Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BU4294

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
25-10-2011
Datum publicatie
14-11-2011
Zaaknummer
185374 - KG ZA 11-423
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Onderhavige hulpverleningsovereenkomst moet niet worden aangemerkt als huurovereenkomst, maar als een gemengde overeenkomst waarin het hulpverleningselement overheerst. Het accent ligt op de hulpverlening c.q. begeleiding en er wordt een onlosmakelijke koppeling gemaakt tussen de begeleiding en de bewoning. Geen beroep op de wettelijke huurbeschermingsbepalingen mogelijk.

De overgelegde gespreksverslagen zijn voldoende betrouwbaar, nu deze zijn opgesteld door hulpverleners die zich hebben ingezet om de bewoners te helpen en die er niet op uit zijn hen verder in de problemen te brengen en uit hun huis te zetten. In het licht daarvan is door de bewoners onvoldoende onderbouwd gesteld dat de verslagen niet betrouwbaar zijn.

De woning moet worden ontruimd, omdat de bewoners daar zonder recht en titel verblijven. Gelet op het feit dat bewoonster zwanger is en over ongeveer 2 maanden is uitgerekend is het echter onaanvaardbaar dat bewoners de woning direct moeten verlaten, terwijl geen reëel alternatief beschikbaar is. Van een hulpverleningsinstantie mag worden verwacht dat zij een gezin waar een kind op komst is niet ontruimen in een periode waarin een werkneemster normaal gesproken zwangerschaps- en bevallingsverlof heeft. Ontruimingsdatum bepaald over 16 weken (4 weken voor de bevalling en 12 weken daarna).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 185374 / KG ZA 11-423

Vonnis in kort geding van 25 oktober 2011

in de zaak van

de stichting

STICHTING ALGEMEEN OPVANGCENTRUM PURMEREND,

gevestigd te Purmerend,

eiseres,

advocaat mr. H.M. Hielkema,

tegen

1. [bewoner X],

wonende te Purmerend,

2. [bewoner Y],

wonende te Purmerend,

gedaagden,

advocaat mr. J.J. Dijkman.

Partijen zullen hierna AOP en [bewoner X] c.s. genoemd worden. Gedaagden zullen afzonderlijk [bewoner X] en [bewoner Y] worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties

- de hersteldagvaarding

- de bij faxbericht van 13 oktober 2011 van mr. Dijkman van de zijde van [bewoner X] c.s. gevoegde producties

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van AOP

- de pleitnota van [bewoner X] c.s.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. AOP is een stichting die blijkens haar statuten ten doel heeft het bieden van tijdelijk onderdak en hulpverlening aan personen die dakloos zijn geworden en in een crisissituatie verkeren. AOP tracht haar doel te bereiken door onder meer:

- het vierentwintig uur per dag bieden van onderdak

- het inrichten en beheren van gehuurde woonruimten ten einde deze ter beschikking te stellen bij de uitvoering van de doelstelling

- het gestructureerd begeleiden en ondersteunen van de doelgroep

- het adviseren, informeren en bemiddelen ten behoeve van de doelgroep

- het samenwerken met andere hulpverlenende instanties.

2.2. De gemeente Purmerend, AOP en diverse woningcorporaties hebben een convenant ‘Tweede Kans’ gesloten. In dit convenant is het zogenoemde ‘Tweede Kans Beleid’ vastgelegd. Dit beleid houdt in dat huurders die op grond van een ontruimingsvonnis hun huurwoning dienen te verlaten in de gelegenheid worden gesteld om – onder voorwaarden – hun woning te behouden of een andere woning toegewezen krijgen. In het kader van dit beleid vraagt AOP bij de woningcorporaties woning aan. Deze woningen worden in eerste instantie op naam van AOP gesteld. Na een goede doorloop van de hulpverlening kan een woning op naam van de bewoner worden gesteld.

