Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BU4085

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
10-11-2011
Datum publicatie
11-11-2011
Zaaknummer
185441 - KG ZA 11-425
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Ten behoeve van de omlegging van de N 201 vordert de Provincie veroordeling van Chipshol om, vooruitlopend op de verwerving van een aantal percelen grond, die percelen aan de Provincie in gebruik te geven conform de voorwaarden die zijn vermeld in correspondentie van partijen van april/juli 2009. De Provincie legt aan haar vordering ten grondslag dat in die correspondentie een overeenkomst tot stand is gekomen waarbij Chipshol zich tot ingebruikgeving van de grond heeft verplicht. De voorzieningenrechter acht tegenover de gemotiveerde betwisting door Chipshol onvoldoende aannemelijk dat een overeenkomst tot stand is gekomen waaraan Chipshol thans gehouden kan worden. Ook acht de voorzieningerechter onvoldoende aannemelijk dat Chipshol onrechtmatig handelt. De vordering wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 185441 / KG ZA 11-425

Vonnis in kort geding van 10 november 2011

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon

PROVINCIE NOORD HOLLAND,

zetelend te Haarlem,

eiseres,

advocaat mr. H.J.M. Besselink te Den Haag,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CHIPSHOL IV BV,

gevestigd te Schiphol-Rijk,

gedaagde,

advocaat mr. drs. H.J.M. van Schie te Schiphol-Rijk.

Partijen zullen hierna de Provincie en Chipshol genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van de Provincie

- de pleitnota van Chipshol.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. De Provincie is belast met de uitvoering van het Masterplan N201 +. Dit plan voorziet in de verlegging van de provinciale weg N201 in de gemeenten Haarlemmermeer, Amstelveen, Aalsmeer, Uithoorn en de Ronde Venen om de bereikbaarheid en leefbaarheid in de regio te vergroten en de ontwikkeling van bedrijfsterreinen in de omgeving van de luchthaven Schiphol te faciliteren. Het Masterplan bestaat uit een aantal deelprojecten. Eén daarvan is de “Omlegging Schiphol-Rijk”, hierna aan te duiden als “het project”. Het project behelst de omlegging van de N201 over een lengte van 3,2 kilometer tussen twee andere deelprojecten die al in uitvoering zijn.

2.2. Om het project te kunnen realiseren dient de Provincie de eigendom te verwerven van de volgende perceelsgedeelten:

• een deel van 00.00.93 ha van het perceel kadastraal bekend gemeente Haarlemmermeer, sectie AK, nummer 2687 (totaal groot 00.27.00 ha);

• een deel van 00.04.17 ha van het perceel kadastraal bekend gemeente Haarlemmermeer, sectie AK, nummer 2685 (totaal groot 00.44.50 ha);

• een deel van 00.07.31 ha van het perceel kadastraal bekend gemeente Haarlemmermeer, sectie AK, nummer 2684 (totaal groot 00.63.80 ha);

• een deel van 02.16.38 ha van het perceel kadastraal bekend gemeente Haarlemmermeer, sectie AK, nummer 2682 (totaal groot 14.72.90 ha);

• een deel van 00.01.87 ha van het perceel kadastraal bekend gemeente Haarlemmermeer, sectie AK, nummer 2681 (totaal groot 00.02.00 ha),

hierna aan te duiden als “de perceelsgedeelten”.

2.3. Twee van de perceelsgedeelten zijn eigendom van Chipshol. De andere drie zijn eigendom van [A] (hierna: [A]). Bij overeenkomst van 22 december 1993 heeft [A] de economische eigendom van de drie perceelsgedeelten overgedragen aan Chipshol.

2.4. In verband met de realisering van het project is de Provincie met Chipshol in onderhandeling getreden over de verwerving van de perceelsgedeelten. Tijdens een bespreking op 10 maart 2009 heeft de Provincie Chipshol een voorstel gedaan dat schriftelijk is vastgelegd in een brief van 22 april 2009. Daarin heeft de Provincie Chipshol als volgt bericht.

