Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BU9003

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
01-11-2011
Datum publicatie
21-12-2011
Zaaknummer
184264 - FA RK 11-2718
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

vervangende toestemming verhuizing, aanhouding voor overleg pp

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM A

Sector civiel

familie- en jeugdrecht

verzoek ex-artikel 1:253a BW

zaak-/rekestnr.: 184264 / FA RK 11-2718

beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 1 november 2011

in de zaak van:

[naam vader],

wonende te [plaats],

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. I. Vledder, kantoorhoudende te Purmerend,

tegen

[naam moeder],

wonende te [plaats],

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. C.J. Hes, kantoorhoudende te Haarlem.

1 Procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, met bijlagen, van de vader ingekomen op 10 augustus 2011;

- het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoek, met bijlagen, van de moeder, ingekomen op 21 september 2011,

- de brief, met als bijlage een wijziging van het verzoek, van de advocaat van de vader van 27 september 2011.

.

1.2 De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 28 september 2011 in aanwezigheid van partijen, de vader bijgestaan door mr. I. Vledder en de moeder door mr. C.J. Hes.

2 Feiten en omstandigheden

2.1 Partijen hebben van 2007 tot 2008 een affectieve relatie met elkaar gehad.

2.2 Uit deze relatie is geboren de minderjarige [naam]:

- [naam], geboren op [datum] 2009 in de gemeente [plaats].

2.3 De vader heeft de minderjarige erkend.

2.4 De ouders hebben gezamenlijk het gezag over de minderjarige.

De hoofdverblijfplaats van de minderjarige is bij de moeder.

2.5 Bij beschikking van deze rechtbank van 24 mei 2011 is de eerder vastgestelde omgangsregeling gewijzigd en is bepaald dat de vader en de minderjarige iedere week omgang met elkaar hebben. De ene week van zaterdag 10.00 uur tot zondag 18.00 uur en de andere week van 10.00 uur tot 18.00 uur. Tevens is bepaald dat de omgang tijdens de zomervakantie en de feestdagen vastgelegd in de beschikking van 15 juni 2010 niet gewijzigd zal worden.

3 Verzoek en de grondslag daarvan

3.1 Het (gewijzigde) verzoek van de vader strekt tot:

- het verbieden van de moeder om met de minderjarige naar [plaats A] e.o. te verhuizen, althans te verhuizen naar een plaats gelegen buiten een straal van 30 kilometer van de huidige woonplaats van de moeder;

- het uitbreiden van de bestaande zorg- en contactregeling, in die zin dat de vader in de zomervakantie twee aaneengesloten weken met de minderjarige kan doorbrengen, alsmede de helft van de overige vakanties en feestdagen.

3.2 Tevens is gevraagd een dwangsom vast te stellen van € 500 per dag voor iedere dag dat de moeder zich niet houdt aan het aan haar opgelegde verbod.

3.3 De vader heeft bezwaar tegen de verhuizing van de moeder en de minderjarige naar [plaats A]. Hij stelt dat deze verhuizing een inbreuk is op zijn gezagsrecht over de minderjarige. Door de verhuizing naar een ander deel van Nederland, op 130 km afstand van zijn woonplaats, wordt zijn aandeel in het gezamenlijk gezag over de minderjarige uitgehold. De vader is van menig dat er geen sprake is van een bestendige relatie van de moeder en haar vriend omdat zij elkaar slechts korte tijd kennen. De vader voert nog aan dat de moeder sinds de verbreking van de relatie met hem verschillende kortdurende relaties heeft gehad, zodat er op dit moment geen reden voor de moeder is om nu al met de minderjarige naar [plaats A] te verhuizen.

De vader is van mening dat de moeder haar eigen belang laat prevaleren boven het belang van de minderjarige op een frequent contact met haar vader. Nadat de moeder hem op 11 juni 2011 te kennen heeft gegeven naar [plaats A] te willen verhuizen, heeft zijn advocaat haar schriftelijk laten weten niet in te stemmen met de voorgenomen verhuizing. De moeder heeft op deze brief niet gereageerd. Begin juli 2011 heeft de vader van een medewerkster van de peuteropvang van [naam kind] vernomen dat de moeder de opvang voor de minderjarige met ingang van 22 juli 2011 heeft opgezegd. Uit het overgelegde opzegbriefje blijkt dat de minderjarige voortaan naar Speelzaal [ naam] te [plaats A] zal gaan.