2.3. [bewoner X] c.s. huurden een woning aan de [adres 1] in Purmerend. Wegens het niet nakomen van de voorwaarden van de door hun woningcorporatie verleende tweede kans hebben zij deze woning moeten ontruimen.

2.4. Op 11 mei 2010 hebben [bewoner X] c.s. het ‘Contract voorwaardelijke hulpverlening Tweede Kansbeleid’ (hierna: het contract voorwaardelijke hulpverlening) ondertekend. Namens AOP is het contract ondertekend door maatschappelijk werker [maatschappelijk werker 1]. Het contract houdt – onder meer – in:

[…]

Voorwaarden

De cliënt houdt zich aan haar/zijn hulpverleningscontract en bewoont de woning zonder overlast te Veroorzaken.

Indien er sprake is van schulden stelt de cliënt zich voor plaatsing in de tweede kanswoning onder budgetbeheer en zal geen nieuwe schulden maken.

De cliënt, met schulden, start een schuldsaneringstraject. […]

De maatschappelijk werkende stelt met de cliënt een hulpverleningsplan op, […].

De maatschappelijk werkende zal de cliënt activeren en ondersteuning bieden bij de uitvoering van de in het hulpverleningscontract geformuleerde punten/doelen.

De maatschappelijk werkende heeft één of twee wekelijkse gesprekken met cliënt. […]

[…]

Te verwachten resultaat

Indien aan bovengenoemde voorwaarden wordt voldaan is de verwachting dat clienten zelfstandig hun woning kunnen gaan huren cq een zelfstandige huurwoning kunnen gaan betrekken. […]

Voortijdige afsluiting

De Stichting Algemeen Opvangcentrum Purmerend stopt met de hulpverlening indien:

• cliënt drie gele kaarten heeft gekregen wegens niet nakomen van het hulpverleningscontract/overeenkomst en/of niet naleven van de huisregels

• er sprake is van fraude en gebrek aan openheid; achterhouden van noodzakelijke informatie voor de hulpverlening.

• Cliënt is niet veranderingsbereid blijkt te zijn. De beoogde doelen zijn onvoldoende behaald.

Bij einde termijn of voortijdige afsluiting (zie art. 6.3 van de hulpverleningsovereenkomst) van de hulpverlening verlaat cliënt vrijwillig de tweede kans woning.

[…].

2.5. [bewoner X] c.s. hebben op 17 mei 2010 de ‘Hulverleningsovereenkomst Begeleid Wonen’ (hierna: de hulpverleningsovereenkomst) ondertekend. Namens AOP is de overeenkomst ondertekend door [woonbegeleider], woonbegeleider. In de hulpverleningsovereenkomst is – voor zover hier van belang – het volgende overeengekomen:

[…]

DE ONDERGETEKENDEN:

A. Stichting Algemeen Opvangcentrum Purmerend, […] hierna te noemen: “de begeleider’

en –

B. [bewoner X], [bewoner Y], hierna te noemen “de bewoner”

IN AANMERKING NEMENDE:

dat de begeleider zich ten doel stelt maatschappelijke begeleiding te geven aan personen die daar behoefte aan hebben;

dat de begeleider daartoe panden ter beschikking stelt aan door de begeleider te begeleiden personen voor de duur van de begeleiding;

dat deze panden zijn ingericht voor kamerbewoning en uitsluitend met het hier voor omschreven begeleidingsdoel ter beschikking worden gesteld door de begeleider;

dat de bewoner bereid is om na afloop van de begeleidingsperiode, danwel na tussentijdse beëindiging de hierna omschreven woning te ontruimen en ter beschikking van de begeleider te stellen, zodat daarin wederom een begeleidingbehoevend persoon kan huisvesten.

VERKLAREN TE ZIJN OVEREENGEKOMEN ALS VOLGT:

Artikel 1. Verplichtingen begeleider

De begeleider is verplicht:

1.1 tot het geven van de door de instelling noodzakelijk geachte begeleiding;

1.2 tot het daartoe ter beschikking stellen van de onzelfstandige woning, bestaande uit:

a. kamer nr. X in het pand gelegen aan [adres 2]

[…]

Artikel 2. Duur overeenkomst

De overeenkomst wordt met ingang van 17-05-’10 aangegaan voor de duur van de begeleidingsovereenkomst, welke periode 6 maanden duurt.

