Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BV0037

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
21-12-2011
Datum publicatie
03-01-2012
Zaaknummer
11/6516
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Verzoeker heeft voldoende spoedeisend belang. Hij is net begonnen in een baan, terwijl verweerder bijna zes weken heeft gedaan over afhandeling van de aanvraag. Voldoende aannemelijk is dat verzoeker ten tijde van de aanvraag woonde op het door hem genoemde woonadres. Niet aannemelijk is dat hij zijn hoofdverblijf in [plaatsnaam] door vertrek naar [plaatsnaam] heeft willen prijsgeven. De voorzieningenrechter ziet aanleiding verweerder te gelasten verzoeker voor de duur van een maand een WWB-uitkering toe te kennen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 11 - 6516 WWB

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van

21 december 2011

in de zaak van:

[verzoeker],

thans verblijvende te [plaatsnaam],

verzoeker,

gemachtigde: mr. A.J.M. Knoef, advocaat te Bussum,

tegen:

het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer,

verweerder.

Tegenwoordig: mr. A.C. Terwiel-Kuneman, voorzieningenrechter, en P.M. van der Pol, griffier.

Zitting: 21 december 2011

Verschenen: Verzoeker in persoon, bijgestaan door zijn gemachtigde.

Verweerder, vertegenwoordigd door E.J.P. Smal-Huijbregts, werkzaam bij de gemeente Haarlemmermeer.

Bij besluit van 3 november 2011 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om toekenning van een uitkering ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) afgewezen, omdat verzoeker niet in voldoende mate heeft kunnen aantonen dat hij zijn hoofdverblijf heeft op het adres [adres]. Ook vordert verweerder een aan verzoeker verstrekt voorschot van € 1.190,-- van hem terug.

Tegen dit besluit heeft verzoeker bij brief van 11 november 2011 bezwaar gemaakt. Bij brief van 9 december 2011 heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Bij mondelinge uitspraak van 21 december 2011 heeft de voorzieningenrechter:

- het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen;

- het besluit van 3 november 2011 geschorst;

- verweerder opgedragen om aan verzoeker voor de duur van een maand een WWB-uitkering te verstrekken gebaseerd op de voor verzoeker geldende norm van alleenstaande;

- verweerder veroordeeld in de door verzoeker gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 874,-- , te betalen aan de griffier van de rechtbank;

- verweerder gelast het door verzoeker betaalde griffierecht van € 41,-- aan hem te vergoeden.

De voorzieningenrechter heeft daartoe het volgende overwogen.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verzoeker voldoende spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. Verzoeker is immers pas net begonnen in een nieuwe baan, terwijl verweerder er bijna een halfjaar over heeft gedaan om te beslissen op verzoekers WWB-aanvraag per 11 mei 2011.

Voorts acht de voorzieningenrechter het naar voorlopig oordeel niet onaannemelijk dat verzoeker ten tijde van de WWB-aanvraag daadwerkelijk woonde op het adres [adres]. Hij stond op dat adres immers ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie. Voorts bevindt zich bij de stukken een verklaring van verzoekers verhuurder, [naam], van 13 december 2011, die verzoekers standpunt ondersteunt. Daarnaast wijst de voorzieningenrechter op de verklaring die buurtbewoners op 18 augustus 2011 tegenover medewerkers van verweerder hebben afgelegd.

Verzoeker heeft ter zitting bevestigd dat hij met ingang van 2 juli 2011 tijdelijk noodgedwongen naar zijn moeder in [plaatsnaam] is verhuisd, omdat hij niet langer in staat was zijn huur te betalen, terwijl verzoeker voorts zijn schulden niet nodeloos wilde laten oplopen. Hieruit leidt de voorzieningenrechter af dat verzoeker zijn hoofdverblijf in [plaatsnaam] niet heeft willen prijsgeven.

Op 9 december 2011 heeft verzoeker het verzoek om voorlopige voorziening ingediend. Ter zitting heeft verzoeker verklaard dat hij niet eerder dan eind januari 2012 voor het eerst salaris zal ontvangen.

Op grond van het voorgaande ziet de voorzieningenrechter aanleiding het bestreden besluit te schorsen en verweerder op te dragen om aan verzoeker ter overbrugging voor de duur van een maand een WWB-uitkering te verstrekken, gebaseerd op de voor verzoeker geldende norm van alleenstaande.

Voorts bestaat aanleiding voor een proceskostenveroordeling ten laste van verweerder. Ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht kent de voorzieningenrechter in deze zaak twee punten toe: een punt voor het verzoek om voorlopige voorziening en een punt voor het verschijnen ter zitting. Een punt komt overeen met een bedrag van € 437,--. De zwaarte van de zaak is gemiddeld. Omdat ten behoeve van verzoeker een toevoeging is afgegeven op grond van de Wet op de rechtsbijstand, moeten de proceskosten worden betaald aan de griffier van de rechtbank.

Tot slot zal de voorzieningenrechter verweerder gelasten het door verzoeker betaalde griffierecht van € 41,-- aan hem te vergoeden.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal,

(griffier) (voorzieningenrechter)

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.