Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BU4079

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
10-11-2011
Datum publicatie
11-11-2011
Zaaknummer
15/973004-09
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2013:2751, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Onderzoek Faasse; promis; invoer en uitvoer van grote hoeveelheden verdovende middelen (hasj); verjaring; partiële niet-ontvankelijkheid; redelijke termijn.

De meervoudige strafkamer van de rechtbank Haarlem heeft tien verdachten in de megazaak Faasse veroordeeld voor de betrokkenheid bij in- en uitvoer van grote hoeveelheden softdrugs (hasj) in de periode 2000-2004. Twee verdachten zijn integraal vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten.

De opgelegde straffen variëren van werkstraffen in combinatie met geldboetes, tot 30 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

De bewezen verklaarde hasjtransporten waren wisselend afkomstig uit Marokko, Spanje, Portugal en/of Frankrijk. Met behulp van vrachtwagens die speciaal waren geprepareerd (o.a. dubbele wanden in de aanhanger) werd de hasj naar Nederland vervoerd. Om de drugssmokkel te faciliteren is in een aantal gevallen gebruik gemaakt van een voor dat doel in Duitsland opgezette rechtspersoon. Vanuit Nederland zijn ook drugs naar Engeland gesmokkeld. De hoeveelheden hasj die per transport zijn vervoerd lopen uiteen van een paar honderd kilo tot meerdere tonnen.

Van de veroordeelde verdachten zijn er twee betrokken geweest bij het ‘rippen’ van hasj. In één geval werd in dat verband gebruik gemaakt van een nagebouwde politiewagen. De bestolen vrachtwagenchauffeur werd op geraffineerde wijze misleid door middel van een gefingeerde politiecontrole. Vervolgens is de vrachtwagen met hasj van de chauffeur overgenomen, mede onder dreiging met een vuurwapen.

Het verschil in strafoplegging tussen de verschillende verdachten is bepaald door het aantal transporten waarbij een verdachte betrokken is geweest en de rol van de betreffende verdachte. Zo hebben bepaalde verdachten alleen ondersteunende activiteiten verricht, terwijl andere verdachten een organiserende rol hebben gehad. Bij de strafoplegging is rekening gehouden met het tijdsverloop sinds het begaan van de feiten en de berechting. Deels waren de feiten verjaard en kon de rechtbank daarover geen oordeel meer geven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/973004-09 (Onderzoek Faasse)

Uitspraakdatum: 10 november 2011

Tegenspraak, na aanhouding verschenen

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 25 augustus 2010, 17 januari 2011, 18 januari 2011, 20 januari 2011, 24 mei 2011, 24 juni 2011, 14 oktober 2011 en 27 oktober 2011 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

Feit 1 primair (zaaksdossier B01):

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2000 tot en met 6 mei 2000 te Noordwijk en/of Katwijk aan Zee en/of Bussum, althans in Nederland, en/of te Lissabon en/of Vendas Novas, althans in Portugal, en/of elders in Europa en/of te Tanger en/of Rabat, althans in Marokko, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland te brengen, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, een hoeveelheid van ongeveer 3.155 kilogram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als vermeld op de bij die wet behorende lijst II, met dat opzet tezamen en in vereniging met een ander,

- eerdergenoemde hoeveelheid hasj verkocht en/of ter beschikking gesteld en/of

- een leverancier en/of een afnemer voor eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj heeft geregeld - een vrachtauto en/of een (shovel)bak en/of een graafmachine bestemd voor het vervoeren en/of verbergen van eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj en/of een chauffeur ter beschikking heeft gesteld en/of heeft benaderd en/of

- een contactpersoon in Portugal heeft aangesteld en/of

- een locatie bestemd voor het laden en/of afleveren van eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj ter beschikking heeft gesteld en/of

- (een) perso(o)n(en) met eerdergenoemde vrachtauto naar Portugal heeft laten rijden en/of die vrachtauto aldaar met eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj, althans met een graafmachine waarin deze hoeveelheid hasjiesj was verstopt, heeft laten beladen en/of die vrachtauto vanuit Portugal in de richting van Nederland heeft laten rijden en/of

- (telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) heeft gehad en/of (een) bespreking(en) heeft gevoerd en/of afspra(a)k(en) heeft gemaakt met een of meer leverancier(s), transporteur(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten, medeverdachten en/of ander(en) met betrekking tot eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj en/of

- tot vorenomschreven feiten opdracht heeft gegeven;

Feit 1 subsidiair (zaaksdossier B01):

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2000 tot en met 6 mei 2000 te Noordwijk en/of Katwijk aan Zee en/of Bussum, althans in Nederland, en/of te Lissabon en/of Vendas Novas, althans in Portugal, en/of elders in Europa en/of te Tanger en/of Rabat, althans in Marokko, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 3.155 kilogram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als vermeld op de bij die wet behorende lijst II.

Feit 2 (zaaksdossier B02):

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2000 tot en met 17 januari 2001 te Nijmegen en/of Bergen en/of Assendelft, althans in Nederland, en/of te Antwerpen, althans in België, en/of te Torreblanca, althans in Spanje, en/of elders in Europa tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, en/of heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 1.100 kilogram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als vermeld op de bij die wet behorende lijst II.

Feit 3 (zaaksdossier B03):

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 februari 2001 tot en met 31 augustus 2001, althans in 2001, te Swifterband en/of Wanssum en/of Molenhoek, althans in Nederland, en/of te Torreblanca en/of Malaga, althans in Spanje, en/of te Oslo, althans in Noorwegen, en/of elders in Europa (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk

- binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, en/of heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 200 kilogram hasjiesj en/of

- buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet, en/of heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 200 kilogram hasjiesj,

in elk geval (telkens) een hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als vermeld op de bij die wet behorende lijst II.

Feit 4 (zaaksdossier B04):

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2001 tot en met 30 september 2001 te Wanssum en/of Aalst en/of Venlo, althans in Nederland, en/of te Madrid, althans in Spanje, en/of elders in Europa tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet en/of heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of

vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 1.900 kilogram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als vermeld op de bij die wet behorende lijst II;

en/of

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2001 tot en met 30 september 2001 te Wanssum, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid van ongeveer 1.900 kilogram hasj, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een persoon genaamd [medeverdachte 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s).

Feit 5 (zaaksdossier B06):

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2002 tot en met 31 maart 2002 te Roosendaal en/of Borkel en Schaft en/of Eindhoven en/of Venlo en/of Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 1.000 kilogram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als vermeld op de bij die wet behorende lijst II;

en/of

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2002 tot en met 31 maart 2002 te Roosendaal en/of Borkel en Schaft en/of Eindhoven en/of Venlo, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een vrachtwagen met daarin een hoeveelheid van ongeveer 1.000 kilogram hasjiesj, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [medeverdachte 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en/of waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, immers heeft hij verdachte met een of meer van zijn mededader(s) de/een wand(en) van die vrachtwagen verwijderd en/of opengebroken.

Feit 6 (zaaksdossier B07):

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2002 tot en met 31 oktober 2002 te Sassenheim en/of Amsterdam en/of Leiden en/of Wassenaar en/of Weert en/of Vianen, althans in Nederland, en/of in Spanje en/of elders in Europa en/of te Casablanca en/of Rabat en/of Tanger, althans in Marokko, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, en/of heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 1.500 kilogram hasjiesj (in totaal een hoeveelheid van ongeveer 3.000 kilogram hasjiesj), in elk geval (telkens) een hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als vermeld op de bij die wet behorende lijst II.

Feit 7 (zaaksdossier B08):

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2003 tot en met 31 januari 2003 te Sassenheim en/of Noordwijk en/of Amsterdam en/of Bussum, althans in Nederland, en/of te Villajoyosa en/of Alicante en/of Denia en/of Marbella, althans in Spanje, en/of elders in Europa en/of te Casablanca en/of Rabat en/of Tanger, althans in Marokko tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, en/of heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 3.700 kilogram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als vermeld op de bij die wet behorende lijst II;

en/of

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2003 tot en met 31 januari 2003 te Sassenheim en/of Noordwijk en/of Amsterdam en/of Breda en/of Bussum, althans in Nederland, en/of elders in Europa en/of te Larache en/of Casablanca en/of Rabat en/of Tanger, althans in Marokko, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland te brengen, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, een hoeveelheid van ongeveer 3.700 kilogram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als vermeld op de bij die wet behorende lijst II, met dat opzet tezamen en in vereniging met een ander,

- een leverancier en/of een afnemer voor eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj heeft geregeld

- (een) perso(o)n(en) met een vrachtauto met dubbele wanden naar Marokko heeft laten rijden, in welke vrachtauto de hasjiesj zouden worden geladen en/of

- een locatie bestemd voor het laden en/of overladen en/of afleveren van eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj ter beschikking heeft gesteld en/of

- (telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) heeft gehad en/of (een) bespreking(en) heeft gevoerd en/of afspra(a)k(en) heeft gemaakt met een of meer leverancier(s), transporteur(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten, medeverdachten en/of ander(en) met betrekking tot eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj en/of

- tot vorenomschreven feiten opdracht heeft gegeven.

Feit 8 (zaaksdossier B09):

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2003 tot en met 5 oktober 2003 te Borkel en Schaft en/of Bussum, althans in Nederland, en/of Malaga, althans in Spanje en/of in Duitsland en/of elders in Europa en/of te Casablanca en/of Rabat en/of Tanger, althans in Marokko en/of te Taragona, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, en/of heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 3.500 kilogram hasjiesj (in totaal een hoeveelheid van ongeveer 7.000 kilogram hasjiesj) in elk geval (telkens) een hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Feit 9 (zaaksdossier B10):

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 mei 2003 tot en met 31 mei 2003 te Weert en/of Borkel en Schaft en/of Eindhoven en/of Venlo, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 1.800 kilogram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

en/of

hij op of omstreeks 23 mei 2003 te Weert, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid van (ongeveer) 1.800 kilogram hasjiesj, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [getuige 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn/haar mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [getuige 3] heeft/hebben vastgepakt en/of heeft/hebben geduwd en/of tegen de grond heeft/hebben gehouden.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is en dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak.