Artikel 3. Betalingsverplichtingen

De bewoner is verplicht:

3.1 tot betaling van een bedrag van € 422,18 […] per maand.

[…]

Artikel 6. Tussentijdse beëindiging

6.1 Indien

a. zich wijzigingen in de persoonlijke leefomstandigheden van de bewoner voordoen, waardoor een voortgang van de begeleiding naar het inzicht van stichting Algemeen Opvangcentrum Purmerend wordt belemmerd;

b. na overleg met de bewoner over de resultaten van het begeleidingsplan door Stichting Algemeen Opvangcentrum Purmerend wordt besloten tot beëindiging van de begeleiding;

c. op ernstige wijze de huisregels worden/zijn overschreden;

d. geweldpleging en/of mishandeling en/of strafbaar feit, gepleegd door de bewoner, wordt geconstateerd;

e. door de bewoner niet of niet behoorlijk wordt nagekomen aan één of meer voor de bewoner uit deze overeenkomst voortvloeiende verplichtingen, heeft de begeleider het recht de hulpverleningsovereenkomst onmiddellijk tussentijds op te zeggen danwel onmiddellijk beëindigd te verklaren zonder dat daartoe enige ingebrekestelling is vereist.

[…]

6.3 Bij beëindiging van de begeleiding, dient de bewoner de hem toegewezen woning te ontruimen en in goede staat wederom ter beschikking van de begeleider te stellen. […].

2.6. Met ingang van 18 mei 2010 huurt AOP de woning aan de [adres 2] te Purmerend (hierna: de woning) van De Stichting Volkshuisvestingsgroep Wooncompagnie. De woning is ter beschikking gesteld aan [bewoner X] c.s.

2.7. Op 6 januari 2011 heeft AOP een (aanvullend) hulpverleningscontract gesloten met [bewoner X] c.s. Dit contract houdt het volgende in:

[…]

- [bewoner X] en [bewoner Y] krijgen tot 1 juni 2011 de tijd om alle boetes van het CJIB af te betalen. Indien de boetes dan niet afbetaald zijn, zullen ze er 01-07-2011 de woning moeten verlaten.

- Beschermingsbewind en schuldhulpverlening zijn voorwaarden voor verblijf;

- [bewoner X] en [bewoner Y] onderhouden contacten met: sociale dienst, BBIB, Activa, AOP en andere hulpverleningscontacten die van belang zijn;

- [bewoner X] en [bewoner Y] zullen de hulpverlening op de hoogte houden van de ontwikkelingen. […]

- [bewoner X] en [bewoner Y] staan open, zijn gemotiveerd en de verantwoordelijke voor hulpverlening van [bewoner X] en [bewoner Y] zoeken dagbesteding in de vorm van betaald werk en proberen deze te behouden.

Mocht er niet voldaan worden aan de bovengenoemde voorwaarden, wordt artikel 6 van de WOONOVEREENKOMST in werking gesteld.

[…].

2.8. AOP heeft [bewoner X] een eerste (schriftelijke) officiële waarschuwing gegeven voor het onheus bejegenen van een medewerker van het AOP op 29 september 2010.

2.9. Op 24 januari 2011 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen maatschappelijk werker [maatschappelijk werker 1] en [bewoner X] c.s. [maatschappelijk werker 1] heeft dit gesprek vastgelegd in een registratieformulier. Voor zover van belang vermeldt dit formulier het volgende.