(…)

In aansluiting op het gevoerde overleg tussen u en de heren [B] en [C] van de provincie Noord-Holland, zenden wij u deze brief. Doel van deze brief is onder andere om de tijdens het gevoerde overleg gemaakt afspraken, vast te leggen.

In het overleg is gesproken over de aanleg van de N 201 en in het bijzonder over de mogelijke aanleg van de ‘Boerenland variant’ (BLV). De provincie stelt als voorwaarde voor de aanleg van deze BLV, dat met de grondeigenaren overeenstemming is bereikt over het beschikbaar stellen van hun eigendom voor de aanleg van de BLV en de voorwaarden waaronder een (toekomstige) eigendomsoverdracht zal plaatsvinden. De provincie wenst de gronden die nodig zijn voor de aanleg van de BLV namelijk in eigendom te krijgen. Op dit

moment bestaan er verschillen van inzicht over de waarde van deze gronden. Geconcludeerd wordt dan ook dat het niet waarschijnlijk is dat op korte termijn overeenstemming wordt bereikt over de waarde van deze gronden. Aangezien zowel de provincie alsook Chipshol baat heeft bij een spoedige aanleg van de N 201 en er niet gewacht kan worden tot er hetzij minnelijk, hetzij via onteigening overeenstemming is bereikt over de waarde van de gronden, is aan u als grondeigenaar het volgende voorstel gedaan:

- De voor de aanleg van de BLV benodigde gronden worden per direct vrij ter beschikking gesteld aan de provincie Noord-Holland.

- Chipshol ontvangt voor elke vierkante meter die nodig is voor de aanleg van de BLV op haar eigendom, een (te zijner tijd te verrekenen) voorschot op de koopsom van vijfentwintig euro.

- In ruil voor dit voorschot van vijfentwintig euro per vierkante meter wordt er een hypotheek op de grond gevestigd ten gunste van de provincie Noord-Holland.

- Chipshol en de provincie Noord-Holland benoemen elk een deskundige welke gezamenlijk een derde deskundige benoemen.

- Deze commissie van drie deskundigen brengt aan Chipshol en de provincie Noord-Holland een niet bindend advies uit over de waarde van de voor de BLV benodigde gronden.

- Chipshol en de provincie Noord-Holland zullen trachten om, op basis van dit advies, overeenstemming te bereiken over de waarde van de voor de BLV benodigde gronden.

- Parallel aan deze minnelijke adviesprocedure zal de provincie Noord Holland, de administratieve onteigeningsprocedure starten.

- In het geval dat partijen op basis van het advies geen overeenstemming kunnen bereiken over de waarde van de percelen, zal de provincie Noord-Holland de gerechtelijke onteigeningsprocedure starten teneinde de rechtbank een uitspraak te laten doen over de waarde van de gronden. Voor partijen staat vervolgens de normale rechtsgang open.

- Op het moment dat de waarde van de benodigde gronden, hetzij op basis van het advies, hetzij op basis van een gerechtelijke uitspraak is komen vast te staan, zal er een verrekening plaats vinden met het reeds betaalde voorschot van vijfentwintig euro per vierkante meter. Het kan derhalve voorkomen dat er door de provincie dient te worden bij betaald, danwel

dat Chipshol een deel van het voorschot dient terug te betalen. Het te verrekenen deel zal per jaar worden vermeerderd met een rente die overeenkomt met het gemiddelde percentage over drie jaar van Staatsleningen met een looptijd van drie jaar. Er zal rente worden verrekend vanaf het moment dat het voorschot door de provincie is betaald.

In het gesprek heeft u aangegeven in te kunnen stemmen met dit voorstel. Graag zouden we van u een formele bevestiging ontvangen dat u met dit voorstel kunt instemmen.

Aansluitend zal concreet invulling moeten worden gegeven aan het voorstel. Hiertoe zullen we na ontvangst van de gevraagde bevestiging contact met u opnemen.

