Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BU4834

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
09-11-2011
Datum publicatie
17-11-2011
Zaaknummer
529412 MB 11-255 sc
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aanstelling van een externe mentor op verzoek van de raad van bestuur van het verpleegtehuis, waarin rechthebbende is opgenomen, wegens ernstig verstoorde verhoudingen tussen het verpleegtehuis en de dochter en ex-schoonzoon van rechthebbende. In 2004 heeft rechthebbende haar dochter en haar ex-schoonzoon aangesteld tot algemeen gevolmachtigden. De volmacht ziet ook op de behartiging van de niet-vermogensrechtelijke belangen van rechthebbende. Een reeds verleende volmacht staat niet in de weg aan het instellen van een mentorschap. De kantonrechter acht voldoende zwaarwegende redenen aanwezig om een externe mentor te benoemen. Benoeming van de voorgestelde mentor voor de duur van het verblijf van rechthebbende in het verpleegtehuis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Zaandam

zaaknummer : 529412 MB 11-255 sc

datum : 9 november 2011

Beschikking tot instelling mentorschap

op verzoek van:

de heer [BBB], in zijn hoedanigheid van voorzitter van de Raad van Bestuur van Stichting De Zorgcirkel,

hierna te noemen: de Stichting,

gevestigd te 1447 EG Purmerend, Persijnlaan 99.

Het verzoek strekt tot instelling van mentorschap ten behoeve van:

[rechthebbende],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

verblijvende in Verpleeghuis [XXX] aan de [adres] te [woonplaats],

hierna te noemen: [rechthebbende].

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- het verzoekschrift met bijlagen, ter griffie ingekomen op 30 september 2011;

- een bereidverklaring van de voorgestelde mentor.

De belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken. [YYY] (dochter van [rechthebbende]) heeft een verweerschrift met bijlagen ingediend.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 26 oktober 2011.

Voor de Stichting zijn verschenen: [BBB] en [CCC] (manager Zorg en Dienstverlening), bijgestaan door mr. M.E. Biezenaar. Voorts zijn verschenen:[YYY] en [[ZZZ] (de ex-echtgenoot van [YYY]), bijgestaan door mr. M.C. Krau.

De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen ter zitting is verhandeld.

[rechthebb[rechthebbende] is op 2 november 2011 op haar verblijfadres gehoord. Van dat verhoor zijn eveneens aantekeningen gemaakt.

De feiten

a. De Stichting is de exploitante van Verpleeghuis [XXX] te Purmerend.

b. Bij notariele akte van 10 juni 2004 heeft [rechthebb[rechthebbende] haar dochter [YYY] en haar ex-schoonzoon [ZZZ] aangesteld tot algemeen gevolmachtigden. De volmacht ziet ook op de behartiging van de niet-vermogensrechtelijke belangen van [rechthebbende].

c. [rechthebbende] heeft intensieve psychogeriatrische zorg nodig. Sinds 2 januari 2006

verblijft zij in Verpleeghuis [XXX].

d. Vrijwel vanaf het begin van dat verblijf heeft [YYY] klachten geuit over de verzorging van haar moeder.

e. In februari 2007 heeft een incident in [XXX] plaatsgevonden waarbij [ZZZ] zich agressief heeft gedragen.

f. In juni 2008 is [YYY] in kort geding opgekomen tegen restricties in de bezoektijden en het betreden van gemeenschappelijke ruimten, die de Stichting haar had opgelegd. Bij de mondelinge behandeling van dat kort geding is onder meer afgesproken de slechte communicatie door middel van mediation te verbeteren. De mediation is echter mislukt en de verhoudingen tussen [YYY] en (de leiding en het zorgpersoneel van) [XXX] zijn niet verbeterd.

g. [YYY] heeft bij diverse instanties klachten tegen (personeel van) de Stichting ingediend, waaronder in april 2010 bij de Klachtencommissie Cliënten Zorgcirkel.