"Gesprek gestart met huidige communicatie, dit verloopt moeizaam. hieromtrent afspraken gemaakt (mail 31-1-2011) Besloten een officiële waarschuwing te verstrekken hieromtrent. […] Afspraken: - Contact zal vanaf nu hoofdzakelijk nog via telefoon verlopen, om misverstanden te voorkomen; - Mail wordt voornamelijk gebruikt om gemaakte afspraken te bevestigen en op papier te zetten; - Er komt een vast belmoment op de donderdag; […] - De dinsdag ochtend om 10u wordt nu zoveel mogelijk aangehouden om gesprekken te plannen; […].”

2.10. Het CJIB heeft diverse boetes opgelegd aan [bewoner X]. Deze boetes zijn op 16 juni 2011 door [bewoner X] c.s. voldaan.

2.11. Op 23 juni 2011 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen maatschappelijk werker [maatschappelijk werker 1] en [bewoner X] c.s. [Maatschappelijk werker 1] heeft dit gesprek vastgelegd in een registratieformulier. Voor zover van belang vermeldt dit formulier het volgende.

“Besproken dat het vertrouwen moeizaam gaat naar hun toe. Hierbij gewezen op afspraken die ze maar steeds niet nakomen of afzeggen. Boetes blijken niet te kloppen, waar ze niet meteen op terug zijn gekomen. Zaken blijken niet allemaal te kloppen. Benadrukt op openheid en dat ik dit nu niet ervaar. […]

Financien:

[bewoner Y] en [bewoner X] kwamen nog terug op de voorwaarde van AOP dat ze het contract van UPC aan dienden te passen naar de laag mogelijke. Ze willen dit zelf niet en willen kijken voor een contract van 35euro. Aangegeven dat ik dit bespreekbaar zal maken, maar hun eveneens gewezen op de eigenlijke voorwaarde van stopzetten contract UPC per direct stop hadden moeten zetten. […].”

2.12. Zowel in een gesprek als per brief heeft AOP op 6 juli 2011 aan [bewoner X] c.s. meegedeeld dat zij wegens het niet nakomen van afspraken en/of het niet naleven van de huisregels een derde officiële waarschuwing krijgen. De specifieke reden van de waarschuwing is:

- het niet nakomen van de afspraken met de maatschappelijk werkers

- het niet betalen van de verkeersboetes binnen de gestelde termijn

- het niet stopzetten van het UPC contract per 31 mei 2011.

Tevens is meegedeeld dat [bewoner X] c.s. de woning per 1 september 2011 dienen te verlaten.

2.13. Op 26 juli 2011 hebben [bewoner X] c.s. een bezwaarschrift ingediend tegen de beëindiging van het hulpverleningstraject en ontruiming van de woning. Het bestuur van AOP heeft de bezwaren bij brief van 18 augustus 2011 ongegrond verklaard.

2.14. De medewerkers van AOP hebben een ‘overzicht agressie familie [bewoner X]’ (hierna: het overzicht) opgesteld van diverse incidenten met [bewoner X] c.s. In dit overzicht is onder andere melding gemaakt van trappen tegen een salontafel door [bewoner X] tijdens een huisbezoek van twee maatschappelijk werkers op 2 augustus 2010, schelden en bedreigen door [bewoner X] op 6 juli 2011, schelden en/of beledigen door [bewoner X] tijdens telefoongesprekken op 22 juli 2011 en 25 juli 2011 en schelden en bedreigen door [bewoner X] tijdens een gesprek op 9 augustus 2011.

2.15. [bewoner X] c.s. hebben een dochter van 5 jaar oud. [bewoner Y] is in verwachting van hun tweede kind en is op 3 december 2011 uitgerekend.

3. Het geschil

3.1. AOP vordert dat de voorzieningenrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad

1. [bewoner X] c.s. veroordeelt om de onroerende zaak gelegen aan de [adres 2] te Purmerend binnen drie dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, met de daarin aanwezige goederen en personen, te ontruimen met afgifte van de sleutels en al hetgeen tot de onroerende zaak behoort ter vrije en algehele beschikking van AOP te stellen, op straffe van een dwangsom van EUR 500,- voor elke dag of gedeelte daarvan dat [bewoner X] c.s. hiermee in gebreke blijven;

2. [bewoner X] c.s. te veroordelen in de kosten van dit geding, de nakosten daaronder begrepen.

