Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BU4025

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
10-11-2011
Datum publicatie
11-11-2011
Zaaknummer
15/973002-09
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2013:2751, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Onderzoek Faasse; promis; invoer en uitvoer van grote hoeveelheden verdovende middelen (hasj); verjaring; partiële niet-ontvankelijkheid; redelijke termijn.

De meervoudige strafkamer van de rechtbank Haarlem heeft tien verdachten in de megazaak Faasse veroordeeld voor de betrokkenheid bij in- en uitvoer van grote hoeveelheden softdrugs (hasj) in de periode 2000-2004. Twee verdachten zijn integraal vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten.

De opgelegde straffen variëren van werkstraffen in combinatie met geldboetes, tot 30 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

De bewezen verklaarde hasjtransporten waren wisselend afkomstig uit Marokko, Spanje, Portugal en/of Frankrijk. Met behulp van vrachtwagens die speciaal waren geprepareerd (o.a. dubbele wanden in de aanhanger) werd de hasj naar Nederland vervoerd. Om de drugssmokkel te faciliteren is in een aantal gevallen gebruik gemaakt van een voor dat doel in Duitsland opgezette rechtspersoon. Vanuit Nederland zijn ook drugs naar Engeland gesmokkeld. De hoeveelheden hasj die per transport zijn vervoerd lopen uiteen van een paar honderd kilo tot meerdere tonnen.

Van de veroordeelde verdachten zijn er twee betrokken geweest bij het ‘rippen’ van hasj. In één geval werd in dat verband gebruik gemaakt van een nagebouwde politiewagen. De bestolen vrachtwagenchauffeur werd op geraffineerde wijze misleid door middel van een gefingeerde politiecontrole. Vervolgens is de vrachtwagen met hasj van de chauffeur overgenomen, mede onder dreiging met een vuurwapen.

Het verschil in strafoplegging tussen de verschillende verdachten is bepaald door het aantal transporten waarbij een verdachte betrokken is geweest en de rol van de betreffende verdachte. Zo hebben bepaalde verdachten alleen ondersteunende activiteiten verricht, terwijl andere verdachten een organiserende rol hebben gehad. Bij de strafoplegging is rekening gehouden met het tijdsverloop sinds het begaan van de feiten en de berechting. Deels waren de feiten verjaard en kon de rechtbank daarover geen oordeel meer geven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/973002-09 (Onderzoek Faasse)

Uitspraakdatum: 10 november 2011

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 25 augustus 2010, 17 januari 2011, 18 januari 2011, 20 januari 2011, 24 mei 2011, 24 juni 2011, 6 oktober 2011 en 27 oktober 2011 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

Feit 1 primair (zaakdossier B01):

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2000 tot en met 6 mei 2000 te Noordwijk en/of Katwijk aan Zee en/of Bussum, althans in Nederland, en/of te Lissabon en/of Vendas Novas, althans in Portugal, en/of elders in Europa en/of te Tanger en/of Rabat, althans in Marokko, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland te brengen, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, een hoeveelheid van ongeveer 3.155 kilogram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als vermeld op de bij die wet behorende lijst II, met dat opzet tezamen en in vereniging met een ander,

- eerdergenoemde hoeveelheid hasj verkocht en/of ter beschikking gesteld en/of

- een leverancier en/of een afnemer voor eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj heeft geregeld - een vrachtauto en/of een (shovel)bak en/of een graafmachine bestemd voor het vervoeren en/of verbergen van eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj en/of een chauffeur ter beschikking heeft gesteld en/of heeft benaderd en/of

- een contactpersoon in Portugal heeft aangesteld en/of

- een locatie bestemd voor het laden en/of afleveren van eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj ter beschikking heeft gesteld en/of

- (een) perso(o)n(en) met eerdergenoemde vrachtauto naar Portugal heeft laten rijden en/of die vrachtauto aldaar met eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj, althans met een graafmachine waarin deze hoeveelheid hasjiesj was verstopt, heeft laten beladen en/of die vrachtauto vanuit Portugal in de richting van Nederland heeft laten rijden en/of

- (telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) heeft gehad en/of (een) bespreking(en) heeft gevoerd en/of afspra(a)k(en) heeft gemaakt met een of meer leverancier(s), transporteur(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten, medeverdachten en/of ander(en) met betrekking tot eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj en/of

- tot vorenomschreven feiten opdracht heeft gegeven;

Feit 1 subsidiair (zaaksdossier B01):

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2000 tot en met 6 mei 2000 te Noordwijk en/of Katwijk aan Zee en/of Bussum, althans in Nederland, en/of te Lissabon en/of Vendas Novas, althans in Portugal, en/of elders in Europa en/of te Tanger en/of Rabat, althans in Marokko, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 3.155 kilogram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als vermeld op de bij die wet behorende lijst II.

Feit 2 primair (zaakdossier B07):

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2002 tot en met 31 oktober 2002 te Sassenheim en/of Amsterdam en/of Leiden en/of Wassenaar en/of Weert en/of Vianen, althans in Nederland, en/of in Spanje en/of elders in Europa en/of te Casablanca en/of Rabat en/of Tanger, althans in Marokko, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, en/of heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 1.500 kilogram hasjiesj (in totaal een hoeveelheid van ongeveer 3.000 kilogram hasjiesj), in elk geval (telkens) een hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als vermeld op de bij die wet behorende lijst II;

Feit 2 subsidiair (zaakdossier B07):

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2002 tot en met 31 oktober 2002 te Sassenheim en/of Amsterdam en/of Leiden en/of Wassenaar en/of Weert en/of Vianen, althans in Nederland, en/of in Spanje en/of elders in Europa en/of te Casablanca en/of Rabat en/of Tanger, althans in Marokko, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, en/of heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 1.500 kilogram hasjiesj (in totaal een hoeveelheid van ongeveer 3.000 kilogram hasjiesj), in elk geval (telkens) een hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als vermeld op de bij die wet behorende lijst II;

bij en/of tot welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte in de periode van 1 mei 2002 tot en met 31 oktober 2002 te Sassenheim, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft tot het plegen van dit/deze misdrij(f)(ven) door (telkens)

- een locatie bestemd voor het laden en/of overladen en/of afleveren van eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj ter beschikking te stellen en/of informatie en/of aanwijzingen te verstrekken met betrekking tot het adres van deze locatie en/of met een of meer medeverdachten naar deze locatie te rijden en/of eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj op die locatie uit te (laten) laden.

Feit 3 primair (zaakdossier B08):

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2003 tot en met 31 januari 2003 te Sassenheim en/of Noordwijk en/of Amsterdam en/of Bussum, althans in Nederland, en/of te Villajoyosa en/of Alicante en/of Denia en/of Marbella, althans in Spanje, en/of elders in Europa en/of te Casablanca en/of Rabat en/of Tanger, althans in Marokko tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, en/of heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 3.700 kilogram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als vermeld op de bij die wet behorende lijst II;

Feit 3 subsidiair (zaakdossier B08):

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2003 tot en met 31 januari 2003 te Sassenheim en/of Noordwijk en/of Amsterdam en/of Bussum, althans in Nederland, en/of te Villajoyosa en/of Alicante en/of Denia en/of Marbella, althans in Spanje, en/of elders in Europa en/of te Casablanca en/of Rabat en/of Tanger, althans in Marokko tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als

bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, en/of heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 3.700 kilogram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als vermeld op de bij die wet behorende lijst II,

bij en/of tot welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte in de periode van 1 januari 2003 tot en met 31 januari 2003 te Noordwijk en/of Sassenheim, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft tot het plegen van

dit/deze misdrij(f)(ven) door

- een locatie bestemd voor het laden en/of overladen en/of afleveren van eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj ter beschikking te stellen en/of eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj op die locatie uit te (laten) laden en/of

- een chauffeur ter beschikking te stellen, welke chauffeur eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj vervolgens heeft vervoerd;

en/of

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2003 tot en met 31 januari 2003 te Sassenheim en/of Noordwijk en/of Amsterdam en/of Breda, althans in Nederland, en/of elders in Europa en/of te Larache en/of Casablanca en/of Rabat en/of Tanger, althans in Marokko, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland te brengen, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, een hoeveelheid van ongeveer 3.700 kilogram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als vermeld op de bij die wet behorende lijst II, met dat opzet tezamen en in vereniging met een ander,

- een leverancier en/of een afnemer voor eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj heeft geregeld

- (een) perso(o)n(en) met een vrachtauto met dubbele wanden naar Marokko heeft laten rijden, in welke vrachtauto de hasjiesj zouden worden geladen en/of

- een locatie bestemd voor het laden en/of overladen en/of afleveren van eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj ter beschikking heeft gesteld en/of

- (telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) heeft gehad en/of (een) bespreking(en) heeft gevoerd en/of afspra(a)k(en) heeft gemaakt met een of meer leverancier(s), transporteur(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten, medeverdachten en/of ander(en) met betrekking tot eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj en/of

- tot vorenomschreven feiten opdracht heeft gegeven;

Feit 3 (meer) subsidiair (zaaksdossier B08):

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 4] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2003 tot en met 31 januari 2003 te Sassenheim en/of Noordwijk en/of Amsterdam en/of Breda, althans in Nederland, en/of elders in Europa en/of te Larache en/of Casablanca en/of Rabat en/of Tanger, althans in Marokko, ter uitvoering van het door die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 4] voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland te brengen, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, een hoeveelheid van ongeveer 3.700 kilogram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als vermeld op de bij die wet behorende lijst II, met dat opzet tezamen en in vereniging met een ander,

- een leverancier en/of een afnemer voor eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj heeft geregeld

- (een) perso(o)n(en) met een vrachtauto met dubbele wanden naar Marokko heeft laten rijden, in welke vrachtauto de hasjiesj zouden worden geladen en/of

- een locatie bestemd voor het laden en/of overladen en/of afleveren van eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj ter beschikking heeft gesteld en/of

- (telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) heeft gehad en/of (een) bespreking(en) heeft gevoerd en/of afspra(a)k(en) heeft gemaakt met een of meer leverancier(s), transporteur(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten, medeverdachten en/of ander(en) met betrekking tot eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj en/of

- tot vorenomschreven feiten opdracht heeft gegeven,

bij en/of tot welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte in de periode van 1 januari 2003 tot en met 31 januari 2003 te Noordwijk en/of Sassenheim, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft tot het plegen van dit/deze misdrij(f)(ven) door

- een locatie bestemd voor het laden en/of overladen en/of afleveren van eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj ter beschikking te stellen en/of eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj op die locatie uit te (laten) laden.

Feit 4 primair (zaaksdossier B11):

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2004 tot en met 30 april 2004 te Katwijk en/of Noordwijk en/of Sassenheim en/of Amsterdam, althans in Nederland en/of te Malaga en/of Algeciras en/of Villajoyosa, althans in Spanje, en/of elders in Europa en/of te Casablanca en/of Rabat en/of Tanger, althans in Marokko, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, en/of heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 3.000 kilogram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Feit 4 subsidiair (zaaksdossier B11):

[medeverdachte 5] en/of anderen op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2004 tot en met 30 april 2004 te Katwijk en/of Noordwijk en/of Sassenheim en/of Amsterdam, althans in Nederland en/of te Malaga en/of Algeciras en/of Villajoyosa, althans in Spanje, en/of elders in Europa en/of te Casablanca en/of Rabat en/of Tanger, althans in Marokko, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, en/of heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 3.000 kilogram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,

bij en/of tot welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte in de periode van 1 april 2004 tot en met 30 april 2004 te Katwijk en/of Noordwijk en/of Sassenheim en/of Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft tot het plegen van dit/deze misdrij(f)(ven) door

- een locatie bestemd voor het laden en/of overladen en/of afleveren van eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj ter beschikking te stellen en/of eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj op die locatie uit te (laten) laden.

Feit 5 primair (zaaksdossier B12):

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2004 tot en met 31 mei 2004 te Noordwijk en/of Sassenheim en/of Amsterdam, althans in Nederland en/of te Nimes en/of Arles, althans in Frankrijk en/of te Villajoyosa, althans in Spanje, en/of elders in Europa en/of te Casablanca en/of Rabat en/of Tanger, althans in Marokko, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, en/of heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 2.000 kilogram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Feit 5 subsidiair (zaaksdossier B12):

[medeverdachte 5] en/of anderen op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2004 tot en met 31 mei 2004 te Noordwijk en/of Sassenheim en/of Amsterdam, althans in Nederland en/of te Nimes en/of Arles, althans in Frankrijk en/of te Villajoyosa, althans in Spanje, en/of elders in Europa en/of te Casablanca en/of Rabat en/of Tanger, althans in Marokko, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, en/of heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 2.000 kilogram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,

bij en/of tot welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte in de periode van 1 mei 2004 tot en met 31 mei 2004 te Noordwijk en/of Sassenheim en/of Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft tot het plegen van dit/deze misdrij(f)(ven) door

- een locatie bestemd voor het laden en/of overladen en/of afleveren van eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj ter beschikking te stellen en/of eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj op die locatie uit te (laten) laden.

