Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BU3574

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
08-11-2011
Datum publicatie
08-11-2011
Zaaknummer
15/740347-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Onderzoek Mol; diefstal vanuit een woning gedurende de nachtrust; medeplegen poging tot moord; medeplegen poging tot doodslag; medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden, meermalen gepleegd; diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd en medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd; partiele vrijspraak; vordering benadeelde partij.

In het bijzonder heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verdachte zich samen met een ander heeft schuldig gemaakt aan diefstal met geweld in een woning aan de [laan] in [plaats]. Daarbij zijn - onder meer - sieraden die voor een deel ook een emotionele waarde voor de eigenaren hadden, pinpassen, geld en een Ipod buit gemaakt. Verdachte en zijn mededader hebben - kennelijk misbruik makend van de wetenschap bij verdachte dat de gebruikelijke bewaking van die woning met honden in verband met een voorgenomen vakantie van de bewoners ontbrak - zich in de nachtelijke uren, voorzien van bivakmutsen en een of meer met scherpe patronen van het kaliber 7.65 millimeter geladen vuurwapens toegang tot die woning verschaft. Zij hebben in die woning de confrontatie met de bewoners gezocht. Gedurende een urenlang verblijf in die woning hebben zij allereerst de bewoner van die woning en zijn echtgenote met een vuurwapen bedreigd, die bewoner ernstig mishandeld en vervolgens naar een inloopkast gebracht. Diens echtgenote hebben ze gedwongen de pincodes van de bankpassen aan hen bekend te maken. Vervolgens hebben zij de echtgenote en de vijftienjarige dochter van de bewoners, aan handen en voeten vastgebonden, op de vliering van die woning opgesloten. Daarbij heeft verdachte of zijn mededader in de richting van de bewoonster geschoten, welk schot haar rakelings heeft gemist. Hierna hebben verdachte of zijn mededader de bewoonster en haar dochter op die vliering opgesloten. Na verloop van tijd hebben zij - naar aannemelijk is - met het vuurwapen, waarmee de verdachte of de medeverdachte eerder had geschoten in de richting van de bewoonster, op de bewoner van die woning geschoten, hetgeen door de echtgenote en dochter van de bewoner is gehoord. De bewoner is door dat schot in de buik getroffen. Daarbij heeft de bewoner ongelooflijk veel geluk gehad dat hij niet dodelijk gewond is geraakt. Verdachte en zijn mededader hebben de bewoner in een afgesloten ruimte van de woning achtergelaten. Nadien hebben zij met de door hen weggenomen goederen de woning verlaten. Aldus heeft verdachte zich met zijn mededader niet alleen schuldig gemaakt aan een zeer ernstige diefstal met geweld, maar ook aan opzettelijk wederrechtelijke vrijheidsberoving gedurende lange tijd van alle drie de bewoners en van poging tot moord op de bewoner van de door hun overvallen woning en poging tot doodslag op zijn echtgenote. Voor de bewoners van die woning moet dit een - uren durende - huiveringwekkend gebeuren zijn geweest, waarbij zij urenlang in doodsangst moeten hebben verkeerd; voor de bewoner, omdat hij na aanvankelijk ernstig mishandeld en vervolgens beschoten te zijn, gedurende lange tijd in een afgesloten ruimte opgesloten heeft gezeten, terwijl hij bovendien in het ongewisse verkeerde omtrent wat er met zijn echtgenote en dochter was gebeurd; voor zijn echtgenote en hun dochter omdat - nadat aanvankelijk was geschoten op de echtgenote - zij, toen zij opgesloten waren op de vliering - een schot hoorden, waardoor zij moesten vrezen voor het leven van hun echtgenoot respectievelijk vader, maar ook voor hun eigen leven, terwijl zij bovendien door hetgeen verdachte en zijn mededader hun hadden aangedaan, redelijkerwijze niet in de gelegenheid waren hun man respectievelijk vader te hulp te schieten. Verdachte en zijn mededader hebben, toen zij met de buit weggingen, de bewoners van de door hun overvallen woning in hulpeloze toestand achtergelaten. In aanmerking genomen dat anderen niet op de hoogte waren van deze overval, had de vrijheidsberoving nog aanmerkelijk langer kunnen duren met alle ernstige gevolgen voor de bewoners van die woning van dien. Het gedrag van verdachte en zijn mededader kan niet anders worden gekarakteriseerd dan als een op pure hebzucht gebaseerd meedogenloos handelen jegens de slachtoffers. De omstandigheid dat verdachte en zijn mededader ook na hun vertrek uit de woning op geen enkel moment actie hebben ondernomen om de in doodsangst verkerende slachtoffers uit hun uiterst benarde positie te laten bevrijden, maakt hun optreden des te meedogenlozer. Voorts heeft verdachte na de overval tot een aanzienlijk geldbedrag gebruik gemaakt van een weggenomen pinpas van de slachtoffers. De rechtbank rekent het verdachte in het bijzonder aan dat hij reeds enkele jaren werkzaam was voor de slachtoffers en hij met het plegen van onderhavige feiten het vertrouwen dat zij in hem hadden gesteld op brute wijze heeft geschaad. Ter zitting is gebleken hoezeer traumatiserend de onderhavige feiten voor de slachtoffers zijn geweest. Ook thans - ruim drie jaar later - ondervinden zij daarvan nog steeds de nadelige psychische en lichamelijke gevolgen. Ook wakkeren dergelijke ernstige feiten de in de samenleving voorkomende gevoelens van angst en onveiligheid aan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/740347-10 (onderzoek Mol)