De klachten die zij aan deze commissie heeft voorgelegd gingen over (1) de bejegening en communicatie van de Zorggroepmanager van [XXX], (2) de kwaliteit van de verleende zorg en (3) de dossiervoering en het zorgbeleid van [XXX].

h. Bij uitspraak van 16 december 2010 heeft de Klachtencommissie de klachten (1) en (2) ongegrond geoordeeld en klacht (3) op het punt van de “formele dossiervorming” gegrond en voor het overige ongegrond geacht. Voorts heeft de commissie op pagina 13 van haar uitspraak onder meer het volgende overwogen:

“ De klachtencommissie ziet een langdurige situatie waarin de verhouding tussen klager en de diverse lagen van de organisatie, het management in het bijzonder, verstoord zijn. Alle partijen geven aan niet te verwachten dat deze situatie nog goed komt. Voorop gesteld dient te worden dat door alle betrokkenen wordt benoemd dat klager een uitstekende mantelverzorger is, c.q. alle denkbare zorg en aandacht aan haar moeder geeft en waar mogelijk ook aan andere clienten op de afdeling. Op zich gaat dit zonder boze bedoeling, maar vanuit de zorg voor haar moeder, zit klager zo dicht op de zorg van haar moeder, dat zij hiermee op het terrein komt van de professional. (...). Verweerder heeft aangegeven dat de rek er bij het team uit is. (...). Dit roept bij de commissie de vraag op hoe lang deze situatie nog gecontinueerd kan worden. (...)

De commissie geeft ter overweging, dat bij niet te herstellen verhoudingen een andere oplossing tussen [XXX] en klager moet worden gezocht dan voortzetting van de zorg aan mw. [rechthebbende] onder de

thans bestaande omstandigheden. Consequentie hiervan is het zoeken naar een andere zorginstelling of in elk geval –locatie. (...). ”

i. Na deze uitspraak zijn de verhoudingen tussen [YYY] en [XXX] verder verslechterd, zo blijkt uit diverse brieven over en weer.

j. Op 15 augustus 2011 heeft [YYY] [XXX] onder politiebegeleiding moeten verlaten, nadat zij en [ZZZ] de locatiemanager en de zorgcoördinator verbaal agressief hadden bejegend. De zorgcoördinator heeft naar aanleiding van de gebeurtenissen van die dag ook aangifte bij de politie tegen [YYY] gedaan wegens fysieke mishandeling.

k. Bij brief van 15 augustus 2011 heeft de Stichting aan [YYY] en [ZZZ] de toegang tot verpleeghuis [XXX] voor de duur van het politieonderzoek ontzegd. De Stichting heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg van deze maatregel op de hoogte gesteld.

De beoordeling

1. De Stichting legt - samengevat - het volgende aan haar verzoek ten grondslag.

De relatie tussen [YYY] als vertegenwoordiger van [rechthebbende] en [XXX] als zorginstelling is zo ernstig verstoord geraakt, dat er een onwerkbare situatie is ontstaan.

De vele pogingen van [XXX] om met [YYY] tot werkbare afspraken te komen, zijn allemaal mislukt. Een vertrouwensrelatie met de vertegenwoordiger van een wilsonbekwame cliënt is essentieel voor het uitvoeren van de zorgtaak. Als dat vertrouwen ontbreekt, zoals hier het geval is, kunnen de medewerkers van de zorginstelling hun zorgtaak niet naar behoren uitvoeren. Daarbij komt dat de Stichting heeft moeten constateren dat [YYY] meermalen haar medewerking en/of toestemming heeft onthouden aan bloedonderzoek bij [rechthebbende] en aan het toedienen van door de arts geïndiceerde medicijnen. Aldus frustreert [YYY] de zorgverlening en bestaat de kans dat de gezondheid van [rechthebbende] wordt geschaad. In het belang van [rechthebbende] acht de Stichting het nodig om aangelegenheden van verzorging en verpleging voortaan - in plaats van met [YYY] - te kunnen bespreken met een externe mentor met relevante ervaring. De Stichting onderkent het belang van [YYY] om haar moeder te kunnen (blijven) bezoeken. Met de benoeming van een mentor zullen de verhoudingen eenvoudiger worden, omdat [YYY] dan niet meer de gesprekspartner van [XXX] zal zijn voor beslissingen over de zorgverlening.

2. [YYY] voert - samengevat - het volgende verweer. Het verzoek moet alleen al op grond van de door [rechthebbende] verleende volmacht worden afgewezen. Er zijn geen gegronde redenen om van de voorkeur van [rechthebbende] af te wijken. [YYY] en [ZZZ] zijn beiden geschikt en bereid [rechthebbende] te vertegenwoordigen. Tussen moeder en dochter bestaat een bijzondere sensitieve band. Er is geen enkele behoefte aan een onafhankelijke mentor. Eventueel kan [ZZZ] in plaats van [YYY] als contactpersoon gaan fungeren. Vanaf het begin van de opname van moeder is [YYY] zeer ontevreden over [XXX]. Zij wordt onheus bejegend en niet geinformeerd. De kwaliteit van de zorg is slecht. Moeder is regelmatig niet schoon. Medicatie wordt zonder overleg voorgeschreven. Er is een groot verloop van personeel. Er zijn veel uitzendkrachten. Het personeel is niet of onvoldoende geschoold.

