Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BU9859

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
12-12-2011
Datum publicatie
02-01-2012
Zaaknummer
11/915
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank is van oordeel dat de goederen als camera’s moeten worden beschouwd. De goederen nemen beelden op en geven deze door via de usb-aansluiting aan een computer. De goederen moeten worden ingedeeld onder GN-code 8525 80 19, als zijnde andere televisiecamera's. Boeking van de douanerechten had echter op grond van artikel 220, tweede lid, sub b, van het CDW achterwege moeten blijven (beroep gegrond).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2012-0087
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht, meervoudige douanekamer

Zaaknummer: AWB 11/915

Uitspraakdatum: 12 december 2011

Uitspraak in het geding tussen

[X] B.V., gevestigd te [Z], eiseres,

gemachtigde: mr. R. Andringa (Andringa Advocatuur te Rotterdam),

en

de inspecteur van de Belastingdienst/[P], verweerder.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. Verweerder heeft op 5 juli 2010 aan eiseres een uitnodiging tot betaling (hierna: utb) opgelegd voor € 14.044,07 aan douanerechten op industriële producten en € 554,16 aan omzetbelasting.

1.2. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 6 januari 2011 de utb gehandhaafd.

1.3. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

1.4. Eiseres heeft, na daartoe door de rechtbank in de gelegenheid te zijn gesteld, schriftelijk gerepliceerd, waarna verweerder schriftelijk heeft gedupliceerd.

1.5. Partijen hebben vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn telkens in afschrift verstrekt aan de wederpartij.

1.6. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 november 2011 te Haarlem. Namens eiseres zijn verschenen J. Boers en M.R. Hak, beiden werkzaam bij eiseres, bijgestaan door de gemachtigde. Namens verweerder zijn verschenen mr. B.C. Brouwer en P.R.J. van Duijnen.

2. Tussen partijen vaststaande feiten

2.1. Eiseres importeert en verhandelt elektronica met een innovatief component. Eiseres heeft in de jaren 2008 en 2009 diverse aangiften ten invoer gedaan voor digitale microscopen met de aanduiding ‘[DE GOEDEREN]’ (hierna: de goederen). De goederen zijn van het type [TYPE] met USB 2.0 connectiviteit, 8 LED-lampjes en een microtouch-knop. In de goederen is een CMOS-chip ingebouwd. De goederen beschikken niet over een intern geheugen noch over een opslagcapaciteit.

De door de CMOS-chip opgenomen beelden worden via de usb-aansluiting doorgegeven aan een computer. De op de computer geïnstalleerde, meegeleverde software maakt het mogelijk de doorgegeven beelden weer te geven op het computerscherm en te bewerken. De vergroting wordt bereikt door de afstand tussen lens en voorwerp aan te passen. Door middel van een draaiwiel wordt de juiste scherpte ingesteld. Het is niet mogelijk om direct via de lens in de goederen naar een object te kijken.

2.2. Op 25 augustus 2008 heeft een fysieke controle plaatsgevonden van de aangifte ten invoer met het nummer [NUMMER]. Op het fycoformulier is, voor zover van belang, het volgende vermeld:

“(…)

02 Openen van 5 colli en/of het nemen Aantal geopend: 5

van zichtmonster(s). (…)

03 Tellen van het aantal colli. Aantal geteld:

Vaststellen inhoud van 5 Inhoud per v.p.e.: 40 per doos andere verschillend

verpakkingseenheden (v.p.e.)

(…)

12 Vak/element aangifte: 31,33 [MERK] Micro Touch snap shot

[TYPE].diverse soorten en maten

Specifiek aandacht voor: Digital microscope voor op je PC(digitale vergrootglas)

- 31 Goederenomschrijving LVO;Taiwan

- Controle op LvO

- Goederensoort?

(…)

(…) Tijdsduur feitelijke controle (excl. reistijd): van 13:50 t/m 14:10

(…)”

2.3. Bij eiseres is op 29 en 30 oktober 2009 een controle na invoer ingesteld. Deze controle is later uitgebreid. Het rapport is op 18 juni 2010 uitgebracht. Naar aanleiding van de controle is de utb opgelegd.

3. Geschil en standpunten van partijen

3.1. In geschil is of de utb terecht is opgelegd. Primair is de indeling van de goederen in geschil. Subsidiair is in geschil of de boeking achteraf achterwege had moeten blijven op grond van artikel 220, tweede lid, sub b, van het Communautair douanewetboek (hierna: CDW).