De raadsman van verdachte heeft de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie betoogd op grond van - kort en zakelijk samengevat - het volgende. Verdachte is reeds in rechte betrokken voor wat betreft diens vermeende betrokkenheid bij hasjtransporten waarover de gebroeders [getuige 1 & 2] eerder verklaringen hebben afgelegd. In het kader van het onderzoek Acroniem is verdachte namelijk daarover al gehoord. Verdachte heeft vervolgens voor die betreffende feiten een kennisgeving van niet verdere vervolging ontvangen. Ingevolge artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht kan verdachte niet opnieuw worden vervolgd voor dezelfde feiten. Daarnaast stelt de raadsman dat door het openbaar ministerie geen enkel inzicht is gegeven in de toezeggingen die aan getuige [getuige 4] zijn gedaan. Hierdoor is geen controle mogelijk van die toezeggingen, terwijl essentiële strafvorderlijke onderdelen in het geding zijn.

Naar aanleiding hiervan overweegt de rechtbank als volgt.

Uit het strafdossier is niet gebleken dat jegens verdachte [verdachte] in het kader van het onderzoek Acroniem sprake is geweest van enige tegen hem gerichte onderzoeks- dan wel vervolgingshandeling betreffende vermeende strafbare feiten betrokken in het onderzoek Faasse.

Daarnaast stelt de rechtbank vast dat ten aanzien van getuige [getuige 4] niet gebleken is van enige aan hem door het openbaar ministerie dan wel enige andere Nederlandse autoriteit gedane toezeggingen als gevolg waarvan hij als tegenprestatie verklaringen heeft afgelegd in het onderzoek Faasse.

Uit het voorgaande vloeit voort dat de rechtbank alle verweren van de raadsman strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie verwerpt.

Partiële niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

De rechtbank stelt vast dat de onder 1 subsidiair, 2 tot en met 9 ten laste gelegde feiten thans zijn verjaard, voor zover deze betrekking hebben op het verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en aanwezig hebben (van hasj).

De ten laste gelegde periodes van het verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en aanwezig hebben (van hasj) betreffen periodes gelegen tussen 1 april 2000 tot en met 5 oktober 2003. Destijds was de maximum straf volgens art. 3, eerste lid onder B en C Opiumwet juncto artikel 11 Opiumwet, twee jaren. De verjaringstermijn was daarmee ingevolge art. 70 Sr, zes jaren.

Deze verjaringstermijn gold, gerelateerd aan de verdenkingen in deze zaak, tot 1 juli 2006. Op 1 juli 2006 (Stb. 292 d.d. 1 juni 2006) is namelijk een nieuw vijfde lid toegevoegd aan artikel 11 Opiumwet inhoudende, dat als sprake is van verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en aanwezig hebben van grote hoeveelheden hasj (meer dan 500 gram) er een strafmaat geld van maximaal zes jaren gevangenisstraf. De verjaringstermijn werd volgens art. 70 Sr daarmee 12 jaren.

In casu geldt als daad van vervolging, met als gevolg stuiting van de verjaring (artikel 72 Sr), het eerste verhoor van verdachte van 24 februari 2010.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren voor wat betreft voornoemde onderdelen van de tenlastelegging.

De rechtbank stelt vast dat het openbaar ministerie voor het overige ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft - zakelijk weergegeven - gerekwireerd tot:

* vrijspraak van de onder 1 primair en subsidiair en 5 ten laste gelegde feiten;

* bewezenverklaring van de onder 2 tot en met 4 en 6 tot en met 9 ten laste gelegde feiten;

* de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van vier (4) jaren.

4. Bewijs

4.1. Vrijspraken

De rechtbank is van oordeel dat de aan verdachte onder 1, 2, 3, en 5 ten laste gelegde feiten niet bewezen zijn. Aangaande het onder 1 verweten feit overweegt de rechtbank dat [getuige 1 & 2] uit eigen wetenschap hebben verklaard over de rol van verdachte. Daarbij vinden deze 'de auditu' verklaringen van de gebroeders [getuige 1 & 2] onvoldoende bevestiging in objectieve gegevens of andere (getuigen)verklaringen. Ten aanzien van hetgeen onder 2, 3, en 5 aan verdachte is ten laste gelegd, is de rechtbank van oordeel dat op basis van het strafdossier en het onderzoek ter terechtzitting onvoldoende concreet is gebleken van betrokkenheid van verdachte bij de desbetreffende hasjtransporten. Derhalve acht de rechtbank hetgeen verdachte onder 1, 2, 3, en 5 ten laste is gelegd niet bewezen en zal verdachte van deze feiten worden vrijgesproken.

4.2. De verklaringen van de gebroeders [getuige 1 & 2]1

Ter terechtzitting zijn door de verdediging kritische kanttekeningen geplaatst bij de betrouwbaarheid van de verklaringen van de gebroeders [getuige 1 & 2]. De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende. Beide broers zijn separaat gehoord door de Duitse politie en hebben onafhankelijk van elkaar verklaard. Hierbij is niet gebleken dat deze verklaringen ingegeven zouden zijn door het motief bepaalde personen op onjuiste wijze strafrechtelijk te belasten. Daarnaast hebben [getuige 1 & 2] ter terechtzitting onder ede bevestigd dat hun eerder afgelegde verklaringen juist waren. Voorts blijkt uit de onder 4.3. opgenomen bewijsmiddelen in bijzonder het volgende in relatie tot zaaksdossier B04. Zowel [getuige 1 & 2] verklaren (uit eigen waarneming) dat [voornaam medeverdachte 7] - de rechtbank begrijpt [medeverdachte 7] - contact had met een persoon genaamd [voornaam medeverdachte 1]. Laatstgenoemde vertelde over een hasjtransport naar Nederland. De gebroeders [getuige 1 & 2] verklaren dat zij dit transport met [verdachte] van [voornaam medeverdachte 1] hadden gestolen. De hasj is vervolgens gestald in een van [getuige 5] gehuurde woning en later is de hasj naar [getuige 6] gebracht. Deze verklaringen van de gebroeders [getuige 1 & 2] worden op essentiële onderdelen ondersteund. Zo heeft [getuige 5] verklaard verpakkingsmateriaal van hasj aangetroffen te hebben in zijn woning. Tevens was hij in verband met de verhuur van de woning bekend met [verdachte] en [getuige 2]. Daarnaast volgt uit een observatie in het onderzoek 65Tango dat [getuige 6] en verdachte [verdachte] elkaar inderdaad kenden.2 Tenslotte blijkt uit de verklaring van [medeverdachte 7] dat hij de familie [familienaam medeverdachte 1 & 2] en [voornaam medeverdachte 1] kent.3

Ten aanzien van de zaaksdossiers B07 en B08 geldt dat de verklaringen van [getuige 1 & 2] op essentiële onderdelen bevestiging vinden in hetgeen getuigen [getuige 7], [getuige 8], [getuige 12] en [medeverdachte 8] hebben verklaard. Tevens bevestigt in zaaksdossier B08 getuige [getuige 11] de feitelijke gang van zaken, zoals de gebroeders [getuige 1 & 2] hebben verklaard.

Aangaande zaaksdossier B09 geldt het volgende. De gebroeders [getuige 1 & 2] hebben met betrekking tot dit hasjtransport verklaard dat zij door [getuige 10] waren benaderd om via het bedrijf "[Duitse GmbH]" te Wiesbaden (Duitsland) hasjtransporten uit te voeren hetgeen ook zo geschiedde. [getuige 10] heeft ten overstaan van de rechter-commissaris als getuige verklaard dat hij bij de '[Duitse GmbH] transporten' betrokken was en dat hij deze samen met [getuige 1] en [getuige 2] heeft verricht.4 Voorts verklaarde [getuige 7] met betrekking tot de 'Marokko transporten' dat hij drie Marokkaanse broers kent welke de opdrachtgevers waren van deze hasjtransporten. Alle drie de broers, waarvan er één [voornaam medeverdachte 10] heet, spreken perfect Nederlands en hebben de Nederlandse nationaliteit. Voorts wonen twee van de drie broers in Marokko en één in Nederland.5 Het voornoemde wordt bevestigd door de gebroeders [getuige 1 & 2], die [voornaam medeverdachte 10] en diens broer [voornaam medeverdachte 11] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 10 & 11]) aanwijzen als de opdrachtgevers van de hasjtransporten. Daarnaast worden de verklaringen van de gebroeders [getuige 1 & 2] op essentiële onderdelen ondersteund door verklaringen van [getuige 7] en [getuige 8].

