Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BU9684

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
13-10-2011
Datum publicatie
29-12-2011
Zaaknummer
495376 \ CV EXPL 11-526
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ter beschikking stellen van krukken, die niet meer worden ingeleverd. Eiseres kan niet huur en vervangingswaarde vorderen. Daarom wordt alleen vervangingswaarde toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 495376 \ CV EXPL 11-526

datum uitspraak: 13 oktober 2011

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

de stichting Stichting Thuiszorgwinkel Amstelland en Meerlanden e.o.

te Amstelveen

eisende partij

hierna te noemen Stichting Thuiszorgwinkel

gemachtigde De Best & Partners B.V.

tegen

1. [A.]

te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer

2. [B.]

te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde partijen

hierna te noemen [A. + B. ]

procederende in persoon

De procedure

Voor de loop van het geding verwijst de kantonrechter naar de volgende stuk¬ken:

- de dagvaarding van 5 januari 2011,

- de conclusie van antwoord, met producties,

- de conclusie van repliek, met producties,

- de conclusie van dupliek,

- het door de kantonrechter tussen partijen gewe¬zen en op 26 mei 2011 uitgesproken tussenvonnis,

- de aantekeningen van de griffier van de ingevolge dat vonnis op 24 juni 2011 gehouden comparitie van partijen,

- de akte met producties van Stichting Thuiszorgwinkel,

- de antwoordakte van [A. + B. ].

De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweerspro¬ken inhoud van de producties, staat tussen partij¬en het volgende vast:

a. Stichting Thuiszorgwinkel heeft aan [A. + B. ] krukken in bruikleen verstrekt.

b. [A. + B. ] hebben de onder 1. genoemde krukken niet weer ingeleverd bij Stichting Thuiszorgwinkel.

c. Stichting Thuiszorgwinkel heeft aan [A. + B. ] huurtermijnen in rekening gebracht voor de krukken en daarna tevens de vervangingswaarde van de krukken bij [A. + B. ] in rekening gebracht.

d. [A. + B. ] hebben de facturen van Stichting Thuiszorgwinkel onbetaald gelaten.

De vordering

Stichting Thuiszorgwinkel vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [A. + B. ] zal veroordelen om aan Stichting Thuiszorgwinkel tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen € 279,17, vermeerderd met de wettelijke rente over € 234,64 vanaf

5 januari 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [A. + B. ] in de proceskosten.

Stichting Thuiszorgwinkel heeft het volgende aan de vordering ten grond¬slag gelegd:

Stichting Thuiszorgwinkel heeft op naam van een minderjarig kind van [A. + B. ] twee krukken in bruikleen verstrekt, door middel van een overeenkomst tussen partijen gesloten op 21 juni 2008.

[A. + B. ] waren gerechtigd om de krukken te gebruiken van 21 juni 2008 tot 24 sep-tember 2008.

Op de overeenkomst staat vermeld dat de hulpmiddelen, indien ze niet worden geretourneerd, na het verstrijken van de uitleentermijn automatisch in verhuur overgaan. Omdat de krukken niet tijdig werden geretourneerd is de overeenkomst op 24 september 2008 omgezet in een huur- en verhuurovereenkomst.

In dit geval zouden [A. + B. ] in beginsel voor een periode van 112 weken een bedrag van € 403,20 zijn verschuldigd. Stichting Thuiszorgwinkel heeft echter uit coulance overwe-gingen besloten de hulpmiddelen administratief in te nemen. Dat is de reden dat er een credite-ring vermeld staat op de debiteurenlijst van de krukken. Op het bedrag van € 403,20 heeft Stichting Thuiszorgwinkel een creditering verricht van € 212,40. Er resteert derhalve een be-drag van € 190,80. Hierbij dient de vervangingswaarde van de krukken te worden opgeteld te weten: € 43,84. Aldus heeft Stichting Thuiszorgwinkel in totaal € 234,64 van [A. + B. ] te vorderen.

Hoewel de krukken niet zijn ingenomen is de huurovereenkomst toch beëindigd en worden aan [A. + B. ] geen verdere huurpenningen meer in rekening gebracht. Stichting Thuis-zorgwinkel heeft 14 maandtermijnen ten bedrage van € 212,40 in mindering geboekt en ver-volgens de vervangingswaarde van de gehuurde artikelen opgeboekt. Vanaf december 2010 mogen [A. + B. ] de krukken daarom als hun eigendom beschouwen.