3.2. Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vernietiging van de utb.

3.3. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

3.4. Voor de standpunten van partijen verwijst de rechtbank naar de gedingstukken en naar het proces-verbaal van het onderzoek ter zitting.

4. Relevante regelgeving

Post 8471

8471 Automatische gegevensverwerkende machines en eenheden daarvoor; magnetische en optische lezers, machines voor het in gecodeerde vorm op dragers overzetten van gegevens en machines voor het verwerken van die gegevens, elders genoemd noch elders onder begrepen:

(…)

8471 60 - invoereenheden en uitvoereenheden, ook indien zij in dezelfde behuizing geheugeneenheden bevatten:

8471 60 60 - - toetsenborden

8471 60 70 - - andere

Aantekening 5 op hoofdstuk 84

“A ) Voor de toepassing van post 8471 wordt onder „automatische gegevensverwerkende machines” verstaan machines die

1) het verwerkingsprogramma of de verwerkingsprogramma’s en ten minste de gegevens die voor de uitvoering van dit programma of deze programma’s onmiddellijk noodzakelijk zijn, kunnen opslaan;

2) vrij kunnen worden geprogrammeerd overeenkomstig de behoeften van de gebruiker;

3) door de gebruiker te bepalen rekenkundige bewerkingen kunnen uitvoeren; en

4) zonder menselijke tussenkomst een verwerkingsprogramma kunnen uitvoeren, waarbij zij in staat moeten zijn de uitvoering van het programma gedurende het verwerkingsverloop door logische beslissing te wijzigen.

B) Automatische gegevensverwerkende machines kunnen voorkomen in de vorm van systemen bestaande uit een variabel aantal afzonderlijke eenheden.

C) Met inachtneming van het bepaalde onder D) en E) hierna, wordt een eenheid als een deel van een compleet systeem aangemerkt, indien zij aan alle hierna omschreven voorwaarden voldoet, te weten:

1) zij moet van de soort zijn die uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt in een automatisch gegevensverwerkend systeem;

2) zij moet, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenschakeling van een of meer andere eenheden, op de centrale verwerkingseenheid kunnen worden aangesloten; en

3) zij moet in staat zijn gegevens te ontvangen of te leveren in een vorm - codes of signalen - die bruikbaar is voor het systeem.

Afzonderlijk aangeboden eenheden van een automatische gegevensverwerkende machine worden onder post 8471 ingedeeld. Toetsenborden, invoertoestellen met X-Y-coördinaten en schijvengeheugeneenheden die voldoen aan het bepaalde in onderdeel C), onder 2) en 3), hiervoor, zijn evenwel in alle gevallen in te delen als eenheden bedoeld bij post 8471.

D) Post 8471 omvat niet de navolgende toestellen indien zij afzonderlijk worden aangeboden, zelfs indien zij beantwoorden aan alle in aantekening 5, onder C), hiervoor vermelde voorwaarden:

1) afdrukkers, kopieertoestellen, telekopieertoestellen, ook indien gecombineerd;

2) toestellen voor het zenden of ontvangen van spraak, van beelden of van andere gegevens, daaronder begrepen toestellen voor de overdracht in een kabelnetwerk of in een draadloos netwerk (zoals een lokaal netwerk of een uitgestrekt netwerk);

3) luidsprekers en microfoons;

4) televisiecamera’s, digitale fototoestellen en videocamera-opnametoestellen;

5) monitors en projectietoestellen, niet voorzien van ontvangtoestel voor televisie.

E) Machines die een automatische gegevensverwerkende machine bevatten of daarmede in samenhang worden gebruikt en die een eigen functie, andere dan automatische gegevensverwerking, vervullen, worden ingedeeld onder de post die overeenkomstig hun functie in aanmerking komt of, bij ontbreken daarvan, onder een sluitpost.”

Post 8525

8525 Zendtoestellen voor radio-omroep of televisie, ook indien met ingebouwd ontvangtoestel of toestel voor het opnemen of het weergeven van geluid; televisiecamera’s, digitale fototoestellen en videocamera-opnametoestellen:

(…)

8525 80 – televisiecamera’s, digitale fototoestellen en videocamera-opnametoestellen

– – televisiecamera’s:

8525 80 11 - - - bevattende ten minste drie beeldopnamebuizen

8525 80 19 - - - andere

1. Toelichting IDR bij post 8525

“A. (…)

B. Televisiecamera’s, digitale fototoestellen en videocamera opnametoestellen

Deze groep omvat camera’s die beelden opnemen en deze omzetten in een elektronisch signaal dat wordt:

1. verzonden als een videobeeld naar een plek buiten de camera om te worden bekeken of om op afstand te worden opgenomen (bijvoorbeeld televisiecamera’s); of

2. opgenomen in de camera als een stilstaand beeld of als een bewegend beeld (bijvoorbeeld, digitale fototoestellen en videocamera-opnametoestellen).