Feit 6 primair (zaaksdossier B13):

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2004 tot en met 30 juni 2004 te Noordwijk en/of Amsterdam, althans in Nederland en/of te Orange en/of Nimes en/of Arles, althans in Frankrijk en/of te Villajoyosa, althans in Spanje, en/of elders in Europa en/of te Casablanca en/of Rabat en/of Tanger, althans in Marokko, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, en/of heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 7.000 kilogram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Feit 6 subsidiair (zaaksdossier B13):

[medeverdachte 5] en/of anderen op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2004 tot en met 30 juni 2004 te Noordwijk en/of Amsterdam, althans in Nederland en/of te Orange en/of Nimes en/of Arles, althans in Frankrijk en/of te Villajoyosa, althans in Spanje, en/of elders in Europa en/of te Casablanca en/of Rabat en/of Tanger, althans in Marokko, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, en/of heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 7.000 kilogram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,

bij en/of tot welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte in de periode van 1 juni 2004 tot en met 30 juni 2004 te Noordwijk en/of Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft tot het plegen van dit/deze misdrij(f)(ven) door

- een locatie en/of een oplegger bestemd voor het laden en/of overladen en/of afleveren en/of vervoeren van eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj ter beschikking te stellen en/of eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj op die locatie uit te (laten) laden.

Feit 7 primair (zaaksdossier B14):

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2004 tot en met 15 augustus 2004 te Noordwijk en/of Amsterdam, althans in Nederland en/of te Villajoyosa en/of Malaga, in elk geval in Spanje en/of elders in Europa en/of te Casablanca en/of Rabat en/of Tanger, althans in Marokko, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, en/of heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 2.000 kilogram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Feit 7 subsidiair (zaaksdossier B14):

[medeverdachte 5] en/of anderen op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2004 tot en met 15 augustus 2004 te Noordwijk en/of Amsterdam, althans in Nederland en/of te Villajoyosa en/of Malaga, in elk geval in Spanje en/of elders in Europa en/of te Casablanca en/of Rabat en/of Tanger, althans in Marokko, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, en/of heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 2.000 kilogram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,

bij en/of tot welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte in de periode van 1 juni 2004 tot en met 15 augustus 2004 te Noordwijk en/of Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft tot het plegen van dit/deze misdrij(f)(ven) door

- een locatie bestemd voor het laden en/of overladen en/of afleveren van eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj ter beschikking te stellen en/of eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj op die locatie uit te (laten) laden.

Feit 8 primair (zaaksdossier B15):

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2004 tot en met 29 augustus 2004 te Noordwijk en/of Amsterdam, althans in Nederland en/of te Le Perthus, in elk geval in Frankrijk, en/of te Algeciras en/of Albacete en/of Malaga, in elk geval in Spanje en/of elders in Europa en/of te Casablanca en/of Rabat en/of Tanger, althans in Marokko ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland te brengen, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, een hoeveelheid van ongeveer 8.757 kilogram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, met dat opzet tezamen en in vereniging met een ander,

- eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj heeft verkocht en/of ter beschikking heeft gesteld en/of

- een hoeveelheid tegels heeft gekocht en/of ter beschikking gesteld en/of een vervoeropdracht voor een hoeveelheid tegels heeft verkregen, welke tegels tezamen met de eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj zou worden vervoerd, teneinde de ontdekking van de hasjiesj te voorkomen en/of te bemoeilijken en/of

- een vrachtauto, voorzien van (een) verborgen bergplaats(en), bestemd voor het vervoeren van eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj en/of (een) chauffeur(s) heeft gekocht en/of ter beschikking heeft gesteld en/of heeft benaderd en/of

- (een) perso(o)n(en) met eerdergenoemde vrachtauto naar Malaga, althans Spanje, heeft laten rijden en/of die vrachtauto aldaar met eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj heeft laten beladen en/of die vrachtauto vanuit Spanje in de richting van Nederland heeft laten rijden en/of

- een locatie bestemd voor het laden en/of overladen en/of afleveren van eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj ter beschikking gesteld en/of

- (telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) heeft gehad en/of (een) bespreking(en) heeft gevoerd en/of afspra(a)k(en) heeft gemaakt met een of meer leverancier(s), transporteur(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten, medeverdachten en/of ander(en) met betrekking tot eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj en/of

- geld voor de financiering van vorenomschreven feiten beschikbaar heeft gesteld en/of

- tot vorenomschreven feiten opdracht heeft gegeven;

Feit 8 subsidiair (zaaksdossier B15):

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2004 tot en met 29 augustus 2004 te Noordwijk en/of Amsterdam, althans in Nederland en/of te Le Perthus, in elk geval in Frankrijk, en/of elders in Europa en/of te Algeciras en/of Albacete en/of Malaga, in elk geval in Spanje en/of elders in Europa en/of te Casablanca en/of Rabat en/of Tanger, althans in Marokko, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 8.757 kilogram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Feit 8 meer subsidiair (zaaksdossier B15):

[medeverdachte 5] en/of anderen op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2004 tot en met 29 augustus 2004 te Noordwijk en/of Amsterdam, althans in Nederland en/of te Le Perthus, in elk geval in Frankrijk, en/of te Algeciras en/of Albacete en/of Malaga, in elk geval in Spanje en/of elders in Europa en/of te Casablanca en/of Rabat en/of Tanger, althans in Marokko ter uitvoering van het door eerdergenoemde [medeverdachte 5] voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland te brengen, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, een hoeveelheid van ongeveer 8.757 kilogram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, met dat opzet tezamen en in vereniging met een ander,

- eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj heeft verkocht en/of ter beschikking heeft gesteld en/of

- een hoeveelheid tegels heeft gekocht en/of ter beschikking gesteld en/of een vervoeropdracht voor een hoeveelheid tegels heeft verkregen, welke tegels tezamen met de eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj zou worden vervoerd, teneinde de ontdekking van de hasjiesj te voorkomen en/of te bemoeilijken en/of

- een vrachtauto, voorzien van (een) verborgen bergplaats(en), bestemd voor het vervoeren van eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj en/of (een) chauffeur(s) heeft gekocht en/of ter beschikking heeft gesteld en/of heeft benaderd en/of

- (een) perso(o)n(en) met eerdergenoemde vrachtauto naar Malaga, althans Spanje, heeft laten rijden en/of die vrachtauto aldaar met eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj heeft laten beladen en/of die vrachtauto vanuit Spanje in de richting van Nederland heeft laten rijden en/of

- een locatie bestemd voor het laden en/of overladen en/of afleveren van eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj ter beschikking heeft gesteld en/of

- (telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) heeft gehad en/of (een) bespreking(en) heeft gevoerd en/of afspra(a)k(en) heeft gemaakt met een of meer leverancier(s), transporteur(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten, medeverdachten en/of ander(en) met betrekking tot eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj en/of

- geld voor de financiering van vorenomschreven feiten beschikbaar heeft gesteld en/of

- tot vorenomschreven feiten opdracht heeft gegeven

bij en/of tot welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte in de periode van 1 augustus 2004 tot en met 29 augustus 2004 te Noordwijk en/of Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft tot het plegen van dit/deze misdrij(f)(ven) door

- een locatie bestemd voor het laden en/of overladen en/of afleveren van eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj ter beschikking te stellen.

Feit 9 primair (zaaksdossier B17):

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2004 tot en met 14 december 2004 te Breda en/of Schiphol en/of Krommenie en/of Noordwijk, althans in Nederland en/of te Huelva en/of Villajoyosa en/of Sevilla, in elk geval in Spanje en/of elders in Europa en/of te Casablanca en/of Rabat en/of Tanger, althans in Marokko, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, en/of heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 2.000 kilogram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Feit 9 subsidiair (zaaksdossier B17):

[medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of anderen op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2004 tot en met 14 december 2004 te Breda en/of Schiphol en/of Krommenie en/of Noordwijk, althans in Nederland en/of te Huelva en/of Villajoyosa en/of Sevilla, in elk geval in Spanje en/of elders in Europa en/of te Casablanca en/of Rabat en/of Tanger, althans in Marokko, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, en/of heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 2.000 kilogram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,

bij en/of tot welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte in de periode van 1 december 2004 tot en met 14 december 2004 te Breda en/of Schiphol en/of Krommenie en/of Noordwijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft tot het plegen van dit/deze misdrij(f)(ven) door

- een locatie bestemd voor het laden en/of overladen en/of afleveren van eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj ter beschikking te stellen en/of eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj op die locatie uit te (laten) laden.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is en dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak.

Partiële niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

De rechtbank stelt vast dat de onder 1 subsidiair, 2, 3 (primair, subsidiair en meer subsidiair) tot en met 7 (allen primair en subsidiair), 8 (subsidiair en meer subsidiair) en 9 (primair en subsidiair) ten laste gelegde feiten thans zijn verjaard, voor zover deze betrekking hebben op het verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en aanwezig hebben (van hasj).

De ten laste gelegde periodes van het verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en aanwezig hebben (van hasj) betreffen periodes gelegen tussen 1 april 2000 tot en met 14 december 2004. Destijds was de maximale straf volgens art. 3, eerste lid onder B en C Opiumwet juncto artikel 11 Opiumwet, twee jaren. De verjaringstermijn was daarmee ingevolge art. 70 Sr, zes jaren.

Deze verjaringstermijn gold, gerelateerd aan de verdenkingen in deze zaak, tot 1 juli 2006. Op 1 juli 2006 (Stb. 292 d.d. 1 juni 2006) is namelijk een nieuw vijfde lid toegevoegd aan artikel 11 Opiumwet inhoudende, dat als sprake is van verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en aanwezig hebben van grote hoeveelheden hasj (meer dan 500 gram) er een strafmaat geld van maximaal zes jaren gevangenisstraf. De verjaringstermijn werd volgens art. 70 Sr daarmee 12 jaren.

In casu geldt als daad van vervolging, met als gevolg stuiting van de verjaring (artikel 72 Sr), het eerste verhoor van verdachte van 9 februari 2010.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren voor wat betreft voornoemde onderdelen van de tenlastelegging.

De rechtbank stelt vast dat het openbaar ministerie voor het overige ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft - zakelijk weergegeven - gerekwireerd tot:

* vrijspraak van het onder 9 primair en subsidiair ten laste gelegde feit;

* bewezenverklaring van de onder 1 tot en met 8 (alle primair) ten laste gelegde feiten en

* de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van drie (3) jaren.

4. Bewijs

4.1. Vrijspraak

4.1.1. Ten aanzien van feit 9 primair en subsidiair (zaaksdossier B17):

Met het openbaar ministerie en de raadsman van verdachte is de rechtbank van oordeel dat niet bewezen is hetgeen aan verdachte onder feit 9 primair en subsidiair is ten laste gelegd.

De rechtbank is van oordeel dat op basis van het strafdossier en het onderzoek ter terechtzitting onvoldoende is gebleken dat dit ten laste gelegde hasjtransport op het terrein van het bedrijf [bedrijf verdachte] van verdachte [verdachte] is gelost. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende bewijs is voor het onder feit 9 primair en subsidiair ten laste gelegde feit en dient verdachte daarvan te worden vrijgesproken.

4.2. De verklaringen van de gebroeders [getuige 1 & 2]1

Ter terechtzitting zijn door de verdediging kritische kanttekeningen geplaatst bij de betrouwbaarheid van de verklaringen van de gebroeders [getuige 1 & 2]. De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende. Beide broers zijn separaat gehoord door de Duitse politie en hebben onafhankelijk van elkaar verklaard. Hierbij is niet gebleken dat deze verklaringen ingegeven zouden zijn door het motief bepaalde personen op onjuiste wijze strafrechtelijk te belasten. Daarnaast hebben [getuige 1 & 2] ter terechtzitting onder ede bevestigd dat hun eerder afgelegde verklaringen juist waren.

Voorts blijkt uit de onder 4.3. opgenomen bewijsmiddelen in bijzonder het volgende. In verband met zaaksdossier B01 geldt dat de verklaringen van de gebroeders [getuige 1 & 2] overeenkomen met de verklaring van [getuige 3]. Tevens worden de verklaringen van de gebroeders [getuige 1 & 2] bevestigd door de stukken van de Portugese autoriteiten voor wat betreft de inbeslagname van de vrachtwagen met hasj, waarbij voornoemde [getuige 3] werd aangehouden als bestuurder. Ten aanzien van zaaksdossiers B07 en B08 geldt dat de verklaringen van [getuige 2] en [getuige 1] op essentiële onderdelen bevestiging vinden in hetgeen getuigen [getuige 4], [getuige 5], [getuige 10] en [verdachte] hebben verklaard. Tevens bevestigt in zaaksdossier B08 de getuige [getuige 9] de feitelijke gang van zaken, zoals de gebroeders [getuige 1 & 2] hebben verklaard.

Gelet op de inhoud van de voorgaande verklaringen en stukken - in onderlinge samenhang bezien - acht de rechtbank de verklaringen van de gebroeders [getuige 1 & 2] betrouwbaar en bruikbaar als bewijsmiddelen.