Voorts geldt ten aanzien van zaaksdossier B10 dat de verklaringen van de gebroeders [getuige 1 & 2] omtrent de diefstal van het lollie-transport worden bevestigd door de aangifte van de chauffeur [getuige 3], alsmede door het aantreffen van de vrachtwagen door de politie. Daarbij reageerde een speurhond positief op de geur van verdovende middelen.6

4.3. Redengevende feiten en omstandigheden

Ten aanzien van feit 4 (zaaksdossier B04):

[getuige 2] heeft het volgende verklaard over een transport in de zomer van 2001. [voornaam medeverdachte 7] had indertijd contact met een persoon genaamd [voornaam medeverdachte 1]. Deze vertelde dat een hasjtransport van Madrid naar Nederland onderweg was en hij zocht een bedrijf in Nederland waar de hasj gelost kon worden, alsmede waar de deklading gedumpt kon worden. In een loods in Wanssum hebben de chauffeur van het transport, [getuige 1], [voornaam medeverdachte 7], [betrokkene 1] en zijn "assistent", alsmede [getuige 2], de hasj gelost. Op de vrachtwagen zat echter niet - zoals [voornaam medeverdachte 1] had aangekondigd - 2,3 ton maar slechts 1,9 ton hasj. Omdat ze hierover problemen met [voornaam medeverdachte 2] en [voornaam medeverdachte 1] verwachten kreeg [verdachte] het idee om de 1,9 ton hasj te stelen. [getuige 2] en [getuige 1] stemden met het voorstel in. Nadat [verdachte], [getuige 4] en [getuige 1] de hasj uit de loods hadden gehaald brachten ze het 's nachts naar Waalre/Eindhoven naar een kennis van [verdachte] genaamd [getuige 5]. Daar werd de 1,9 ton hasj opgeslagen.7

[getuige 1] heeft eveneens verklaard dat in de zomer van 2001 hij, zijn broer [getuige 2] en [verdachte] uit een magazijn in Wanssum een lading van 1,9 ton hasj stalen.8 Deze partij hasj was onder meer van [voornaam medeverdachte 1].9 [getuige 4] transporteerde de aanhangwagen naar hun kennis [getuige 5] naar Aalst bij Eindhoven. Van daaruit werd het in meerdere delen naar [getuige 6] in Venlo gebracht. [getuige 1] verklaarde voorts dat hij en [getuige 2] de 1,9 ton aan [verdachte] en [getuige 6] verkochten voor één miljoen gulden. Het idee de hasj aan [getuige 6] te verkopen kwam van [verdachte]. [getuige 6] nam telkens contact met [verdachte] op en [verdachte] informeerde [getuige 1].10

[getuige 5] is in april 2010 gehoord en hij heeft verklaard dat ongeveer acht jaar geleden een man genaamd [getuige 1] bij hem langs kwam. [getuige 1] had een broer genaamd [getuige 2]. Hij kwam ook wel eens samen met [verdachte]. [getuige 1] huurde een woning van het bedrijf van [getuige 5] in Waalre. [getuige 1] had de woning enige maanden gehuurd. Nadat hij vertrokken was lag er bruin verpakkingsmateriaal in de woning. [getuige 5] en zijn vrouw kwamen tot de conclusie dat er hasj in de woning zou moeten zijn opgeslagen. [getuige 1] gaf min of meer toe dat het van hasj afkomstig was en ruimde het verpakkingsmateriaal op.11

4.2.1. Ten aanzien van feit 6 (zaaksdossier B07):

Volgens [getuige 2] vond in oktober 2002 het eerste transport plaats vanuit Marokko. Via Eddie waren [getuige 1 & 2] in contact gekomen met een groep Marokkanen uit Breda. Voor deze Marokkanen werkten [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5], die de contactpersonen waren van de gebroeders [getuige 1 & 2]. Van [medeverdachte 5 & 6] kwam de opdracht voor een transport van circa 1,5 ton hasj van Marokko naar Nederland. [getuige 7] kreeg van [medeverdachte 5 & 6] een contactnummer in Marokko. [getuige 7] is met één van zijn vrachtwagens en twee wisselbruggen naar Marokko gereden die met dubbele wanden waren uitgerust. Nadat [getuige 7] drie of vier keer met een lege bergruimte uit Marokko teruggereden was, heeft hij vervolgens geladen. De twee delen van de lading van elk 1,5 ton hasj werden op twee verschillende plaatsen in Marokko geladen. Het laden voor [medeverdachte 5 & 6] gebeurde bij Tanger. Daarna nam [getuige 7] er in Marokko nog een lading textiel bij. Vervolgens kwam [getuige 12] met de vrachtwagen in Nederland aan. [getuige 7] was met een vrachtwagen voor het transport uitgereden. In Weert hebben [verdachte] en [getuige 2] elkaar bij een Truck-Stop ontmoet. [getuige 7] heeft [getuige 2] later zelf verteld dat [getuige 12] ook bij het lossen aanwezig was. Beide partijen hasj werden bij [medeverdachte 8] gelost, die in Noordwijk de firma [bedrijf medeverdachte 8] heeft. Bij het uitladen brak [getuige 7] zijn hand. [getuige 2] kreeg 300.000 euro van [medeverdachte 5 & 6].12

Desgevraagd verklaarde [getuige 1] dat het wel klopte, wanneer [getuige 2] zei dat het transport in oktober 2002 was. Zij hadden een transportopdracht van [medeverdachte 5 & 6]. [medeverdachte 5 & 6] hadden alleen maar hasj voor de halve vrachtwagen. Tijdens dit transport werd een wisselbrug met de hasj van [medeverdachte 5 & 6] en een andere wisselbrug beladen. Het ging bij ieder om een gewicht tussen 1,5 en 1,7 ton hasj. [getuige 7] was voor de uitvoering van het transport verantwoordelijk. [getuige 2] gaf altijd aan [getuige 7] de instructies. Het transport ging naar [bijnaam medeverdachte 8] ([medeverdachte 8]) naar Sassenheim, naar de oude hal van het bedrijf [bedrijf medeverdachte 8]. Met betrekking tot [medeverdachte 8] verklaarde [getuige 1] dat hij in Noordwijk woonde en daar ook zijn [bedrijf medeverdachte 8] had. Tijdens het uitladen van het transport waren [bijnaam medeverdachte 8], een medewerker van hem, [getuige 12] en [getuige 7] aanwezig. [getuige 7] brak hierbij zijn arm en werd door de politie naar het ziekenhuis gebracht.13

[getuige 8] verklaarde dat in de maand oktober 2002 [getuige 12] vertelde dat hij op eigen rekening hasjtransporten uitvoerde. [getuige 12] reed met een rode vrachtauto, merk Mercedes Actros. [getuige 8] reed met de bus en de veerboot naar Tanger. [getuige 12] gaf [getuige 7] daar de vrachtauto, die leeg was. Volgens [getuige 12] zou circa 600 kilogram hasj achter de dubbele muren verstopt geweest zijn. In Spanje (Algeciras) stapte [getuige 12] weer in de vrachtauto en samen reden zij naar Villajoyosa. [getuige 8] stapte daar uit en [getuige 12] reed alleen verder naar Nederland.14 Uit in- en uitreisgegeven van de Marokkaanse autoriteiten volgt dat [getuige 8] op 1 oktober 2002 Marokko via Tanger is in- en uitgereisd.15

[getuige 7] heeft verklaard [medeverdachte 8] voor het eerst ontmoet te hebben in de maand oktober 2002 in Leiden/ Sassenheim bij het benzinestation BP aan de A44. [getuige 7] reed naar Sassenheim in opdracht van [getuige 2], die hem de opdracht had gegeven om bij het bedrijf [bedrijf medeverdachte 8] 2 - 3 ton hasj van een hasjtransport uit te laden. In verband met deze opdracht zou [getuige 7] bij het BP benzinestation in Leiden een persoon genoemd [medeverdachte 8] ontmoeten die hem dan naar de oude opslaghal van [bedrijf medeverdachte 8] zou brengen. [medeverdachte 8] ging met zijn bestelauto voor de vrachtwagen met de hasj rijden en reed vervolgens circa 10 minuten naar de opslaghal waar [getuige 7] de vrachtwagen met de hasj samen met [getuige 12] en een medewerker van [medeverdachte 8] ging uitladen. Tijdens deze werkzaamheden viel [getuige 7] van de vrachtwagen en brak zijn linker pols.16

[getuige 12] verklaarde dat hij in oktober 2002 in opdracht van [getuige 7], met een vrachtwagen naar Marokko is gegaan, om een lading hasj te halen. In Nederland is hij met [getuige 7] naar een losplaats in de omgeving van Wassenaar gereden. Bij het lossen heeft [getuige 7] zijn arm gebroken.17 Uit in- en uitreisgegeven van de Marokkaanse autoriteiten blijkt dat [getuige 12] op 26 september 2002 Marokko bij Tanger is in gereisd en op 1 oktober 2002 vanuit Tanger is uitgereisd.18

[medeverdachte 8] verklaart ten slotte dat hij [getuige 7] kent en dat deze bij zijn bedrijf in Sassenheim langskwam. Toen [getuige 7] bij [medeverdachte 8] ging lossen was hij uit zijn auto gevallen en had hij zijn hand gebroken.19