Veel van de camera’s van deze post hebben een uiterlijk dat overeenkomst vertoont met de fototoestellen van post 90.06 of de filmcamera’s van post 90.07. De camera’s van post 85.25 en de camera’s van hoofdstuk 90 zijn in het algemeen uitgerust met een optische lens voor het scherpstellen van het beeld op een lichtgevoelig medium en regelaars voor het moduleren van de hoeveelheid licht die in de camera valt. De fototoestellen en filmtoestellen van hoofdstuk 90 belichten de beelden echter op lichtgevoelig materiaal van hoofdstuk 37, terwijl de camera’s bedoeld bij deze post beelden vastleggen in de vorm van analoge of digitale gegevens.

De camera’s van deze post nemen beelden op door de beelden te fixeren op een lichtgevoelige inrichting zoals een complementaire metaaloxide halfgeleider (CMOS-technologie) of een ladings-gekoppeld element (CCD). De lichtgevoelige inrichting stuurt een elektrische representatie van de beelden, die vervolgens wordt omgezet in een analoge of digitale opname van de beelden.

Televisiecamera’s kunnen zijn voorzien van een ingebouwde inrichting voor bediening op afstand van het objectief en van het diafragma, of voor het op afstand in horizontale of in verticale richting doen zwenken van de camera (bijvoorbeeld televisiecamera's voor gebruik in televisiestudio’s of daarbuiten, die voor industrieel of wetenschappelijk gebruik, in gesloten televisiesystemen (bewaking) of voor de regeling van het verkeer). Deze camera’s hebben geen ingebouwde mogelijkheid om beelden op te slaan.

Sommige van deze camera’s kunnen worden gebruikt met automatische gegevensverwerkende machines (bijvoorbeeld webcams).

(…)”

5. Beoordeling van het geschil

5.1. Primair is in geschil onder welke post de goederen moeten worden ingedeeld. Voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken. Het is vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ), dat in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle, het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in de regel moet worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen, zoals deze in de tekst van de post zijn omschreven. De door de Commissie vastgestelde toelichtingen op de Gecombineerde Nomenclatuur (hierna: GN) en de in het kader van de Werelddouaneorganisatie uitgewerkte toelichtingen op het geharmoniseerd systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen (hierna: GS) zijn, hoewel rechtens niet bindend, belangrijke hulpmiddelen bij de uitlegging van de draagwijdte van de verschillende tariefposten.

5.2.1. Eiseres stelt zich op het standpunt dat de goederen als invoereenheden voor automatische gegevensverwerkende machines onder post 8471 moeten worden ingedeeld. De goederen zijn bestemd te worden gebruikt in combinatie met een computer, en leveren digitale vergrotingen aan die op de computer kunnen worden bekeken en bewerkt, en waarmee objecten nauwkeurig kunnen worden gemeten. De bewijslast ligt bij verweerder, omdat hij wil afwijken van de aangiften. Het is derhalve aan verweerder om aan te geven waarom hij vindt dat de goederen als andere televisiecamera’s moeten worden ingedeeld.

5.2.2. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de goederen een digitale camerafunctie hebben omdat zij beschikken over een CMOS-chip, een functie die is terug te vinden onder de GS-toelichting bij post 8525 onder B. De goederen moeten onder post 8525 worden ingedeeld. De goederen zijn niet uitgerust met een intern geheugen en hebben geen eigen opslagcapaciteit en voldoen dus niet aan de voorwaarden voor indeling als fotocamera of als videocamera-opnametoestel. De goederen zijn daarmee als “andere” camera’s, in te delen onder goederencode 8525 80 19.