(…)

2.5. Bij brief van 2 juli 2009 heeft Chipshol de Provincie bericht dat zij akkoord ging met het voorstel met dien verstande dat zij ten aanzien van het tweede onderdeel van het voorstel het volgende commentaar had.

(…)

• Wij hebben aangegeven de voorkeur te hebben voor een grond voor grond transactie analoog aan de transactie die Chipshol gedaan heeft voor de Beechavenue. Wij gaan er vanuit dat indien zo’n mogelijkheid zich voordoet de provincie daaraan meewerkt.

• “… die nodig is …”Aangezien het tracé niet exact bekend is gaan we akkoord mits wij kunnen instemmen met omvang en ligging tracé.

(…)

2.6. Bij e-mailbericht van 3 juli 2009 heeft de Provincie Chipshol het volgende verzoek gedaan.

(…)

Aangezien wij proberen om op zeer korte termijn met het rijk overeenstemming te bereiken over de aanleg van de BLV en zij als voorwaarde hebben gesteld dat alle grondeigenaren meewerken met de aanleg van de BLV zouden wij erg geholpen zijn als uw brief ter bevestiging van de gemaakte afspraken iets genuanceerd kan worden. Hier onder doe ik daartoe een tekstvoorstel. Ik hoor graag of u bereid bent de brief in de gewijzigde vorm toe te sturen. (…)

2.7. Chipshol heeft daarop diezelfde dag onder meer als volgt gereageerd.

(…)

Jullie voorstel heeft uitsluitend betrekking op het N201 trace dat op onze grond zal worden aangelegd. Aangezien ligging en ruimtebeslag niet bij het voorstel zijn meegezonden moeten wij uiteraard op dat punt een voorbehoud maken. Wij gaan ervan uit dat e.e.a. uiteindelijk in lijn zal zijn met tekeningen die [D] ons heeft laten zien. (en we dus niet door een andere ligging en uitwerking opeens veel meer grond kwijtraken).

(…)

2.8. De Provincie heeft daarop bij e-mail van eveneens 3 juli 2009 als volgt geantwoord.

(…)

Wat betreft de passage exacte ligging van het tracé heb ik begrepen dat jullie hebben ingestemd met de tracékeuze, 2x2 met S-bocht. Jullie opmerking over de exacte ligging slaat er dus op dat jullie instemmen met de ligging van het tracé maar onder voorbehoud dat jullie goedkeuring geven op de verdere detaillering voor zover op jullie grond.

(…)

2.9. Op 6 juli 2009 heeft Chipshol de Provincie een brief toegezonden met de volgende inhoud.

(…)

Naar aanleiding van uw brief van 22 april j1. waarin het voorstel is vastgelegd dat namens de provincie in de bespreking van 10 maart jl. is gedaan met betrekking tot grondverwerving N201 deel ik u het volgende mede.

Chipshol kan akkoord gaan met het voorstel, met dien verstande dat wij het volgende

commentaar hebben op het tweede punt van het voorstel dat ik als volgt citeer:

“Chipshol ontvangt voor elke vierkante meter die nodig is voor de aanleg van de BLV op haar eigendom, een (te zijner tijd te verrekenen) voorschot op de koopsom van vijfentwintig euro.”

Commentaar:

• Wij hebben aangegeven de voorkeur te hebben voor een grond voor grond transactie analoog aan de transactie die Chipshol gedaan heeft voor de Beechavenue. Wij gaan er vanuit dat indien zo’n mogelijkheid zich voordoet de provincie daaraan meewerkt.

