Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BU8677

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
20-10-2011
Datum publicatie
20-12-2011
Zaaknummer
15/800297-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Meervoudige strafkamer. Promis. Mensensmokkel. Oplegging gevangenisstraf waarvan een groot deel voorwaardelijk.

Verdachte wordt vrijgesproken van feit 3 nu niet is bewezen dat ten aanzien van het verschaffen van verblijf in Nederland tussen verdachte en de genoemde reisagent sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking. Verdachte handelde in deze zelfstandig en naar de rechtbank aanneemt uit ideële motieven. De betalingen die gesmokkelden aan de reisagent deden kunnen niet aan verdachte worden toegerekend.

Tevens wordt verdachte vrijgesproken van een deel van feit 4 welk ziet op het medeplegen nu tussen hem en de persoon die het valse paspoort in zijn rugtas had, geen sprake was van een bewuste en nauwe samenwerking.

Ook vrijspraak voor feit 5, het voorhanden hebben van valse documenten, nu de loutere aanwezigheid van die documenten in de woning van verdachte onvoldoende is voor een bewezenverklaring.

Ten aanzien van de feiten 1 en 2 overweegt de rechtbank dat verdachte zich gedurende een lange periode bestendig en intensief met het behulpzaam zijn van zijn landgenoten die Iran wilde verlaten bezig heeft gehouden, zodat wordt geconcludeerd dat hij hiervan zijn beroep of gewoonte heeft gemaakt. Verdachte is eerder, in 2005, voor soortgelijke feiten tot een lange gevangenisstraf veroordeeld. Kennelijk heeft verdachte daaruit niet de conclusie getrokken dat op deze wijze hulp verlenen aan zijn landgenoten niet acceptabel is. Derhalve wordt hem een langdurige vrijheidsstraf opgelegd, waarvan een groot deel voorwaardelijk. Dit met het uitdrukkelijke doel om verdachte ertoe te bewegen nu definitief te stoppen met het plegen van soortgelijke misdrijven.

Aan verdacht wordt opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 18 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van twee jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Schiphol

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/800297-11

Uitspraakdatum: 20 oktober 2011

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 06 oktober 2011 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum - en -plaats/land]

wonende te [adres],

thans gedetineerd in [detentieplaats]m.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

Feit 1

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 13 januari 2011 te Rotterdam, en/of te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, en/of te Athene (Griekenland), (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een (of meer) ander(en), te weten [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3], behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland, een andere lidstaat van de Europese unie, IJsland of Noorwegen, in elk geval een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of hem/hen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens)

- voornoemde perso(o)n(en) op zijn/haar/hun reis vanuit Iran naar Griekenland begeleid en/of;

- voornoemde perso(o)n(en) op verzoek van hun familie in de gaten gehouden tegen vergoeding van zijn reiskosten en/of;

- voornoemde perso(o)n(en) in Athene bezocht en/of;

- met voornoemde perso(o)n(en) afgesproken dat zij mogen betalen wanneer zij hun bestemming bereikt hebben en/of;

- reisdocumenten vervalst en/of deze reisdocumenten aan voornoemde perso(o)n(en) gegeven en/of

- voornoemde perso(o)n(en) (met een auto) naar het vliegveld in Athene gebrachten/of

- (aldaar) voor voornoemde perso(o)n(en) instapkaart(en) ontvangen en/of die instapkaarten aan voornoemde perso(o)n(en) gegeven en (daarbij) verteld waar ze moeten inchecken en/of

- (telkens) op voornoemde perso(o)n(en) staan wachten bij hun aankomst op Schiphol en/of

- met voornoemde perso(o)n(en) telefonisch contact gehad (over haar/zijn/hun reis naar Nederland);

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) telkens wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was,

van welk misdrijf verdachte zijn beroep of gewoonte heeft gemaakt;

Feit 2

hij op of omstreeks 1 maart 2011 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een (of meer) ander(en), te weten [naam 4], en/of [naam 5], behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland, een andere lidstaat van de Europese unie, IJsland of Noorwegen, in elk geval een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of hem/hen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)

- voor/aan voornoemde perso(o)n(en) (een) vliegticket(s) geboekt en/of

verstrekt en/of gegeven en/of gekocht en/of;

- voornoemde perso(o)n(en) naar en/of op de luchthaven Schiphol begeleid en/of;

- (vervolgens)de reisdocumenten van voornoemde perso(o)n(en) aangeboden aan

personeel van de ticketbalie en/of

- (vervolgens) tegen personeel van de ticketbalie namens voornoemde

perso(o)n(en) het woord gedaan en/of geïnformeerd naar de vlucht naar

Kopenhagen,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) telkens wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was,

van welk misdrijf verdachte zijn beroep of gewoonte heeft gemaakt.

