Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BU7583

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
18-11-2011
Datum publicatie
12-12-2011
Zaaknummer
AWB 11-3247
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wet Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten. Om ingedeeld te worden in een FKG moet een verzekerde meer dan 180 dagdoseringen van een medicijn afgeleverd hebben gekregen. Eiseres voldoet niet aan deze voorwaarde. Evenmin kan zij worden ingedeeld in een DKG. Wat betreft de CIZ-indicatie van haar minderjarige dochter overweegt de rechtbank dat hiervoor tegemoetkoming op naam van de dochter dient te worden aangevraagd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 11 - 3247

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 november 2011

in de zaak van:

[naam eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres.

tegen:

het Centraal Administratiekantoor B.V.,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 18 januari 2011 heeft verweerder de aanvraag van eiseres om de algemene tegemoetkoming Wet chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) over 2009, afgewezen.

Tegen dit besluit heeft eiseres bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 24 mei 2011 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft eiseres beroep ingesteld.

Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden en een verweerschrift ingediend.

Het beroep is behandeld ter zitting van 4 november 2011, alwaar eiseres in persoon is verschenen. Verweerder werd vertegenwoordigd door S. Bakker, B. Imhof en

S. Schiereck.

2. Overwegingen

2.1 Eiseres heeft een aanvraag ingediend om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming op grond van de Wtcg. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen en die afwijzing na bezwaar gehandhaafd, omdat eiseres niet aan de voorwaarden voldoet.

2.2 Eiseres heeft in beroep aangevoerd dat zij wel voldoet aan de in dit verband gestelde voorwaarden. Eiseres heeft gewezen op haar medicijngebruik en op het feit dat zij onder behandeling was bij het AMC in verband met haar HIV-aandoening. Daarnaast stelt eiseres dat zij recht heeft op de tegemoetkoming vanwege haar niet-aangeboren hersenaandoening en vanwege de kosten die zij heeft gemaakt voor haar minderjarige dochter, die een CIZ-indicatie had.

De rechtbank overweegt als volgt.

2.3 De Wtcg heeft tot doel chronisch zieken en gehandicapten die geconfronteerd worden met meerkosten door problemen die zij met hun gezondheid ervaren, tegemoet te komen voor deze kosten. Bij deze meerkosten gaat het niet om kosten van zorg waarvoor zij op grond van de AWBZ of de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn verzekerd. Meerkosten zijn kosten die samenhangen met de gezondheidsproblemen waarmee deze mensen kampen, zoals hogere stookkosten, vervoerskosten voor geneeskundige hulp en extra kosten voor kleding of beddengoed.

2.4 Voor de vraag of iemand voor de tegemoetkoming in aanmerking komt, worden de volgende afbakeningsgegevens gebruikt:

- het intensief gebruik van bepaalde geneesmiddelen aan de hand van lichte en zware Farmaceutische Kostengroepen (hierna: FKG’s) 2009;

- een opname in een ziekenhuis voor een bepaalde aandoening aan de hand van de diagnosekostengroepen (hierna: DKG’s) 2008;

- het gebruik van bepaalde hulpmiddelen;

- het gebruik van fysiotherapie of oefentherapie voor een aandoening genoemd in bijlage 1 van het Besluit zorgverzekering;

- het gebruik van revalidatiezorg in aangewezen revalidatie-instellingen;

- een indicatie voor AWBZ-zorg, al dan niet aaneengesloten, 26 weken of meer;

- het gebruik van huishoudelijke verzorging op grond van de Wmo van, al dan niet aaneengesloten, 26 weken of meer.

2.5 Eiseres heeft aangevoerd dat zij vanwege haar medicijngebruik in aanmerking dient te komen voor de tegemoetkoming over 2009. Een verzekerde heeft ingevolge het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Btcg) recht op een algemene tegemoetkoming Wtcg 2009, wanneer hij (1) in het jaar 2009 is ingedeeld in één of meerdere lichte FKG’s en zijn zorgverzekeraar dat jaar voor hem bepaalde hulpmiddelen heeft vergoed, wanneer hij (2) in 2009 is ingedeeld in twee of meerdere lichte FKG’s en er geen hulpmiddelen zijn vergoed of wanneer hij (3) in 2009 is ingedeeld in één of meerdere zware FKG’s. Om ingedeeld te worden in een FKG moet een verzekerde meer dan 180 dagdoseringen (de ‘daily defined dosis’ (DDD)) van een medicijn voor de desbetreffende chronische ziekte afgeleverd hebben gekregen. Op grond van artikel 1, eerste lid, aanhef en onder i, van de Regeling zorgverzekering wordt onder een standaard dagdosering verstaan de dagdosis van een geneesmiddel als vastgesteld onder verantwoordelijkheid van de World Health Organisation (WHO).

2.6 Uit door verweerder via de zorgverzekeraar verkregen gegevens is gebleken dat eiseres in 2009 180 dagdoseringen van werkzame stoffen gedeclareerd heeft die vallen onder de zware FKG HIV/AIDS. Eiseres heeft volgens verweerder in 2009 180 stuks van het medicijn Viramune tablet 200mg met de werkzame stof Nevirapine afgeleverd gekregen. Dit komt neer op een standaard dagdosering volgens de standaard van de WHO van 90 DDD. Immers, de standaarddagdosering volgens de WHO voor dit medicijn is 400 mg. Daarnaast heeft zij in 2009 90 stuks van het medicijn Truvada met de werkzame stof Tenofovir met Emticitabine afgeleverd gekregen. Dit komt neer op een standaard dagdosering volgens de standaard van de WHO van 90 DDD. Eiseres heeft dan ook precies 180 DDD afgeleverd gekregen en niet méér dan 180 DDD, zodat zij niet kan worden ingedeeld in de zware FKG HIV/AIDS.