4.3. Redengevende feiten en omstandigheden

4.3.1. Ten aanzien van feit 1 (zaaksdossier B01):

Op 27 december 2009 werd door de gerechtelijke politie te Setúbal (Portugal) een oranje trekker met kenteken [kenteken], van het merk DAF, met aan de voorzijde bovenaan het opschrift "NV ZITO" en een daarbij behorende oplegger die aan de trekker gekoppeld was, met het identieke kenteken [kenteken], aan een onderzoek onderworpen. Gedurende dat onderzoek werden er in voornoemde oplegger 110 raffia zakken gevonden inhoudende 3.155 kilogram van een materiaal bestaande uit samengeperst plantaardig materiaal (vermoedelijk hasj). Hierbij is de chauffeur genaamd [getuige 3] aangehouden.2

[getuige 3] verklaarde dat hij ingehuurd was door de firma [bedrijf verdachte] en zijn contactpersoon was een zekere [voornaam verdachte] met telefoonnummer [mobiele telefoonnummer verdachte].3 Het voornoemde nummer was in gebruik bij verdachte [verdachte].4 [getuige 3] verklaarde naar Portugal gereden te zijn met de in beslag genomen vrachtwagen en oplegger in opdracht van de firma "[bedrijf verdachte]", gevestigd te Katwijk aan Zee. [getuige 3] kreeg de opdracht om naar Nederland terug te rijden en hem werd verzocht om bij aankomst iemand te bellen van de firma "[bedrijf verdachte]", teneinde zijn aankomst te melden en verdere instructies af te wachten. Iemand zou de oplegger komen ophalen.5 In de laadruimte van de vrachtwagen stond een grote shovelschep.6 Onder de shovel zaten drugs verstopt.7 In opdracht van [verdachte] moest [getuige 3] de vracht gaan lossen bij [bedrijf verdachte] in Noordwijk.8 Op 6 mei 2000 heeft [getuige 3] met [verdachte] van de firma [bedrijf verdachte] gebeld, teneinde te berichten dat de vrachtwagen bij de politie stond. [verdachte] herkent [getuige 3] op een aan hem getoonde foto.9 [getuige 3] verklaart [verdachte] naderhand bedreigd te hebben.10

[getuige 1] verklaarde omtrent dit mislukte transport het volgende. Het transport was van [medeverdachte 6], [medeverdachte 1], [medeverdachte 7], en [verdachte] (die [bijnaam verdachte] werd genoemd). [getuige 1] ontdekte dat [medeverdachte 1] een grote shovel voor een bulldozer had gekocht. Hij sloot de shovel af met een stalen plaat waarin een opening zat. In deze holle ruimte paste circa drie ton hasj. Het was de bedoeling om de shovel "op zijn kop" op de oplegger te leggen. De douane had geen mogelijkheden om de shovel op te tillen. Voor het laden van de shovel had [medeverdachte 1] een soort "krik" geregeld waarmee de shovel kon worden opgetild en [betrokkene 1] de hasj er aan de onderkant in kon stoppen. Indertijd zijn [betrokkene 1] en de vrachtwagenchauffeur bij het laden, of meteen daarna, in Portugal door de politie gepakt. Voor zover [getuige 1] weet is er drie ton hasj in beslag genomen. De chauffeur was indertijd door [verdachte] geregeld en deze is na zijn vrijlating naar [verdachte] toegegaan en heeft hem gechanteerd.11

Op de vraag aan [getuige 1] hoe en van wie hij te weten is gekomen van de in Portugal in beslag genomen partij van drie ton hasj verklaart hij het volgende. Hij was onderweg met [medeverdachte 1] naar Leopoldsburg (België) alwaar [medeverdachte 1] een autogarage had gekocht van [getuige 11]. In die garage stond een blauwe trailer, een zeilenwagen. In deze zeilenwagen was een grote sjofel bak geladen. In deze sjofelbak waren oude [getuige 12] en [medeverdachte 1] een geheime plek aan het bouwen. Later vertelde [medeverdachte 1] dat hij met deze combinatie drie ton hasj ging laden in Portugal. [medeverdachte 1] heeft [getuige 1] toen laten zien hoe de hasj in de sjofelbak geladen moest worden. Hiervoor was veel mankracht nodig. Toen zei [getuige 1] tegen [medeverdachte 1]: "Daar heb je een potig ventje voor nodig." Daarop zei [medeverdachte 1]: "Dat is geen probleem, want [betrokkene 1] gaat de partij laden, en die is sterk genoeg." Oude [getuige 12] is de loopjongen van [medeverdachte 6].12

[getuige 2] verklaarde onder meer dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 6] onafhankelijk van elkaar over een transport hebben verteld waarbij in Portugal een partij van drie ton hasj in beslag was genomen. Die zou door [betrokkene 1] in een baggersjofel verstopt zijn. Het transport was door [medeverdachte 7], [medeverdachte 6] en [medeverdachte 1] georganiseerd.13 [getuige 2] verklaarde later dat hij in eerste instantie via [medeverdachte 6], [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] de details vernomen had van de in beslag genomen partij van drie ton hasj in Portugal. [getuige 2] verklaarde nogmaals dat het een transport was van Amsterdamse [medeverdachte 8], [medeverdachte 7], [medeverdachte 6] en [medeverdachte 1]. [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8] hadden de Marokkaanse klant aangebracht van wie de hasj was [medeverdachte 6] en [medeverdachte 1] regelde het transport. [getuige 2] wist dit in eerste instantie van [medeverdachte 6] en [medeverdachte 1] en later van [medeverdachte 8] en [medeverdachte 7].14

Verdachte [verdachte] heeft verklaard dat hij de eigenaar is van [bedrijf verdachte]. Hij kent [getuige 3]. Deze had bij [verdachte] een trekker en oplegger gehuurd. [verdachte] heeft de vriendin van [getuige 3] bezocht om te vragen hoe hij zijn trailer en trekker kon terugkrijgen.15 Ter terechtzitting verklaarde [verdachte], nadat hij met een fax16 van 14 februari 2001 geconfronteerd was, dat hij deze geschreven had op verzoek van een advocaat.

[getuige 3] was voor [bedrijf verdachte] met een lege trailer gereden naar Portugal om te laden.

Verdachte wenste namelijk zijn trailer terug te krijgen. Tevens verklaarde verdachte ter terechtzitting dat [getuige 3] bij hem langs geweest is om hem te bedreigen.17

4.3.2. Ten aanzien van feit 2 (zaaksdossier B07):

Volgens [getuige 2] vond in oktober 2002 het eerste transport plaats vanuit Marokko. Via [betrokkene 2] waren [getuige 1 & 2] in contact gekomen met een groep Marokkanen uit Breda. Voor deze Marokkanen werkten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3], die de contactpersonen waren van de gebroeders [getuige 1 & 2]. Van [medeverdachte 2 &3] kwam de opdracht voor een transport van circa 1,5 ton hasj van Marokko naar Nederland. [getuige 4] kreeg van [medeverdachte 2 &3] een contactnummer in Marokko. Parallel daaraan kregen [getuige 1] en [getuige 2] ook nog een opdracht voor een transport van 1,5 ton hasj van ene [betrokkene 3] die dit transport op zijn beurt weer voor een Marokkaan genaamd [betrokkene 4] organiseerde. [getuige 4] is met één van zijn vrachtwagens en twee wisselbruggen naar Marokko gereden die met dubbele wanden waren uitgerust. Nadat [getuige 4] drie of vier keer met een lege bergruimte uit Marokko teruggereden was, heeft hij vervolgens geladen. De twee delen van de lading van elk 1,5 ton werden op twee verschillende plaatsen in Marokko geladen. Het laden voor [medeverdachte 2 &3] gebeurde bij Tanger, voor [betrokkene 4] bij Rabat. Daarna nam [getuige 4] er in Marokko nog een lading textiel bij. Vervolgens kwam [getuige 10] met de vrachtwagen in Nederland aan. [getuige 4] was met een vrachtwagen voor het transport uitgereden. In Weert hebben [medeverdachte 1] en [getuige 2] elkaar bij een Truck-Stop ontmoet. [getuige 4] heeft [getuige 2] later zelf verteld dat [getuige 10] ook bij het lossen aanwezig was. Beide partijen hasj werden bij [verdachte] gelost, die in Noordwijk de firma [bedrijf verdachte] heeft. Bij het uitladen brak [getuige 4] zijn hand. [getuige 2] kreeg 300.000 euro van [medeverdachte 2 &3].18

Desgevraagd verklaarde [getuige 1] dat het wel klopte wanneer [getuige 2] zei dat het transport in oktober 2002 was. Zij hadden een transportopdracht van [medeverdachte 2 &3]. [medeverdachte 2 &3] hadden alleen maar hasj voor de halve vrachtwagen. Daarom stuurden [getuige 2] en [getuige 1] de vrachtwagen verder naar [betrokkene 4], zodat ook nog de tweede helft van de vrachtwagen volgeladen kon worden. Tijdens dit transport werd een wisselbrug met de hasj van [getuige 1] en [voornaam medeverdachte 3] en een andere wisselbrug beladen. Het ging bij ieder om een gewicht tussen 1,5 en 1,7 ton hasj. [getuige 4] was voor de uitvoering van het transport verantwoordelijk. [getuige 2] gaf altijd aan [getuige 4] de instructies. Het transport ging naar [bijnaam verdachte] in Sassenheim, naar de oude hal van het bedrijf [bedrijf verdachte]. Met betrekking tot [verdachte] verklaarde [getuige 1] dat hij in Noordwijk woonde en daar ook zijn [bedrijf verdachte] had. Tijdens het uitladen van het transport waren [bijnaam verdachte] (verdachte [verdachte]), een medewerker van hem, [getuige 10] en [getuige 4] aanwezig. [getuige 4] brak hierbij zijn arm en werd door de politie naar het ziekenhuis gebracht. [voornaam medeverdachte 2] heet mogelijkerwijs [achternaam medeverdachte 2] met achternaam. [voornaam medeverdachte 3] heet waarschijnlijk met zijn achternaam [achternaam medeverdachte 3].19

[getuige 5] verklaarde dat in de maand oktober 2002 [getuige 10] vertelde dat hij op eigen rekening hasjtransporten uitvoerde. [getuige 10] reed met een rode vrachtauto merk Mercedes Actros. [getuige 5] reed met de bus en de veerboot naar Tanger. [getuige 10] gaf [getuige 4] daar de vrachtauto die leeg was. Volgens [getuige 10] zouden circa 600 kilogram hasj achter de dubbele muren verstopt geweest zijn. In Spanje (Algeciras) stapte [getuige 10] weer in de vrachtauto en samen reden zij naar Villajoyosa. [getuige 5] stapte daar uit en [getuige 10] reed alleen verder naar Nederland.20 Uit in- en uitreisgegeven van de Marokkaanse autoriteiten volgt dat [getuige 5] op 1 oktober 2002 Marokko via Tanger is in- en uitgereisd.21

[getuige 4] heeft [verdachte] voor het eerst ontmoet in de maand oktober 2002 in Leiden/ Sassenheim bij het benzinestation BP aan de A44. [getuige 4] reed naar Sassenheim in opdracht van [getuige 2], die hem de opdracht had gegeven om bij het bedrijf [bedrijf verdachte] 2 - 3 ton hasj van een hasjtransport uit te laden. In verband met deze opdracht zou [getuige 4] bij het BP benzinestation in Leiden een persoon genoemd [verdachte] ontmoeten die hem dan naar de oude opslaghal van [bedrijf verdachte] zou brengen. [verdachte] ging met zijn bestelauto voor de vrachtwagen met de hasj rijden en reed vervolgens circa 10 min naar de opslaghal waar [getuige 4] de vrachtwagen met de hasj samen met [getuige 10] en een medewerker van [verdachte] ging uitladen. Tijdens deze werkzaamheden viel [getuige 4] van de vrachtwagen en brak zijn linker pols.

[getuige 10] verklaart dat hij in oktober 2002 in opdracht van [getuige 4], met een vrachtwagen naar Marokko is gegaan, om een lading hasj te halen. In Nederland is hij met [getuige 4] naar een losplaats in de omgeving van Wassenaar gereden. Bij het lossen heeft [getuige 4] zijn arm gebroken. Uit in- en uitreisgegeven van de Marokkaanse autoriteiten volgt dat [getuige 10] op 26 september 2002 Marokko bij Tanger is in gereisd en op 1 oktober 2002 vanuit Tanger is uitgereisd.22

[verdachte] verklaart tenslotte dat hij [getuige 4] heeft leren kennen toen deze bij zijn bedrijf in Sassenheim kwam. Toen [getuige 4] bij [verdachte] ging lossen was hij uit zijn auto gevallen en had hij zijn hand gebroken.23

4.3.3. Ten aanzien van feit 3 (zaaksdossier B08):

Bij het transport in januari 2003 was volgens [getuige 2] sprake van twee opdrachten, waarbij één opdracht afkomstig was van een groep Marokkanen uit Breda. Zij gaven de opdracht voor het transport aan [medeverdachte 2 &3]. Laatstgenoemden wendden zich samen met [getuige 2] en zijn broer tot [getuige 4]. Als 'oppas' werd door [medeverdachte 2 &3] een persoon genaamd Jan uit Ridderkerk mee naar Marokko gestuurd.