• “... die nodig is ...”: Chipshol gaat ervan uit dat het op het terrein van Chipshol gepresenteerde voorontwerp van 23 april van de heren [B] en [E] ook daadwerkelijk verder uitgewerkt wordt als definitief ontwerp. Chipshol kan qua ruimtebeslag en ligging op haar terrein instemmen met het gepresenteerde voorontwerp. Ook gaan wij ervan uit dat de detaillering van de aansluitingen, verkeersberekeningen en ruimtebeslag verder met ons afgestemd en geoptimaliseerd zal worden voordat besluitvorming hierover binnen de provincie en gemeente plaats vindt.

(…)

2.10. Nadien is overleg gevoerd over het tracé van de omlegging waarbij Chipshol na 1 oktober 2009 niet meer direct betrokken is geweest. Wel heeft Chipshol een aantal malen kenbaar gemaakt ernstige bezwaren te hebben tegen de door de Provincie beoogde Boerenlandvariant met S-bocht.

2.11. In oktober 2010 hebben de Provincie, de gemeente Haarlemmermeer, de luchthaven Schiphol en het ministerie een wijzigingsovereenkomst ondertekend waarin de S-variant werd vervangen door de zogenaamde gestrekte Boerenlandvariant.

2.12. Thans is ter plaatse van het project het bestemmingsplan “N201 omlegging Schiphol Rijk” onherroepelijk geworden dat voorziet in omlegging van de N201 in de gestrekte Boerenlandvariant.

2.13. Bij brief van 8 juni 2011 heeft de advocaat van de Provincie Chipshol verzocht te laten weten of zij alsnog bereid was de perceelsgedeelten aan de Provincie te verkopen en te leveren voor een bedrag van EUR 25,-- per m2. Mocht dat niet het geval zijn dan werd Chipshol onder verwijzing naar de correspondentie van april/juli 2009 verzocht te bevestigen dat zij de perceelsgedeelten per 1 januari 2012 aan de Provincie in gebruik zou geven tegen betaling van een voorschot van EUR 25,-- per m2 en overigens onder de in die correspondentie vermelde voorwaarden.

2.14. Chipshol heeft het aanbod van de Provincie om de grond te verkopen voor EUR 25,-- per m2 bij brieven van haar advocaat van 17 juni en 4 juli 2011 afgewezen en heeft niet bevestigd dat zij de perceelsgedeelten per 1 januari 2012 aan de Provincie in gebruik zou geven.

2.15. Bij brief van 28 juli 2011 heeft de Provincie Chipshol gesommeerd te bevestigen dat de perceelsgedeelten per 1 januari 2012 in gebruik zouden worden gegeven conform de gemaakte afspraken zoals opgenomen in de brief van de Provincie van 20 april 2009. Chipshol heeft op die brief niet gereageerd.

3. Het geschil

3.1. De Provincie vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Chipshol op straffe van verbeurte van een dwangsom zal veroordelen om na betekening van het te wijzen vonnis en met ingang van 1 januari 2012 de perceelsgedeelten kadastraal bekend:

• een deel van 00.00.93 ha van het perceel kadastraal bekend gemeente Haarlemmermeer, sectie AK, nummer 2687 (totaal groot 00.27.00 ha);

• een deel van 00.04.17 ha van het perceel kadastraal bekend gemeente Haarlemmermeer, sectie AK, nummer 2685 (totaal groot 00.44.50 ha);

• een deel van 00.07.31 ha van het perceel kadastraal bekend gemeente Haarlemmermeer, sectie AK, nummer 2684 (totaal groot 00.63.80 ha);

• een deel van 02.16.38 ha van het perceel kadastraal bekend gemeente Haarlemmermeer, sectie AK, nummer 2682 (totaal groot 14.72.90 ha);

• een deel van 00.01.87 ha van het perceel kadastraal bekend gemeente Haarlemmermeer, sectie AK, nummer 2681 (totaal groot 00.02.00 ha),

in gebruik te geven aan de Provincie en te dulden dat de perceelsgedeelten door de Provincie worden gebruikt voor de realisering van de N201 “Omlegging Schiphol Rijk” in overeenstemming met het vigerende bestemmingsplan “N201 omlegging Schiphol Rijk” en bij gereedkomen van de werkzaamheden als provinciale weg in gebruik worden genomen, met veroordeling van Chipshol in de kosten van het geding, de nakosten daaronder begrepen.