Door ondanks aanmaning met betaling in gebreke te blijven, hebben [A. + B. ] Stichting Thuiszorgwinkel genoodzaakt de vordering ter incasso uit handen te geven. Stichting Thuiszorgwinkel heeft daardoor vermogensschade geleden, bestaande uit de buitengerechtelijke incassokosten ten belope van € 178,50. [A. + B. ] dienen deze kosten ingevolge de algemene betalingsvoorwaarden dan wel ingevolge artikel 6:96 lid 2 sub c BW aan Stichting Thuiszorgwinkel te voldoen.

Voorts zijn [A. + B. ] de wettelijke rente verschuldigd geworden. Deze bedraagt, berekend tot (naar de kantonrechter begrijpt:) 5 januari 2011, € 0,50.

Het verweer

[A. + B. ] betwisten de vordering en voeren daartoe het volgende aan:

Door omstandigheden zijn de krukken niet na 13 weken retour gebracht. Omdat de facturen van Stichting Thuiszorgwinkel onduidelijk waren, waren [A. + B. ] ervan overtuigd dat de totale kosten € 14,40 waren.

In de periode nadat de uitleentermijn was verstreken, heeft Stichting Thuiszorgwinkel nooit contact met [A. + B. ] opgenomen dat de artikelen moesten worden terugbezorgd. Evenmin heeft Stichting Thuiszorgwinkel [A. + B. ] erop gewezen dat de kosten zo hoog opliepen. Ook heeft Stichting Thuiszorgwinkel verzuimd [A. + B. ] erop te wijzen dat na de leenperiode van maximaal 26 weken op grond van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning een aanvraag kon worden gedaan voor de aanschaf van de artikelen.

De te vorderen huurkosten staan totaal niet in verhouding tot het geleverde product.

Stichting Thuiszorgwinkel had minimaal vanuit maatschappelijk oogpunt veel eerder [A. + B. ] op een juiste manier op de hoogte kunnen brengen van de financiële consequenties die het niet retourneren van de artikelen met zich zou brengen.

De beoordeling van het geschil

1. De kantonrechter verwerpt het verweer van [A. + B. ] dat de facturen onduidelijk waren. De thans in het geding gebrachte facturen laten niets aan duidelijkheid te wensen over. Zij vermelden immers waarop de factuur betrekking heeft: huur voor de in de factuur genoemde periode.

2. Dat [A. + B. ] nimmer een factuur hebben voldaan komt daarom volledig voor hun rekening.

3. Ook het feit dat de krukken niet zijn ingeleverd dient voor rekening van [A. + B. ] te blijven. Zij kunnen de verantwoordelijkheid daarvoor niet afschuiven op Stichting Thuiszorgwinkel die, anders dan [A. + B. ] menen, geen plicht heeft om hen op verschillende mogelijkheden te wijzen. [A. + B. ] moeten, gelet op de duidelijke tekst van de overeenkomt en de facturen, ermee bekend zijn geweest wat van hen werd verwacht. Dat zij niet hebben gereageerd, ook al komt dat door persoonlijke omstandigheden, blijft voor hun rekening.

4. De kantonrechter is wel van oordeel dat Stichting Thuiszorgwinkel niet huur en tevens de vervangingswaarde van de krukken kan vorderen. Het is of het een of het ander. Daarbij komt dat Stichting Thuiszorgwinkel te lang heeft gewacht met het ondernemen van actie. Zij had [A. + B. ] al in een eerder stadium moeten aanspreken om zodoende de kosten voor hen te beperken.

5. Op grond van het vorenstaande is de kantonrechter van oordeel dat [A. + B. ], nu zij nog steeds de beschikking hebben over de gebruikte krukken, de vervangingswaarde daarvan aan Stichting Thuiszorgwinkel moeten voldoen. Gelet op de hoogte van het bedrag daarvan kan niet gezegd worden dat dit niet redelijk zou zijn.

6. Toegewezen wordt daarom € 43,84 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding.

7. Voor het overige wordt de vordering op grond van het vorenstaande afgewezen.

8. Partijen worden over en weer in het ongelijk gesteld. Daarom zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd.

Beslissing

De kantonrechter:

Veroordeelt [A. + B. ] om tegen behoorlijk bewijs van kwij¬ting aan Stichting Thuiszorgwinkel te betalen € 43,84, te ver¬meerderen met de wette¬lijke rente berekend vanaf

5 januari 2011 tot aan de dag der alge¬hele voldoening.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voor¬raad.

Bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.

Coll.