Uitspraakdatum: 8 november 2011

Verstek

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 25 oktober 2011 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Ghana),

zonder vaste woon of verblijfplaats in Nederland.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Feit 1 primair:

hij op of omstreeks 29 april 2008 te Bloemendaal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning gelegen aan de [laan], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aantal goederen (waaronder bankpassen en/of een creditcard en/of een aantal sieraden), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een aantal goederen (waaronder bankpassen en/of een creditcard en/of een aantal sieraden), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en of zijn mededader(s), als volgt heeft/hebben gehandeld, zijnde en/of hebbende hij, verdachte en/of zijn mededader(s),

- de woning waar die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] lagen te slapen binnengedrongen en/of

- met bivakmutsen de slaapkamer waar die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] in bed lagen, binnengegaan en/of

- die [slachtoffer 1] met een hard voorwerp op/tegen het hoofd geslagen en/of

- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] gedwongen te zeggen waar de bankpassen en/of creditcards en/of sieraden zich bevonden danwel gedwongen deze goederen af te geven danwel deze goederen gepakt en/of

- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] gedwongen te zeggen wat de codes van die passen waren en/of

- de handen van die [slachtoffer 2] en/of van die [slachtoffer 3] op hun rug met koord vastgebonden en/of

- met een vuurwapen die [slachtoffer 1] in de buik geschoten en/of

- die [slachtoffer 1] opgesloten in een kamer en/of

- die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] gedwongen naar zolder te gaan en/of daar die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] opnieuw met tape aan handen en voeten vastgebonden en/of - met een vuurwapen in de richting van die [slachtoffer 2] geschoten en/of daarbij gezegd: "Jullie moeten dood";

Feit 2:

hij op of omstreeks 29 april 2008 te Bloemendaal ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, meermalen, althans eenmaal, met een vuurwapen in de buikstreek en/of het lichaam van die [slachto[slachtoffer 1] heeft/hebben geschoten en/of een of meermalen met geschoeide voet (met kracht) tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] (terwijl deze op de grond lag) heeft/hebben geschopt en/of getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 3:

hij op of omstreeks 29 april 2008 te Bloemendaal ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 2] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, met een vuurwapen in de richting (van het hoofd) van die [slachtoffer 2] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 4:

hij op of omstreeks 29 april 2008 te Bloemendaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk één of meer personen, genaamd [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, met het oogmerk (een) ander(en), te weten [slachtoffer 1], te dwingen iets te doen of niet te doen (namelijk het afgeven van pincodes), immers heeft hij, verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- de handen van die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] op hun rug met koord/touw vastgebonden en/of

- de enkels van die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] met tape vastgebonden en/of

- na eerst de tape om de enkels weer (deels) te hebben losgesneden, die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] gedwongen via een (vliso)trap naar de zolder te lopen en/of

- (vervolgens) de enkels van die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] opnieuw met tape vastgebonden en/of

- bij al deze handelingen een of meermalen een vuurwapen in de richting van die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] gehouden;

Feit 5:

hij op of omstreeks 29 april 2008 te Bloemendaal tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft (hebben) hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) met dat opzet die [slachtoffer 1], terwijl deze aan zijn hoofd gewond was en/of een schotwond in de buik had waardoor hij hevig bloedde, opgesloten in een kamer in de woning van die [slachtoffer 1];