3.2. [bewoner X] c.s. voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. AOP heeft ter onderbouwing van haar vordering tot ontruiming – samengevat – het volgende aangevoerd.

Nadat [bewoner X] c.s. – onder meer – wegens een huurachterstand hun woning moesten ontruimen, zijn zij in het Tweede Kans traject van AOP terecht gekomen. AOP en [bewoner X] c.s. hebben daartoe eerst een contract voorwaardelijke hulpverlening gesloten en vervolgens een hulpverleningsovereenkomst. Op grond van die overeenkomsten is AOP verplicht om [bewoner X] c.s. de benodigde maatschappelijke begeleiding te geven en voor de duur van de begeleiding een woning ter beschikking te stellen. In het geval van [bewoner X] c.s. bestond de door AOP geboden begeleiding voornamelijk uit schuldhulpverlening. Op regelmatige basis hebben maatschappelijk werkers van AOP gesprekken gevoerd met [bewoner X] c.s. en zijn afspraken gemaakt in het kader van de schuldhulpverlening. [bewoner X] c.s. hebben zich door ondertekening van het contract voorwaardelijke hulpverlening en de hulpverleningsovereenkomst verplicht zich aan de begeleiding te onderwerpen en afspraken na te komen. [bewoner X] c.s. zijn de gemaakte afspraken echter niet nagekomen. AOP heeft driemaal een officiële waarschuwing uitgedeeld wegens respectievelijk onheuse bejegening van medewerkers, de moeizame communicatie en het niet nakomen van het hulpverleningscontract van 6 januari 2011. Tegen de afspraak in hadden [bewoner X] c.s. de boetes van het CJIB niet voor 1 juni 2011 betaald en ook het contract met UPC was niet opgezegd. Daarnaast heeft [bewoner X] zich agressief gedragen tegen medewerkers van AOP. Naar aanleiding van de drie officiële waarschuwingen en het agressieve gedrag heeft AOP de begeleiding van [bewoner X] c.s. beëindigd wegens overtreding van artikel 6 lid 1 onder a, d en e van de hulpverleningsovereenkomst. Volgens AOP is voortzetting van de begeleiding niet meer mogelijk door de verstoorde verhouding. Na het beëindigen van de begeleiding heeft [bewoner X] meerdere malen medewerkers van AOP uitgescholden en (met de dood) bedreigd, hetgeen blijkt uit de in het geding gebrachte verklaringen en rapporten. Op grond van het contract voorwaardelijke hulpverlening en artikel 6 lid 3 van de hulpverleningsovereenkomst zijn [bewoner X] c.s. gehouden de woning te verlaten, nu de begeleiding is beëindigd. Zij kunnen zich niet beroepen op de wettelijke huurbeschermingsbepalingen, omdat er sprake is van een gemengde overeenkomst waarin de begeleiding c.q. hulpverlening het overheersende element is. AOP heeft spoedeisend belang bij ontruiming van de woning door [bewoner X] c.s., omdat zij de woning ter beschikking wil stellen aan nieuwe bewoners die op de wachtlijst voor het Tweede Kansbeleid staan. Wel zal geprobeerd worden voor [bewoner X] c.s. tijdelijke crisisopvang te regelen, aldus AOP.

4.2. [bewoner X] c.s. hebben – samengevat – het volgende tegen de vordering van AOP aangevoerd.