4.2.2. Ten aanzien van feit 7 (zaaksdossier B08):

Bij het transport in januari 2003 was volgens [getuige 2] sprake van twee opdrachten. De ene opdracht was afkomstig van een Marokkaan genaamd [voornaam medeverdachte 11]. Die opdracht werd via [verdachte] en [getuige 6] uit Venlo aan [getuige 2] en zijn broer doorgegeven. Het ging zoals altijd om dezelfde hoeveelheid circa 3,5 tot 4 ton hasj. Beide groepen gaven de opdrachten onafhankelijk van elkaar aan [getuige 2] en [getuige 1], die bij de afwikkeling van beide transporten betrokken waren. [getuige 7] stuurde twee vrachtwagens naar Marokko. Voor de twee aanhangers had hij in totaal vier wisselbruggen gebruikt. [getuige 2] en [getuige 1] voorzagen de wisselbruggen van geheime bergplaatsen. Met één van beide vrachtwagens zijn [getuige 12] en [getuige 7] samen naar de omgeving van Rabat gereden. Daar heeft [voornaam medeverdachte 10], de broer van [voornaam medeverdachte 11], een boerderij. Daar is door [getuige 7], [getuige 12] en een aantal Marokkanen 3,7 ton hasj in de twee wisselbruggen gestopt. Voor de voorbereiding van dit laden heeft [voornaam medeverdachte 10] direct contact gehad met [getuige 7]. Dit wilde [voornaam medeverdachte 10] omdat er zo min mogelijk mensen mochten weten van het bestaan van deze boerderij. Tegen de instructie nam [getuige 7] [getuige 12] mee naar de boerderij. Daar werd hetzij door [voornaam medeverdachte 10] zelf of door de derde broer (niet [voornaam medeverdachte 11]) vastgesteld dat er al 250 kilogram hasj in de bergruimte zat. [getuige 12] had die hasj voor eigen rekening geladen. [getuige 12] bood [voornaam medeverdachte 10] of zijn broer 500 euro aan om zijn mond te houden. [voornaam medeverdachte 10] heeft daarop zijn broer [voornaam medeverdachte 11] opgebeld en over deze gang van zaken geklaagd. [voornaam medeverdachte 11] heeft "dat" vervolgens weer aan [getuige 6] uit Venlo doorgegeven. [getuige 6] stelde [getuige 2] op zijn beurt op de hoogte via [verdachte]. Vanuit de boerderij is [getuige 8] na het laden van de deklading teruggegaan naar Spanje. In Spanje wachtte [getuige 8] op [getuige 12] omdat hij van hem voor die 250 kilogram nog geld zou krijgen. [verdachte] raakte echt in paniek omdat hij ervan uitging dat de hele vrachtwagen gelost moest worden om de 250 kilogram te lossen. Omdat [verdachte] [getuige 8] niet vertrouwde, stuurde hij een eigen chauffeur naar Spanje om met de vrachtwagen naar Nederland te rijden. Het betrof een chauffeur van [medeverdachte 8] ([bedrijf medeverdachte 8]) genaamd [getuige 11]. [getuige 7] stuurde een eigen chauffeur als begeleider mee. Omdat een ander transport al in Marokko 'tegen de lamp was gelopen', wilde [verdachte] deze vrachtwagen zo spoedig mogelijk naar Nederland brengen. [getuige 11] bracht de vrachtwagen naar de firma [bedrijf medeverdachte 8] in Sassenheim alwaar deze werd gelost. Daar is ongeveer 3.7 ton hasj naar [voornaam medeverdachte 11] gegaan, de broer van [voornaam medeverdachte 10]. [verdachte] regelde dat samen met [medeverdachte 8] en [voornaam medeverdachte 11]. De te veel geladen 250 kilogram gingen naar [getuige 6] in Venlo toe. [getuige 12] moest voor zijn foute gedrag met die 250 kilogram 50.000 euro als "transportloon" aan mijn [getuige 2] en [getuige 1] terug betalen en de 250 kilogram hasj heeft [getuige 12] vervolgens nooit meer terug gekregen.20

Van het loon voor het transport ter grootte van in totaal 700.000 euro, dat [getuige 2] en [getuige 1] van [medeverdachte 11] kregen, ging voor de bemiddeling 200.000 euro naar [verdachte] en [getuige 6]. [verdachte] en [getuige 6] betaalden uit de verkoop van de 250 kilogram hasj 'alles bij elkaar' 100.000 euro aan [getuige 2] en [getuige 1]. [getuige 6] kende [voornaam medeverdach[medeverdachte 11] al lang. [getuige 6] kende ook de broer van [voornaam medeverdachte 11], [voornaam medeverdachte 10].21

[getuige 1] heeft als volgt verklaard. [getuige 2] en [getuige 1] kregen van [verdachte] en [getuige 6] de opdracht van een hasjtransport met twee wisselbruggen voor de Marokkaan [voornaam medeverdach[medeverdachte 11]. Zij gaven [getuige 7] opdracht voor dit transport, waarna [getuige 7] twee vrachtwagens met vier wisselbruggen met de chauffeurs [getuige 12] en [getuige 8] naar Marokko heeft gestuurd. In Spanje werd de vrachtwagen door [getuige 11], een chauffeur van [bedrijf medeverdachte 8] overgenomen en naar Noordwijk naar '[bijnaam medeverdachte 8]' gereden, waar hij werd leeg gehaald. De grote hoeveelheid ging naar [voornaam medeverdachte 11], de hoeveelheid van 250 kilogram van [getuige 12] kreeg [getuige 6]. [getuige 2] en [getuige 1] kregen hun aandeel van 100.000 euro van [verdachte] en [getuige 6]. [getuige 12] moest 50.000 euro "transportloon" betalen.22 Via [getuige 6] en [verdachte] zijn [getuige 1] en [getuige 2] in contact gekomen met [medeverdachte 11].23

[getuige 7] verklaarde dat hij in januari 2003 het tweede Marokko transport uitvoerde. De vrachtwagen stond in totaal drie weken lang op een laad- en losparkeerplaats in de haven van Tanger en was met ten minste twee ton hasj beladen omdat er geen legale goederen bij geleverd konden worden. Op 15 januari 2003 werden vervolgens de legale goederen, t-shirts van het bedrijf "Fruit of the Loom" geleverd. [getuige 12] heeft in Marokko nog tussen de 100 - 250 kilogram hasj, naast de oorspronkelijke twee ton ingeladen. [getuige 8] en [getuige 12] ruilden de vrachtauto's en [getuige 8] maakte de overtocht met de truck van [getuige 7], met de t-shirts en de twee ton hasj van Marokko naar Spanje. [getuige 8] kwam met de truck en de hasj naar Villajoyosa (Spanje). De truck werd langs de snelweg geparkeerd, waarna [getuige 7] telefonisch contact met [getuige 2] opnam. Die stuurden twee chauffeurs uit Nederland. Ze haalden de truck op en brachten het transport naar Nederland. [getuige 7] heeft de opdracht voor het transport van januari 2003 van [getuige 2] gekregen en aan [getuige 12] doorgegeven, die toen met zijn witte Actros naar Marokko reed. [getuige 7] zelf was na de ramadan 2002 (medio december 2002) in Marokko. Tijdens dit verblijf heeft hij [voornaam medeverdachte 10] als opdrachtgever van [getuige 2] leren kennen. [getuige 12] gaf toen aan [getuige 8] de opdracht om met zijn eigen vrachtwagen naar Marokko te komen. [getuige 8] heeft later de Actros bij een wegenrestaurant in Denia aan [getuige 11], een Nederlander die voor [getuige 2] werkte, overgedragen. [getuige 11] had [getuige 14] als tweede chauffeur meegebracht. [getuige 14] werkte toen nog als chauffeur voor het Spaanse bedrijf van [getuige 7]. [getuige 11] is een Nederlander die in Polen woont en met een Poolse vrouw getrouwd is.24 [getuige 11] kreeg in de maand januari 2003 van [getuige 2] de opdracht om waarschijnlijk vanuit Nederland naar Alicante te vliegen. Het was de bedoeling dat [getuige 11] de vrachtwagen die [getuige 8] van Tanger naar Villajoyosa had gereden, over zou nemen en hem - naar [getuige 7] vermoedt - naar de hal van [bedrijf medeverdachte 8] in Sassenheim zou rijden. Voor dit transport heeft [getuige 7] een chauffeur genaamd [getuige 14]n meegegeven. Zover [getuige 7] weet werd [getuige 14] vlak voor Noordwijk op een parkeerplaats uit de vrachtwagen gezet en een dag later met het vliegtuig naar Spanje gestuurd. [getuige 7] wordt gevraagd wanneer hij zich bewust was dat [getuige 11] voor [bedrijf medeverdachte 8] rijdt. [getuige 7] antwoordt dat hij gelijklopend met het bovengenoemde transport met zijn vrachtwagen met een legale vracht een dag later naar Nederland reed. Tijdens deze gelegenheid nam hij de uitgeladen vrachtwagen over en reed hem terug van Sassenheim naar Bemmel. [getuige 7] hoorde toen van [getuige 11] zelf, dat hij als chauffeur bij [bedrijf medeverdachte 8] werkt.25

Voorts verklaarde [getuige 7] dat hij [voornaam medeverdachte 10] in november 2002 (de laatste dag van de Ramadan) in Tanger heeft leren kennen. [getuige 7] had een ontmoeting met [voornaam medeverdachte 10] in Algeciras waar zij hebben afgesproken dat [getuige 7] ook in de toekomst voor [voornaam medeverdachte 10] hasj uit Marokko/Spanje naar Nederland zou transporteren. [voornaam medeverdachte 10] vroeg aan [getuige 7] of hij in Nederland een plek kende waar de hasj uitgeladen zou kunnen worden. [getuige 7] stelde [voornaam medeverdachte 10] toen het bedrijf [bedrijf medeverdachte 8] voor. [voornaam medeverdachte 10] ging hiermee akkoord omdat hij deze mogelijkheid klaarblijkelijk reeds kende.26

In de maand januari 2003 werd [getuige 8] door [getuige 12] opgebeld. [getuige 12] vertelde dat hij bij [getuige 7] was en dat ze voor spul, dat al in Tanger lag, trucks nodig hadden. [getuige 8] verwisselde in Villajoyosa zijn eigen truck met die van [getuige 7] en reed naar Tanger. De vrachtauto van [getuige 8] bleef in Marokko terwijl hij met de aanhangervrachtauto van [getuige 7] overstak naar Spanje en tot Marbella reed. De vrachtwagen van [getuige 7] was een rode Mercedes - Actros, die hij zogenaamd aan [getuige 12] had verkocht. De volgende ochtend zei [getuige 7] tegen [getuige 8] dat hij in Alicante op hem zou wachten, alsmede dat er hasj in de vrachtauto zat, waarmee [getuige 8] onderweg was. Later heeft [getuige 7] verteld dat het twee ton was. [getuige 8] reed met de vrachtauto van Marbella naar Denia. Hier overhandigde hij de vrachtauto aan een Nederlander, [getuige 11] genaamd en aan een Duitser, die [getuige 14] heette. [getuige 14] kende [getuige 8] als hulpkracht van [getuige 7]. Samen met [getuige 7] reed [getuige 8] het transport hasj tot kort voor de Franse grens. Terwijl [getuige 8] met de bus terug naar Villajoyosa reed, hebben [getuige 11] en [getuige 14] het hasj transport naar Nederland voortgezet.27 Voorts heeft [getuige 8] bij de rechter-commissaris verklaard dat op het bedrijfsterrein van [medeverdachte 8] hasjtransporten, ook degene die hij heeft uitgevoerd, werden geladen en gelost en hij [medeverdachte 8] op het terrein heeft gezien.28