Feit 6:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 april 2008 tot en met 2 mei 2008 te Amsterdam en/of Haarlem en/of Tilburg (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een of meer geldautomaten heeft weggenomen een of meer geldbedragen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel,

en/of

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 april 2008 tot en met 2 mei 2008 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de ABN-AMRO bank (telkens) heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedragen,

in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid in diverse winkels (onder meer Coach en/of Hobb's Fashion en/of Ici Paris XL en/of De Bijenkorf en/of Prenatal en/of We Men en/of Het Huis Opticiens) en/of een of meer wisselkantoren (waaronder GWK en/of Pott Change) goederen en/of buitenlandse valuta gekocht en/of (vervolgens) ter betaling een bankpas ten

name van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] aangeboden en/of de bij die bankpas behorende pincode ingetoetst, als ware hij, verdachte en/of zijn mededader die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2], waardoor de ABN-AMRO bank (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder feit 1, feit 2, feit 3 met uitzondering van het bestanddeel 'voorbedachten rade', feit 4, feit 5 en feit 6 ten laste gelegde feiten en gevorderd dat verdachte terzake daarvan zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien (18) jaren en dat de gevangenneming van verdachte wordt bevolen. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de vorderingen van de benadeelde partijen geheel worden toegewezen, inclusief wettelijke rente, en dat daaraan de schadevergoedingsmaatregel wordt gekoppeld.

4. Bewijs

4.1 Partiële vrijspraak ten aanzien van feit 3

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte en/of zijn mededader bij het schieten op mevrouw [slachtoffer 2] heeft gehandeld met voorbedachte raad. De verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van dat bestanddeel van de tenlastelegging.

4.2 Bewijsmiddelen

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder feit 1, feit 2, feit 3 behoudens het bestanddeel 'voorbedachten rade', feit 4, feit 5 en feit 6 ten laste gelegde feiten op grond van de navolgende bewijsmiddelen. De door de rechtbank als processen-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde personen en voldoen ook overigens aan de daaraan bij de wet gestelde eisen. De voor het bewijs gebruikte schriftelijke stukken worden slechts tot bewijs gebruikt in samenhang met de andere bewijsmiddelen. Elk bewijsmiddel wordt slechts gebruikt tot bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud, ook in zijn onderdelen in het bijzonder betrekking heeft.

* het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van 29 april 2008 (dossierpagina ZD1:13 e.v.), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Dinsdag 29 april 2008 te 7.53 uur kregen wij de melding om te gaan naar de [laan] te Bloemendaal. Op genoemde plaats zouden de bewoonster en haar dochter vastgebonden zijn geweest en er zou in de woning een schot zijn gehoord. De echtgenoot zou zich bevinden in een slaapkamer die op slot zou zitten.

De vrouw wees ons op de bovenverdieping de afgesloten kamerdeur, waarachter haar man vermoedelijk lag. Wij hoorden dat vanachter deze deur een zwakke stem kwam.

Wij verbalisanten hebben met een breekijzer de deur opengebroken. Wij zagen direct na het openen van de kamerdeur een man. Wij zagen dat hij geheel ontkleed was en onder het bloed zat. De man had forse verwondingen aan het aangezicht en snijwonden aan zijn onderarmen en nagenoeg zijn hele lichaam zat onder het bloed. Wij hoorden dat de man zei dat hij was neergeschoten en wij zagen dat hij wees op een klein gaatje in zijn buikstreek.