[getuige 4] stuurde twee vrachtwagens naar Marokko. Voor de twee aanhangers had hij in totaal vier wisselbruggen gebruikt. [getuige 2] en [getuige 1] voorzagen de wisselbruggen van geheime bergplaatsen. Terwijl [getuige 5] met de "eerste" vrachtwagen vanuit Marokko naar Spanje ging, bleef [getuige 10] met die andere Jan uit Rotterdam (van [medeverdachte 2 &3]) in Marokko om de tweede vrachtwagen te laden. De rechtbank merkt in het navolgende de eerste vrachtwagen aan als 'vrachtwagen A' en de tweede vrachtwagen als 'vrachtwagen B'. Vrachtwagen B zou bij een bedrijf in de buurt van Tanger worden geladen. De twee Jannen reden echter naar het verkeerde bedrijf. Daar wisten de mensen niets van hasj die kennelijk klaar zou staan. Toen die twee zich dat realiseerden zijn ze lopend op de vlucht geslagen en lieten ze de twee wisselbruggen met de geopende geheime bergplaatsen achter. [getuige 4] heeft [getuige 2] verteld dat vrachtwagen B eerst in beslag is genomen maar dat [getuige 5] hem veel later weer van de politie teruggekregen heeft. Ook bij dit transport, dat voor [medeverdachte 2 &3] bestemd was, had er 3,7 ton hasj in de beide wisselbruggen verstopt moeten worden.24

[getuige 1] heeft als volgt verklaard. [getuige 2] en [getuige 1] kregen nog een transportopdracht van [medeverdachte 2 &3] voor de gelijke hoeveelheid hasj. Zij gaven [getuige 4] opdracht voor deze transporten. Hij heeft twee vrachtwagens met vier wisselbruggen met de chauffeurs [getuige 10] en [getuige 5] naar Marokko gestuurd. [medeverdachte 2 &3] hebben [getuige 13] met [getuige 10] meegestuurd omdat ze tijdens de uitvoering van het transport een man erbij wilden hebben die ze konden vertrouwen. In Spanje werd vrachtwagen A door [getuige 9], een chauffeur van [bedrijf verdachte] overgenomen en naar Noordwijk naar [bijnaam verdachte] gereden, waar hij werd leeg gehaald.25

[getuige 4] verklaart dat hij in januari 2003 het tweede Marokko transport uitvoerde. Vrachtwagen A stond in totaal drie weken lang op een laad- en losparkeerplaats in de haven van Tanger en was met ten minste twee ton hasj beladen omdat er geen legale goederen bij geleverd konden worden. Op 15 januari werden vervolgens de legale goederen, t-shirts van het bedrijf "Fruit of the Loom" geleverd. [getuige 5] en [getuige 10] ruilden de vrachtauto's en [getuige 5] maakte de overtocht met vrachtwagen A van [getuige 4], met de t-shirts en de twee ton hasj van Marokko naar Spanje.

[getuige 10] bleef in Spanje waar hij samen met een Nederlander, die ook Jan heette, vrachtwagen B (van [getuige 5]) met nog een lading wilde volladen. Vervolgens reden de twee mannen met de naam Jan naar de verkeerde opslagplaats en gaven op de vraag wat ze wilden tot antwoord dat ze waren gekomen om hasj op te halen. Toen ze de vergissing opmerkten gingen ze op de vlucht en hebben de truck van [getuige 5] achtergelaten (vrachtwagen B).

[getuige 5] kwam met de truck (vrachtwagen A) en de hasj naar Villajoyosa. De truck werd langs de snelweg geparkeerd. [getuige 4] nam toen telefonisch contact met [getuige 2] op. Die stuurden twee chauffeurs uit Nederland. Ze haalden vrachtwagen A op en brachten het transport naar Nederland.

[getuige 4] heeft de opdracht voor de twee transporten (december 2002 en januari 2003) van [getuige 2] gekregen. Hij heeft de twee opdrachten aan [getuige 10] doorgegeven, die toen met zijn witte Actros naar Marokko reed. [getuige 4] zelf was na de ramadan 2002 (medio december 2002) in Marokko. [getuige 10] gaf toen aan [getuige 5] de opdracht om met zijn eigen vrachtwagen naar Marokko te komen. [getuige 5] heeft later de Actros (vrachtwagen A) bij een wegrestaurant in Denia aan [getuige 9], een Nederlander, die voor [getuige 2] werkte overgedragen. [getuige 9] had [getuige 14] als tweede chauffeur meegebracht. [getuige 14] werkte toen nog als chauffeur voor het Spaanse bedrijf van [getuige 4]. [getuige 9] is een Nederlander die in Polen woont en met een Poolse vrouw getrouwd is.26 [getuige 9] kreeg in de maand januari 2003 van [getuige 2] de opdracht om waarschijnlijk vanuit Nederland naar Alicante te vliegen. Het was de bedoeling dat [getuige 9] vrachtwagen A, die [getuige 5] van Tanger naar Villajoyosa had gereden, over zou nemen en hem naar verwachting naar de hal van [bedrijf verdachte] in Sassenheim zou rijden. Voor dit transport heeft [getuige 4] een chauffeur genaamd [getuige 14]n meegegeven. Zover [getuige 4] weet werd [getuige 14] vlak voor Noordwijk op een parkeerplaats uit vrachtwagen A gezet en een dag later met het vliegtuig naar Spanje gestuurd. Aan [getuige 4] is ook gevraagd wanneer hij zich ervan bewust was dat [getuige 9] voor [bedrijf verdachte] rijdt. [getuige 4] heeft hierop geantwoord dat hij gelijklopend met het bovengenoemde transport met zijn vrachtwagen met een legale vracht een dag later naar Nederland reed. Tijdens deze gelegenheid nam hij de uitgeladen vrachtwagen A over en reed hem terug van Sassenheim naar Bemmel. [getuige 4] hoorde toen van [getuige 9] zelf, dat hij als chauffeur bij [bedrijf verdachte] werkt.27

Uit onderzoek van de Nederlandse politie is gebleken dat [verdachte] als eigenaar van [bedrijf verdachte] een locatie heeft gehad aan de [adres bedrijf verdachte] te Sassenheim.28

In de maand januari 2003 werd [getuige 5] door [getuige 10] opgebeld. [getuige 10] vertelde dat hij bij [getuige 4] was en dat ze voor spul, dat al in Tanger lag, trucks nodig hadden. [getuige 5] verwisselde in Villajoyosa zijn eigen truck met die van [getuige 4] en reed naar Tanger. Vrachtwagen B van [getuige 5] bleef in Marokko terwijl [getuige 5] met de aanhangervrachtauto (vrachtwagen A) van [getuige 4] overstak naar Spanje en tot Marbella reed. De volgende ochtend zei [getuige 4] tegen [getuige 5] dat hij in Alicante op hem zou wachten, alsmede dat er hasj in vrachtwagen A zat, de vrachtwagen waarmee [getuige 5] onderweg was. Later heeft [getuige 4] verteld dat het twee ton was. [getuige 5] reed met vrachtwagen A van Marbella naar Denia. Hier overhandigde hij vrachtwagen A aan een Nederlander, [getuige 9] genaamd en aan een Duitser, die [getuige 14] heette. [getuige 14] kende [getuige 5] als hulpkracht van [getuige 4]. Samen met [getuige 4] reed [getuige 5] het transport hasj tot kort voor de Franse grens. Terwijl [getuige 5] met de bus terug naar Villajoyosa reed, hebben [getuige 9] en [getuige 14] het hasj transport naar Nederland voortgezet.29

Voorts heeft [getuige 5] bij de rechter-commissaris verklaard dat op het bedrijfsterrein van [verdachte] hasjtransporten werden geladen en gelost. Ook die, die [getuige 5] heeft doorgevoerd. Hij heeft [verdachte] op het terrein gezien.30

[getuige 10] is in januari 2003 met [getuige 5] naar Marokko gegaan, allebei in een aparte vrachtwagen. [getuige 10] reed in de vrachtwagen van [getuige 5] (vrachtwagen B). Hij denkt dat hij toen in opdracht van [getuige 4] naar Marokko is gegaan. De lading ging in de dubbele wanden van de wisselbruggen van de beide vrachtwagens. [getuige 10] wist dat er hasj vervoerd werd. [getuige 5] is toen met een vracht weg gereden (vrachtwagen A). Bij het laden (van vrachtwagen B) ging er iets verkeerd. Een man scheen met een zaklamp en vroeg wat aan hen wat zij aan het doen waren. [getuige 10] is toen weggelopen en heeft een taxi gepakt. Vrachtwagen B van [getuige 5] is toen blijven staan in Marokko.31

[verdachte] verklaart dat hij een chauffeur in dienst heeft gehad, genaamd [getuige 9]. Hij heeft hem één of twee keer uitgeleend aan [getuige 4]. [getuige 9] is met zijn vriendin naar Alicante gevlogen. [verdachte] weet dat [getuige 9] daar een paar ritten heeft gedaan in verband met een autoshow van Volkswagen. [getuige 9] heeft destijds de ritten bijgehouden omdat [verdachte] die in rekening moest brengen bij [bedrijf getuige 4].32

[getuige 9] herinnert zich dat hij begin 2003 naar Oslo zou gaan voor een rit, maar dat hij 's ochtends door [verdachte] werd gebeld, dat hij naar Alicante moest vliegen om een auto op te halen. [getuige 9] vertelde [verdachte], dat zijn vrouw dan mee moest, maar dat was voor hem geen bezwaar. Met meerdere vrachtwagens moesten zij podiummateriaal rijden naar Valencia voor Volkswagen. [getuige 9] herinnert zich dat hij dat ritje deed voor de firma [bedrijf getuige 4] uit Villajoyosa. [getuige 9] moest de uren bijhouden voor [verdachte], die dat kennelijk dan weer in rekening moest brengen bij [bedrijf getuige 4].33

4.3.4. Ten aanzien van feit 4 tot en met feit 8 (zaaksdossiers B11 tot en met B15):

[getuige 4] verklaarde omtrent het in april 2004 verrichtte hasjtransport als volgt. In april 2004 werd hij door [voornaam medeverdachte 5] gebeld. [voornaam medeverdachte 5] vroeg hem of zij nog iets zouden kunnen doen. [getuige 4] had op dat moment al een jaar geen hasjtransport verricht. Een week later heeft [getuige 4] [voornaam medeverdachte 5] in Algeciras (Spanje) ontmoet en heeft hij een voorschot van 15.000 euro van [voornaam medeverdachte 5] ontvangen. Een week later kon [getuige 5] de hasj in een opslagplaats in Malaga inladen. Vier Engelse mannen hebben de vrachtwagen met een voorheftruck ingeladen. Vervolgens werd de legale deklading, bestaande uit wijn en tegels, in Villajoyosa (Spanje) in de vrachtwagen met kenteken [Duits kenteken] geladen. [getuige 5] was de chauffeur van voornoemde vrachtwagen en [getuige 4] is met één van zijn eigen vrachtwagens voorop gereden naar Nederland. Bij het bedrijf van [verdachte] werd het transport uitgeladen. Vervolgens zijn [getuige 4] en [getuige 5] in het Novotel verbleven en de volgende ochtend hebben zij van de broer van [voornaam medeverdachte 5] het resterende bedrag van 45.000 euro in kleine eurobiljetten ontvangen. Vervolgens hebben [getuige 4] en [getuige 5] de vrachtwagen bij [verdachte] opgehaald en zijn zij met een legale deklading terug naar Spanje gereden.34 Voorts verklaarde [getuige 4] dat hij het transportloon altijd bij [verdachte] in Noordwijk liet brengen. Op die manier kreeg [getuige 5] ook direct zijn transportloon. Afgesproken was dat er twee ton hasj zou worden geladen. Echter dit bleek meer te zijn. [getuige 4] ging er vanuit dat het om ongeveer drie ton hasj ging. Na dit verrichtte hasjtransport kwamen de opdrachten erna direct van [voornaam medeverdachte 5].35

Vrachtwagenchauffeur [getuige 5] heeft ook een verklaring met betrekking tot het hasjtransport uit zaaksdossier B11 afgelegd. [getuige 5] verklaarde als volgt. In april 2004 was [getuige 5] met de vrachtwagen op weg naar Malaga toen hij door [getuige 4] werd opgebeld met de mededeling dat hij naar Malaga diende te komen omdat er een hasjtransport gereed stond. Tijdens de ontmoeting met [getuige 4] waren er ook een Nederlander, volgens [getuige 5] vermoedelijk de opdrachtgever ([getuige 4] verklaarde dat hij [voornaam medeverdachte 5] ontmoette), en een Spanjaard aanwezig. De Spanjaard begeleidde [getuige 5] naar een hal op een industrieterrein. Aldaar werden zes pallets van ieder 600-700 kilogram hasj geladen. Deze pallets waren in zwarte folie verpakt. Voor de pallets werden stoffen geladen welke zij in Alicante hadden aangeschaft. Vervolgens heeft [getuige 5] [getuige 4] in Villajoyosa ontmoet en zijn zij met twee vrachtwagens naar Nederland gereden. [getuige 5] reed in de vrachtwagen met het Duitse kenteken [Duits kenteken]. Tussen Den Haag en Noordwijk heeft [getuige 4] de vrachtwagen van [getuige 5] overgenomen. [getuige 5] mocht niet zien waar de hasj werd geladen. Anderhalf uur later werd [getuige 4] door de eigenaar van [bedrijf verdachte], genaamd "[verdachte]", teruggebracht. Vervolgens zijn zij twee dagen in het Novotel in Amsterdam verbleven en heeft [getuige 5] zijn transportloon van 15.000 euro ontvangen.36 [getuige 5] reed al een langere tijd legale transporten voor [getuige 4]. Op een gegeven moment bood [getuige 4] hem aan om hasjtransporten van Spanje naar Nederland te gaan verrichten. Hier is [getuige 5] op ingegaan. De hasj werd in Malaga bij een pompstation geladen. De hasj bevond zich op pallets. Als [getuige 5] naar [bedrijf verdachte] van [verdachte] in Noordwijk reed dan betroffen dit alleen hasjtransporten.37 Voorts verklaarde [getuige 5] dat hij [verdachte] tijdens het tweede hasjtransport naar Noordwijk heeft leren kennen. Bij het eerste transport naar Noordwijk mocht hij de hal namelijk niet zien. Daarnaast geeft [getuige 5] te kennen dat hij [verdachte] weliswaar kent, maar dat [getuige 4] zijn contactpersoon was. Immers kreeg hij alle opdrachten direct van [getuige 4].38

Ter terechtzitting heeft verdachte [verdachte] met betrekking tot voornoemd hasjtransport verklaard dat de vrachtwagens inderdaad bij hem op het terrein zijn geweest en aldaar zijn omgeladen. [verdachte] verklaarde voorts dat [getuige 4] wel eens bij hem kwam om de lading van een vrachtwagen opnieuw te rangschikken en dat hij daarbij een heftruck van verdachte gebruikte.39

In mei 2004 heeft er in opdracht van [voornaam medeverdachte 5] een transport van drie ton hasj plaatsgevonden van Nimes (Frankrijk) naar Nederland. De hasj werd door vrachtwagenchauffeur [getuige 5] gebracht naar het bedrijfsterrein van [verdachte] genaamd [bedrijf verdachte] Voorts bleek ook [getuige 4] betrokken te zijn geweest bij dit transport.

