vordering in vrijwaring voor wat betreft de gevorderde hoofdsom, vermeerderd met rente, toewijzen aangezien deze vordering haar niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt. Uit het echtscheidingsconvenant volgt immers dat [Y] in haar verhouding tot [X] gehouden is om de schuld van Voorschotbank te voldoen. Daarnaast heeft [X] een stuk overgelegd, gedateerd 9 oktober 2010, waarin [Y] verklaart dat zij met [X] is overeengekomen dat zij de schuld bij de Voorschotbank zal afbetalen (zie hiervoor bij 3.6).

5.9. [X] heeft tevens gevorderd dat [Y] wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in de hoofdzaak. Deze vordering moet worden afgewezen. Het door [X] in de hoofdzaak gevoerde verweer is verworpen. Het voeren van dit verweer was niet mede in het belang van [Y]. Gesteld noch gebleken is dat [Y] mede verantwoordelijk is voor het voeren van dit verweer. De kosten in de hoofdzaak kunnen daarom niet worden aangemerkt als in redelijkheid gemaakte kosten en moeten derhalve voor rekening van [X] blijven.

5.10. De rechtbank ziet, gelet op het feit dat partijen ex-echtelieden zijn, aanleiding de proceskosten van de procedure in vrijwaring te compenseren.

6. De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak

6.1. veroordeelt [X] om aan Voorschotbank te betalen een bedrag van EUR 20.737,41 (twintigduizendzevenhonderdzevenendertig euro en eenenveertig eurocent), vermeerderd met de contractuele rente van over het bedrag van EUR 20.619,72 vanaf 8 oktober 2010 tot de dag van volledige betaling, met dien verstande dat indien en voor zover hoofdelijk medeschuldenaar [Y] betaalt, ook [X] zal zijn bevrijd,

6.2. veroordeelt [X] in de proceskosten, aan de zijde van Voorschotbank tot op

heden begroot op EUR 2.417,93,

6.3. veroordeelt [X] in de nakosten, aan de zijde van Voorschotbank bepaald op EUR 131,00 voor nasalaris advocaat, te vermeerderen, voor het geval betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden en nodig is geweest, met EUR 68,00 voor nasalaris advocaat,

6.4. verklaart dit vonnis in de hoofdzaak tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

6.5. wijst het meer of anders gevorderde af,

in de zaak in vrijwaring

6.6. veroordeelt [Y] om aan [X] te betalen al hetgeen waartoe [X] in de hoofdzaak jegens Voorschotbank is veroordeeld voor zover het betreft de veroordeling onder 6.1,

6.7. verklaart dit vonnis in de vrijwaringszaak tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

6.8. compenseert de proceskosten tussen [X] en [Y], in die zin dat ieder de eigen kosten draagt,

6.9. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J.M. Burg en in het openbaar uitgesproken op 21 september 2011.?

Conc.: 729