Feit 3

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 1 maart 2011 te Rotterdam, althans in Nederland, althans in Griekenland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een (of meer) ander(en), te weten [naam 4], en/of [naam 5], en/of [naam 6] en/of [naam 7], uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen, in elk geval een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of die [naam 4] en/of die [naam 5] en/of die [naam 6] en/of die [naam 7] daartoe (telkens) gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft/hebben verschaft, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s), (telkens) tegen betaling van een geldbedrag of in het vooruitzicht gestelde beloning, voornoemd(e) perso(o)n(en) ontmoet en/of opgevangen en/of onderdak geboden en/of onderdak geregeld in Griekenland en/of in de woning aan de [adres verdachte],

terwijl verdachte en/of haar mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk was,

van welk misdrijf verdachte zijn beroep of gewoonte heeft gemaakt;

Feit 4

hij op of omstreeks 1 maart 2011 te Rotterdam en/of te Schiphol, Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) in het bezit was van

- een nationaal paspoort van Bulgarije met nummer [nummer] op naam gesteld van [naam 8]

- een nationaal paspoort van Griekenland met nummer [nummer] op naam gesteld van [naam 9],

althans een of meer reisdocumenten, waarvan hij en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dit/deze vals of vervalst was/waren.

Feit 5

hij op of omstreeks 1 maart 2011 te Rotterdam en/of te Schiphol, Haarlemmermeer opzettelijk voorhanden heeft gehad

- een rijbewijs van Iran met nummer [nummer], op naam gesteld van [naam 10];

- een rijbewijs van Iran met nummer [nummer], op naam gesteld van [naam 11]

- een identiteitskaart van Frankrijk met nummer [nummer] op naam gesteld van [naam 12]

(telkens) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen als ware dat geschrift echt en onvervalst, terwijl hij (telkens) weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift bestemd is voor zodanig gebruik, immers dit/deze document(en) is/zijn geheel vals.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten en gevorderd dat verdachte ter zake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Ten aanzien van het beslag heeft de officier van justitie gevorderd dat de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder 1, 2, 39, 78, 80, 117 en 134 genummerde voorwerpen zullen worden onttrokken aan het verkeer en dat de onder 29, 30, 42, 43, 44, 79, 97, 113, 114 en 118 genummerde voorwerpen zullen worden teruggegeven aan de uitgevende instanties.

4. Bewijs

4.1. Vrijspraak van feit 3

Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat niet bewezen verklaard kan worden dat verdachte uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland. Anders dan de officier van justitie oordeelt de rechtbank dat niet bewezen is dat ten aanzien van het verschaffen van verblijf in Nederland tussen verdachte en de in het dossier genoemde reisagent [naam reisagent] sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking. Verdachte handelde in deze zelfstandig en - naar de rechtbank aanneemt - uit ideële motieven, zodat de betalingen die gesmokkelden deden aan [naam reisagent] niet kunnen worden toegerekend aan verdachte. Betaling van eventuele (reis)kosten van verdachte, kan naar het oordeel van de rechtbank niet onder het oogmerk "winstbejag" worden geschaard. Ook blijkt uit de afgelegde verklaringen van een aantal gesmokkelde personen dat verdachte hen gratis kost en inwoning verschafte. Dit leidt ertoe dat verdachte met betrekking tot dit feit dient te worden vrijgesproken.

4.2. Vrijspraak van een deel van het onder feit 4 ten laste gelegde

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte het nationaal paspoort ten name van [naam 9], dat zich in de rugtas van [naam 13] bevond, niet in zijn bezit gehad in de zin van houderschap of het hebben van feitelijke zeggenschap. Evenmin is bewezen, dat verdachte en [naam 13], bewust en nauw samenwerkten, zodat ook niet van medeplegen van het onderdeel van dit feit dat ziet op voormeld paspoort kan worden gesproken. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.3. Vrijspraak van feit 5

Verdachte heeft verklaard niet te hebben geweten dat deze documenten (nog) in zijn huis waren, en evenmin is enig ander bewijs voorhanden, dan de loutere aanwezigheid van deze documenten in de woning, van verdachte. De rechtbank deelt dan ook het standpunt van de raadsman van verdachte dat niet bewezen is dat verdachte ook met opzet de genoemde valse rijbewijzen en identiteitskaart (in zijn woning) voorhanden heeft gehad.