[getuige 12] is in januari 2003 met [getuige 8] naar Marokko gegaan, allebei in een aparte vrachtwagen. [getuige 12] reed in de vrachtwagen van [getuige 8]. Hij denkt dat hij toen in opdracht van [getuige 7] naar Marokko is gegaan. De lading hasj ging in de dubbele wanden van de wisselbruggen van de beide vrachtwagens. [getuige 12] wist dat er hasj vervoerd werd. [getuige 8] is toen met een vracht weg gereden. In de wagen van [getuige 8] zat 250 kilogram hasj, welke [getuige 12] voor eigen rekening had geladen. Voor het laden van die 250 kilogram heeft [getuige 12] van [getuige 2] een 'straf' gekregen.29

[medeverdachte 8]h verklaart dat hij een chauffeur in dienst heeft, genaamd [getuige 11]. Hij heeft hem één of twee keer uitgeleend aan [getuige 7]. Hij is met zijn vriendin naar Alicante gevlogen. [getuige 11] heeft destijds de ritten bijgehouden omdat [medeverdachte 8] die in rekening moest brengen bij [bedrijf getuige 7].30

[getuige 11] herinnert zich dat hij begin 2003 naar Oslo zou gaan voor een rit, maar dat hij 's ochtends door [medeverdachte 8] werd gebeld met de mededeling dat hij naar Alicante moest vliegen om een auto op te halen. [getuige 11] vertelde [medeverdachte 8], dat zijn vrouw dan mee moest, maar dat was voor hem geen bezwaar. [getuige 11] herinnert zich dat hij dat ritje deed voor de firma [bedrijf getuige 7] uit Villajoyosa. [getuige 11] moest de uren bijhouden voor [medeverdachte 8], die dat kennelijk dan weer in rekening moest brengen bij [bedrijf getuige 7].31

Uit onderzoek van de Nederlandse politie is gebleken dat [medeverdachte 8] als eigenaar van [bedrijf medeverdachte 8] een locatie heeft gehad aan de [adres] te Sassenheim.32

4.3.2. Ten aanzien van feit 8 (zaaksdossier B09):

[getuige 7] heeft als eerste over de [Duitse GmbH] transporten een verklaring afgelegd. Hij verklaarde dat hij de gebroeders [getuige 1 & 2] in een eerder stadium in contact had gebracht met [getuige 10] en van deze [getuige 10] had gehoord dat deze een naamloze vennootschap had geregeld in Wiesbaden (Duitsland) en dat er met dit bedrijf meerdere hasjtransporten zijn uitgevoerd vanuit Casablanca (Marokko) naar Cadiz (Spanje). Omdat de gebroeders [getuige 1 & 2] te gierig waren om een legale deklading te kopen werd één van deze transporten in Cadiz gecontroleerd, hetgeen door de gebroeders [getuige 1 & 2] en [getuige 4] aan hem werd bevestigd.33

[getuige 2] heeft verklaard dat hij in maart of april 2003 door [getuige 10] werd aangesproken en [getuige 10] hem bij een ontmoeting vertelde dat iemand een expeditiebedrijf met auto's had waarmee hasjtransporten vanuit Marokko konden worden verricht. De firma was genaamd [Duitse GmbH] en gevestigd te Wiesbaden. De Libanese bedrijfsleider sprak Arabisch en kon op die manier alles in Marokko regelen. Omdat [getuige 10] geen chauffeur had, vroegen [getuige 1] en [getuige 2] aan [getuige 4] of hij een chauffeur wist. [getuige 4] bracht hen toen in contact met een oude kennis genaamd [getuige 9]. [getuige 4] haalde een door [getuige 10] gehuurde Mercedes Actros, voorzien van een aanhanger met twee wisselbruggen met geheime bergplaatsen, in Nederland op. Die stond toen of bij [verdachte] of bij [medeverdachte 8]. Het ging om de twee wisselbruggen die [getuige 1] en [getuige 2] hadden omgebouwd en die zij al bij de "Marokko transporten" in samenwerking met [getuige 7] hadden gebruikt. De Libanees was van te voren een keer met [getuige 10] in Marokko geweest. Hij onderzocht daar dat hij stof naar Casablanca zou brengen en op de terugweg t-shirts mee terug zou nemen naar Europa. Omdat de t-shirts in de regel echter nog niet zo snel waren, kocht [getuige 10] als deklading ook balen stof. [getuige 9] reed vervolgens met de vrachtwagen naar Marokko waarbij [getuige 4] hem met een Volkswagen Golf begeleidde. Deze auto was op naam van de firma [Duitse GmbH] gehuurd. Terwijl [getuige 9] met de vrachtwagen tot aan Casablanca reed, zette [getuige 4] de auto in Malaga neer en vloog hij van daar uit verder naar Casablanca. Daar zou hij meteen contact met de Marokkanen opnemen die de hasj zouden leveren. [getuige 9] regelde in de haven van Casablanca via een door de firma [Duitse GmbH] opgedragen douaneagent de douaneformaliteiten. Iets voorbij Casablanca gaf [getuige 9] de vrachtwagen vervolgens over aan [getuige 4]. Het was de bedoeling om pas tegen de avond met de vrachtwagen uit de haven weg te rijden omdat dit tijdstip wordt genoteerd door de autoriteiten. Ze wilden de deklading pas de volgende morgen laden en hadden dus geen "vrije tijden" die het transport verdacht zouden maken.

Volgens de verklaring van [getuige 2] werd de hasj de volgende nacht op de boerderij van [voornaam medeverdachte 10] in de buurt van Casablanca door [getuige 4] in de vrachtwagen geladen. Het betrof dezelfde boerderij waar ook destijds ook [getuige 7] had geladen. Bij het laden waren [getuige 4] en een paar mensen van [voornaam medeverdachte 10] aanwezig. Het betrof ook hier - net als altijd het geval was - ook weer een hoeveelheid van 3,5 - 4 ton hasj, die in de geheime bergplaatsen van de twee wisselbruggen paste. [getuige 4] gaf de auto terug aan [getuige 9], die de volgende dag zowel de oude deklading loste als de nieuwe deklading laadde. Omdat de tijd daartussenin door de douane in de gaten wordt gehouden, moest de hasj al in de nacht ervoor worden geladen. [getuige 4] is meteen na het laden weer uit Marokko vertrokken en naar Spanje gevlogen en heeft daar de voornoemde Volkswagen Golf in Malaga opgehaald. [getuige 9] is met de vrachtwagen met de hasj van Marokko via Madrid, Bordeaux, Parijs en België naar Nederland gereden. In Cadiz ontmoette hij [getuige 4] die het transport tot Nederland met de personenauto begeleidde.

[getuige 2] verklaard voorts dat het transport in de loods van [verdachte] in Borkel werd gelost. [verdachte] was dus wat dat betreft ook bij dat transport betrokken. [verdachte] nam samen met [voornaam medeverdachte 11], de broer van [voornaam medeverdachte 10], in Nederland de afwikkeling weer over en betaalde de gebroeders [getuige 1 & 2] 750.000 euro voor het transport. Later werd het geld onder de betrokkenen verdeeld. Daarvoor was 200.000 euro voor [getuige 10], 125.000 euro voor [getuige 4] en [getuige 9] en de overige 425.000 euro voor [verdachte] en [getuige 1] en [getuige 2]. Volgens [getuige 2] heeft ook [getuige 15] actief bij het eerste transport meegewerkt. Hij was bij de ontmoeting in Hamburg aanwezig. Bij de [Duitse GmbH] transporten was zijn zoon [getuige 10] echter de directe contactpersoon van [getuige 2].34

In een later verhoor verklaarde [getuige 2] nog het volgende over de [Duitse GmbH] transporten. Deze transporten werden in de loods van [verdachte] in Borkel en in Spanje gelost. [getuige 2] regelde alles en [verdachte] mocht wat hem betrof gewoon meedelen. In eerste instantie was [verdachte], via [getuige 6], de contactpersoon met de opdrachtgever [medeverdachte 11]. [verdachte] moest vanaf zijn loods ook regelen dat de partij bij de opdrachtgever terecht kwam en regelde dit dan ook. [getuige 1 & 2] ontvingen het geld, via [getuige 6] en [verdachte], van [medeverdachte 11]. Nadat zij direct zaken gingen doen met [voornaam medeverdachte 11], kregen zij ook direct van hem betaald.