4 Verweer en zelfstandig verzoek

4.1 De moeder heeft daartegen gemotiveerd verweer gevoerd.

4.2 De moeder heeft de rechtbank verzocht:

- primair te bepalen dat de vader wordt veroordeeld om zijn toestemming te verlenen voor de verhuizing van [naam kind] naar [plaats A];

- subsidiair haar vervangende toestemming te verlenen om met [naam kind] naar [plaats A] te verhuizen.

4.3 Daarnaast heeft de moeder verzocht een omgangsregeling vast te stellen waarbij de man eenmaal per veertien dagen van vrijdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur omgang met de minderjarige heeft, alsmede twee aaneengesloten weken gedurende de zomervakantie,

althans een zodanige regeling die de rechtbank in het belang van de minderjarige acht.

De moeder is bereid de minderjarige naar een door de rechtbank te bepalen plaats / adres te brengen waardoor de reisafstand van de omgangsregeling voor de man acceptabel zal zijn.

De moeder heeft bezwaar tegen de door de man in zijn gewijzigde verzoek gestelde verhuisafstand van 30 km. Ook een maximale verhuisafstand van 50 km wordt door de vrouw als niet acceptabel geacht.

4.4 De moeder stelt dat zij sinds ca negen maanden een relatie heeft met een man die in [plaats A] woont met wie -zij samen met de minderjarige- in [plaats A] wil gaan samenwonen en een nieuw gezin vormen. De moeder en de minderjarige verblijven nu al regelmatig door de week in [plaats A] en in het weekend in [woonplaats]. De vriend van de moeder heeft een koopwoning en is al 12 jaar internationaal vrachtwagenchauffeur. Hij heeft zijn standplaats in [plaats A] en kan daardoor niet verhuizen naar [woonplaats] of omgeving, waar de moeder nu een huurwoning heeft. De moeder heeft door de economische omstandigheden sinds begin augustus 2011 geen baan meer en zij ontvangt een WW-uitkering. De moeder stelt dat kosten omlaag gaan wanneer zij samenwoont met haar vriend. De moeder is van mening dat niets haar meer bindt aan haar woonplaats. Zij is van plan om na haar verhuizing een nieuwe baan in [plaats A] of omgeving te zoeken.

Omdat de vriend van de moeder lange werkdagen heeft en soms pas om 21.00 uur thuiskomt en daardoor de minderjarige nauwelijks ziet, is hij, volgens de moeder, niet in staat een band met de [naam kind] op te bouwen, vooral omdat de minderjarige in het weekend grotendeels bij haar vader verblijft. Volgens de moeder is de minderjarige nog niet gehecht aan haar omgeving in [woonplaats] en zal zij vermoedelijk snel aan haar nieuwe omgeving kunnen wennen. Bovendien was de relatie tussen partijen al voor de geboorte van de minderjarige verbroken en heeft de moeder - met uitzondering van de omgangsregeling – praktisch alleen de zorg voor de minderjarige gehad.

De moeder heeft de vader toestemming voor de verhuizing gevraagd en hem tevens aangeboden de reisafstand te verminderen door een - voor beide partijen acceptabele - plaats af te spreken, waar hij de minderjarige kan ophalen.

4.5 De moeder stelt dat de minderjarige en zij op grond van art. 8 EVRM recht hebben op familieleven en het opbouwen van een familieleven met de nieuwe vriend van de moeder. De moeder denkt dat door haar verhuizing naar [plaats A] de gemoederen tot rust komen en de ouders beter met elkaar zullen kunnen samenwerken en meer tot overeenstemming zullen komen, zodat zij niet bij ieder verzoek rond de minderjarige een beslissing van de rechtbank nodig heeft.