* het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] van 29 april 2008 (dossierpagina ZD1:72 e.v.), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Ik ben de dochter van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]. Op 29 april 2008 omstreeks 2.30 uur hoorde ik een bonk en gegil van mijn moeder en vader. Ik ging kijken in de slaapkamer van mijn ouders. Ik zag drie schimmen staan en één op de grond liggen. Dit bleek mijn gewonde vader te zijn. Mijn vader lag gewikkeld in een laken, ik zag donkere plekken op het tapijt rondom het hoofd van mijn vader en een donkere plek op het laken ter hoogte van het onderlichaam. Op het bed zittend zag ik twee gewapende mannen; één van hen bond de handen van eerst mijn moeder en toen van mij zelf op onze rug met een donker groen koord. De man droeg een bivakmuts en sprak gebrekkig Nederlands. Hij had een donkere huid en dikke lippen. (dader 1). Hij sprak op een manier die mij aan de Surinaamse taal deed denken. Hij zei: "Je weet waarvoor we gekomen zijn. Wat is de code". Hij stelde deze vraag aan mijn moeder. Mijn moeder antwoordde direct door haar code van de bankpas door te geven en te zeggen dat die code voor al haar bankpassen gold. Dader 1 had het wapen in de hand en hield dat geregeld in de richting van mij. Dader 1 vroeg naar de code van de passen van mijn vader. Mijn vader gaf uiteindelijk vaag en met veel moeite de codes van zijn bankpassen door. Dader 1 zei: "Dit is niet de goede code. We wachten op antwoord". Mijn moeder moest met een van de daders mee. Via de badkamer, waar kennelijk de kluissleutel werd gepakt, liepen zij via de studeerkamer en overloop naar de kleedkamer waar de kluis opgesteld staat in een kledingkast. Ik weet dat daarin veel dure sieraden van mijn moeder liggen. Mijn moeder en ik moesten meekomen met dader 1. Hij commandeerde: "Opstaan en mee naar boven". Zowel op de overloop als op de zolder heb ik gezien dat hij nog steeds een wapen in zijn hand had. Aan de handen geboeid, liepen we de trap naar de zolder op en stapten vervolgens de zolder op. Mijn moeder moest knielend op het bed in de logeerkamer gaan zitten. Ik zag dat dader 1 haar benen ter hoogte van de enkels met tape samen begon te binden. Vervolgens werd ik op dezelfde wijze door dader 1 met hetzelfde tape aan mijn enkels vastgebonden. Ik moest naast mijn moeder ruggelings gaan liggen. Ik hoorde dat hij de vlizotrap van het luik naar de vliering uittrok. Hij dwong ons op onze buik te gaan liggen. Met het eerder door hem gebruikte tape bond hij nog steviger onze polsen vast, waarna wij ons weer op onze rug moesten draaien. Dader 1 dirigeerde ons naar de vliering. Hij zei: "Jullie gaan daar in." Ondertussen wees hij naar de vliering. Nadat hij met een mes de tape om de enkels van mijn moeder had doorgesneden, tilde hij me op en droeg me met de handen vooruitgestoken naar de vliering. Daar sneed hij mijn enkelkneveling door. Boven op de vliering tapete hij opnieuw onze enkels vast, ging naar beneden en sloot de vliering weer af door het luik omhoog en dicht te doen. Na ongeveer een uur voor mijn gevoel werd het luik weer geopend door dader 1. Vervolgens ging hij weer naar beneden en sloot het luik weer. Na enige tijd ging wederom het luik naar de vliering open en zag ik dader 1 met een ander wapen in zijn handen, een pistool. Ik schat de loop op ongeveer 20 centimeter. Hij richtte op mijn moeder. Ik zag dat hij met het wapen in de hand, terwijl hij naar mij keek, de trekker overhaalde. Ik hoorde een harde knal en zag in een flits een vlam uit de voorkant van het wapen komen. Kort hierna zag ik dat er een gat in het kussen zat, waarop mijn moeder met haar hoofd lag. Hij liet het pistool zakken en keek mij aan. Hij zei; "Jullie moeten dood". Dader 1 daalde weer de trap af en deed het luik weer dicht. Kort hierna hoorde ik weer een knal en ik vermoedde dat er nogmaals geschoten werd. Na heel lang te hebben gewacht en al die tijd niets meer in huis te hebben gehoord, hebben wij het luik naar beneden weten te duwen en zijn via de trap naar beneden afgedaald. Ik probeerde de slaapkamer van mijn vader binnen te gaan, maar die bleek afgesloten. Ondertussen belde mijn moeder de politie. Met de politie ben ik mee naar boven gegaan en ik heb hen de deur van de slaapkamer van mijn vader zien opentrappen.

* het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] van 29 april 2008 (dossierpagina ZD1:85 e.v.), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Ik ben vanmorgen, 29 april 2008, als slachtoffer betrokken geweest bij een gewapende overval die plaats vond in mijn woning aan de [laan] te Bloemendaal, waar ik woon met mijn man [slachtoffer 1] en mijn dochter [slachtoffer 3].