5.3. De rechtbank is van oordeel dat de goederen, gelet op de onder 2.1 beschreven objectieve kenmerken en eigenschappen, als camera’s moeten worden beschouwd. De goederen nemen beelden op en geven deze door in dit geval via de usb-aansluiting aan een computer. Dat is de meest belangrijke objectieve eigenschap van een camera. Post 8520 80 omvat drie goederensoorten. Televisiecamera’s, digitale fototoestellen en videocamera-opnametoestellen. Gelet op de GS-toelichting bij post 8525 omvat deze groep camera’s die beelden opnemen en deze omzetten in een elektronisch signaal dat wordt verzonden als een videobeeld naar een plek buiten de camera om te worden bekeken of om op afstand te worden opgenomen (bijvoorbeeld televisiecamera’s). Hieruit leidt de rechtbank af dat ook camera’s, die hun beelden niet, of vanwege hun aansluitingsmogelijkheden niet kunnen doorgeven aan een televisie ook onder deze groep vallen. Deze opvatting wordt bevestigd door het voorbeeld in deze toelichting van de webcam, die ook onder de groep televisiecamera’s valt. Nu de goederen wegens het ontbreken van drie opnamebuizen niet onder de GN-code 8525 80 11 vallen, moeten zij worden ingedeeld onder GN-code 8525 80 19, als zijnde andere televisiecamera’s.

Het ontbreken van een intern geheugen en opslagcapaciteit, maakt dat de goederen niet kunnen worden aangemerkt als fotocamera’s of videocamera’s.

5.4. Uit de tekst van aantekening 5D, onderdeel 4, op hoofdstuk 84 volgt dat de goederen van post 8471 zijn uitgesloten. Hier worden expliciet “televisiecamera’s, digitale fototoestellen en videocamera-opnametoestellen” uitgesloten. Gelet op de systematiek van het GS, de code bestaande uit zes posities, vallen alle indelingen komende na 8525 80 onder de werking van deze aantekening en derhalve ook GN-code 8525 80 19. Het gelijk betreffende de indeling van de goederen is aan verweerder.

5.5. Volgens vaste jurisprudentie van het HvJ beoogt artikel 220, tweede lid, aanhef, sub b, van het CDW de bescherming van gewettigd vertrouwen van de douaneschuldenaar (in de juistheid van alle factoren die een rol spelen bij het besluit om al dan niet tot boeking achteraf van invoerrechten over te gaan). Op grond van deze bepaling wordt niet overgegaan tot boeking achteraf van invoerrechten indien de volgende drie, cumulatieve voorwaarden zijn vervuld: het niet heffen van de rechten is te wijten aan een vergissing van de bevoegde autoriteiten zelf; de vergissing is van dien aard dat zij door een douaneschuldenaar die te goeder trouw is, redelijkerwijze niet kon worden ontdekt; en de douaneschuldenaar heeft aan alle voorschriften van de geldende regeling inzake de douaneaangifte voldaan. Uit het arrest van het Hof van Justitie van 27 juni 1991, C-348/89, inzake Mecanarte, volgt dat vergissingen inzake de uitlegging of de toepassing van de voorschriften betreffende de rechten bij invoer of bij uitvoer, die de belastingschuldige redelijkerwijze niet kon ontdekken, alle vergissingen omvatten, wanneer zij het gevolg zijn van een actieve gedraging. Op eiseres rust de bewijslast haar stelling aannemelijk te maken dat de voorwaarden zijn vervuld.

5.6.1. Eiseres stelt zich op het standpunt dat de douane zich heeft vergist. De goederen zijn in oktober 2008 en juni 2009 fysiek opgenomen, waarbij de aangegeven goederencode is geaccepteerd. Deze vergissing kon eiseres, gelet op de ingewikkelde regelgeving rond de indeling van de goederen, redelijkerwijs niet ontdekken. Eiseres bestrijdt dat zij niet aan alle voorschriften van de geldende regeling inzake de douaneaangifte heeft voldaan. Eiseres is te goeder trouw geweest. Nu aan alle onder 5.5 genoemde voorwaarden is voldaan, had de boeking achteraf achterwege moeten blijven.