[getuige 4] verklaarde met betrekking tot het in mei 2004 verrichtte hasjtransport als volgt. Het transport werd in opdracht van [voornaam medeverdachte 5] verricht. [voornaam medeverdachte 5] had wederom via de telefoon contact met hem opgenomen. Deze keer moest de hasj in Frankrijk in de buurt van Nantes worden ingeladen. Het ging om twee ton hasj. [getuige 4] reed samen met [getuige 5] vanuit Villajoyosa (Spanje) met twee vrachtwagens naar Frankrijk. De vrachtwagen van [getuige 4] was volgeladen met machineonderdelen en een oude vrachtwagen. De vrachtwagen van [getuige 5] was maar voor de helft geladen. Vervolgens werd [getuige 5] in Frankrijk per telefoon naar een winkelcentrum geleid alwaar de hasj werd ingeladen. Vanwege ruimtegebrek werden de pallets uit elkaar gehaald en werden de zakken met hasj per stuk ingeladen. De hasj diende te worden getransporteerd naar Nederland. Meer in het bijzonder naar Noordwijk alwaar de hasj door [verdachte] zou worden uitgeladen. [getuige 4] verklaarde voorts dat hij voor dit transport 50.000 euro zou ontvangen en [getuige 5] een bedrag van 20.000 of 25.000 euro zou krijgen. Net als bij het transport van Malaga naar Nederland kregen [getuige 4] en [getuige 5] hun geld wederom van de broer van [voornaam medeverdachte 5] in het Novotel te Amsterdam.40 Voorts verklaarde [getuige 4] dat de verdovende middelen zich gedurende dit transport wederom in de Scania met het kenteken [Duits kenteken] bevonden. De verdovende middelen bevonden zich in elk geval in de motorwagen. [getuige 4] heeft het transport met een zilveren Scania voorzien van een Hauber dieplader begeleid. Tenslotte merkte [getuige 4] nog op dat hij altijd over het laden van de hasj bij Nantes (Frankrijk) heeft gesproken. Echter moet dit volgens [getuige 4] Nimes in Frankijk zijn.41

[getuige 5] heeft het volgende verklaard. Begin mei 2004 ontving hij van [getuige 4] de opdracht om opnieuw een hasjtransport uit te voeren. Samen met [getuige 4] reden zij met twee vrachtwagens naar Nimes in Frankrijk. Terwijl [getuige 4] in Nimes achterbleef reed [getuige 5] naar een supermarkt in Arles. Aldaar maakte hij kennis met een onbekende Nederlander, waarna er tweeënhalf tot drie ton hasj werd geladen. Dit alles gebeurde op 7 mei 2004 aangezien 8 mei 2004 in Frankrijk een nationale feestdag betrof, namelijk de viering van het einde van de tweede wereldoorlog, en [getuige 4] op die dag niet als Duitser het rijverbod wilde overtreden.42 Terugkomende op het laden van de hasj merkt [getuige 4] het volgende op. Omdat de pallets met hasj niet meteen van de kleine vrachtauto naar de vrachtwagen van [getuige 5] konden worden geladen moesten de pallets compleet uit elkaar worden gehaald en moesten de jutezakken los in de vrachtwagen worden geladen. Hierdoor rook de vrachtruimte van de vrachtwagen heel erg sterk. Vervolgens is [getuige 5] terug naar Nimes gereden alwaar [getuige 4] op hem wachtte. Zij hadden zich vanwege de nationale feestdag er al op ingesteld dat zij twee dagen op de parkeerplaats bij Nimes diende te verblijven. Hierna is de reis naar Nederland voortgezet. In Nederland zijn zij met beiden vrachtwagens naar de firma [bedrijf verdachte] in Noordwijk gereden. In plaats van de afgesproken 20.000 euro kreeg [getuige 5] van [getuige 4] slechts 12.000 euro aan transportloon.43

[getuige 8] verklaarde dat hij een ontmoeting had met [verdachte]. [getuige 4] zou daar ook bij aanwezig zijn want hij was met [getuige 5] in Nederland aangekomen en had zojuist een hasjtransport volbracht. [getuige 4] was daarbij voor [getuige 5] uitgereden en in Frankrijk moesten zij een langere pauze nemen vanwege een rijverbod gedurende een feestdag. [getuige 4] en [getuige 5] verbleven in een hotel in Amsterdam. Tijdens de ontmoeting zou aan bod komen of [getuige 4] een betrouwbare partner zou zijn voor toekomstige hasjtransporten.44

Het in zaaksdossier B13 ten laste gelegde hasjtransport betreft een transport van zeven ton hasj, welke in opdracht van [voornaam medeverdachte 5] omstreeks eind mei dan wel begin juni 2004 door [getuige 4] werd uitgevoerd waarbij [getuige 4] [getuige 5] als chauffeur heeft gebruikt. De hasj werd in Frankrijk, te weten in Nimes, geladen. Vervolgens diende de hasj naar Nederland te worden vervoerd en zou deze bij de firma [bedrijf verdachte] te Noordwijk worden gelost. De eigenaar van dit transportbedrijf betreft [verdachte].

In 2004 heeft [getuige 4] als volgt verklaard. [voornaam medeverdachte 5] belde [getuige 4] in juni 2004 op en gaf hem de opdracht om een hasjtransport van twee ton uit te voeren. [getuige 4] en [getuige 5] zijn hierop met twee vrachtwagens achter elkaar naar Nantes in Frankrijk gereden. Aldaar werd in de vrachtwagen van [getuige 5] de hasj geladen waarbij [getuige 5] direct al constateerde dat het om meer dan twee ton hasj ging, waarop [getuige 4] contact heeft opgenomen met [voornaam medeverdachte 5]. Deze gaf toe dat het iets meer was en dat [getuige 4] daarom meer geld zou krijgen. Omdat [getuige 4] al constateerde dat de vrachtwagen zwaar overladen was heeft hij de vrachtwagen in Nederland laten wegen. Op grond van die weging constateerde hij dat er zeven ton hasj was geladen. Net als bij de eerder verrichtte hasjtransporten werd de vrachtwagen weer aan [verdachte] van [bedrijf verdachte] overgedragen. [voornaam medeverdachte 5] had [getuige 4] 25.000 euro extra beloofd, echter hij heeft deze nooit van [voornaam medeverdachte 5] ontvangen. Van de 50.000 euro die hij van [voornaam medeverdachte 5] had ontvangen heeft hij 20.000 of 25.000 euro aan [getuige 5] gegeven.45

In 2005 heeft [getuige 4] andermaal een verklaring met betrekking tot dit hasjtransport afgelegd. [getuige 4] verklaarde dat [getuige 5] de hasj met de Scania [Duits kenteken] vervoerde. Ook dit hasjtransport heeft [getuige 4] weer met de zilveren Scania - Hauben en een zadeloplegger begeleid. Deze vrachtwagen stond geregistreerd op naam van de firma [bedrijf getuige 4]. Voorts was er een derde persoon bij dit transport, namelijk [betrokkene 5], welke volgens [getuige 4] niet op de hoogte was van de ware aard van het transport. Tijdens de reis naar Nederland is [verdachte] hen tegemoet gereden omdat er een probleem met de Scania was. [verdachte] wist iets over het merk Scania en kon het probleem oplossen. In de vrachtwagen van [getuige 5] waren twee pallets meer geladen dan er was afgesproken. [getuige 4] wilde precies weten hoeveel, zodat hij de vrachtwagen bij een openbare waag op het industrieterrein van Noordwijk is gaan wegen. Hij stelde daarbij vast dat er ongeveer vijf ton hasj meer was geladen dan afgesproken. Tenslotte merkte [getuige 4] nog op dat hij altijd over het laden van de hasj bij Nantes (Frankrijk) heeft gesproken. Echter moet dit volgens [getuige 4] Nimes in Frankrijk zijn.46

Chauffeur [getuige 5] heeft met betrekking tot dit hasjtransport nagenoeg hetzelfde verklaard als zijn werkgever [getuige 4]. Voor dit transport werd [getuige 4] weer door dezelfde opdrachtgevers opgebeld, namelijk [verdachte] van [bedrijf verdachte]. Deze [verdachte] had weer contact met de Nederlandse dan wel Marokkaanse afnemers. Voorts verklaarde [getuige 5] dat [getuige 4] hem wel eens over een "[voornaam medeverdachte 5] of [voornaam medeverdachte 5]" heeft verteld. Deze persoon was in Europa woonachtig. [getuige 5], [getuige 4] en nog een andere bestuurder genaamd "[betrokkene 5]" reden van Villajoyasa (Spanje) naar Orange in Frankrijk. Deze [betrokkene 5] wist ook volgens [getuige 5] niets af van de ware aard van het transport. [getuige 5] en [getuige 4] hadden hem verteld dat zij een lading goederen gingen afhalen. Ook nu weer was [getuige 5] de bestuurder waarmee hij het eerdere in zaaksdossier B12 weergegeven 'Frankrijk transport' had uitgevoerd. [getuige 4] en [betrokkene 5] bleven in Orange achter en [getuige 5] reed door naar Arles. Bij de afrit stond een blonde Nederlander te wachten die hij ook al bij het vorige transport had leren kennen. [getuige 5] reed achter deze Nederlander aan naar een meubelfabriek.47 Bij een hal naast de meubelfabriek wachtte een tweede Nederlander, welke hij ook al tijdens het eerste "Frankrijk-transport" had ontmoet, en een aantal Fransmannen op [getuige 5]. Volgens [getuige 5] was afgesproken dat hij ruimte voor zes pallets vrij moest houden, echter toen hij daar aankwam constateerde hij dat er acht in zwarte folie verpakte pallets klaar stonden. Het totale gewicht van de acht pallets bedroeg ongeveer vijf à zes ton en één pallet woog ongeveer tussen de 600 en 700 kilogram. Na het inladen van de hasj is [getuige 5] naar Orange gereden alwaar hij [getuige 4] en [betrokkene 5] ontmoette en zij met zijn drieën naar Nancy (Frankrijk) zijn gereden. Aldaar kwam [verdachte] van [bedrijf verdachte] hen tegemoet rijden. [verdachte] stapte bij [getuige 4] in de vrachtwagen en toen zijn zij in konvooi naar Luxemburg gereden. Echter stopten zij na enige kilometers weer en is [verdachte] weer in de auto gestapt en zijn zij allemaal via België naar Noordwijk gereden. [getuige 5] reed zijn vrachtwagen naar de hal van [bedrijf verdachte] en daar werd deze uitgeladen. [betrokkene 5] werd door [getuige 4] en [getuige 5] bij een hotel in Noordwijk afgezet, waarna [verdachte], [getuige 5] en [getuige 4] naar het Novotel in Amsterdam bracht. Hier zijn zij, net als bij het vorige transport, weer twee dagen verbleven. [getuige 5] ontving voor dit transport een bedrag tussen de 12.000 en 13.000 euro ondanks dat er een transportloon van 20.000 euro was afgesproken ondanks dat er meer hasj was geladen. Met betrekking tot de betalingen kon [getuige 5] verklaren dat hij van [getuige 4] heeft gehoord, dat hij en [verdachte] direct na het transport de gemaakte kosten zouden optellen. [getuige 4] ontving dan van [verdachte] het transportloon of een deel ervan. [getuige 5] kreeg direct na het transport een kleine aanbetaling van 4.000 tot 5.000 euro van [getuige 4]. De rest kreeg [getuige 5] dan meestal van [getuige 4] in de daarop volgende dagen."48