4.4. Redengevende feiten en omstandigheden 1

Ten aanzien van feit 1

Op 11 januari 2011 werd er door de dienst grensbewaking Schiphol een gatecontrole uitgevoerd op een vlucht vanuit Athene.2 Tijdens deze gatecontrole heeft [naam 1] een vals paspoort aangeboden.3 Tijdens zijn fouillering wordt bij hem een notitie aangetroffen welke was voorzien van de naam [naa[adres verdachte] en twee telefoonnummers.4 [naam 1] heeft verklaard dat hij na problemen in Iran met een mensensmokkelorganisatie in contact is gekomen. Hij en zijn vrouw zijn via Turkije naar Griekenland gereisd.5 In Griekenland zijn zij naar een huis gebracht waar zij [naam reisagent] hebben ontmoet. Zij hebben daar valse paspoorten en tickets gekregen.6 Vanuit Griekenland zijn zij verder naar Nederland gereisd. Verdachte [naam verdachte] had hij een keer telefonisch gesproken. Verdachte had hem verteld dat hij hem zou helpen wanneer hij in Nederland zou zijn.7

De vrouw van [naam 1] - [naam 3] - heeft op 13 januari 2011 eveneens een vals paspoort aangeboden bij haar aankomst op Schiphol. Zij heeft dit document gebruikt om van Athene naar Amsterdam te reizen.8 Zij heeft gebruik gemaakt van een mensensmokkelaar om van Iran naar Turkije naar Griekenland en uiteindelijk Nederland te reizen.9 In Griekenland zijn zij in een woning verbleven, waar ook [naam reisagent] aanwezig was. Haar man [naam 1] had een nummer van verdachte [na[naam verdachte] in Rotterdam die hen zou kunnen helpen in Nederland. Haar man had verdachte een keer vanuit Griekenland gebeld.10

Op 12 januari 2011 werd er door de dienst grensbewaking Schiphol een gatecontrole uitgevoerd op een vlucht vanuit Athene.11 Uit onderzoek blijkt dat het paspoort dat [naam 2] een paspoort heeft aangeboden dat vervalst is.12 Zij heeft verklaard dat zij en haar man gebruik hebben gemaakt van een mensensmokkelorganisatie om van Iran naar Turkije, naar Griekenland en uiteindelijk naar Nederland te reizen. Zij hebben per persoon ongeveer € 8000,- á € 9000,- voor de paspoorten en tickets moeten betalen.13 In Griekenland zijn zij opgehaald door [naam reisagent], welke hen naar een huis in Athene bracht. [naam reisagent] maakte foto's van hen, gaf hen de paspoorten, tickets en verdere instructies voor de reis.14 Verdachte [na[naam verdachte] heeft zij drie dagen voor vertrek in het huis in Athene gezien. Verdachte had contact met [naam reisagent].15

[naam 14] heeft - overeenkomstig zijn vrouw [naam 2] - verklaard.16 Verder verklaart hij dat hij verdachte een aantal keer heeft gezien in het huis in Athene. De relatie tussen verdachte en [naam reisagent] was heel hecht. [naam reisagent] was uit op geld.17

Verdachte heeft verklaard dat de familie van onder andere [naam 1], [naam 2] en [naam 3] contact met hem heeft opgenomen. Ze hebben hem gevraagd hun kinderen in de gaten te houden en verdachte is om die reden naar Athene gereisd en heeft de kinderen daar ontmoet. De familie betaalde de reiskosten van verdachte. De mensensmokkelaar van de kinderen heette [naam reisagent]. Verdachte heeft [naam reisagent] ontmoet en met hem afgesproken dat hij hem zou betalen wanneer de passagiers hun bestemming bereikt zouden hebben.18 [naam reisagent] is lid van een grote organisatie en is de enige persoon die op de voorgrond staat. Het team van [naam reisagent] vervalst verschillende documenten. Van te voren wordt niet verteld met welke bestemming en documenten een passagier vliegt. [naam reisagent] brengt de passagier naar het vliegveld, ontvangt de instapkaarten en vertelt ze waar ze moeten inchecken.19 Verdachte geeft aan dat hij [namen 1, 2 en 3] heeft opgewacht op Schiphol. Hij heeft ze echter niet gezien omdat ze door de Koninklijke Marechaussee zijn aangehouden.20 Uit onderzoek blijkt dat er op 11, 12 en 13 januari 2011 telefonisch contact is geweest tussen [naam reisagent] en verdachte.21

Ter terechtzitting heeft verdachte bevestigd dat hij [naam 1], [naam 2] en [naam 3] behulpzaam is geweest bij de toegang tot Nederland. Hij wist dat voornoemde personen hierbij gebruik maakten van een vals reisdocument.22

Gelet op de hiervoor weergegeven handelingen van verdachte en de verklaringen van de getuigen acht de rechtbank - anders dan de raadsman - voorts bewezen dat bij het ten laste gelegde feit sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [naam reisagent], zodat sprake is van medeplegen. Daartoe overweegt de rechtbank dat verdachte de personen [naam 1], [naam 2] en [naam 3] in Griekenland heeft opgezocht om daar vervolgens samen met [naam reisagent] - die ook deel uitmaakt van de smokkelorganisatie - hun verdere reis binnen Europa te organiseren. Op diverse momenten maakt verdachte afspraken over zijn passagiers met [naam reisagent]. Ook vanuit Nederland is er telefonisch contact tussen verdachte en [naam reisagent].