3. De kantonrechter overweegt het volgende. Op grond van de stukken en de afgelegde verklaringen is voldoende aannemelijk geworden dat [rechthebbende] als gevolg van haar geestelijke toestand duurzaam niet in staat is haar niet-vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen, zoals tussen de Stichting en [YYY] ook niet in geschil is.

4. De kernvraag is of er - in het licht van de door [rechthebbende] in 2004 aan [YYY] en [ZZZ] verstrekte volmacht - voldoende zwaarwegende redenen zijn om een externe mentor te benoemen. Voorop moet worden gesteld dat een reeds verleende volmacht niet in de weg staat aan het instellen van een mentorschap (aldus Hoge Raad, 8 juni 2001, LJN AB2024). Van belang is verder dat de rechter de voorkeur van de betrokkene moet respecteren, tenzij gegronde redenen zich daartegen verzetten. Aangenomen mag worden dat de voorkeur van [rechthebbende] bij [YYY] en [ZZZ] ligt. Anders dan in 2004 verblijft [rechthebbende] nu echter in Verpleeghuis [XXX], waar zij intensief moet worden verzorgd. Vast staat dat tussen [XXX] en [YYY], met name sinds het incident van 15 augustus 2011, geen enkele vorm van normale samenwerking of contact meer mogelijk is. Dat dit laatste voor [ZZZ] niet zou gelden, is niet gebleken.

5. Terecht stelt de Stichting dat een vertrouwensrelatie tussen de zorginstelling (in dit geval [XXX]) en degene die de client van de zorginstelling vertegenwoordigt (in dit geval [YYY] en [ZZZ]) van essentieel belang is voor een goede uitvoering van de zorgtaak. De omstandigheid dat die vertrouwensrelatie hier volledig ontbreekt, maakt de behoefte aan een andere belangenbehartiger voor [rechthebbende] dan [YYY] en/of [ZZZ] manifest en levert naar het oordeel van de kantonrechter dan ook een gegronde reden op om - met voorbijgaan aan de in 2004 door [rechthebbende] kenbaar gemaakte voorkeur - die belangenbehartiging in handen te geven van een onafhankelijke en professionele mentor.

6. Aangezien tegen de voorgestelde mentor voor het overige geen bezwaren zijn gerezen zal de kantonrechter hem benoemen.

7. Ter zitting heeft [YYY] desgevraagd verklaard dat zij - in navolging van de suggestie van de Klachtencommissie - doende is een ander verpleeghuis voor haar moeder te zoeken. De Stichting heeft op haar beurt verklaard bereid te zijn mee te werken aan een overplaatsing van [rechthebb[rechthebbende] naar een ander zorgcentrum. Het vinden daarvan

zal, onder meer wegens de wachtlijsten, echter tijd kosten. Anders dan de Stichting ter zitting heeft bepleit ziet de kantonrechter hierin aanleiding de mentor slechts te benoemen voor de duur van het verblijf van [rechthebbende] in [XXX].

De aanstelling van een mentor is in dit geval immers vooral ingegeven door de ernstig en onherstelbaar verstoorde verhoudingen tussen [XXX] en [YYY]. Er zijn naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende concrete aanwijzingen dat dezelfde problematiek en situatie in een ander verpleeghuis ook zullen ontstaan. De beperking ligt ook in de lijn van de in de volmacht vervatte voorkeur van [rechthebbende].

8. De beloning van de mentor zal worden vastgesteld overeenkomstig de richtlijnen van het LOVCK voor professionele mentoren, thans tot een bedrag van€ 72,58 per maand en eenmalige intake kosten van € 330,50. De bedragen zijn exclusief eventueel verschuldigde BTW.

9. Gelet op de omstandigheden van het geval acht de kantonrechter het aangewezen deze beslissing ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

10. In de aard van de procedure wordt aanleiding gezien de kosten tussen partijen te compenseren.

Beslissing

De kantonrechter:

- stelt voor de duur van haar verblijf in Verpleeghuis [XXX] te Purmerend een mentorschap in ten behoeve van [rechthebbende] voornoemd;

- benoemt tot mentor de heer [AAA], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], postadres: [postbusnummer], [woonplaats];

- stelt de beloning van de mentor vast overeenkomstig de tarieven genoemd en gepubliceerd in de richtlijnen van het LOVCK;

- bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.P. Stolp, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier, De kantonrechter,

Tegen deze beslissing kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.

a. door de verzoeker en degenen aan wie de griffier een afschrift van deze beschikking heeft verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.