Nadat mijn man en ik op 28 april 2008 in onze slaapkamer naar Pauw en Witteman hadden gekeken, zijn wij beiden in slaap gevallen. Op een gegeven moment ben ik wakker geschrokken en schoot overeind. Ik zag direct twee personen in de slaapkamer staan. Ik zag dat één van de personen aan het voeteneind stond en de ander aan [slachtoffer 1] kant van het bed. Ik zag dat beide personen een bivakmuts en wijde donkere kleding droegen. Eén van de mannen die ik verder dader 1 zal noemen, zei dat ze de codes wilden. Wij moesten vervolgens uit bed komen en op de grond gaan liggen. [slachtoffer 1] moest op de grond liggen, hij was naakt. Eén van de mannen gooide een deken over hem heen. Ik zag dat één van de daders een wapen in zijn hand hield. Het wapen was grijs van kleur met wat bronzig. Het was ongeveer 30 cm lang. Ik dacht even of één van de daders onze klusjesman [voornaam klusjesman] was. Ik vroeg: "Is it you [voornaam klusjesman]". Ik kreeg hier geen reactie op. Dader 1 vroeg mij naar de code van onze bankpassen en naar de portemonnee van [slachtoffer 1]. Ik merkte dat de daders mijn portemonnee al hadden. (ZD1:88) Deze had in mijn handtas gezeten die in de keuken stond. Ik noemde aan de man de codes van onze bankpassen. [slachtoffer 1] zei dat zijn portemonnee in zijn broek in de kleedkamer zat. Ik zei tegen de mannen dat ik de portemonnee voor hen zou pakken. Ik liep naar de kleedkamer. Eén van de mannen liep met mij mee. In de kleedkamer is ook een kluisje gesitueerd. Het zit in een kast. Dader 1 zei uit eigen beweging dat ik het kluisje moest openen. Ik heb daarop het sleuteltje van het kluisje uit mijn toilettasje in de badkamer gepakt. Nadat ik de man het sleuteltje had gegeven, is hij zelf naar het kluisje gelopen. In het kluisje lagen allemaal juwelen. Ik zal op een later tijdstip een exacte lijst maken van wat ik vermis. Vervolgens moest ik meelopen naar de werkkamer van mijn man. Daar werden de bankpassen aan mij getoond en sommeerden zij mij de codes van de betreffende passen te noemen. Ik noemde hen nogmaals de codes. Op een gegeven moment kwam [slachtoffer 3] binnen. Door dader 1 werden [slachtoffer 3] en ik gedwongen om naar een van de logeerkamers op de tweede verdieping te gaan. [slachtoffer 1] bleef achter in onze slaapkamer. Mijn enkels werden met tape aan elkaar getaped. Vervolgens werden mijn polsen met dezelfde soort tape aan elkaar gebonden. Ook werd door de dader groen touw gebruikt. Nadat ik was getaped werden de enkels en polsen van [slachtoffer 3] getaped en gebonden. Alleen dader 1 was bij ons. Vervolgens werden de enkels van [slachtoffer 3] en mij weer losser gemaakt. Ik kon huppend voortbewegen. [slachtoffer 3] en ik werden naar de overloop gedwongen. Ik zag op de overloop dat de trap naar de vliering naar beneden was. [slachtoffer 3] en ik werden gedwongen de trap op te gaan naar de vliering. Door dader 1 werden onze enkels weer steviger vastgetaped. Door dader 1 werden een paar kussens door het trapgat naar ons gegooid. Vervolgens werd de trap weer ingeschoven en het luik dicht gedaan. Op een gegeven moment, we lagen er toen zeker al een uur, werd het luik weer geopend en werd de trap weer uitgetrokken. Dader 1 kwam de trap op en stak met zijn bovenlichaam door het geopende gat op de vliering. Hij had een voorwerp in zijn - naar ik dacht - rechterhand dat op een vuurwapen leek. Ik kwam vanuit liggende houding overeind. Ik zag toen dat dader 1 het wapen op mij richtte. Tijdens het omhoogkomen hoorde ik een heel harde knal. Ik keek naar het kussen, waarop ik vlak daarvoor met mijn hoofd gelegen had. Ik zag op de plaats waar mijn hoofd gelegen had een gat. Ik realiseerde mij dat als ik niet overeind was gekomen, dat gat waarschijnlijk in mijn hoofd was gekomen in plaats van in het kussen. De man zakte de trap weer af en sloot het luik af. Toen de man even weg was, hoorde ik een doffe knal. Toen ik dat geluid hoorde, bedacht ik mij wel dat er op dat moment op [slachtoffer 1] werd geschoten.