Verdachte [verdachte] verklaarde, nadat hem de inhoud van dit zaaksdossier was voorgehouden, dat hij inderdaad op verzoek van [getuige 4] naar Frankrijk is gereden. Dit omdat [getuige 4] geen geld meer had om de tol voor de tolwegen te betalen. Hierop is [verdachte] samen met een vriend van hem in een zwarte Mercedes Vito naar Toul (Frankrijk) gereden.49 Daarnaast kan het zo zijn geweest dat hij aldaar ook iets moest repareren maar dat kon hij zich niet meer herinneren. In Toul ontmoette hij [getuige 4], [betrokkene 5] en een derde onbekende persoon. Het kan daarentegen volgens [verdachte] wel zo zijn dat hij [getuige 5] en [getuige 4] naar het Novotel in Amsterdam heeft gebracht.50

Ter terechtzitting heeft verdachte [verdachte] bevestigd dat hij [getuige 4] wel eens tegemoet is gereden in Frankrijk om hem geld te geven voor de tolwegen. Hij is toen bij [getuige 4] in de vrachtwagen gestapt en is in Frankrijk met [getuige 4] meegereden. Verdachte heeft naar eigen zeggen het geld voor de tolwegen en de benzine in rekening gebracht, dit gebeurde niet op factuur maar ontving hij dergelijke kosten onderhands van [getuige 4]. Voorts bevestigde [verdachte] dat hij [getuige 5] en [getuige 4] wel eens naar het Novotel te Amsterdam heeft gebracht.51

In juni 2004 vond een hasjtransport van twee ton hasj plaats welke door chauffeur [getuige 6] vanuit Malaga (Spanje) naar Noordwijk werd gereden. De opdracht aan [getuige 4] was andermaal afkomstig van [voornaam medeverdachte 5]. [getuige 5] is de begeleider van dit transport geweest. [getuige 6] heeft de vrachtwagen tot aan een BP tankstation in Noordwijk gereden waarna [getuige 5] de vrachtwagen overnam en naar [bedrijf verdachte] van [verdachte] te Noordwijk heeft gereden. Aldaar zou de hasj zijn uitgeladen.

In 2005 heeft [getuige 4] omtrent voornoemd hasjtransport het volgende verklaard. Het betrof het tweede transport in opdracht voor [voornaam medeverdachte 5] en het was het eerste transport dat door [getuige 5] werd gereden. Tijdens dit transport werd er weer minimaal twee ton hasj gesmokkeld en [getuige 4] zou daar veertig euro per kilogram hasj als transportloon voor krijgen.52 Het transport verliep als volgt. [getuige 4] en [voornaam medeverdachte 5] hadden elkaar in Algeciras ontmoet waarbij [voornaam medeverdachte 5] aan [getuige 4] had gevraagd of en wanneer hij weer een vrachtauto zou kunnen sturen. Hierop heeft [getuige 4] een vrachtwagen met een legale vrachtlading naar Malaga gestuurd. Aldaar bevond zich de vaste ontmoetingsplaats in de vorm van een parkeerplaats bij een snelwegafrit. Van daaruit werd de vrachtwagen naar de haven gebracht. In de haven stond de hasj al klaar. Ook deze keer was het spul in kartonnen dozen ingepakt en omwikkeld in folie.53 Voorts heeft [getuige 4] verklaard dat hij er echter vanuit ging dat er ook deze keer meer dan de afgesproken twee ton hasj zou zijn geladen. [getuige 6] vervoerde de hasj met de Scania [Duits kenteken] op naam van de firma [bedrijf getuige 4]. Als legale lading bevond zich ook een verhuizing en een lading wijn in de vrachtwagen welke in Bonn diende te worden uitgeladen. [getuige 5] heeft het transport volgens [getuige 4] met zijn op naam van de firma [bedrijf getuige 4] gehuurde Toyota Yaris begeleid. [getuige 4] zelf is pas een dag later met de Mercedes van zijn vrouw van Spanje naar Nederland gereisd. Hij kwam op dezelfde dag als [getuige 5] en [getuige 6] aan. Vlak voordat de vrachtwagen in Noordwijk aan zou komen heeft [getuige 5] deze van [getuige 6] overgenomen. [getuige 6] mocht namelijk niet weten waar de hasj zou worden uitgeladen. Naar eigen zeggen heeft [getuige 4] voor dit transport slechts de coördinatie voor zijn rekening genomen. Enkele dagen later heeft [getuige 4] [getuige 5] in het Novotel te Amsterdam ontmoet en hem zijn transportloon van 5.000 euro overhandigd. Dit geld was afkomstig uit de 85.000 euro die [getuige 4] van de broer van [voornaam medeverdachte 5] had ontvangen, waarna [getuige 4] met [getuige 6] in de Toyota terug naar Spanje is gereden.54 In 2006 is [getuige 4] andermaal gehoord en heeft hij verklaard dat bij voornoemd transport een totaalgewicht tussen de drie en de vijf ton zou zijn geladen.55

[getuige 5] verklaarde dat het transport waar [getuige 4] zo uitvoerig over heeft verklaard in juni 2004 heeft plaatsgevonden. Het risico om zelf te gaan rijden was inmiddels te groot, zodat zijn werkgever [getuige 4] inmiddels een nieuwe Belgische bestuurder genaamd [getuige 6] had aangenomen. Het transport werd uitgevoerd met een vrachtwagen welke [getuige 5] voor het bedrijf "[Duitse GmbH]" had gehuurd. De vrachtwagen bevond zich in Villajoyosa en [getuige 6] reed deze naar Malaga. [getuige 4] en [getuige 5] hebben op het parkeerterrein in Malaga gewacht totdat [getuige 6] terugkwam met de volgeladen vrachtwagen. In Benidorm heeft [getuige 5] vervolgens op naam van [getuige 4] ([getuige 4] verklaarde op naam van [bedrijf getuige 4] en dat is het bedrijf van [getuige 4]) een auto gehuurd en zijn [getuige 6] en [getuige 5], de één in de vrachtwagen en de ander in de huurauto, via Frankrijk, Luxemburg en België naar het BP tankstation in Noordwijk gereden. Aldaar nam [getuige 5] de vrachtwagen over, want [getuige 6] mocht niet zien waar de vrachtwagen werd gelost, en is hij naar [bedrijf verdachte] in Noordwijk gereden.56 [verdachte] en [getuige 6] mochten elkaar namelijk niet zien, omdat die twee volgens [getuige 4] ruzie met elkaar zouden hebben. De vrachtwagen werd dus bij [bedrijf verdachte] afgeladen. Ook deze keer heeft [verdachte] [getuige 4] en [getuige 5] naar het Novotel te Amsterdam gebracht.57

Voorts is ook de chauffeur van dit hasjtransport, genaamd [getuige 6], gehoord. [getuige 6] verklaarde als volgt. Het betrof een reis met bestemming Noordwijk. [getuige 4] was voor hem uitgereden en 's nachts heeft hij de vrachtwagen aan [getuige 4] overgedragen. [getuige 4] heeft hem op een parkeerterrein van een café achtergelaten en later weer opgehaald. Wat er daarna met de vrachtwagen is gebeurd wist hij niet. Vervolgens kwam [getuige 4] hem weer ophalen en heeft hij hem op een plek afgezet zodat hij terug naar huis kon reizen. Na zijn vrije dagen heeft hij de vrachtwagen weer in Spanje op moeten halen.58 In datzelfde verhoor komt [getuige 6] vervolgens terug op hoe het in Spanje is gegaan. Hij verklaarde niet te hebben geweten wat er in de vrachtwagen zat. Naast de afgesproken lading is op verzoek van [voornaam getuige 4] ([getuige 4]) nog een lading hasj erbij gedaan. [voornaam getuige 4] had tegen [getuige 6] gezegd dat hij een partij plastic moest inladen in een loods in Malaga. Het betroffen kartonnen dozen. Hierop heeft [getuige 4] hem gevraagd hoeveel pallets het betroffen. Volgens [getuige 6] waren het er vijf of zes. Een aantal uren later werd [getuige 6] weer door [getuige 4] opgebeld dat hij weer naar Malaga moest gaan. Toen hij daar aankwam zag hij dat ook in de tweede lading verdovende middelen lagen. Hij zag namelijk hasjzeepjes en plakken hasj.59 Daarnaast zijn [getuige 6] een aantal foto's voorgehouden waarbij hij de persoon op foto 2 herkende als te zijn genaamd [verdachte] van [bedrijf verdachte]60

Ten overstaan van de rechter-commissaris heeft [getuige 6] in 2011 voorts verklaard dat hij twee hasjtransporten voor [getuige 4] heeft verricht van Spanje naar Nederland, waarbij hij bij de laatste is aangehouden. Daarnaast heeft [getuige 6] met betrekking tot dit zaaksdossier verklaard dat hij de vrachtwagen naar [verdachte] heeft gebracht en de hasj daar zelf in opdracht van [getuige 4] heeft gelost. [verdachte] heeft niet geholpen met het lossen maar was wel in de buurt. Later zegt hij dat hij denkt dat hij bij het lossen aanwezig is geweest. Hij reed op dat moment voor [getuige 4] en heeft zijn transportloon van [getuige 4] ontvangen in een zwarte jeep van het merk Mercedes. Als hij destijds heeft gezegd dat het om twee ton ging dan kan dat best kloppen.61

Ook in de maand augustus 2004 heeft [getuige 4] van [voornaam medeverdachte 5] de opdracht gekregen tot het uitvoeren van een hasjtransport van 8.7 ton. De hasj was afkomstig uit Malaga (Spanje) en zou wederom worden vervoerd naar [bedrijf verdachte] van [verdachte] te Noordwijk (Nederland) worden vervoerd. Echter, dit transport is nooit in Noordwijk aangekomen omdat de chauffeur van dit transport, genaamd [getuige 6], door de Franse douane is aangehouden en de vrachtwagen inclusief 8.7 ton hasj in beslag is genomen.

Op 29 augustus 2004 werd bij de grensdoorgang Le Perthus te Frankrijk een vrachtwagen met het kenteken [Duits kenteken], komend vanuit de richting Spanje-Frankrijk, aan een douanecontrole onderworpen.62 De chauffeur van deze vrachtwagen bleek te zijn genaamd [getuige 6]. [getuige 6] was in het bezit van een viertal CMR's betreffende een lading tegels, porseleinen voorwerpen en keramiek. Vervolgens werd [getuige 6] verzocht om de deuren van de oplegger en de vrachtwagen te openen met welk verzoek hij instemde. In de oplegger werden elf pallets met tegelwerk aangetroffen. In de vrachtwagen bevonden zich naast tegels ook tien pallets welke omwikkeld waren met ondoorzichtig plastic folie. Op elke pallet stonden zestien kartonnen dozen en in deze dozen werden pakketen waargenomen met een bruine substantie welke de douaniers herkenden als zijnde hasj. 63 Na telling en weging bleek het in totaal te gaan om 156 dozen met een totaal bruto gewicht van 8.757 gram. Vervolgens zijn er representatieve monsters van één gram genomen.64 Uit het door het Douanelaboratorium te Marseille verrichte onderzoek naar de in beslag genomen hasj is gebleken dat het onderzochte materiaal cannabishars betreft met een totaal nettogewicht van 8.757 kilogram.65

Nadat chauffeur [getuige 6] bij de Spaans-Franse grens was aangehouden heeft [getuige 6] op 26 september 2005 ten overstaan van de onderzoeksrechter van de arrondissementsrechtbank te Perpignan verklaard dat [getuige 4] zijn opdrachtgever is geweest met betrekking tot het transporteren van verdovende middelen.66 Vervolgens heeft [getuige 6] op 12 mei 2006 andermaal een verklaring afgelegd met betrekking tot zijn aanhouding en de aangetroffen hasj. [getuige 6] verklaarde dat het klopte dat hij op 29 augustus 2004 was aangehouden. In opdracht van [voornaam getuige 4] [getuige 4], maar voor [verdachte], was hij op weg naar Nederland en meer in het bijzonder naar Noordwijk. Voorts verklaarde [getuige 6] dat hij de opdracht had gekregen om de vrachtwagen naar Rotterdam te brengen, maar als hij niet op tijd zou zijn dan moest hij de vrachtwagen naar de firma [bedrijf verdachte] op het industrieterrein in Noordwijk brengen en aan een transporteur die [verdachte] heet overdragen. Men had hem verteld dat er 1.000 kilogram aan verdovende middelen in de vrachtwagen zat.67

Ten overstaan van de rechter-commissaris heeft [getuige 6] in 2011 voorts verklaard dat hij twee hasjtransporten voor [getuige 4] heeft verricht van Spanje naar Nederland, waarbij hij bij het laatste transport - het onderhavige zaaksdossier B15 - is aangehouden.68 [getuige 6] verklaarde voorts dat het inderdaad de bedoeling was om de vrachtwagen naar Rotterdam te rijden. [verdachte] zou daar in de buurt woonachtig zijn.69