Met betrekking tot de hasj verklaarde [getuige 2] nog het volgende. De eerste transporten werden geladen bij [voornaam medeverdachte 10]/[voornaam medeverdachte 10], de broer van [medeverdachte 11]. [getuige 2] was hierbij zelf de tussenpersoon. [getuige 4] had in Marokko rechtstreeks contact met [voornaam medeverdachte 10]. [getuige 4] pakte bij een benzinepomp in Casablanca de auto van [getuige 9] over en reed ermee naar Rabat om bij de broer van [medeverdachte 11] te gaan laden. Na het laden reed hij terug naar de benzinepomp en gaf de auto terug aan [getuige 9]. Zij deden dat op die manier, zodat de chauffeur [getuige 9] niet wist waar de partij vandaan kwam. [getuige 2] regelde alles via [voornaam medeverdachte 11] in Nederland en [getuige 4] regelde alles met [voornaam medeverdachte 10] in Marokko. 'Jan Schilderij' (de rechtbank begrijpt: [getuige 13]) was de man die voor [voornaam medeverdachte 11] werkte. [getuige 13] heeft een vrachtwagenrijbewijs en was in Marokko bij het laden aanwezig. Ook [getuige 4] hielp daarbij.35

[getuige 1] verklaarde eveneens dat [getuige 10] in het begin van 2003 contact opnam met zijn broer [getuige 2]. [getuige 10] sprak over een Duits bedrijf genaamd [Duitse GmbH] te Wiesbaden waarmee hasjtransporten van Marokko naar Europa konden worden uitgevoerd. [getuige 1] en [getuige 2] moesten in deze aangelegenheid voor opdrachtgevers voor hasjtransport zorgen. Van het begin af aan was gepland om via de firma [Duitse GmbH] een aantal hasjtransporten te doen. Voorafgaand aan het eerste transport vonden er een aantal ontmoetingen in Duitsland en Nederland plaats, waarbij [getuige 10] en gedeeltelijk ook zijn vader [getuige 15] aanwezig waren. Bij die ontmoetingen werden over de details van het hasjtransport afspraken gemaakt. Die besprekingen werden door [getuige 2] geleid en [getuige 1] was er ook bij aanwezig. Hij heeft een deel van de gesprekken zelf verstaan en de rest later van zijn broer [getuige 2] gehoord. Als opdrachtgever voor het eerste transport 'regelden' zij de Marokkaan [medeverdachte 11] uit Bussum en chauffeur [getuige 9] bestuurde de vrachtwagen. [getuige 4] reed in een gehuurde blauwe Volkswagen Golf met het transport mee. [getuige 4] is tot Malaga meegereden en van daaruit naar Casablanca gevlogen om zich in Marokko om het laden te bekommeren.

De partijen voor Nourdin werden volgens [getuige 1] allemaal op een boerderij in de buurt van Casablanca geladen. De boerderij was van de familie van Nourdin. Bij het laden was volgens [getuige 1] vermoedelijk de Nederlander Jan aanwezig die [getuige 1] en [getuige 2] vanwege zijn tatoeages 'Jan Schilderij' noemen. Hij is een medewerker van Nourdin die ook voor de hennepplantages van Nourdin in Nederland zorgt. Als er een transport op stapel stond, vloog Jan naar Marokko om het laden ter plekke te regelen. De zending werd door chauffeur [getuige 9] naar Nederland gebracht. Daar werd de partij aan [getuige 4] overgedragen en door hem weer aan [getuige 1] overgedragen. Vervolgens is [getuige 1] met de vrachtwagen naar de loods van [verdachte] in Borkel & Schaft in Nederland gereden en heeft de vrachtwagen daar aan [verdachte] overgedragen. [verdachte] zorgde voor het doorsturen van de hasj naar Nourdin. Voor dit transport kregen [getuige 1] en [getuige 2] van Nourdin in een aantal gedeelten 750.000 euro in contanten. Daarvan was 200.000 euro voor [getuige 10], 125.000 euro voor [getuige 4] en [getuige 9] en het restant van 425.000 euro was voor [verdachte] en [getuige 1 & 2].36

Vrachtwagenchauffeur [getuige 4] verklaarde dat chauffeur [getuige 9] naar Casablanca is gegaan met een lading geweven stof. [getuige 4] zelf is met het vliegtuig naar hem toe gegaan. In de omgeving van Rabat, op een boerderij van [voornaam medeverdachte 10], is de vrachtwagen met hasj geladen door een getatoeëerde, groot en goed gebouwde man met een geschoren hoofd. Toen de hasj ingeladen was heeft [getuige 4] de vrachtwagen overgenomen en naar [getuige 9] gereden aan wie hij de sleutels heeft overhandigd. [getuige 4] heeft het vliegtuig naar Spanje genomen en [getuige 9] heeft met de vrachtwagen de boot naar Spanje genomen. Vervolgens heeft [getuige 9] de vrachtwagen naar Nederland gereden. [getuige 4] is met een huurauto met een Duits kenteken vanuit Spanje naar huis gereden. Toen [getuige 4] in Nederland was heeft hij de vrachtwagen weer overgenomen. Onderweg werd hij door [getuige 1] opgebeld. Tijdens het telefoongesprek hoorde hij de stem van [verdachte] op de achtergrond. [getuige 1] gaf [getuige 4] instructies over waar hij de vrachtwagen moest achterlaten.37

De door [getuige 1] en [getuige 2] en [getuige 7] genoemde [getuige 10] verklaarde dat hij de gebroeders [getuige 1 & 2] in 2003 samen met [verdachte] in Venlo had gezien. De ontmoeting met [getuige 1 & 2] had plaats in het kader van de voorbereiding op het hasjtransport met de firma [Duitse GmbH].38 Nadien heeft [getuige 10] zijn betrokkenheid bij de [Duitse GmbH] hasjtransporten bevestigd ten overstaan van de rechter-commissaris.39

Chauffeur [getuige 9] verklaarde dat hij zijn vrachtwagen altijd op de parking in Venlo moest afhalen. Bij aankomst in Rabat moest [getuige 9] de vrachtwagen gewoon achterlaten en werd hij door een persoon genaamd Said naar een hotel vervoerd. Hij verbleef daar één nacht en de volgende dag kon hij de terugreis aanvangen. Bij het eerste transport van Marokko naar Venlo, was de lading niet verzegeld omdat het een transport van 'vodden-textielafval' betrof welke geen handelswaarde hadden. De vrachtwagen moest hij steeds weer op de parking in Venlo plaatsen. De vrachtwagen was voorzien van de naam van de firma [Duitse GmbH].40 Uit de in- en uitreisgegevens van Marokko komt naar voren dat [getuige 9] Casablanca op 12 mei 2003 zowel in als uit is gereisd. Voorts is hij Casablanca op 2 juli 2003 in gereisd om Casablanca op 19 juli 2003 weer te verlaten. Ook op 1 september 2003 is [getuige 9] Casablanca in gereisd echter is er geen datum bekend wanneer hij Casablanca weer heeft verlaten. De laatste in- en uitreis van [getuige 9] in Casablanca betreft de periode 1 oktober 2003 tot en met 4 oktober 200341, waarbij de rechtbank opmerkt dat de reisgegevens van [getuige 9] geen betrekking hebben op het hasjtransport van april 2003, echter bevestigen de gegevens wel degelijk het feit dat [getuige 9] als chauffeur meermalen Marokko in en uit is gereisd in de periode van de [Duitse GmbH] transporten.

4.3.3. Ten aanzien van feit 2 (zaaksdossier B10):

Op 23 mei 2003 werd op de Rijksweg 075/A2 in de gemeente Weert een chauffeur van zijn vrachtwagencombinatie beroofd, nadat [getuige 1] en [getuige 2], [verdachte] en [betrokkene 5] een politiecontrole in scène hadden gezet. De lading bestond uit 18.000 kilogram snoepgoed in de vorm van lollies en 1.800 kilogram hasj. De genoemde combinatie werd later die dag leeg in de gemeente Weert teruggevonden. De chauffeur was door personen in een donkerkleurige personenauto met daarop een blauw zwaailicht tot stilstand gebracht, waarna een persoon uit de personenauto stapte en op hem af kwam. De man droeg daarbij een pistool. Tijdens zijn aangifte verklaarde vrachtwagenchauffeur [getuige 3] dat er zich buiten de lading snoepgoed ook hasj in de vrachtwagen bevond en dat de gefingeerde politiecontrole een zogenaamde ripdeal was geweest.42

De eigenaar van de vrachtwagen, genaamd [medeverdachte 9], heeft aangifte gedaan van diefstal van zijn vrachtwagen. [medeverdachte 9] verklaarde dat de chauffeur van deze vrachtwagen 18.000 kilogram lollies had geladen. Hij wist niet welk bedrijf eigenaar van de lollies was.43

Uit het technische onderzoek dat naar voornoemde vrachtwagen is verricht is gebleken dat er in de vrachtwagen een geheime bergruimte is aangebracht welke niet origineel vanuit de fabriek wordt meegeleverd dan wel in de vrachtwagen wordt gemonteerd.44 Voorts is de vrachtwagen met een speurhond en een speurhondbegeleider onderzocht waarbij de speurhond positief op verdovende middelen reageerde.45