Voor mijn gevoel hebben [slachtoffer 3] en ik uren op de vliering gelegen. Toen ik op een gegeven moment vrachtauto's buiten hoorde rijden, besloten we het risico te nemen om ons los te maken en het luik te openen. Ik heb de trap laten zakken. Op de overloop gekomen, merkten we dat alle binnendeuren waren afgesloten Ik heb gebeld naar de politie. Vervolgens heb ik [slachtoffer 1] geroepen. Ik hoorde vaag dat hij achter de gesloten deur van de kleedkamer lag. Ik kon dus niet bij hem komen. De politie heeft de deur, waarachter [slachtoffer 1] lag, met geweld geopend. [slachtoffer 1] is vrijwel direct per ambulance naar het ziekenhuis vervoerd. U vraagt aan mij of ik een idee heb wie verantwoordelijk kan zijn voor hetgeen heeft plaatsgevonden. Ik vind het heel naar om te zeggen maar ik denk dan toch aan [voornaam klusjesman], een illegaal in Nederland verblijvende Ghanees die bij ons in en om het huis klussen doet. Het telefoonnummer van [voornaam klusjesman] is [mobiele telefoonnummer].

* het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1] van 29 april 2008 (dossierpagina ZD1:95 e.v.), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Op 28 april 2008 omstreeks 22.00 uur kwam ik thuis. Wij zijn vervolgens gaan slapen. Ik hoorde ineens dat ik op de grond moest liggen. Dat heb ik gedaan en ik heb tegen mijn vrouw gezegd dat zij dat ook maar moest doen. Ik werd met touw en plakband vastgebonden. Ik was bang voor mijn dochter en vrouw. Ik kon mij losmaken en kreeg een waarschuwing en werd weer vastgebonden. Ik moest kalm blijven. Ik heb het idee dat zij een paar uur in de woning zijn gebleven. Ik moest op mijn buik gaan liggen mijn mond werd afgeplakt. Ik hoorde een knal en voelde veel pijn in mijn buik. Ik weet niet hoe ik aan het letsel ben gekomen in mijn gezicht. Er waren twee mannen in mijn kamer. Zij hadden mutsen op.

* het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] van 8 mei 2008 (dossierpagina ZD1:285 e.v.), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Ik ben bewoner van het perceel [laan] te Bloemendaal. Ik woon aldaar met mijn vrouw [slachtoffer 2] en onze dochter [slachtoffer 3]. Op dinsdag 29 april 2008 tussen 00.00 uur en 07.45 uur zijn overvallers onze woning binnen gedrongen en hebben goederen weggenomen. Onder andere bankpassen en de bijbehorende pincodes hebben ze met dreiging van geweld te horen gekregen van mijn vrouw. Tijdens deze overval hebben de overvallers mij letsel toegebracht door onder andere op mij te schieten met een vuurwapen. Ik heb tengevolge van het geweld diverse verwondingen gekregen, onder andere een hersenschudding en diverse verwondingen over mijn hele lichaam en mijn gezicht. Tijdens de overval zijn diverse bankpassen van mij en mijn vrouw ontvreemd door de overvallers.

* een schriftelijk stuk, te weten een niet ondertekend proces-verbaal van verhoor van slachtoffer [slachtoffer 2] van 23 september 2008 (los opgenomen), inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van voormeld slachtoffer onder meer het navolgende:

In mijn portemonnee zaten ten tijde van de overval drie bankbiljetten van 500 euro. Ik zeg u heel stellig dat het er drie zijn.

* een aanvraagformulier medische informatie van 30 april 2005 met betrekking tot de heer [slachtoffer 1] met als bevindingen van de arts, K. Soeltan, d.d. 30 mei 2008(dossierpagina ZD1:107), - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende:

Datum onderzoek: 29 april 2008. Omschrijving van het letsel: Inschot/uitschot links en rechts van de lever, inschot linkerbovenarm, kogel onderhuids, bovenkaakfractuur, achteroorbeenfractuur, hersenschudding, hoofdwonden, oor rechts en neus.