Ten aanzien van feit 2

Op 1 maart 2011 werd een medewerkster bij de ticketdesk van Menzies ter hoogte van balie-rij 28 van vertrekhal te Schiphol aangesproken door een man, verdachte [na[naam verdachte], die vroeg naar de prijs van vier tickets naar Kopenhagen voor drie volwassenen en een kind. Verdachte ging akkoord met de prijs van de tickets ten bedrage van € 471,70. Gevraagd naar de reisdocumenten van de vier reizigers overhandigde [na[naam verdachte] vier reisdocumenten. Het betrof een Franse identiteitskaart, een naar later blijkt Tsjechische identiteitskaart en ook twee Zweedse paspoorten, die door de drie volwassen personen aan verdachte waren overhandigd. De medewerkster viel direct op dat de Franse identiteitskaart vals was, omdat de kleuren niet scherp waren. Haar supervisor schakelde de Koninklijke Marechaussee in en de medewerkster ging ondertussen door met het in orde maken van de tickets. Medeverdachte [naam medeverdachte] overhandigde de medewerkster van de ticketdesk € 500,- in 10 briefjes van € 50,-. [naam medeverdachte] ontving het wisselgeld retour, op welk moment de medewerkster van de ticketdesk zag dat verdachte was verdwenen. Verdachte werd door de supervisor van de medewerkster even later herkend bij de lift en aan de Koninklijke Marechaussee aangewezen.23 De Tsjechische nationale identiteitskaart was op naam gesteld van [naam], voorzien van nummer [nummer]. De Franse nationale identiteitskaart was op naam gesteld van [naam] en voorzien van nummer [nummer]. Omdat twijfel bestond aan de echtheid van de twee identiteitskaarten zijn deze onderzocht door een deskundige opsporingsambtenaar. De conclusie luidt dat beide onderzochte documenten vals zijn.24

Onder medeverdachte [naam medeverdachte] is onder andere een ticketreservering voor drie volwassenen en een kind in beslag genomen voor de reis van Amsterdam naar Kopenhagen op 1 maart 2011, welke reservering was voorzien van één PNR-code en op naam gesteld van [naam] (naar later bleek de dochter van [naam medeverdachte]), [achternaam/voornaam Franse identiteitskaart] (naar later bleek zich noemende [naam 5]), [achternaam/voornaam Tjechische identiteitskaart] (naar later bleek zich noemende [naam 4] en man van [naam medeverdachte]) en medeverdachte [naam medeverdachte].25

Medeverdachte [naam medeverdachte] heeft in haar verhoor op 3 maart 2011 verklaard dat zij samen met haar dochter met de trein naar Nederland is gekomen om haar man te bezoeken. Haar man heet [naam 4].26 Hij is gevlucht uit Iran en zij weet dat hij geen documenten heeft.27 Op 1 maart 2011 is zij met haar dochter, [naam 4] en [naam 5] met de trein naar Schiphol gegaan. Zij wilde met haar man en dochter naar Zweden. In de trein kwamen zij verdachte tegen. Verdachte is met hen mee naar Schiphol gegaan. Op Schiphol heeft zij verdachte € 500,- gegeven, waarna hij dit aan een baliemedewerkster gaf en de ticketreservering heeft aangenomen.28 Zij heeft vaker geld overgemaakt aan verdachte. Dit geld zou bestemd zijn voor haar man.29

[naam 4] heeft in zijn verhoor van 3 maart 2011 verklaard dat hij vanuit Iran via Turkije eerst naar Griekenland is gegaan en dat daar zijn vrouw, medeverdachte [naam medeverdachte], hem heeft bezocht.30 Vanuit Griekenland zou hij door een man [naam reisagent] genaamd naar Italië gebracht worden. [naam 4] heeft voor deze reis € 4.000,- aan [naam reisagent] betaald. [naam reisagent] had ook een paspoort voor hem gemaakt. [naam reisagent] vertelde hem dat hij op de luchthaven van Milaan opgehaald zou worden door [voornaam]. Op de luchthaven kreeg hij van [voornaam] een identiteitskaart, met daarop zijn eigen foto maar niet zijn eigen gegevens. [naam 4] wist dat de Tsjechische identiteitskaart die op naam gesteld is van [naam] en voorzien van nummer [nummer] een vals exemplaar betrof. Hij herkent [voornaam] als (verdachte) [na[naam verdachte]. Hij is via Brussel met [na[naam verdachte], die de tickets betaalde, met de trein naar Rotterdam gereisd. In Rotterdam heeft hij in het huis van verdachte verbleven. Geconfronteerd met de Franse identiteitskaart op naam gesteld van [achternaam] en voorzien van nummer [nummer], verklaart [naam 4] dat ook deze persoon in het huis van verdachte verbleef en eergisteren (rechtbank:1 maart 2011) op het vliegveld was. Zijn vrouw en haar dochter zijn met de trein naar Nederland gekomen en zij hebben ook in het huis van verdachte verbleven.31