3.2. Chipshol voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De Provincie legt aan haar vordering primair ten grondslag dat tussen partijen een overeenkomst is tot stand gekomen waarbij Chipshol zich heeft verbonden de perceelsgedeelten aan haar ter beschikking te stellen. Ter toelichting stelt de Provincie dat zij tijdens de onder 2.4 genoemde bespreking op 10 maart 2009 Chipshol een voorstel heeft gedaan waarmee Chipshol akkoord is gegaan. Het voorstel is op schrift gesteld in de brief van 22 april 2009. Bij brief van 6 juli 2009 heeft Chipshol volgens de Provincie schriftelijk bevestigd met het voorstel in te stemmen.

4.2. Chipshol heeft gemotiveerd betwist dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen. Volgens Chipshol is de correspondentie van april/juli 2009 slechts te beschouwen als een aanzet om tot een overeenkomst aangaande de verwerving van de grond te komen, maar hebben partijen daarover nimmer overeenstemming bereikt. Chipshol voert aan dat de Provincie op 1 oktober 2009, naar aanleiding van bezwaren van Chipshol tegen de destijds door de Provincie beoogde S-variant, te kennen heeft gegeven dat zij niet bereid was het ontwerp aan te passen. Nadien heeft de Provincie, aldus Chipshol, slechts overleg gevoerd met haar contractspartijen zonder dat Chipshol daarbij betrokken werd.

4.3. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Mede gelet op de grote belangen die aan weerszijden met het project gemoeid zijn, is het opmerkelijk dat de Provincie de - in haar visie - bereikte overeenstemming niet heeft uitgewerkt in een gedetailleerde overeenkomst zoals in een vergelijkbare situatie met betrekking tot het zogenaamde Groenenbergterrein wel was gebeurd. De Provincie heeft daarover gesteld dat er geen noodzaak was om hetgeen partijen hadden besproken in een overeenkomst vast te leggen omdat, naar de Provincie stelt, de sfeer tussen partijen goed was en zij er daarom op vertrouwde dat Chipshol hetgeen in de correspondentie van april/juli 2009 was vastgelegd zou nakomen. Dat argument gaat echter niet op. Partijen zijn het erover eens dat na 1 oktober 2009, toen de Provincie, zoals Chipshol aanvoert, van de onderhandelingstafel is weggelopen, de sfeer niet meer zo goed was. Juist omdat de verstandhouding tussen partijen was verslechterd, had het voor de hand gelegen dat de Provincie hetgeen in april/juli 2009 was besproken en waarover, naar zij stelt, overeenstemming was bereikt, alsnog had vastgelegd in een tot in detail uitgewerkte overeenkomst. Dit had temeer voor de hand gelegen nu medio 2009 nog geen zicht was op de termijn waarop de ingebruikname daadwerkelijk zou plaatsvinden. In ieder geval had van de Provincie mogen worden verwacht dat zij Chipshol - (kort) nadat de S-variant in oktober 2009 werd verlaten en de keuze werd gemaakt voor de gestrekte variant - erop had gewezen dat, in haar visie, tussen partijen een overeenkomst bestond waaraan zij Chipshol zou houden. Ook daarvan is niet gebleken. Eerst bij brief van 8 juli 2011 (zie hiervoor onder in 2.13) heeft de Provincie Chipshol verzocht te bevestigen dat zij zich gebonden acht aan de in de correspondentie van april/juli 2009 neergelegde afspraken.