AOP heeft geen spoedeisend belang bij de ontruiming. Zij stelt weliswaar dat er een wachtlijst is voor nieuwe bewoners, maar die stelling is niet onderbouwd. Voor zover wel sprake is van spoedeisend belang, stellen [bewoner X] c.s. zich op het standpunt dat sprake is van een huurovereenkomst met AOP. Blijkens het convenant dat AOP heeft gesloten is het doel van het Tweede Kansbeleid het voorkomen van huisuitzetting en dakloosheid. Hieruit volgt dat het ter beschikking stellen van woonruimte het belangrijkste element is. De bijkomende begeleiding bestaat in het geval van [bewoner X] c.s. slechts uit budgetbeheer. Deze begeleiding is van zo’n geringe omgang dat niet kan worden gezegd dat dit het overheersende element van de overeenkomst is. Het ter beschikking stellen van woonruimte is het belangrijkste element van de overeenkomst en daarmee is sprake van een huurovereenkomst. De gronden die AOP heeft aangevoerd, kunnen de opzegging van de huurovereenkomst niet rechtvaardigen. De drie waarschuwingen die AOP heeft uitgedeeld zijn daartoe onvoldoende. Dat [bewoner X] zich agressief heeft gedragen tegen de medewerkers van AOP wordt door [bewoner X] c.s. betwist. AOP heeft dit niet aannemelijk gemaakt, nu zij enkel rapporten van medewerkers heeft overgelegd en geen ondertekende verklaringen of aangiftes, aldus [bewoner X] c.s. Indien toch geen sprake is van een huurovereenkomst, stellen [bewoner X] c.s. dat er geen geldige reden is om de begeleiding te beëindigen. De eerste officiële waarschuwing mist grondslag, omdat [bewoner X] de medewerkers niet onheus heeft bejegend. [bewoner X] c.s. betwisten dat de tweede – mondeling gegeven – waarschuwing hen heeft bereikt en de derde waarschuwing ten slotte is een te zware sanctie. Het niet tijdig betalen van de CJIB boetes berustte op een misverstand en voor wat betreft het UPC contract hebben [bewoner X] c.s. meerdere oplossingen aangeboden die door AOP niet zijn geaccepteerd. Samengevat zijn er slechts twee in plaats van drie waarschuwingen uitgedeeld en van die twee is er één ongegrond. De begeleiding is derhalve niet geldig opgezegd. Indien als gevolg van het gedrag van [bewoner X] voortzetting van de begeleiding niet van AOP gevergd kan worden, dan geldt dat niet automatisch ook voor [bewoner Y]. In het geval de woning toch moet worden ontruimen, verzoeken [bewoner X] c.s. hen daarvoor een termijn van zes maanden te gunnen.

4.3. De voorzieningenrechter overweegt het volgende.

4.4. De eerste vraag die moet worden beantwoord, is of de hulpverleningsovereenkomst moet worden aangemerkt als een huurovereenkomst of als een gemengde overeenkomst waarin het hulpverleningselement overheerst. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dat laatste het geval. In zowel het contract voorwaardelijke hulpverlening als de hulpverleningsovereenkomst ligt het accent op de hulpverlening c.q. begeleiding en wordt een onlosmakelijke koppeling gemaakt tussen de begeleiding en de bewoning. Uit de overeenkomsten komt duidelijk naar voren dat zonder de begeleiding de woning nooit aan [bewoner X] c.s. ter beschikking zou zijn gesteld en dat de woning dient te worden verlaten op het moment dat de begeleiding eindigt. [bewoner X] c.s. kunnen dan ook geen beroep doen op de wettelijke huurbeschermingsbepalingen.