[getuige 2] verklaarde in april 2005 dat [getuige 7] contact met hem had opgenomen en aan hem vroeg of hij en zijn broer 100 kilogram wiet van "[medeverdachte 5 & 6]" hadden gestolen. [getuige 2] bevestigde dit aan [getuige 7] en gaf hiervoor als reden op dat [medeverdachte 5 & 6] verantwoordelijk waren voor het mislukken van een "Marokko - transport".46 Voorts hadden [medeverdachte 5 & 6] [getuige 7] benaderd om zonder tussenkomst van [getuige 1 & 2] hasjtransporten voor hen uit te voeren, waarop [verdachte], [getuige 1] en [getuige 2] toen gezamenlijk het plan hebben ontwikkeld om een transport te rippen47 nu [getuige 7] had ingestemd met een hasjtransport van 1.800 kilogram.48 Om dat plan uit te voeren is [getuige 2] naar Frankrijk gereden om te zoeken naar de vrachtwagen die op de terugweg naar Nederland was. [getuige 2] wist namelijk dat een chauffeur van [getuige 7] zich op dat moment ergens tussen Spanje en Nederland bevond.49 In Frankrijk ergens bij een benzinestation tussen Dijon en Lyon vond [getuige 2] de vrachtwagen. Het was een wisselbrugtrekker met het opschrift [bedrijf getuige 7]. Omdat de vrachtwagen op weg naar Nederland in elk geval door Luxemburg heen moest, is [getuige 2] vooruit gereden en bij een wegrestaurant vlak achter de Frans-Luxemburgse grens gaan posten, maar dan aan de overkant van de weg zodat hij het tegemoet komende verkeer in de gaten kon houden.50 Toen hij de vrachtwagen eindelijk langs zag komen, stelde hij zijn broer [getuige 1] daar telefonisch van op de hoogte en is toen weer vooruit gereden tot vlak voorbij Maastricht, waar hij de vrachtwagen opwachtte en er achteraan is gereden. [getuige 1] was samen met [verdachte] en [betrokkene 5] ook langs de snelweg gaan staan, vermoedelijk één of twee afritten voor Weert. Zij reden in een vermoedelijk lichtgekleurde Audi A8. Vlak voor de afrit Weert hebben zij de vrachtwagen staande gehouden. In de auto zat een "lichtbalk" met daarop tekst met de strekking "Stop Politie". [getuige 2] had voorts van zijn broer [getuige 1] gehoord dat [betrokkene 5] voor die actie blauwe "politie-uniformen" en een blauw zwaailicht zou hebben gebruikt.51 Zij hebben de vrachtwagen doen stoppen en [betrokkene 5] stapte uit de auto en liep naar het portier van de bestuurder van de vrachtwagen. De chauffeur stapte zelf uit omdat hij in eerste instantie waarschijnlijk dacht dat het om een "gewone" politiecontrole ging. Hierop duwde [betrokkene 5] de chauffeur het gras op, naast de weg en hield hij hem tegen de grond. Vervolgens heeft [verdachte] de vrachtwagen overgenomen. Hij durfde echter niet meer verder te rijden waarop [getuige 1] de vrachtwagen van [verdachte] heeft overgenomen en in de richting van Borkel, alwaar [verdachte] een loods had gehuurd, is gereden. In die loods zijn de hasj en de lollies geheel gelost en omgeladen in een koffer-oplegger van [verdachte]. In die kofferoplegger was van te voren al een geheime bergruimte gebouwd.52 Vervolgens heeft [getuige 1] de geripte vrachtwagen ergens langs de kant van de weg achtergelaten.53

Nadien heeft [getuige 2] telefonisch contact opgenomen met [getuige 7] en een afspraak met hem gemaakt bij voornoemde parkeerplaats. Aldaar heeft [getuige 2] [getuige 7] de waarheid met betrekking tot de door hen gepleegde ripdeal verteld en hem als "participatie" een bedrag van 100.000 euro beloofd.54 Dit bedrag diende te worden verdiend met de opbrengsten van de gestolen hasj waar [verdachte] en [betrokkene 5] verantwoordelijk voor waren. [getuige 2] heeft voornoemde 100.000 euro in deelbedragen tussen de 10.000 en 25.000 euro in Duitsland aan [getuige 7] voldaan. Bij het lossen van de hasj stelden zij vast dat het niet zoals was aangekondigd om één ton maar om 1,8 ton hasj ging. Hierop kregen [getuige 1 & 2] van [verdachte] en [betrokkene 5] als tegenprestatie contant 400.000 euro nadat [betrokkene 5] de hasj zelf had verkocht.55

Ook [getuige 1] heeft met betrekking tot voornoemde ripdeal in april 2005 een verklaring afgelegd. Hij verklaarde dat [medeverdachte 5] aan [getuige 7] heeft gevraagd of hij zonder de tussenkomst van de gebroeders [getuige 1 & 2] transporten zou kunnen uitvoeren waarna [getuige 7] zou hebben ingestemd om een transport van 1,8 ton hasj uit te voeren. Hierop heeft hij tezamen met zijn broer [getuige 2], [verdachte] en [betrokkene 5] besloten om dat transport te stelen. [getuige 2] had als taak om naar Frankrijk te gaan en de vrachtwagen te gaan zoeken. Vervolgens hebben zij elkaar in de buurt van Maastricht ontmoet en zijn zij de vrachtwagen achterna gereden. [betrokkene 5], [verdachte] en [getuige 1] reden in een lichtgroene gepantserde Audi A8 en hebben toen de vrachtwagen met alarmlicht en verlichte balk richting de uitrit Weert laten rijden en daar op de zijstreep laten 'aanhouden'. Daarbij droegen zij geen wapens en geen uniformen. Zij droegen werkuniformen maar vanuit de verte zou het volgens [getuige 1] goed mogelijk zijn geweest dat het leek alsof het politie uniformen waren.56 De vrachtwagenchauffeur, waarvan zij de naam [getuige 3] kenden, was ondertussen uitgestapt en stond naast de vrachtwagen. [betrokkene 5] vroeg aan de chauffeur om op de zijstreep naast de vrachtwagen op de grond te gaan liggen en drukte hem op de grond. Vervolgens heeft [verdachte] de vrachtwagen overgenomen en hem achter een heuvel gereden, waarna [getuige 1] de vrachtwagen overnam en deze naar de loods van [verdachte] in Borkel heeft gereden.57 Hierna hebben [verdachte], [betrokkene 5] en [getuige 1] de vrachtwagen gelijk uitgeladen en is de vrachtwagen door [getuige 1] op een autobaanbrug bij Weert achtergelaten. De hasj werd door [betrokkene 5] meegenomen en doorverkocht. [getuige 1] en [getuige 2] hebben vervolgens hun aandeel voor 400.000 euro aan [betrokkene 5] verkocht. Voorts verklaarde [getuige 1] dat zijn broer [getuige 2] aan [getuige 7] had gezegd dat zij het transport hadden geript en hebben zij [getuige 7] 100.000 euro gegeven. De lollies had [verdachte] aan [getuige 6] doorverkocht.58

In juli 200559 en juni 200760 is [getuige 2] wederom gehoord met betrekking tot het afhandig maken van de vrachtwagen inhoudende 1,8 ton hasj en de deklading van 18.000 kilogram lollies, waarbij hij nogmaals consistent heeft aangegeven hoe hij dit tezamen met zijn broer [getuige 1], [verdachte] en [betrokkene 5] heeft gedaan. Hetzelfde geldt voor [getuige 1].61

[getuige 7] heeft verklaard dat hij [getuige 3] heeft benaderd om een hasjtransport te verrichten. Volgens [getuige 7] wist [getuige 3] precies waar de hasj naar toe zou gaan. Op internet hebben [getuige 7] en [getuige 3] vervolgens naar een legale deklading gezocht welke werd gevonden in de vorm van lollies. [getuige 2] had aan [getuige 7] geadviseerd dat hij voor dit transport 60.000 euro zou kunnen vragen. [getuige 7] heeft [getuige 3] toen 30.000 euro transportloon toegezegd.62 Nadat de lollies waren geladen heeft [getuige 7] [getuige 3] in contact gebracht met de Zwitser die hen naar een afgelegen woning heeft geleid. Aldaar was ongeveer één ton hasj achter een muur opgeslagen. Nadat de hasj was geladen spraken [getuige 7] en [getuige 3] af dat zij elkaar over twee dagen zouden zien. Twee dagen later belde [getuige 3] [getuige 7] op dat hij zojuist was overvallen en dat de vrachtwagen mee was genomen.63

Vrachtwagenchauffeur [getuige 3] verklaarde hieromtrent als volgt.64 Omstreeks mei 2003 moest hij naar de firma "Vibea" rijden en een gehele vrachtwagen met lollies overnemen. Zijn werkgever [getuige 7] belde hem op om te vragen hoeveel ruimte hij nog in de vrachtwagen over had.65 Vervolgens diende hij naar een wegrestaurant aan de snelweg richting Sevilla toe te gaan. Aldaar werd hij aangesproken door een Zwitser welke hij diende te volgen in de richting van een schuur. Bij de schuur waren ook nog een Colombiaan en een Marokkaan aanwezig. Hierna heeft [getuige 3] nog vier uur in het wegrestaurant verbleven. Toen hij de vrachtwagen terugkreeg en naar binnen keek zag hij twee pallets en dozen met lollies staan. Vervolgens is [getuige 3] in de richting van Duisburg gereden.66 Onderweg werd hij telkens door [getuige 7] opgebeld om te vragen waar hij was, hetgeen niet gebruikelijk was volgens [getuige 3]. Kort voor de afrit Weert werd hij door een personenauto gestopt welke was voorzien met een digitaal bord achter de achterruit waarop stond "Politie volgen". Toen hij uitstapte werd door één van de mannen een pistool op zijn hoofd gehouden en heeft men de vrachtwagen meegenomen.67

4.3.4. Conclusie

De rechtbank is van oordeel dat op basis van het voorgaande wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte [verdachte] betrokken is geweest bij de genoemde hasjtransporten en diefstallen. Daarbij bestond een nauwe en bewuste samenwerking tussen hem en de andere bij de transporten betrokken personen. De rol van verdachte [verdachte] bestond er uit dat hij transporten mede georganiseerd en gefaciliteerd heeft, alsmede dat hij in twee gevallen actief betrokken was bij de diefstal van een partij hasj.

4.4. Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 4 en 6 tot en met 9 ten laste gelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

Feit 4 (zaaksdossier B04):

hij in de periode van 1 juni 2001 tot en met 30 september 2001 te Wanssum, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid van 1.900 kilogram hasj, toebehorende aan [medeverdachte 1] en een persoon genaamd [medeverdachte 3].

Feit 6 (zaaksdossier B07):

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2002 tot en met 31 oktober 2002 te Sassenheim en Leiden en Wassenaar en Weert en in Spanje en Rabat en Tanger, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, een hoeveelheid van ongeveer 3.000 kilogram hasjiesj, zijnde hasjiesj een middel als vermeld op de bij die wet behorende lijst II.

Feit 7 (zaaksdossier B08):

hij in de periode van 1 januari 2003 tot en met 31 januari 2003 te Sassenheim en Noordwijk en te Villajoyosa en Alicante en Denia en Marbella en te Casablanca en Rabat en Tanger, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet een hoeveelheid van ongeveer 3.700 kilogram hasjiesj, zijnde hasjiesj een middel als vermeld op de bij die wet behorende lijst II.