[naam 5] heeft in zijn verhoor van 3 maart 2011 verklaard dat hij wist dat hij in het bezit was van een valse identiteitskaart van Frankrijk op de naam van [voornaam en achternaam]. Hij kreeg dit in Griekenland en gebruikte dit Franse document voor zijn verdere reis.32 Hij is Iran ontvlucht, vanuit Athene naar Parijs gereisd en is vervolgens op uitnodiging van verdachte met de trein via Brussel naar Rotterdam gereisd. In Rotterdam heeft hij in het huis van verdachte verbleven tot de dag van zijn aanhouding op 1 maart 2011.33 In het huis van verdachte kwam ook een familie, bestaande uit een man, een vrouw en een kind. De man heet [voornaam 4], de vrouw heet [voornaam medeverdachte] (de rechtbank begrijpt: [juiste spelling voornaam medeverdachte]) en het kind heet [voornaam dochter]. Hij zou samen met deze familie naar Zweden gaan. Hij is op 1 maart 2011 samen met verdachte en het gezin met de trein naar de luchthaven Schiphol gegaan. Op de luchthaven zijn ze een vliegticket gaan kopen, waarbij verdachte het woord heeft gevoerd aan de ticketbalie en heeft voor [naam 5] de identiteitskaart ten name van [naam] aan de vrouw achter die balie overhandigd. Bij de ticketbalie waren verdachte en medeverdachte [naam medeverdachte] aan het woord. [naam medeverdachte] heeft zijn ticket betaald om hem te helpen en hij zou het geld later terug betalen. De reis ging naar Kopenhagen; van daaruit wilde [naam 5] direct door naar Zweden om zich bij de politie als vluchteling te melden.34

Verdachte heeft in zijn verhoor van 26 augustus 2011 verklaard dat [naam reisagent] de reisagent is en aan het hoofd van een grote organisatie staat. Deze organisatie regelt reizen van Iran via Turkije naar Griekenland.35 De broer van [naam reisagent] - [naam broer reisagent] - is het hoofd van een bankfiliaal in Iran.36 De vervalste documenten worden door het team van [naam reisagent] geregeld. Verdachte heeft contact met [naam reisagent] en maakt afspraken over passagiers. Zo heeft [naam reisagent] verdachte gebeld met de mededeling dat [naam 5] naar Parijs was gevlogen. Op dat moment werd verdachte verantwoordelijk voor [naam 5]. [naam 5] heeft verdachte vanuit Parijs gebeld en verdachte heeft hem verdere instructies gegeven over zijn reis naar Rotterdam. In Rotterdam zou verdachte [naam 5] opwachten.37 [naam 4] heeft verdachte zelf in contact gebracht met [naam reisagent]. Wanneer een persoon een passagier in contact brengt met een mensensmokkelaar krijgt deze persoon € 1.000,-. Verdachte had aangegeven aan [naam reisagent] dat hij het geld niet nodig had en dat [naam reisagent] dit als een korting aan de passagier kon geven.38 Verdachte ontving het geld voor de reis van [naam 4], wat hij weer aan [naam reisagent] heeft betaald. De identiteitskaart van [naam 4] is door [naam reisagent] geregeld.39 Verdachte heeft [naam 4] instructies gegeven voor zijn reis naar Rotterdam. [naam 4] is vervolgens in Zwitserland aangehouden en verdachte heeft toen een nieuwe identiteitskaart via [naam reisagent] voor hem geregeld. Verdachte is met [naam 4] vanuit Milaan via Brussel naar Rotterdam gereisd.40

Ter terechtzitting heeft verdachte bevestigd dat hij [naam 4] en [naam 5] heeft geholpen bij hun doorreis door Nederland. Hij wist dat voornoemde personen hierbij gebruik maakten van een vals reisdocument.41

Gelet op de hiervoor weergegeven handelingen van verdachte en medeverdachte [naam medeverdachte] en [naam reisagent] en de verklaring van de getuigen [naam 4] en [naam 5] acht de rechtbank voorts bewezen dat bij het ten laste gelegde feit sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [naam medeverdachte] en tussen verdachte en [naam reisagent], zodat sprake is van medeplegen.

Beroep of gewoonte ten aanzien van feit 1 en 2

Verdachte heeft zich, zo blijkt uit zijn eigen verklaring en gelet op het aantal opgenomen incidenten in het onder 1 en 2 ten laste gelegde, gedurende een lange periode bestendig en intensief met het behulpzaam zijn van zijn landgenoten - die Iran wilden verlaten - bezig gehouden, zodat de rechtbank concludeert dat hij daarvan zijn beroep of gewoonte heeft gemaakt.