4.4. Chipshol stelt in haar brief van 6 juli 2009 ervan uit te gaan dat het voorontwerp van 23 april 2009 ook daadwerkelijk verder zou worden uitgewerkt als definitief ontwerp. Dat is echter niet gebeurd. Het voorontwerp behelsde de Boerendlandvariant met S-bocht met op- en afritten bij Beech Avenue, maar uiteindelijk is gekozen voor de gestrekte Boerenlandvariant zonder afritten bij Beech Avenue. Ook stelt Chipshol in haar brief van 6 juli 2009 dat zij ervan uitgaat dat de detaillering van de aansluitingen, verkeersberekeningen en ruimtebeslag verder met haar afgestemd en geoptimaliseerd zal worden voordat besluitvorming plaats vindt. Uit de onder 2.8 aangehaalde e-mail van de Provincie aan Chipshol blijkt dat het de Provincie bekend was dat de detaillering voor Chipshol essentieel was. Desondanks heeft die afstemming niet plaatsgevonden.

4.5. Al het voorgaande in aanmerking genomen is naar het oordeel van de voorzieningenrechter tegenover de gemotiveerde betwisting door Chipshol in dit geding onvoldoende komen vast te staan dat met de brief van Chipshol van 6 juli 2009 tussen partijen een overeenkomst is tot stand gekomen uit hoofde waarvan Chipshol thans gehouden is de perceelsgedeelten aan de Provincie in gebruik te geven. Dit betekent dat de vordering op de grondslag van wanprestatie niet kan slagen.

4.6. De Provincie heeft haar vordering subsidiair gebaseerd op onrechtmatig handelen van de zijde van Chipshol. Ter toelichting voert de Provincie aan dat Chipshol tijdens de bespreking op 10 maart 2009 en in haar brief van 6 juli 2009 heeft toegezegd dat zij, vooruitlopend op de definitieve overdracht, de perceelsgedeelten aan de Provincie in gebruik zou geven.

4.7. Uit de overgelegde producties kan worden geconcludeerd dat Chipshol in april/juli 2009 een welwillende houding heeft aangenomen ten aanzien van de wens van de Provincie om al voorafgaand aan de definitieve verwerving ervan over de perceelsgedeelten te kunnen beschikken. Die welwillendheid is verdwenen doordat de verhoudingen tussen partijen na 1 oktober 2009 verstoord zijn geraakt. Bij de verdere besluitvorming omtrent het tracé van de omlegging is Chipshol niet betrokken geweest. Die besluitvorming heeft geresulteerd in een ander tracé dan de Provincie in juli 2009 nog voor ogen stond, de gestrekte Boerenlandvariant in plaats van de S-variant. De Provincie stelt weliswaar dat de thans geplande gestrekte Boerenlandvariant aan alle wensen en eisen van Chipshol beantwoordt, maar Chipshol betwist gemotiveerd dat zij met deze variant heeft ingestemd. Indien al zou kunnen worden aangenomen dat Chipshol in maart/juli 2009 een toezegging heeft gedaan als door de Provincie wordt gesteld, dan geldt dat uit de overgelegde producties blijkt dat Chipshol die toezegging nadien nooit heeft herhaald en daarvan afstand heeft genomen. In het vervolgtraject na oktober 2009 heeft de Provincie nimmer meer aan de vermeende toezegging gerefereerd.

4.8. Bij die stand van zaken moet worden geconcludeerd dat onvoldoende zeker is dat Chipshol een toezegging tot ingebruikgeving van de perceelsgedeelten heeft gedaan waaraan zij thans nog gehouden kan worden. Dit brengt met zich dat thans niet kan worden aangenomen dat Chipshol onrechtmatig handelt jegens de Provincie doordat zij niet bereid is de perceelsgedeelten aan haar ter beschikking te stellen.

4.9. Al het voorgaande leidt ertoe dat de gevraagde voorziening zal worden geweigerd. De Provincie zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Chipshol worden begroot op:

- griffierecht € 560,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.376,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. weigert de gevraagde voorziening,

5.2. veroordeelt de Provincie in de proceskosten, aan de zijde van Chipshol tot op heden begroot op € 1.376,00,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Jochem en in het openbaar uitgesproken op

10 november 2011.?