5.6.2. Verweerder betwist dat sprake is van een vergissing. Slechts één van de twee opgenomen zendingen betreft een aangifte die is gedaan door eiseres. De andere opname betreft een zending die is aangegeven door een derde. De laatstbedoelde opname kan voor de beoordeling of sprake is van een vergissing geen rol spelen. Van de door eiseres aangegeven goederen is een zichtmonster genomen, hetgeen wil zeggen dat de omschrijving op de handelsbescheiden is vergeleken met de goederen en de aangifte ten invoer. De indeling van de goederen en de goederencode zijn niet beoordeeld. De controlediepgang is 3 (daadwerkelijke opname). Indien toch sprake zou zijn van een vergissing, zou deze geen gevolgen hebben voor de andere aangiften. Het is niet de bedoeling van de regelgever dat een eenmalige controle dezelfde gevolgen heeft als een bindende tariefinlichting. Bovendien had eiseres een vergissing redelijkerwijs kunnen ontdekken, gelet op haar beroepservaring en de complexiteit. Eiseres is op de hoogte van de specifieke werking en de mogelijkheden van gebruik van de goederen. Eiseres wordt niet van kwade trouw beschuldigd. Uitsluitend is in geschil of zij te goeder trouw is geweest. Gelet op hetgeen eiseres wist of had moeten weten over de eigenschappen van de goederen, kan niet worden gezegd dat zij te goeder trouw is geweest.

5.7. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een vergissing van de douaneautoriteiten. Uit het fycoformulier blijkt dat de goederen daadwerkelijk zijn opgenomen en dat de vakken 31 en 33 van de aangifte zijn gecontroleerd. Dit betekent dat onder meer de omschrijving en de goederencode zijn beoordeeld. Niet in geschil is dat verificatiecode 3 van toepassing is, wat betekent dat onderzoek van de goederen (en eventueel aan de hand van bescheiden) heeft plaatsgevonden. Dat uitsluitend naar de omschrijving op de doos zou zijn gekeken, zoals verweerder stelt, blijkt niet uit het formulier en kan niet objectief worden gecontroleerd. De inhoud van het fycoformulier (in het bijzonder de toevoeging “digitale vergrootglas” die, zoals niet is weersproken, niet van eiseres afkomstig is) suggereert dat de verificateur een zelfstandig oordeel heeft gevormd van de aard en de indeling van de goederen. De fysieke controle heeft bij eiseres dus de indruk kunnen wekken dat de douaneautoriteiten de goederencode hebben beoordeeld en de aangegeven code hebben geaccepteerd.

5.8. Eiseres had de onder 5.7 bedoelde vergissing redelijkerwijs niet kunnen ontdekken. De indeling van de producten is niet zo eenvoudig dat kan worden gezegd dat eiseres evident een onjuist standpunt heeft ingenomen. Dit blijkt ook uit de verschillende standpunten die verweerder in de verschillende fasen van het geding heeft ingenomen. Zo heeft verweerder besloten een tweede utb aan eiseres op te leggen omdat het standpunt dat bij het opleggen van de utb was ingenomen, bij nader inzien niet juist was. Voorts acht de rechtbank de onderbouwing die ter zitting namens eiseres is gegeven van haar eigen standpunt, consistent en overtuigd. Voorts acht de rechtbank aannemelijk dat eiseres, zoals namens haar ter zitting is aangevoerd, geen belang had bij een onjuiste indeling van de goederen. Als enige importeur kon zij de verschuldigde douanerechten volledig doorberekenen in de verkoopprijzen, iets wat niet meer kan voor de in geding zijnde zendingen. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat eiseres te goeder trouw is geweest. Het beroep van eiseres op artikel 220, tweede lid, sub b, van het CDW slaagt.

5.9. Boeking van de douanerechten had op grond van artikel 220, tweede lid, sub b, van het CDW achterwege moeten blijven voor zover het betreft de aangiften die zijn aanvaard na de fysieke controle. Dit betekent dat boeking achteraf terecht heeft plaatsgevonden voor de aangiften die zijn aanvaard tot en met 15 augustus 2008. De utb dient te worden verminderd tot € 5.826,40 aan douanerechten en € 554,16 aan omzetbelasting.

5.10. Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep gegrond te worden verklaard.

6. Proceskosten

De rechtbank vindt aan¬lei¬ding verweerder te veroordelen in de kos¬ten die eiseres in verband met de behande¬ling van het bezwaar en het beroep redelij¬kerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 1.310 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift met een waarde per punt van € 218, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 0,5 punt voor het indienen van een conclusie van repliek, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 437 en een wegingsfactor 1).

7. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vermindert de utb tot € 5.826,40 aan douanerechten en € 554,16 aan omzetbelasting;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 1.310;

- gelast dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 302 vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. van Dongen, voorzitter, mr. A.J. Roke en mr. O. Nijhuis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. W.Y. Ip, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 december 2011.

Afschrift verzonden aan partijen op:

De rechtbank heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van de uitspraak in geanonimiseerde vorm.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam (douanekamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.