* het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van Bart Veenings van 24 juni 2008 (dossierpagina ZD1:108), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Ik werk al 13 jaar als medisch hoofd, afdeling eerste hulp van het VU ziekenhuis. Ik werk dagelijks als chirurg op de afdeling Eerste Hulp. Zodoende heb ik ook de heer [slachtoffer 1] geholpen. Ik ben al 25 jaar chirurg. Hij had rechts een blauw oog, een hoofdwond. Hij had een bloeduitstorting in zijn hoofd, een schedelbasisfractuur rechts, een bovenkaakfractuur rechts en hersenkneuzingshaarden. Gezien het letsel is mijn vermoeden dat hij hard tegen zijn hoofd is geschopt. Met de blote vuist zou het letsel geringer zijn en met een voorwerp heb je een ander letsel beeld. Verder had hij een wond op het voorhoofd en scheuren in zijn rechteroor, rechterwang en rechterneusvleugel. Ook had hij aan de rechterzijde een jukbeenfractuur. Over de schotwond kan ik u vertellen dat de kogel aan de rechterzijde van het lichaam ter hoogte van de buitenzijde van de lever het lichaam is ingegaan. De kogel heeft het lichaam verlaten aan de voorzijde van het lichaam ter hoogte van de bovenbuik waarna de kogel terecht is gekomen in de linkerbovenarm. De kogel is aan de binnenzijde van de linkerbovenarm binnengekomen en is onder de huid aan de buitenzijde van de linkerbovenarm blijven zitten. De man heeft heel erg mazzel gehad want de kogel heeft geen vitale delen in het lichaam geraakt.

* pro justitia deskundigenrapport van de heer R.Ph. Smitshuijzen, forensisch arts, van

24 september 2008 inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Als bevindingen ten aanzien van [slachtoffer 1]: In de rechterflank ongeveer ter hoogte van de navel bevindt zich een bijna horizontaal verlopende streepvormige rode verkleuring met een lengte van ongeveer 0,7 cm passend bij een recent litteken. Naast de mediaanlijn in de rechterbovenbuik ter hoogte van de ribbenboog bevindt zich een half stervormige rode verkleuring met een diameter van ongeveer 0,8 centimeter passend bij een recent litteken wat zou kunnen passen bij een uitschotwond. Ter hoogte van de onderste elleboogplooi van de linkerelleboog bevindt zich een iets meer circumscripte rode verkleuring passend bij een litteken en een door een scherprandig voorwerp aangebrachte verwonding. [slachtoffer 1] vertelde op zijn linkerzijde te hebben gelegen. Dit verklaart de kogelbaan en het stoppen van het projectiel tegen een bot van de linkeronderarm.

En als beschouwing: Als [slachtoffer 1] niet op zijn linkerzij had gelegen of de baan van het projectiel was een andere geweest, dan was hij zeker verbloed. Met opzet zo schieten dat slechts huidverwondingen optreden, is in de lichaamshouding zoals [slachtoffer 1] deze geschetst heeft, uiterst onwaarschijnlijk.

* het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] van 8 mei 2008 (dossierpagina ZD1:315 e.v.), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Ik ben bewoonster van perceel [laan] te Bloemendaal. Ik woon daar met mijn man en dochter [slachtoffer 3]. Als moeder doe ik ook aangifte namens onze dochter. Tussen 29 april 2008, 00.00 uur en 29 april 2008 07.45 zijn overvallers onze woning binnengedrongen en hebben goederen weggenomen. Onder andere diverse sieraden en bankpassen en de bijbehorende pincodes hebben ze met dreiging met geweld, namelijk een vuurwapen, van mij gekregen.

* een schriftelijk stuk te weten een lijst van weggenomen goederen vanuit perceel [laan] te Bloemendaal.

* het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van [getuige] van 16 juni 2008 (dossierpagina ZD1:375 en 379), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

De werkelijke naam van de klusjesman is: [verdachte] geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats], Ghana (kopie van het paspoort ZD1:981). Hij heeft mijn identiteit, de naam van [voornaam getuige] gebruikt, zonder mijn medeweten.

* het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van verhoor van 21 juli 2008 (dossierpagina ZD1:987), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

De heer [slachtoffer 1] herkent zijn klusjesman '[voornaam klusjesman]' in de foto van het paspoort.

* het in de wettelijke vorm opgemaakte hoofd proces-verbaal van 28 augustus 2008

(dossierpagina ZD1:17 e.v.), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Onderzoek "[voornaam klusjesman]"

Telecommunicatie onderzoek:

Op 4 mei 2008 te 14.20.23 uur werd onder nummer TA003-9467 gespreksnummer 092 een gesprek opgenomen waarbij de gebruiker van het mobiele nummer [mobiele telefoonnummer] ([alias]) uit belt maar het mobiele nummer [mobiele telefoonnummer 2]. Uit de door de provider T-Mobile aangeleverde historische verkeersgegevens van het mobiele nummer [mobiele telefoonnummer] kennelijk in gebruik bij de illegale klusjesman '[voornaam klusjesman]' bleek het nummer [mobiele telefoonnummer 2] een veelvuldig telefonisch contact van hem (vindplaats: historisch onderzoek, deel 10 telecommunicatie onderzoek, Bijlage III).