Ten aanzien van feit 4

Op 1 maart 2011 zijn onder verdachte [na[naam verdachte] een aantal goederen in beslag genomen.42 De goederen zijn aangetroffen op het woonadres van verdachte, te weten de [woonadres] Verdachte woont alleen op dit adres.44 Er is onder andere een nationaal paspoort van Bulgarije met nummer [nummer] op naam gesteld van [naam 8] in beslag genomen. Dit paspoort is onderzocht en blijkt vervalst te zijn.45 Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat dit een paspoort betreft dat één van zijn passagiers van [naam reisagent] heeft gekregen. Hij wist dat dit een vervalst reisdocument betrof.46

4.5. Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

Feit 1

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2011 tot en met 13 januari 2011 te Rotterdam, Schiphol, gemeente Haarlemmermeer en Athene (Griekenland), tezamen en in vereniging met een ander, anderen, te[naam 1] en [m[naam 2[naam 3], behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot Nederland of hen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, immers hebben verdachte en/of zijn mededader

- voornoemde personen op verzoek van hun familie in de gaten gehouden tegen vergoeding van zijn reiskosten en

- voornoemde personen in Athene bezocht en

- met voornoemde personen afgesproken dat zij mogen betalen wanneer zij hun bestemming bereikt hebben en

- reisdocumenten vervalst en deze reisdocumenten aan voornoemde personen gegeven en

- voornoemde personen naar het vliegveld in Athene gebracht en

- aldaar voor voornoemde personen instapkaarten ontvangen en die instapkaarten aan voornoemde personen gegeven en daarbij verteld waar ze moeten inchecken en

- op voornoemde personen staan wachten bij hun aankomst op Schiphol en

- met voornoemde personen telefonisch contact gehad hun reis naar Nederland,

terwijl verdachte en zijn mededader telkens wisten dat die toegang wederrechtelijk was,

van welk misdrijf verdachte zijn beroep of gewoonte heeft gemaakt;

Feit 2

hij op 1 maart 2011 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met anderen, te weten [naam 4], en [naam 5], behulpzaam is geweest bij de doorreis door Nederland of hen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, immers hebben verdachte en/of zijn mededader

- voor voornoemde personen vliegtickets geboekt en gekocht en

- voornoemde personen naar en op de luchthaven Schiphol begeleid en

- vervolgens de reisdocumenten van voornoemde personen aangeboden aan personeel van de ticketbalie en

- vervolgens tegen personeel van de ticketbalie namens voornoemde personen het woord gedaan en geïnformeerd naar de vlucht naar Kopenhagen,

terwijl verdachte en zijn mededader telkens wisten dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was,

van welk misdrijf verdachte zijn beroep of gewoonte heeft gemaakt;

Feit 4

hij op 1 maart 2011 te Rotterdam in het bezit was van een nationaal paspoort van Bulgarije met nummer [nummer] op naam gesteld van [naam 8], waarvan hij wist dat deze vervalst was.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank de tenlastelegging verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder 1, 2 en 4 meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van feit 1:

- medeplegen van mensensmokkel terwijl hij daarvan een beroep of gewoonte maakt, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 2:

- medeplegen van mensensmokkel terwijl hij daarvan een beroep of gewoonte maakt, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 4:

- in het bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet dat het vervalst is.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van sancties

Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte maakt reeds gedurende lange tijd er zijn gewoonte van om landgenoten uit zijn geboorteland Iran naar Nederland en naar andere Europese landen te smokkelen. Hij is zich ervan bewust dat zij daarbij gebruik maken van valse documenten. Hij is zelf ook in het bezit van een vals reisdocument. Hoewel hij zich er op beroept dat hij Nederlander is geworden en de Nederlandse wet wil respecteren, is hij in 2005 tot een lange gevangenisstraf veroordeeld wegens soortgelijke feiten als waarvoor hij thans terechtstaat. Daaruit heeft hij kennelijk niet de conclusie getrokken, dat het verlenen van de hulp aan zijn landgenoten op deze manier niet wordt geaccepteerd, hoe nobel zijn streven daarbij ook is. De oplegging van een langdurige vrijheidsstraf is dan ook geboden. De rechtbank ziet met oog op het gevaar voor herhaling, dat zij als aanmerkelijk hoog inschat, aanleiding een groot gedeelte daarvan echter in voorwaardelijke vorm opleggen met het uitdrukkelijke doel om verdachte er toe te bewegen nu definitief met het plegen van soortgelijke misdrijven te stoppen.

De rechtbank merkt op, dat de rechtbank verdachte van een gedeelte van de ten laste gelegde feiten heeft vrijgesproken. De officier van justitie is voor de motivering van zijn eis uitgegaan van de smokkel door verdachte van negen personen en van het bezit van vijf valse documenten. De rechtbank heeft echter de smokkel van vijf personen bewezen verklaard en het bezit van één vals document, reden waarom de rechtbank ook tot een lagere straf komt dan door de officier van justitie is geëist.

