Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BU9403

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
08-12-2011
Datum publicatie
27-12-2011
Zaaknummer
47834
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek opheffing onderbewindstelling door rechthebbende. De kantonrechter wijst het verzoek af omdat de redenen waarom destijds bewind is ingesteld, nog immer aanwezig zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie HaarlemZaandam

zaaknummer : 47834

datum: 8 december 2011

Beschikking tot opheffing van onderbewindstelling

op verzoek van: [verzoekster],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats], [adres] ,

hierna te noemen: verzoekster.

Het verzoek strekt tot opheffing van het bewind dat bij beschikking van 3 februari 2011 van de kantonrechter te Haarlem is ingesteld over haar goederen. Als bewindvoerder is benoemd [XXX] h.o.d.n. BBIB.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- het verzoekschrift met bijlagen, ter griffie ingekomen op 29 september 2011 ;

- de brief met bijlagen van de bewindvoerder van 20 oktober 2011, waarin zij haar standpunt heeft kenbaar gemaakt;

- de reactie van verzoekster daarop van 16 november met bijlagen.

Een mondelinge behandeling van het verzoekschrift heeft op 29 november 2011 plaatsgevonden, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

beoordeling

Rechthebbende wil dat het bewind wordt opgeheven. Zij stelt zich op het standpunt dat BBIB tekort schiet in de communicatie naar haar toe over de wijze waarop zij haar taken uitvoert. Pas in de aanloop naar de zitting kreeg rechthebbende een actueel overzicht van schulden en betalingsregelingen en er wordt slecht gereageerd op mails en telefoontjes.

BBIB voert aan dat rechthebbende haar werkgever rechtstreeks geld heeft laten storten op haar leefgeld rekening, dat zij rood stond op haar rekening en dat zij zonder toestemming geld in New York heeft uitgegeven.

Uit de stukken en de afgelegde verklaringen is gebleken dat de redenen waarom destijds bewind is ingesteld, nog immer aanwezig zijn. De verzoekster wordt nog niet in staat geacht weer de eigen vermogensrechtelijke belangen te behartigen.

Hoewel de indruk bestaat dat de wijze van communicatie vanuit BBIB verbeterd dient te worden, zijn er sterke aanwijzingen dat rechthebbende de volledige verantwoordelijkheid voor haar eigen financiële beheer nog niet aankan. Ten tijde van instelling van het bewind had rechthebbende een schuldenlast van circa €14.000,00 en was zij aangemeld voor een schuldenregeling bij de Gemeentelijke Kredietbank te Zaandam. Rechthebbende, die toen een woning in onderhuur had, kon door verhuizing van de hoofdhuurder niet langer in Zaandam blijven wonen en is verhuisd naar haar moeder in Amsterdam.

Intussen is met de schuldeisers een regeling getroffen en lopen er diverse afbetalingsregelingen. De schuld is weliswaar afgenomen maar is nog steeds grotendeels aanwezig.

Daarnaast speelt een rol dat verzoekster zonder toestemming van de bewindvoerder een woning heeft geaccepteerd met een huur van ruim € 600,00 (tov de oude huur van € 435,00 per maand). De kantonrechter heeft ter zitting alsnog toestemming verleend voor deze huur, echter met de kanttekening dat rechthebbende dan volledig dient mee te werken aan het striktere leefgeld beleid dat BBIB dan mogelijk moet gaan inzetten om alsnog de getroffen schuldenregelingen na te komen. De kantonrechter begrijpt de wens van rechthebbende om niet langer bij haar moeder te wonen.

Tijdens de mondelinge behandeling is door verzoekster aangevoerd dat de bewindvoerder ten onrechte een nota ad €700,00 heeft betaald aan Interim Justitia die niet voor haar bestemd was omdat de voorletter een andere was, hetgeen BBIB heeft erkend. Voorts dat een rekening van UPC door de bewindvoerder niet was betaald zodat er nu een boete van €100,00 bovenop is gekomen.

Nu BBIB de ten onrechte betaalde nota heeft erkend zal de kantonrechter het bewindvoerdersloon voor 2011 met dit bedrag verminderen en bepalen dat het verschil dient te worden terug betaald aan Sumter. Indien en voor zover alsnog betaling wordt verkregen van Interim Justitia (de “onterechte ontvanger”) zal het bewindvoerdersloon dienovereenkomstig worden verhoogd.

Het verzoek tot opheffing wordt nu afgewezen, indien de schuldenlast substantieel is afgenomen en rechthebbende laat zien dat ze ondanks de hogere huur uitkomt, bestaat er aanleiding het verzoek te zijner tijd alsnog toe te wijzen.

beslissing

De kantonrechter:

- wijst het verzoek af;

Deze beschikking is gegeven door mr.T.S. Pieters, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier, De kantonrechter,

Tegen deze beslissing kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam

a. door de verzoeker en degenen aan wie de griffier een afschrift van deze beschikking heeft verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.