Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BU4763

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
18-10-2011
Datum publicatie
16-11-2011
Zaaknummer
184016 - HA RK 11-120
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Deelgeschilprocedure letselschade. Verzoek voor recht te verklaren dat wederpartij aansprakelijk is voor schade afgewezen omdat haar met betrekking tot de toedracht van het ongeval geen nalatigheid kan worden verweten.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 1019aa
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JA 2012/22
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rekestnummer: 184016 / HA RK 11-120

Beschikking van 18 oktober 2011

in de zaak van

[verzoeker],

wonende te Wijdewormer,

verzoeker,

advocaat mr. P. Jagersma,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MERCK SHARP & DOHME B.V.,

gevestigd te Haarlem,

verweerster,

advocaat mr. M. van Eck.

Partijen zullen hierna respectievelijk [verzoeker] en MSD genoemd worden.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift

- het verweerschrift

- de mondelinge behandeling.

2. De feiten

2.1. Op 8 januari 2010 heeft [verzoeker] met een vrachtwagen het bedrijfscomplex van MSD bezocht om in opdracht van MSD een lading op te halen uit een van de loodsen. [verzoeker] heeft de vrachtwagen in de lengte voor de laaddocks met de nummers 3 en 4 van de loods geparkeerd.

2.2. De ingang van het kantoor van de loods bevindt zich naast laaddock 4 en is via een talud met daarop een looppad verbonden met een andere loods. Het looppad is te bereiken via een tweetal trappen, die zich bevinden respectievelijk in het midden en aan de zijde van de andere loods. Aan de zijde van laaddock 4 bevindt zich geen trap.

2.3. [verzoeker] heeft het talud via de middelste trap beklommen en heeft zich via het looppad naar het kantoor begeven. Op de terugweg is [verzoeker] het talud afgelopen langs de muur van de loods aan de zijde van laaddock 4. Hij is vervolgens ten val gekomen en is met zijn linkeronderbeen onder een geleiderail bij laaddock 4 terechtgekomen. [verzoeker] heeft hierbij een gecompliceerde beenbreuk opgelopen (hierna: het ongeval).

3. Het verzoek

3.1. Het verzoek strekt ertoe voor recht te verklaren, althans te bepalen, dat MSD aansprakelijk is voor de door [verzoeker] geleden schade, nader op te maken bij staat en MSD te veroordelen in de kosten als bedoeld in artikel 1019aa Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) ten bedrage van EUR 3.885,11.

3.2. MSD voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Ter zitting heeft MSD haar ontvankelijkheidsverweer laten varen. Partijen houdt verdeeld het antwoord op de vraag of MSD door haar bedrijfsterrein onvoldoende ijs- en sneeuwvrij te houden onrechtmatig jegens [verzoeker] heeft gehandeld en dientengevolge jegens hem aansprakelijk is voor zijn schade als gevolg van het ongeval.

4.2. [verzoeker] legt aan zijn verzoek ten grondslag dat hij ten val is gekomen omdat MSD het bedrijfsterrein onvoldoende sneeuw- en ijsvrij had gemaakt. [verzoeker] beroept zich in dit verband op het bepaalde in artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek (BW) en in verband hiermee op doel en strekking van artikel 7:685 BW. Ter toelichting merkt [verzoeker] het volgende op. Op de middelste trap bevond zich een dikke laag ijs. Het looppad op het talud was niet vrij van sneeuw en ijs. [verzoeker] stelt ervoor gekozen te hebben op de weg terug langs de muur van de loods af te dalen, omdat hij ter plaatse met zijn linkerhand aan de muur en in de niet platgetrapte sneeuw met zijn in Zweedse muilen gestoken voeten wel voldoende grip had. [verzoeker] stelt veilig beneden te zijn aangekomen. Hij is nadien ten val gekomen op het terrein voor laaddock 4, dat onvoldoende sneeuwvrij was gemaakt. [verzoeker] wijst in dit verband op een viertal door hem overgelegde verklaringen van respectievelijk zijn echtgenote, [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3].