[getuige 4] heeft het in augustus 2004 verrichtte transport als volgt toegelicht. In de maand augustus belde [voornaam medeverdachte 5] hem weer op voor een nieuw transport. [getuige 4] en [getuige 5] wilden geen transporten meer doen, maar slechts het voorcommando. Ze hadden tegen [voornaam medeverdachte 5] gezegd dat zij geen chauffeur hadden, waarop [voornaam medeverdachte 5] zei dat [getuige 6] kon rijden. [getuige 4] heeft [getuige 6] opgebeld en die was niet verbaasd en zei tegen [getuige 4] dat [voornaam medeverdachte 5] per maand 100 kilogram hasj uit Marokko transporteerde. Een verlies van tien tot twintig procent was daarbij ingecalculeerd. Een paar dagen later ontmoette [getuige 4] [voornaam medeverdachte 5] in Algeciras (Spanje). [getuige 4] heeft toen een voorschot van 60.000 euro ontvangen voor het transport van twee ton hasj van Malaga naar Nederland. [getuige 6] zou 25.000 euro transportloon ontvangen. Zijn vrouw werd voor het voorcommando ingezet. De volgende dag laadde [getuige 6] de afgesproken twee ton hasj. Aan de telefoon zei [getuige 6] tegen [getuige 4] dat hij op vijf verschillende plaatsen extra had geladen en is toen naar Nederland vertrokken.70 Omdat [getuige 4] na 23:00 uur nog steeds niets van [getuige 6] had gehoord ging hij er vanuit dat er iets moest zijn gebeurd. Bijvoorbeeld een arrestatie. Op het nieuws hoorde hij later dat er bij Le Perthus (Frankrijk) een vrachtwagen met 8.7 ton hasj in beslag was genomen. [voornaam medeverdachte 5] hield [getuige 4] ervoor verantwoordelijk omdat er zeven ton meer was geladen dan de afgesproken twee ton hasj. [voornaam medeverdachte 5] wilde hiervoor anderhalf miljoen euro ontvangen van [getuige 4].71 In Spanje had [getuige 6] dus al aan [getuige 4] bekend dat hij meer dan de afgesproken twee ton hasj had geladen maar [getuige 6] zei dat het hooguit om drie ton ging. In Albacete (Spanje) had hij meer geladen. [getuige 4] weet niet wie daar de opdrachtgever van is geweest.72

Ook in 2006 heeft [getuige 4] zijn verklaring gehandhaafd. Hij verklaarde dat er in augustus 2004 een hoeveelheid van 8.7 ton hasj in Malaga was geladen en dat chauffeur [getuige 6] bij de grenspost Le Perthus (Frankrijk) was aangehouden en de hasj in beslag was genomen. Ook dit transport moest in Noordwijk worden uitgeladen.73 In 2009 is [getuige 4] door de Duitse autoriteiten gehoord. Hij verklaarde aldaar dat hij ruzie met de Marokkaanse opdrachtgevers, te weten de gebroeders [voornaam medeverdachte 5] en [voornaam medeverdachte 4], had gekregen nadat [getuige 6] met meer dan acht ton hasj was aangehouden. Die broers hielden hem, [getuige 4], verantwoordelijk voor de inbeslagneming van de hasj.74

In 2005 is ook [getuige 5] met betrekking tot de 8.7 ton in Frankrijk in beslag genomen hasj gehoord. Wat [getuige 5] verklaart weet hij alleen omdat [getuige 4] hem erover heeft verteld want hij was zelf niet bij dit transport. [getuige 4] heeft aan [getuige 5] verteld dat [getuige 6] naar Spanje was gekomen en samen met [getuige 4] de hasj in Malaga heeft geladen. Vervolgens is de vriendin van [getuige 6] voor de vrachtwagen uitgereden. [getuige 6] werd echter in Frankrijk aangehouden. [getuige 4] was in Spanje achtergebleven. [getuige 5] had gehoord dat er bij de aanhouding van [getuige 6] negen ton hasj was aangetroffen. Dit moet volgens [getuige 5] in augustus 2004 zijn geweest. Verder had [getuige 5] van [getuige 4] gehoord dat [verdachte] verantwoordelijk was geweest voor deze grote hoeveelheid hasj. [verdachte] wilde namelijk de hasj voor drie verschillende opdrachtgevers transporteren.75 [getuige 5] verklaarde in 2006 voorts dat de aanhouding van [getuige 6] in Frankrijk en de daarmee gepaard gaande inbeslagneming van de acht ton hasj in augustus 2004 er in Nederland voor heeft gezorgd dat er ruzie is ontstaan.76

Voorts was bij het bedrijf van [getuige 4] werkzaam een persoon genaamd [getuige 7] welke verklaarde dat hij voor de firma van [getuige 4], genaamd [bedrijf getuige 4], werkzaam was op het terrein te Villajoyosa (Spanje). [getuige 7] moest in augustus of september 2004 een lading wijn en marmer in Castellón (Spanje) ophalen. Vervolgens heeft hij de vrachtwagen aan [getuige 4] en een chauffeur genaamd [getuige 6] overgedragen. De vrachtwagen is vervolgens nooit meer terug gekomen waarna zij een telefoontje kregen dat deze in Frankrijk met een zeer grote hoeveelheid verdovende middelen in beslag was genomen. Hierop werd zijn werkgever [getuige 4] zeer nerveus. [getuige 4] wilde de vrachtwagen terughalen.77

Ook [getuige 2] heeft verklaard dat [getuige 6] hasjtransporten verrichtte voor [getuige 4] en [medeverdachte 6] en dat [getuige 6] in de zomer van 2004 in Frankrijk met 8.7 ton hasj was aangehouden.78

[verdachte] is voorts ook met betrekking tot zaaksdossier B15 gehoord en heeft daaromtrent als volgt verklaard. [verdachte] wist dat chauffeur [getuige 6] in Frankrijk was aangehouden, want [getuige 4] had hem opgebeld met de mededeling dat zijn vrachtwagen met het kenteken [Duits kenteken] zoek was. Hierop heeft [verdachte] zijn personeel, welke zich op dat moment in Frankrijk bevonden, de opdracht gegeven uit te kijken naar de vrachtwagen van [getuige 4]. Eén van de chauffeurs heeft vervolgens op de radio gehoord dat er een vrachtwagen in beslag was genomen omdat daar een grote hoeveelheid drugs in is gevonden. Ook verklaarde hij dat het zou kunnen dat [getuige 4] bij [verdachte] in Noordwijk langs zou komen met deze vrachtwagen want [getuige 4] kwam vaker bij hem om zijn lading te hergroeperen. Daarnaast herkende [verdachte] een deel van een in beslag genomen faxbericht als zijnde zijn handschrift. Het zou zo kunnen zijn geweest dat hij iets voor [getuige 4] had opgezocht en dat had opgeschreven.79

Op 19 augustus 2011 heeft [getuige 5] ten overstaan van de rechter-commissaris een verklaring afgelegd. In algemene zin heeft [getuige 5] met betrekking tot de transporten in de periode van april 2004 tot en met december 2004 het volgende verklaard. Hij verklaarde dat de destijds door hem afgelegde verklaringen naar waarheid zijn afgelegd. Voorts kloppen volgens [getuige 5] ook de door de gebroeders [getuige 1 & 2] en de heer [getuige 4] afgelegde verklaringen. Met betrekking tot de door hem verrichtte hasjtransporten geeft [getuige 5] aan dat hij wist dat het om hasj ging, omdat hij de hasj zelf heeft gezien. [getuige 5] gaat er van uit dat hij met [verdachte] over hasj heeft gesproken. De precieze woorden weet hij niet meer, maar wel dat hij met hem erover gesproken heeft. Ook wist hij altijd waar de hasj in de vrachtwagen verborgen was. Daarnaast heeft hij de hasj een aantal keren bij '[bedrijf verdachte]' van [verdachte] af moeten leveren en gaat [getuige 5] er dus vanuit dat [verdachte] wist dat het om hasj ging. De vrachtwagens met hasj werden voornamelijk op het terrein van [verdachte] geparkeerd.80

4.3.5. Het opzet van verdachte [verdachte]

Aangaande de wetenschap van verdachte [verdachte] bij de in de hierboven besproken hasjtransporten overweegt de rechtbank het volgende. Door verschillende personen is verklaard omtrent de handel in hasj door verdachte [verdachte]. Zo verklaarde [getuige 1] dat verdachte [verdachte] van [medeverdachte 6] [bedrijf verdachte] 'cadeau kreeg'. [getuige 2] verklaarde dit eveneens en stelde daarnaast dat het doel van het bedrijf was om het ook in de toekomst voor hasjtransporten te gebruiken. Ter terechtzitting hebben [getuige 1 & 2] voorts verklaard dat [verdachte] wist dat het om hasj ging. Volgens [getuige 4] was de rol van verdachte [verdachte] het uitladen en de opslag van hasj. [verdachte] had ook steeds een voorschot van zijn transportloon klaarliggen.81 Daarnaast was [verdachte] bij het uitladen van alle transporten aanwezig, omdat [getuige 4] dan gelijk zijn transportloon kon ontvangen.82 Tenslotte heeft [getuige 5] verklaard dat hij met [verdachte] gesproken heeft over hasj.83

De rechtbank overweegt dat naast deze verklaringen omtrent wetenschap van hasj bij verdachte [verdachte], uit de bewijsmiddelen volgt dat de daar besproken hasjtransporten als bestemming het bedrijf [bedrijf verdachte] van verdachte [verdachte] hadden. Gelet op die omstandigheid, de hier aangehaalde verklaringen en in onderlinge samenhang bezien met de bewijsmiddelen waarin [verdachte] genoemd wordt als betrokken bij een transport (zoals in de verklaring van [getuige 3] die hem als opdrachtgever aanwijst), kan de rechtbank redelijkerwijs geen andere conclusie trekken, dan dat verdachte geweten moet hebben dat de voornoemde transporten hasj betroffen.

Derhalve acht de rechtbank bewezen dat verdachte [verdachte] de 1 tot en met 8 (alle primair) ten laste gelegde feiten 'opzettelijk' heeft begaan. Daarbij bestond een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte [verdachte] en de andere bij de genoemde transporten betrokken personen. De rol van verdachte [verdachte] bestond uit het ter beschikking stellen van zijn bedrijfsterrein, te weten het terrein van [bedrijf verdachte], alwaar voornoemde hasjtransporten konden worden uit-, om- dan wel afgeladen en opgeslagen. Voor wat betreft zaaksdossiers B01 (feit 1) en B15 (feit 8) is sprake van een poging tot het uitvoeren van een hasjtransport, dat als plaats van bestemming voornoemd bedrijf van verdachte [verdachte] had.

4.4. Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair, 5 primair, 6 primair, 7 primair en 8 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

Feit 1 primair (zaakdossier B01):

hij in de periode van 1 april 2000 tot en met 6 mei 2000 te Lissabon, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland te brengen, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, een hoeveelheid van ongeveer 3.155 kilogram hasjiesj, zijnde hasjiesj een middel als vermeld op de bij die wet behorende lijst II, met dat opzet tezamen en in vereniging met een ander,

- eerdergenoemde hoeveelheid hasj ter beschikking gesteld en

- een leverancier voor eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj heeft geregeld - een vrachtauto en een (shovel)bak bestemd voor het vervoeren en verbergen van eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj en een chauffeur ter beschikking heeft gesteld en heeft benaderd en

- een contactpersoon in Portugal heeft aangesteld en

- een locatie bestemd voor het laden en afleveren van eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj ter beschikking heeft gesteld en

- een persoon met eerdergenoemde vrachtauto naar Portugal heeft laten rijden en die vrachtauto aldaar met eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj, heeft laten beladen en die vrachtauto vanuit Portugal in de richting van Nederland heeft laten rijden en

- tot vorenomschreven feiten opdracht heeft gegeven.

Feit 2 primair (zaakdossier B07):

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2002 tot en met 31 oktober 2002 te Sassenheim en Leiden en Wassenaar en Weert, en in Spanje en Rabat en Tanger, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, een hoeveelheid van ongeveer 3.000 kilogram hasjiesj, zijnde hasjiesj een middel als vermeld op de bij die wet behorende lijst II.

Feit 3 primair (zaakdossier B08):

hij in de periode van 1 januari 2003 tot en met 31 januari 2003 te Sassenheim en Noordwijk en te Villajoyosa en Alicante en Denia en Marbella, en Tanger, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, een hoeveelheid van ongeveer 3.700 kilogram hasjiesj, zijnde hasjiesj een middel als vermeld op de bij die wet behorende lijst II;

Feit 4 primair (zaaksdossier B11):

hij in de periode van 1 april 2004 tot en met 30 april 2004 te Noordwijk en Amsterdam en te Malaga en Algeciras en Villajoyosa, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, een hoeveelheid van ongeveer 3.000 kilogram hasjiesj, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II.

Feit 5 primair (zaaksdossier B12):

hij in de periode van 1 mei 2004 tot en met 31 mei 2004 te Noordwijk en Amsterdam en te Nimes en Arles en te Villajoyosa, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, een hoeveelheid van ongeveer 2.000 kilogram hasjiesj, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II.

Feit 6 primair (zaaksdossier B13):

hij in de periode van 1 juni 2004 tot en met 30 juni 2004 te Noordwijk en Amsterdam en te Orange en Nimes en Arles en te Villajoyosa, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, een hoeveelheid van ongeveer 7.000 kilogram hasjiesj, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II.

Feit 7 primair (zaaksdossier B14):

hij in de periode van 1 juni 2004 tot en met 15 augustus 2004 te Noordwijk en Amsterdam en te Villajoyosa en Malaga, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, een hoeveelheid van ongeveer 2.000 kilogram hasjiesj, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II.