5 Beoordeling

5.1 Op grond van artikel 1:253a BW dient de rechter in geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het gezag een zodanige beslissing te nemen als hem in het belang van de kinderen wenselijk voorkomt. Bij de beoordeling dient de rechter de belangen van alle betrokkenen tegen elkaar af te wegen. Het belang van de kinderen vormt daarbij een overweging van de eerste orde, maar dat neemt niet weg dat, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, andere belangen zwaarder kunnen wegen.

5.2 In geschil is het voornemen van de moeder om met de minderjarige naar [plaats A] te verhuizen en daar te gaan samenwonen met haar nieuwe partner.

5.3 Het is de rechtbank gebleken dat partijen in onderling overleg niet kunnen komen tot een regeling die voor beiden bevredigend is. Partijen hebben sinds 2010 verschillende procedures met elkaar gevoerd over de door de vader te betalen kinderalimentatie en de omgangsregeling. Vaststaat dat de vader en de minderjarige in ieder geval sinds de beschikking van 15 juni 2010 iedere week omgang met elkaar hebben. Eerst de ene week vrijdagochtend 10.00 uur tot zondag 18.00 en andere week zaterdag 10.00 – 18.00 uur. Deze regeling is in mei 2011 gewijzigd in de ene week van zaterdag 10.00 uur tot zondag 18.00 uur en de andere week op zaterdag van 10.00 uur tot 18.00 uur.

5.4 Partijen kunnen nog steeds niet met elkaar overleggen over de belangen van de minderjarige. De moeder heeft de vader op 11 juni 2011 meegedeeld dat zij van plan is om te verhuizen naar [plaats A], maar zij is niet ingegaan op de bezwaren van de vader en heeft hem ook geen voorstellen gedaan om tot een voor de vader aanvaardbaar compromis te komen. De moeder heeft vervolgens zonder overleg met de vader de opvang bij de peuterspeelzaal [woonplaats] op 22 juli 2011 beëindigd en de minderjarige aangemeld bij een peuterspeelzaal in [plaats A]. Gelet op het gezamenlijk gezag van partijen over de minderjarige dient de verzorgende ouder de andere ouder hierover te raadplegen. Een wijziging van peuterspeelzaal behoort immers tot een van de beslissingen die ouders in overleg met elkaar dienen te nemen.

5.5 Gelet op hetgeen de moeder ter zitting naar voren heeft gebracht, is de rechtbank van oordeel dat de moeder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat een verhuizing van [woonplaats] naar [plaats A], anders dan dat zij een nieuwe relatie heeft en met haar nieuwe partner aan gezinsuitbreiding denkt. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de relatie van de moeder en haar nieuwe vriend nog te prematuur is om reeds nu van een bestendige relatie te kunnen spreken, die een verhuizing van de minderjarige rechtvaardigt. Nu voorts is gebleken dat er geen sprake is geweest van een behoorlijk overleg tussen de ouders zal op dit moment nog geen toestemming aan de moeder worden verleend voor de door haar gewenste verhuizing. De beslissing op de verzoeken van beide ouders zullen worden aangehouden tot de hierna vermelde datum. Van de moeder wordt verwacht dat zij in goed overleg met de vader, zijn belangen bij de uitoefening van het gezamenlijk gezag over de minderjarige en de omgangsregeling met minderjarige zal bespreken indien zij haar verhuisplannen wenst voort te zetten, waarbij de vader tevens een compensatie wordt geboden voor de beperking van de huidige omgangsregeling.

6 Beslissing

De rechtbank:

6.1 Houdt aan de beslissingen omtrent de gewenste verhuizing van de moeder, de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de dwangsom aan tot 17 april 2012 PRO FORMA.

6.2 Verzoekt de advocaten van partijen de rechtbank schriftelijk te berichten omtrent de resultaten van de onderhandelingen tussen partijen en hun standpunten over de gewenste verhuizing van de moeder naar [plaats A].

6.3 Bepaalt dat het schriftelijk bericht uiterlijk op 10 april 2012 door de rechtbank ontvangen dient te zijn.

Indien partijen een nadere behandeling ter zitting wensen, worden zij tevens verzocht de verhinderdata op te geven voor een periode van vier maanden.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. van Andel, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van M.P. Joukes, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 november 2011.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.