4.3. MSD betwist aansprakelijk te zijn voor het ongeval van [verzoeker]. Zij stelt dat iedere bezoekende chauffeur een plattegrond krijgt van het terrein met daarbij instructies voor de chauffeur en dat ook [verzoeker] deze instructies heeft ontvangen. Zij stelt voorts overeenkomstig het door haar opgestelde sneeuwprotocol ter plaatse van laaddocks 3 en 4 machinaal en handmatig te hebben geveegd en gestrooid. Het laad- en losgedeelte was daardoor sneeuw- en ijsvrij. MSD stelt daarmee aan de op haar rustende zorgplicht te hebben voldaan. MSD verwijst in dit verband naar een vijftal door haar overgelegde verklaringen van respectievelijk [getuige 4], [getuige 5], [getuige 6], [getuige 7] en [getuige 8]. Op de middelste trap die [verzoeker] op de heenweg richting kantoor heeft genomen lag weliswaar enige sneeuw, maar de andere trap was geheel sneeuw en ijsvrij omdat deze zich onder een afdak bevindt. Het looppad naar het kantoor was goed begaanbaar. [verzoeker] heeft echter gekozen voor een afwijkende route waarop een dik pak sneeuw lag. Zweedse muilen zoals door [verzoeker] gedragen beschikken niet over het vereiste profiel om door sneeuw te lopen. Als gevolg hiervan is hij op het talud gaan glijden, heeft hij niet tijdig kunnen stoppen en heeft het ongeval met de geleiderail zich voorgedaan. Gezien het strenge winterweer gedurende de weken voorafgaand aan het ongeval had [verzoeker] bedacht moeten zijn op mogelijke gladheid. Door de route te nemen die hij heeft genomen, heeft [verzoeker] roekeloos gehandeld en het risico op het ongeval aanzienlijk vergroot. MSD betwist het causaal verband en beroept zich overigens op eigen schuld van [verzoeker].

4.4. [verzoeker] heeft tegenover de gemotiveerde betwisting door MSD en in het licht van de door partijen overgelegde foto’s van de situatie ten tijde van het ongeval onvoldoende onderbouwd dat het terrein voor laaddock 4 en het looppad over het talud onvoldoende vrij van sneeuw en ijs waren gemaakt om daarover - met inachtneming van de vereiste voorzichtigheid in de door partijen geschetste weersomstandigheden - veilig te kunnen lopen. Weliswaar heeft MSD erkend dat de trap in het midden van het talud niet geheel sneeuwvrij was, doch deze trap beschikt wel over een leuning die bij het gebruik ervan de nodige steun biedt en waarvan [verzoeker] ook daadwerkelijk zonder ten val te komen gebruik heeft gemaakt. Bovendien heeft [verzoeker] niet weersproken dat de andere trap geheel ijs- en sneeuwvrij was. Derhalve kan MSD jegens [verzoeker] met betrekking tot de toedracht van het ongeval geen nalatigheid worden verweten. Het is aan [verzoeker] zelf te wijten dat hij ten val is gekomen, door op Zweedse muilen - schoeisel dat niet bijzonder geschikt lijkt voor gebruik in winterse omstandigheden - een alternatieve route te kiezen. In het midden kan blijven of [verzoeker], zoals hij stelt, eerst na het bereiken van het laad- en losgedeelte ten val is gekomen, omdat hij bij het kiezen van de reguliere weg niet op die plek op het laad- en losgedeelte zou zijn uitgekomen. Van MSD kan met het oog op de door haar in acht te nemen zorgvuldigheid dan ook niet worden gevergd dat zij ook deze plek sneeuw- en ijsvrij zou maken. Het verzoek zal worden afgewezen.

4.5. MSD heeft ter zitting haar verweer tegen de gevorderde kosten laten varen. Gelet op het bepaalde in artikel 1019aa Rv zullen de kosten worden begroot als gevorderd.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst het verzoek af,

5.2. begroot de kosten bij de behandeling van het verzoek aan de zijde van [verzoeker] op EUR 3885,11.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.J. van der Meer en in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2011.?