Feit 8 primair (zaaksdossier B15):

hij in de periode van 1 augustus 2004 tot en met 29 augustus 2004 te Noordwijk en Amsterdam en te Le Perthus en te Algeciras en Albacete en Malaga, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland te brengen, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, een hoeveelheid van ongeveer 8.757 kilogram hasjiesj, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, met dat opzet tezamen en in vereniging met anderen,

- eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj ter beschikking heeft gesteld en

- een hoeveelheid tegels heeft gekocht of ter beschikking gesteld of een vervoeropdracht voor een hoeveelheid tegels heeft verkregen, welke tegels tezamen met de eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj zou worden vervoerd, teneinde de ontdekking van de hasjiesj te voorkomen of te bemoeilijken en

- een vrachtauto, voorzien van verborgen bergplaatsen bestemd voor het vervoeren van eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj en chauffeurs ter beschikking heeft gesteld of heeft benaderd en

- een persoon met eerdergenoemde vrachtauto naar Malaga heeft laten rijden en die vrachtauto aldaar met eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj heeft laten beladen en die vrachtauto vanuit Spanje in de richting van Nederland heeft laten rijden en

- een locatie bestemd voor het laden of overladen of afleveren van eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj ter beschikking heeft gesteld en

- (telefonische) contacten en ontmoetingen heeft gehad en besprekingen heeft gevoerd en afspraken heeft gemaakt met een of meer leveranciers, transporteurs, afnemers, tussenpersonen, verleners van hand- en spandiensten, medeverdachten en anderen met betrekking tot eerdergenoemde hoeveelheid hasjiesj en

- geld voor de financiering van vorenomschreven feiten beschikbaar heeft gesteld en

- tot vorenomschreven feiten opdracht heeft gegeven,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank de tenlastelegging verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair, 5 primair, 6 primair, 7 primair en 8 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 primair (zaaksdossier B01):

poging tot medeplegen van, opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, eerste lid, onder A, van de Opiumwet (oud) gegeven verbod, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet (oud).

Ten aanzien van feit 2 primair (zaaksdossier B07):

medeplegen van, opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, eerste lid, onder A, van de Opiumwet (oud) gegeven verbod, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet (oud).

Ten aanzien van feit 3 primair (zaaksdossier B08):

medeplegen van, opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, eerste lid, onder A, van de Opiumwet (oud) gegeven verbod, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet (oud).

Ten aanzien van feit 4 primair (zaaksdossier B11):

medeplegen van, opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, eerste lid, onder A, van de Opiumwet (oud) gegeven verbod, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet (oud).

Ten aanzien van feit 5 primair (zaaksdossier B12):

medeplegen van, opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, eerste lid, onder A, van de Opiumwet (oud) gegeven verbod, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet (oud).

Ten aanzien van feit 6 primair (zaaksdossier B13):

medeplegen van, opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, eerste lid, onder A, van de Opiumwet (oud) gegeven verbod, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet (oud).

Ten aanzien van feit 7 primair (zaaksdossier B14):

medeplegen van, opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, eerste lid, onder A, van de Opiumwet (oud) gegeven verbod, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet (oud).

Ten aanzien van feit 8 primair (zaaksdossier B15):

poging tot medeplegen van, opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, eerste lid, onder A, van de Opiumwet (oud) gegeven verbod, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet (oud).

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de strafbaarheid van de feiten wordt uitgesloten. Het bewezen verklaarde is derhalve strafbaar.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van de straf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende meegewogen. Verdachte is als organisator zesmaal direct betrokken geweest bij de invoer van grote partijen hasj naar Nederland en tweemaal bij de poging daartoe. De rol van verdachte bestond voorts uit het ter beschikking stellen van het bedrijfsterrein van zijn transportbedrijf voor het af- om- en uitladen en opslaan van de hasj. Aannemelijk is dat verdachte dit louter met het oogmerk om hier geldelijk gewin uit te halen heeft gedaan. De rechtbank gaat er bij het bepalen van de strafmaat voorts van uit dat de transporten een grote hoeveelheden hasj betroffen. Het bezit van en handel in aanzienlijke hoeveelheden hasj zijn in binnen- en buitenland verboden vanwege het voor de gezondheid schadelijke karakter daarvan. Met de criminele activiteiten zijn enorme geldbedragen gemoeid geweest en werden grote illegale geldstromen gegenereerd. Dergelijke feiten rechtvaardigen in beginsel de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur. De rechtbank is, evenals de officier van justitie, echter van oordeel dat het geruime tijdsverloop in deze zaak zwaar dient te worden meegewogen. Niettemin is de rechtbank van oordeel dat gelet op de ernst van de bewezen verklaarde feiten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend en geboden is.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en

1, 3 en 11 van de Opiumwet (oud).

9. Beslissing

De rechtbank:

verklaart het openbaar ministerie ten aanzien van de feiten 1 subsidiair, 2, 3 (primair en subsidiair) tot en met 7 (allen primair en subsidiair), 8 subsidiair en 9 primair en subsidiair partieel niet-ontvankelijk, voor zover de tenlastelegging betrekking hebben op de onderdelen: verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en aanwezig hebben;

verklaart niet bewezen en spreekt verdachte vrij van het aan hem onder 9 primair en subsidiair ten laste gelegde feit;

verklaart bewezen dat verdachte de onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair, 5 primair, 6 primair, 7 primair en 8 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.4. weergegeven;

verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair, 5 primair, 6 primair, 7 primair en 8 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren;

verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van DERTIG (30) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

10. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.J.A. Plaisier, voorzitter,

mr. A.M. Koolen-Zwijnenburg en mr. W.A.F. Jansen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.V. Ramdharie en mr. A. Zeeman, griffiers,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van donderdag 10 november 2011.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Het expertise rapport met betrekking tot in beslag genomen hasj (BB01 p. 109-112) en het onderzoeksverslag van de Portugese autoriteiten (BB01 p. 154-159).

3 Het verslag Gerechtelijke Politie d.d. 20 december 2000 (BB01 p. 155).

4 Het (Loop)proces-verbaal B01 d.d. 31 mei 2010 (B01-005).

5 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] d.d. 7 juni 2000 (BB01 p. 2).

6 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] d.d. 18 november 2009 (BB01 p. 106).

7 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] d.d. 31 augustus 2006 (BB01 p. 86).

8 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] d.d. 18 november 2009 (BB01 p. 106).

9 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] d.d. 31 augustus 2006 (BB01 p. 87-88).

10 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] d.d. 18 november 2009 (BB01 p. 107).

11 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 28 april 2005 (BB01 p. 60).

12 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 11 juni 2007 (BB01 p. 92-97).

13 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] d.d. 8 april 2005 (BB01 p. 24).

14 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] d.d. 12 juni 2007 (BB01 p. 93).

15 Het proces-verbaal van verhoor van [verdachte] d.d. 9 februari 2010 (BB01 p. 147).

16 Een schriftelijk stuk, te weten een faxbericht, ter terechtzitting van 27 oktober 2011 door het openbaar ministerie overgelegd en aan het dossier toegevoegd.

17 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 6 oktober 2011.

18 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] d.d. 8 april 2005 (BB01 p. 30-31).

19 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 29 april 2005 (BB05 p. 6-8).

20 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 5] d.d. 4 januari 2005 (BB05 p. 145-146).

21 Het proces-verbaal van de Duitse politie, betreffende in- en uitreisgegevens van o.a. [getuige 5] d.d. (BB07 p. 2).

22 Het proces-verbaal van de Duitse politie, betreffende in- en uitreisgegevens van o.a. [getuige 10] d.d. (BB07 p. 2).

23 Het proces-verbaal van verhoor van [verdachte] d.d. 10 februari 2010 (BB07 p. 236-237).

24 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] d.d. 12 april 2005 (BB10 p. 27-31).

25 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 29 april 2005 (BB05 p. 8-9).

26 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 4] d.d. 17 december 2004 (BB05 p. 61-62).

27 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 4] d.d. 14 februari 2006 (BB07 p. 110).

28Het proces-verbaal van bevindingen van de nationale recherche met betrekking tot de locatie 'oude opslaghal van [verdachte] te Sassenheim' (BB07 p. 166-167) en het proces-verbaal van bezoek van de website van [bedrijf verdachte] van de nationale recherche en de daarbij behorende bijlagen (BB07 p. 168-186).

29 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 5] d.d. 4 januari 2005 (BB05 p. 146).

30 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 5] bij de rechter-commissaris d.d. 19 augustus 2011.

31 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 10] d.d. 6 juli 2006 (BB03 p. 60).

32 Het proces-verbaal van verhoor van [verdachte] d.d. 10 februari 2010 (BB08 p. 282).

33 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 9] 13 oktober 2009 (BB08 p. 157).

34 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 4] d.d. 20 december 2004 (BB11 p. 4).

35 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 4] d.d. 1 februari 2005 (BB11 p. 42).

36 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 5] d.d. 4 januari 2005 (BB11 p. 77).

37 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 5] d.d. 3 september 2009 (BB11 p. 104-105).

38 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 5] d.d. 3 september 2009 (BB11 p. 107).

39 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 6 oktober 2011.

40 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 4] d.d. 20 december 2004 (BB 12 p. 4-5).

41 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 4] d.d. 1 februari 2005 (BB05 p. 114).

42 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 5] d.d. 4 januari 2005 (BB12 p. 36-37).

43 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 5] d.d. 4 januari 2005 (BB12 p. 36-37).

44 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 8] d.d. 7 maart 2006 (BB12 p. 64).

45 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 4] d.d. 20 december 2004 (BB13 p. 7).

46 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 4] d.d. 1 februari 2005 (BB05 p. 114).

47 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 5] d.d. 5 januari 2005 (BB13 p. 40).

48 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 5] d.d. 5 januari 2005 (BB13 p. 41).

49 Het proces-verbaal van verhoor van [verdachte] d.d. 11 februari 2010 (BB13 p. 58).

50 Het proces-verbaal van verhoor van [verdachte] d.d. 11 februari 2010 (BB13 p. 59).

51 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 6 oktober 2011.

52 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 4] d.d. 4 januari 2005 (BB14 p. 11).

53 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 4] d.d. 4 januari 2005 (BB14 p. 12).

54 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 4] d.d. 1 februari 2005 (BB11 p. 44).

55 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 4] d.d. 14 februari 2006 (BB14 p. 113).

56 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 5] d.d. 19 januari 2005 (BB14 p. 51).

57 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 5] d.d. 19 januari 2005 (BB14 p. 52).

58 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 6] d.d. 12 mei 2006 (BB14 p. 90).

59 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 6] d.d. 12 mei 2006 (BB14 p. 91).

60 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 6] d.d. 12 mei 2006 (BB14 p. 96).

61 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 6] bij de rechter-commissaris d.d. 13 januari 2011.

62 Het proces-verbaal van de Republiek Frankrijk, Ministerie van financieel beheer en bedrijfsleven, douane en accijnzen d.d. 29 augustus 2004, proces-verbaalnummer 150/2004 (BB15 p. 259).

63 Het proces-verbaal van de Republiek Frankrijk, Ministerie van financieel beheer en bedrijfsleven, douane en accijnzen d.d. 29 augustus 2004, proces-verbaalnummer 150/2004 (BB15 p. 260).

64 Het proces-verbaal van de Republiek Frankrijk, Ministerie van financieel beheer en bedrijfsleven, douane en accijnzen d.d. 29 augustus 2004, proces-verbaalnummer 150/2004 (BB15 p. 261-262).

65 Een schriftelijk stuk te weten het expertiserapport van het Douanelaboratorium te Marseille met betrekking tot de in beslag genomen hasj d.d. 15 oktober 2004 kenmerk MA.2004.1462.1 (BB15 p. 167, 247 en 250-251).

66 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 6] bij de onderzoeksrechter in de arrondissementsrechtbank te Perpignan d.d. 26 september 2005 (BB15 p. 222-223).

67 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 6] d.d. 12 mei 2006 (BB15 p. 124).

68 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 6] bij de rechter-commissaris d.d. 13 januari 2011.

69 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 6] bij de rechter-commissaris d.d. 13 januari 2011.

70 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 4] d.d. 20 december 2004 (BB15 p. 7).

71 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 4] d.d. 20 december 2004 (BB15 p. 8).

72 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 4] d.d. 1 februari 2005 (BB05 p. 117).

73 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 4] d.d. 14 februari 2006 (BB15 p. 106).

74 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 4] d.d. 2 september 2009 (BB15 p. 144).

75 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 5] d.d. 5 januari 2005 (BB15 p. 52).

76 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 5] d.d. 13 februari 2006 (BB15 p. 87).

77 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 7] d.d. 17 december 2004 (BB15 p. 23).

78 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] d.d. 8 december 2005 (BB15 p. 235).

79 Het proces-verbaal van verhoor van [verdachte] d.d. 11 februari 2010 (BB15 p. 243).

80 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 5] bij de rechter-commissaris d.d. 19 augustus 2011.

81 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 4] d.d. 19 januari 2005 (BB07 p.90)

82 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 4] d.d. 14 februari 2006 (BB07 p.108)

83 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 5] bij de rechter-commissaris d.d. 19 augustus 2011.