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaar opdat verdachte er tijdens die proeftijd van wordt weerhouden strafbare feiten te begaan.

Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank is van oordeel dat het nationaal paspoort van Bulgarije onder nummer 39 dient te worden onttrokken aan het verkeer. Dit voorwerp behoort verdachte toe. Met dit voorwerp is het onder feit 4 bewezen geachte feit begaan. Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet.

Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de verschillende inbeslaggenomen identiteitsbewijzen onder de nummers 1, 2, 78, 80, 117 en 134 dienen te worden onttrokken aan het verkeer. Deze voorwerpen behoren verdachte toe. Deze voorwerpen zijn aangetroffen bij gelegenheid van het onderzoek naar de door hem begane feiten. Deze voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten en tot de belemmering van de opsporing daarvan. Het ongecontroleerde bezit van voormelde inbeslaggenomen voorwerpen is in strijd met de wet en het algemeen belang.

De overige in beslag genomen goederen dienen aan de rechthebbende instanties te worden teruggegeven.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 36d, 47, 57, 197a, 231 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Beslissing

De rechtbank:

Spreekt verdachte vrij van de onder 3 en 5 ten laste gelegde feiten.

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.5. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2 en 4 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden. Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 18 (achttien) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte zich voor het einde van de op twee jaar bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Onttrekt aan het verkeer:

1) 1.00 STK Identiteitsbewijs FRANKRIJK nationaal [nummer]

2) 1.00 STK Identiteitsbewijs TSJECHIE nationaal [nummer]

39) 1.00 STK Paspoort BULGARIJE nationaal [nummer]

78) 1.00 STK Paspoort GRIEKENLAND nationaal [nummer]

80) 1.00 STK Document IRAN

117) 1.00 STK Document IRAN nationaal betreft vermoedelijk iraans id kaart

134) 1.00 STK Identiteitsbewijs FRANKRIJK nationaal [nummer]

Gelast de teruggave aan de uitgevende instanties van:

29) 3.00 STK Document met foto; betreft drie id-kaarten verm.iraan

30) 2.00 STK Document met foto

42) 2.00 STK Document met foto

43) 1.00 STK Paspoort IRAN nationaal [nummer]

44) 1.00 STK Paspoort IRAN nationaal [nummer]

79) 3.00 STK Document IRAN NATIONAAL

97) 1.00 STK Paspoort IRAN nationaal [nummer]

113) 1.00 STK Document met foto; betreft oud vermoedelijk iraans do

114) 1.00 STK Document met foto; betreft oud vermoedelijk iraans doc

118) 2.00 STK Document IRAN

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.G. Tielenius Kruythoff, voorzitter,

mr. F.F.W. Brouwer en mr. J.M. Sassenburg, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. R.M. Verberne,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 oktober 2011.

1 De door de rechtbank in het navolgende als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Proces-verbaal "Incident 11 januari 2011" d.d. 18 juli 2011 (Zaaksdossier A.15, dossierpagina 162 midden).