4.5. De volgende vraag die moet worden beantwoord is of de begeleiding terecht door AOP is beëindigd. De gronden voor tussentijdse beëindiging staan expliciet vermeld in artikel 6 van de hulpverleningsovereenkomst en getoetst moet worden of in dit geval aan die gronden is voldaan. Blijkens de brief van 6 juli 2011 heeft AOP de begeleiding beëindigd wegens het ontvangen van een derde officiële waarschuwing. Ter zitting heeft AOP daaraan toegevoegd dat ook het agressieve gedrag van [bewoner X] grond is voor de beëindiging van de begeleiding. Hoewel [bewoner X] c.s. betwisten dat sprake is geweest van agressief gedrag, komt uit het overgelegde overzicht (zie 2.14) duidelijk naar voren dat [bewoner X] zich meerdere malen agressief, althans op zijn minst ontoelaatbaar heeft gedragen ten opzichte van de medewerkers. Voorts blijkt uit de overgelegde gespreksverslagen dat [bewoner X] c.s. meerdere malen afspraken niet zijn nagekomen. Anders dan [bewoner X] c.s. is de voorzieningenrechter van oordeel dat het overzicht en de gespreksverslagen voldoende betrouwbaar zijn. Zij zijn opgesteld door hulpverleners die zich hebben ingezet om [bewoner X] c.s. te helpen en er niet op uit zijn hen verder in de problemen te brengen en uit hun huis te zetten. In het licht daarvan is door [bewoner X] c.s. onvoldoende onderbouwd gesteld dat de verslagen niet betrouwbaar zijn. Op grond van de inhoud van het overzicht en de gespreksverslagen is de voorzieningenrechter van oordeel dat is voldaan aan de in artikel 6 lid 1 sub van de hulpverleningsovereenkomst vermelde gronden, zodat dat de begeleiding door AOP mocht worden beëindigd.

4.6. Het contract voorwaardelijke hulpverlening en artikel 6 lid 3 van de hulpverleningsovereenkomst brengen mee dat als gevolg van de beëindiging van de begeleiding de ter beschikking gestelde woning aan de [adres 2] te Purmerend moet worden ontruimd. [bewoner X] c.s. verblijven daar thans zonder recht en titel. Gelet op het feit dat [bewoner Y] zwanger is en op 3 december 2011 is uitgerekend is het echter onaanvaardbaar dat [bewoner X] c.s. de woning direct moeten verlaten, terwijl geen reëel alternatief beschikbaar is. AOP heeft weliswaar toegezegd te zullen helpen bij het plaatsen in de crisisopvang, maar dergelijke opvang is slechts van korte duur. Van een hulpverleningsinstantie mag worden verwacht dat zij een gezin waar een kind op komst is niet ontruimen in een periode waarin een werkneemster normaal gesproken zwangerschaps- en bevallingsverlof heeft. Uitgaande van de uitgerekende datum komt die verlofperiode (4 weken voor de bevalling en 12 weken daarna) ongeveer uit op 1 maart 2012. De voorzieningenrechter zal daarom bepalen dat de woning uiterlijk op die datum moet zijn ontruimd, waarbij ervan wordt uitgegaan dat AOP haar toezegging om behulpzaam te zijn bij het zoeken naar oplossing zal nakomen.

4.7. De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als volgt.

4.8. [bewoner X] c.s. zullen als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van AOP worden begroot op:

- dagvaarding EUR 90,81

- griffierecht 260,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR 1.166,81

De gevorderde nakosten komen eveneens voor toewijzing in aanmerking en zullen als hierna vermeld worden toegewezen.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. veroordeelt [bewoner X] c.s. om – na betekening van dit vonnis – uiterlijk op 29 februari 2012 de woning aan de [adres 2] te Purmerend te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken tenzij deze zaken van AOP zijn, en de sleutels af te geven aan AOP,

5.2. veroordeelt [bewoner X] c.s. om aan AOP een dwangsom te betalen van EUR 100,-- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de onder 5.1 uitgesproken veroordeling voldoet, tot een maximum van EUR 5.000,-- is bereikt,

5.3. veroordeelt [bewoner X] c.s. in de proceskosten, aan de zijde van AOP tot op heden begroot op EUR 1.166,81,

5.4. veroordeelt [bewoner X] c.s. tevens in de nakosten, aan de zijde van AOP bepaald op € 131,00 voor nasalaris advocaat, te vermeerderen, voor het geval betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden en nodig is geweest, met € 68,00 voor nasalaris advocaat voor het doen uitbrengen van een exploot van betekening,

5.5. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. van der Meer en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.C.C. Kaal op 25 oktober 2011.?