Feit 8 (zaaksdossier B09):

hij in de periode van 1 maart 2003 tot en met 5 oktober 2003 te Borkel en Schaft en Malaga en in Duitsland en te Casablanca, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, een hoeveelheid van ongeveer 3.500 kilogram hasjiesj, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II.

Feit 9 (zaaksdossier B10):

hij op 23 mei 2003 te Weert, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid van 1.800 kilogram hasjiesj, toebehorende aan [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6], welke diefstal werd vergezeld en gevolgd van geweld tegen [getuige 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededaders hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en zijn mededaders die [getuige 3] hebben vastgepakt en hebben geduwd en tegen de grond hebben gehouden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank de tenlastelegging verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder de feiten 4 en 6 tot en met 9 meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 4 (zaaksdossier B04):

diefstal, door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van feit 6 (zaaksdossier B07):

medeplegen van, opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, eerste lid, onder A, van de Opiumwet (oud) gegeven verbod, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet (oud).

Ten aanzien van feit 7 (zaaksdossier B08):

medeplegen van, opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, eerste lid, onder A, van de Opiumwet (oud) gegeven verbod, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet (oud).

Ten aanzien van feit 8 (zaaksdossier B09):

medeplegen van, opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, eerste lid, onder A, van de Opiumwet (oud) gegeven verbod, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet (oud).

Ten aanzien van feit 9 (zaaksdossier B10):

diefstal, door twee of meer verenigde personen, vergezeld en gevolgd van geweld, gepleegd tegen personen met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en andere deelnemers van het misdrijf het bezit van het gestolene te verzekeren.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de strafbaarheid van de feiten wordt uitgesloten. Het bewezen verklaarde is derhalve strafbaar.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van de straf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende meegewogen. Verdachte is als mede-organisator driemaal direct betrokken geweest bij de invoer van grote partijen hasj naar Nederland en tweemaal bij de diefstal van een grote partij hasj. Eén van die diefstallen ging bovendien gepaard met geweld gepleegd ten opzichte van de chauffeur van de vrachtwagen waarin de hasj zich bevond. Verdachte had bij het plegen van voornoemde feiten een leidinggevende rol en beschikte over contacten aan de zijde van de leveranciers en afnemers van de hasj waardoor de door hem en zijn mededaders ingevoerde dan wel 'geripte' hasj snel kon worden afgezet. Voorts beschikte verdachte over een loods die hij ter beschikking heeft gesteld om de hasj uit-, om- dan wel af te laden. Aannemelijk is dat verdachte het voornoemde louter met het oogmerk om hier geldelijk gewin uit te halen heeft gedaan. De rechtbank gaat er bij het bepalen van de strafmaat voorts van uit dat de transporten een grote hoeveelheden hasj betroffen. Het bezit van en handel in aanzienlijke hoeveelheden hasj zijn in binnen- en buitenland verboden vanwege het voor de gezondheid schadelijke karakter daarvan. Met de criminele activiteiten zijn enorme geldbedragen gemoeid geweest en werden grote illegale geldstromen gegenereerd. Dergelijke feiten rechtvaardigen in beginsel de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur.

De rechtbank is, evenals de officier van justitie, van oordeel dat het geruime tijdsverloop in deze zaak zwaar dient te worden meegewogen. Niettemin is de rechtbank van oordeel dat gelet op de ernst van de bewezen verklaarde feiten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend en geboden is.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

47, 57, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht en

1, 3 en 11 van de Opiumwet (oud).

9. Beslissing

De rechtbank:

verklaart het openbaar ministerie ten aanzien van de feiten 1 subsidiair, 2 tot en met 9 partieel niet-ontvankelijk, voor zover de tenlastelegging betrekking hebben op de onderdelen: verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en aanwezig hebben;

verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 primair, 2, 3 en 5 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart bewezen dat verdachte de onder feit 4 en 6 tot en met 9 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.4. weergegeven;

verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder feit 4 en 6 tot en met 9 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren;

verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van DERTIG (30) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

10. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.J.A. Plaisier, voorzitter,

mr. A.M. Koolen-Zwijnenburg en mr. W.A.F. Jansen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.V. Ramdharie en mr. A. Zeeman, griffiers,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van donderdag 10 november 2011.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Het proces-verbaal, deeldossier L, onderzoek 65Tango, d.d. 26 juli 2005 (BB10 p. 444).

3 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 7] d.d. 15 maart 2010 (BB04 p. 124).

4 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 10] bij de rechter-commissaris d.d. 14 juli 2011.

5 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 7] d.d. 20 december 2004 (BB09 p. 5).

6 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] d.d. 12 april 2005 (BB10 p. 35-42).

7 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] d.d. 8 april 2005 (BB04 p. 7-8).

8 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 6 juli 2005 (BB04 p. 82).

9 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 28 april 2005 (BB04 p. 239).

10 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 6 juli 2005 (BB04 p. 82-83).

11 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 5] d.d. 27 april 2010 (BB04 p. 128-129).

12 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] d.d. 8 april 2005 (BB07 p. 17-18).

13 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 29 april 2005 (BB07 p. 42-44).

14 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 8] d.d. 4 januari 2005 (BB07 p. 130-131).

15 Het proces-verbaal van de Duitse politie, betreffende in- en uitreisgegevens van o.a. [getuige 8] d.d. 2 maart 2005 (BB07 p. 2).

16 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 7] d.d. 14 februari 2006 (BB07 p. 108-110).

17 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 12] d.d. 6 juli 2006 (BB07 p. 150-152).

18 Het proces-verbaal van de Duitse politie, betreffende in- en uitreisgegevens van o.a. [getuige 12] d.d. 2 maart 2005 (BB07 p. 2).

19 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 8] d.d. 10 februari 2010 (BB07 p. 236-237).

20 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] d.d. 12 april 2005 (BB08 p. 38-42).

21 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] d.d. 13 juli 2005 (BB08 p. 246).

22 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 29 april 2005 (BB08 p. 11-12).

23 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 11 juni 2007 (BB08 p. 145).

24 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 7] d.d. 17 december 2004 (BB05 p. 108-109).

25 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 7] d.d. 14 februari 2006 (BB08 p. 109-110).

26 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 7] d.d. 14 februari 2006 (BB08 p. 188).

27 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 8] d.d. 4 januari 2005 (BB08 p. 120-122).

28 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 8] bij de rechter-commissaris d.d. 19 augustus 2011.

29 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 12] d.d. 6 juli 2006 (BB08 p. 140-142).

30 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 8] d.d. 10 februari 2010 (BB08 p. 282).

31 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 11] 13 oktober 2009 (BB08 p. 157).

32Het proces-verbaal van bevindingen van de nationale recherche met betrekking tot de locatie 'oude opslaghal van [medeverdachte 8] te Sassenheim' (BB07 p. 166-167). en het proces-verbaal van bezoek van de website van [bedrijf medeverdachte 8] van de nationale recherche en de daarbij behorende bijlagen (BB07 p. 168-186).

33 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 7] d.d. 20 december 2004 (BB09 p. 6).

34 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] d.d. 13 april 2005 (BB09 p. 26-27 en 30).

35 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] d.d. 12 juni 2007 (BB09 p. 98-99).

36 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 3 mei 2005 (BB09 p. 54-55).

37 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 4] d.d. 12 mei 2006 (BB09 p. 74-75).

38 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 10] d.d. 5 april 2006 (los opgenomen, p.5 van het verhoor).

39 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 10] bij de rechter-commissaris d.d. 14 juli 2011.

40 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 9] d.d. 24 januari 2007 (BB09 p. 87-89).

41 De in- en uitreisgegevens van Marokko betreffende [getuige 9] (BB09 p. 1-3).

42 Het proces-verbaal van onderzoek inzake onderzoek 65TANGO van de regiopolitie Limburg Noord d.d. 26 juli 2005 (BB10 p. 180 en 194).

43 Het proces-verbaal van aangifte van [medeverdachte 9] d.d. 24 mei 2003 (BB10 p. 461-462).

44 Het proces-verbaal van technisch onderzoek d.d. 21 juli 2005 (BB10 p. 541-542).

45 Het proces-verbaal (speurhondbegeleider) d.d. 20 juli 2005 (BB10 p. 557-558).

46 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] d.d. 12 april 2005 (BB10 p. 35).

47 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] d.d. 12 april 2005 (BB10 p. 36).

48 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 29 april 2005 (BB10 p. 69).

49 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] d.d. 12 april 2005 (BB10 p. 36).

50 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] d.d. 12 april 2005 (BB10 p. 36).

51 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] d.d. 12 april 2005 (BB10 p. 37).

52 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] d.d. 12 april 2005 (BB10 p. 38).

53 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] d.d. 12 april 2005 (BB10 p. 39).

54 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] d.d. 12 april 2005 (BB10 p. 40).

55 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] d.d. 12 april 2005 (BB10 p. 41-42).

56 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 29 april 2005 (BB10 p. 69 en p. 71).

57 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 29 april 2005 (BB10 p. 69).

58 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 29 april 2005 (BB10 p. 70).

59 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] d.d. 12 juli 2005 (BB10 p. 161-162).

60 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] d.d. 12 juni 2007 (BB10 p. 94).

61 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 6 juli 2005 (BB10 p. 140-141) en het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 11 juni 2007 (BB10 p. 88).

62 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 7] d.d. 17 december 2004 (BB10 p. 5).

63 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 7] d.d. 17 december 2004 (BB10 p. 6).

64 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] inzake onderzoek 65Tango d.d. 23 mei 2003 (BB10 p. 471-474) en het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] inzake onderzoek 65 Tango d.d. 24 mei 2003 (BB10 p. 475-480).

65 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] d.d. 19 mei 2004 (BB10 p. 206).

66 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] d.d. 19 mei 2004 (BB10 p. 207).

67 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] d.d. 19 mei 2004 (BB10 p. 208).