2.7 Ter zitting heeft eiseres erkend dat zij niet meer dan 180 DDD met betrekking tot deze medicijnen afgeleverd heeft gekregen, zodat zij het standpunt van verweerder dienaangaande niet langer bestrijdt.

2.8 Daarnaast heeft eiseres in 2009 meer dan 180 DDD van werkzame stoffen gedeclareerd die vallen onder de lichte FKG psychische aandoeningen. Echter op grond van artikel 2 van het Btcg leidt indeling in één lichte FKG niet tot recht op de algemene tegemoetkoming.

2.9 Ter zitting heeft eiseres nog gewezen op het medicijn Zelitrex, dat zij ook afgeleverd heeft gekregen in 2009. Echter, uit nader onderzoek van verweerder tijdens de schorsing van de zitting, is gebleken dat dit medicijn geen werkzame stoffen bevat die voorkomen op de zogenoemde FKG-lijst. Eiseres heeft dit ter zitting niet meer bestreden.

2.10 Concluderend is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich op juiste gronden op het standpunt heeft gesteld dat eiseres vanwege haar medicijngebruik niet in aanmerking komt voor de algemene tegemoetkoming Wtcg 2009

.

2.11 Verder heeft eiseres aangevoerd dat zij onder behandeling is en was van een specialist in het AMC vanwege haar HIV-aandoening. Voor de tegemoetkoming voor 2009 geldt ingevolge het Btcg dat een verzekerde in 2008 diende te zijn ingedeeld in één of meer bij ministeriële regeling aangewezen DKG’s. Deze DKG’s geven informatie over ziekenhuisopnamen samenhangend met chronische aandoeningen. DKG’s zijn clusters van aandoeningengroepen. De aandoeningengroepen worden geïdentificeerd op grond van informatie over uitgevoerde diagnosebehandelcombinaties (dbc’s). Om in 2008 te zijn ingedeeld in een DKG geldt dat de dbc in het jaar 2008 moet zijn geopend en dat de desbetreffende dbc staat genoemd in bijlage 9 van de brief van de Minister van VWS van 27 september 2007 (met kenmerk Z/F-2800819). Het voorgaande betekent dat eiseres moest zijn ingedeeld in een DKG in het jaar 2008 om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming. Indeling in een DKG vindt plaats in het jaar dat een dbc-code wordt geopend.

2.12 Eiseres heeft volgens verweerder niet met feitelijke gegevens onderbouwd dat zij een ziekenhuisbehandeling heeft gehad, waarvoor een dbc in het jaar 2008 zou zijn geopend die genoemd staat in de bijlage van genoemde brief van VWS. De enkele stelling van eiseres dat zij onder behandeling is geweest van een specialist in het AMC is onvoldoende om aan te nemen dat zij ook moet worden ingedeeld in een DKG. Ter zitting heeft verweerder aan eiseres uitgelegd dat niet elke behandeling in een ziekenhuis leidt tot indeling in een DKG. Eiseres heeft naar aanleiding van deze uitleg ter zitting aangegeven dit standpunt van verweerder niet langer te bestrijden.

2.13 Tenslotte heeft eiseres aangevoerd dat haar minderjarige dochter een CIZ-indicatie had in 2009 en dat zij op grond daarvan in aanmerking komt voor de algemene tegemoetkoming Wtcg. Ter zitting heeft verweerder uiteengezet dat een eventuele tegemoetkoming voor de dochter van eiseres dient te worden aangevraagd op naam van de dochter. Onderhavige procedure heeft alleen betrekking op de gegevens van eiseres zelf. De rechtbank kan verweerder hierin volgen, zodat deze beroepsgrond van eiseres faalt.

2.14 Het beroep zal ongegrond worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

2.15 Wel zal verweerder worden opgedragen het door eiseres betaalde griffierecht te vergoeden. Hierbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat het hier gaat om zeer ingewikkelde regelgeving. Verweerder heeft in bezwaar eiseres niet gehoord, of van deze mogelijkheid gebruik gemaakt om onduidelijkheden over de regelgeving bij eiseres weg te nemen. Voorts heeft verweerder in beroep twee omvangrijke verweerschriften nodig gehad om zijn besluitvorming uiteen te zetten. Daarbij heeft verweerder pas in een noot bij het eerste verweerschrift aangegeven van welke aantallen afgeleverde medicijnen werd uitgegaan in geval van eiseres. Had verweerder deze duidelijkheid op een eerder moment gegeven, had eiseres zich niet genoodzaakt gevoeld beroep in te stellen. Gelet hierop acht de rechtbank het gerechtvaardigd dat verweerder het namens eiseres betaalde griffierecht vergoedt.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1 verklaart het beroep ongegrond;

3.2 gelast dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 41,-- aan haar vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Kos, rechter, in tegenwoordigheid van

mr. A. Buiskool, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 november 2011.

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Het hoger beroep dient te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.