3 Proces-verbaal "Incident 11 januari 2011" d.d. 18 juli 2011 (Zaaksdossier A.15, dossierpagina 164 boven).

4 Proces-verbaal "Incident 11 januari 2011" d.d. 18 juli 2011 (Zaaksdossier A.15, dossierpagina 162 onder).

5 Proces-verbaal van getuigenverhoor [naam 1] d.d. 1 juni 2011 (Zaaksdossier A.15, dossierpagina 166-167).

6 Proces-verbaal van getuigenverhoor [naam 1] d.d. 1 juni 2011 (Zaaksdossier A.15, dossierpagina 175-176).

7 Proces-verbaal van getuigenverhoor [naam 1] d.d. 1 juni 2011 (Zaaksdossier A.15, dossierpagina 165-177).

8 Proces-verbaal "Incident 13 januari 2011" d.d. 19 juli 2011 (Zaaksdossier A.16, dossierpagina 246-247).

9 Proces-verbaal van getuigenverhoor [naam 3] d.d. 1 juni 2011 (Zaaksdossier A.16, dossierpagina 248-252).

10 Proces-verbaal van getuigenverhoor [naam 3] d.d. 1 juni 2011 (Zaaksdossier A.16, dossierpagina 251 midden).

11 Proces-verbaal "Incident 12 januari 2011" d.d. 29 juli 2011 (Zaaksdossier A.15, dossierpagina 179 midden).

12 Proces-verbaal "Incident 11 januari 2011" d.d. 18 juli 2011 (Zaaksdossier A.15, dossierpagina 182 onder-183).

13 Proces-verbaal van getuigenverhoor [naam 2] d.d. 7 juni 2011 (Zaaksdossier A.15, dossierpagina 184-187).

14 Proces-verbaal van getuigenverhoor [naam 2] d.d. 7 juni 2011 (Zaaksdossier A.15, dossierpagina 193-196).

15 Proces-verbaal van getuigenverhoor [naam 2] d.d. 7 juni 2011 (Zaaksdossier A.15, dossierpagina 196 midden).

16 Proces-verbaal van getuigenverhoor [naam 14] d.d. 10 juli 2011 (Zaaksdossier A.15, dossierpagina 227-234).

17 Proces-verbaal van getuigenverhoor [naam 14] d.d. 10 juli 2011 (Zaaksdossier A.15, dossierpagina 231 beneden).

18 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 26 augustus 2011 (Zaaksdossier B01.09, dossierpagina 330 beneden-331 boven).

19 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 26 augustus 2011 (Zaaksdossier B01.09, dossierpagina 332 boven).

20 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 26 augustus 2011 (Zaaksdossier B01.09, dossierpagina 332 beneden).

21 Proces-verbaal "Aanvullend op incidenten 11, 12 en 13 januari 2011" d.d. 30 augustus 2011 (Zaaksdossier A.17, dossierpagina 253).

22 Het proces-verbaal van de terechtzitting van 6 oktober 2011, inhoudende - voor zover van belang - de verklaring van verdachte.

23 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam getuige] d.d. 3 maart 2011 (Zaaksdossier C.03, dossierpagina 481-483).

24 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 maart 2011 (Zaaksdossier C.01, dossierpagina 477-478).

25 Kopie van het reserveringsformulier (Zaaksdossier E2.04, dossierpagina 1742) en het proces-verbaal van onderzoek inbeslagname d.d. 14 april 2011 (Zaaksdossier E2.02, dossierpagina 1655 boven).

26 Proces-verbaal van verhoor [naam medeverdachte] d.d. 3 maart 2011 (Zaaksdossier B02.06, dossierpagina 389)

27 Proces-verbaal van verhoor [naam medeverdachte] d.d. 3 maart 2011 (Zaaksdossier B02.06, dossierpagina 391 onder).

28 Proces-verbaal van verhoor [naam medeverdachte] d.d. 3 maart 2011 (Zaaksdossier B02.06, dossierpagina 393 en 394).

29 Proces-verbaal van verhoor [naam medeverdachte] d.d. 3 maart 2011 (Zaaksdossier B02.06, dossierpagina 397 midden).

30 Proces-verbaal van verhoor [naam 4] d.d. 3 maart 2011 (Zaaksdossier B03.06, dossierpagina 412).

31 Proces-verbaal van verhoor [naam 4] d.d. 3 maart 2011 (Zaaksdossier B03.06, dossierpagina 413 onder - 415).

32 Proces-verbaal van verhoor [naam 5] d.d. 3 maart 2011 (Zaaksdossier B04.06, dossierpagina 435 boven).

33 Proces-verbaal van verhoor [naam 5] d.d. 3 maart 2011 (Zaaksdossier B04.06, dossierpagina 436-437).

34 Proces-verbaal van verhoor [naam 5] d.d. 3 maart 2011 (Zaaksdossier B04.06, dossierpagina 438-440).

35 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 26 augustus 2011 (Zaaksdossier B01.09, dossierpagina 332).

36 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 26 augustus 2011 (Zaaksdossier B01.09, dossierpagina 336 midden).

37 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 26 augustus 2011 (Zaaksdossier B01.09, dossierpagina 332).

38 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 26 augustus 2011 (Zaaksdossier B01.09, dossierpagina 333 midden).

39 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 26 augustus 2011 (Zaaksdossier B01.09, dossierpagina 333-334).

40 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 26 augustus 2011 (Zaaksdossier B01.09, dossierpagina 335 midden).

41 Het proces-verbaal van de terechtzitting van 6 oktober 2011, inhoudende - voor zover van belang - de verklaring van verdachte.

42 Proces-verbaal "onderzoek aangetroffen identiteitsdocumenten" d.d. 20 april 2011 (Zaaksdossier E01.07, dossierpagina 1506).

43 Kennisgeving van inbeslagneming algemeen d.d. 11 maart 2011 (Zaaksdossier E01.02, dossierpagina 719).

44 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 3 maart 2011 (Zaaksdossier B01.06, dossierpagina 267 boven).

45 Proces-verbaal "onderzoek aangetroffen identiteitsdocumenten" d.d. 20 april 2011 (Zaaksdossier E01.07, dossierpagina 1507).

46 Het proces-verbaal van de terechtzitting van 6 oktober 2011, inhoudende - voor zover van belang - de verklaring van verdachte.

??

??

??

??

Parketnummer: 15/800297-11

Inzake: [naam verdachte] blad 14

vonnis