Naar aanleiding van het voornoemde telefoongesprek werd met het mobiele telefoonnummer [mobiele telefoonnummer 2] gezocht in het programma "Digitale Communicatie Sporen", waarin de historische verkeersgegevens van de basisstations van de providers die de plaats delict bestrijken zijn opgenomen. Deze bevraging leverde drie registraties op waaruit kan blijken dat het mobiele nummer [mobiele telefoonnummer 2] zich in de nacht van maandag 28 en dinsdag 29 april 2008 op of in de directe omgeving van de plaats delict bevond. Uit deze registratie bleek dat er op maandag 28 april 2008 tweemaal telefonisch contact tussen dit mobiele telefoonnummer en het mobiele telefoonnummer [mobiele telefoonnumme[mobiele telefoonnummer 2] is geweest. Het eerste contact (op maandag 28 april 2008 te 22:58:41) betreft een sms bericht. Het tweede contact ( op maandag 28 april 2008 te 22:59:42) betreft een gesprek van 25 seconden. Beide verbindingen werden afgewikkeld door de T-Mobile steunzender 10027, geplaatst op de locatie IJsbaanlaan 4 te Haarlem. Op dinsdag 29 april 2008 (te 06.39 uur) was er eenmaal telefonisch contact tussen beide genoemde telefoonnummers. Dit contact betreft een gesprek van 57 seconden. Deze verbinding werd afgewikkeld door de T-Mobile steunzender 16991 geplaatst op de locatie Dompvloedslaan 1 te Overveen. Op de plaats delict heeft kort na het incident een meting plaats gevonden ter vaststelling van de Cell identiteit van de diverse steunzenders van de vier verschillende providers die op die plaats bereikbaar zijn. Hieruit bleek dat de steunzenders met de nummers 10027 en 16991 vanaf deze plaats bereikbaar waren. Hieruit kan blijken dat de gebruiker van het mobiele telefoonnummer [mobiele telefoonnummer 2] zich op of in de directe omgeving van de plaats delict (de rechtbank begrijpt: de [laan] te Bloemendaal) bevonden.

Gesprekken over wapens:

Door de gebruiker van 0594, (mobiele nummer van medeverdachte [medeverdachte 1]) werden diverse gesprekken met derden gevoerd waarin kennelijk vuurwapens ter sprake komen die hij kennelijk in zijn bezit heeft en tracht te verkopen (Telecommunicatie deel 10, Bijlage III):

- Tap gesprek TA008-0594 gespreksnummer 559: 19 mei 2008, (deel 10, Bijlage III, bijlage 4 pagina 4);

0594: (...) die kleine van me is 7.65 mm (...) zeg maar die kleur van me horloge snap je

0701: nikkel

- Tap gesprek TA008-0594 gespreksnummer 560; 19 mei 2008, (deel 10, Bijlage III, bijlage 5, pagina 5);

0594: ik heb nu een 7.65 mm toch en (...) een scorpion

- Tap gesprek TA008-0594 gespreksnummer: 564; 19 mei 2008 (deel 10, Bijlage III, Bijlage 6, pagina 7).

0594:(...) ik heb nu eentje van 7.65 mm en een baby scorpion (...) kijk die zilveren wil ik voor (...) 13 af of 14 en die scorpion ga ik op 228 zette of zo.

8373: breng ze dan verkopen we het aan die [naam]goslavië of zo.

Vaststelling verblijfplaats:

Op zondag 18 mei 2008 gespreksnummer 542- TA008-0594 belde gebruiker met New York Pizza voor een bestelling: hierin gee[adres] adres door:

[adres] (Telecommunicatie deel 10, Bijlage III).

* het in de wettelijke vorm opgemaakte hoofd proces-verbaal van 28 augustus 2008

(dossierpagina ZD1:26 e.v.), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Doorzoeking van het perceel [adres]: (proces-verbaal van bevindingen van 27 mei 2008 inhoudende: het aantreffen van diverse in beslag genomen goederen), waarbij onder meer werden aangetroffen een horloge van het merk Cartier, geld van diverse valuta (blijkens het bij dat proces-verbaal gevoegde Excel bestand onder meer 3 biljetten van 500 euro, 5 biljetten van 100 euro, en 36 biljetten van 50 euro) (deel 9, Bijlage II, beslag).

* het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van 30 mei 2008 (dossierpagina ZD1:499 e.v.), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Er is op het adres [adres] tijdens een doorzoeking een grote hoeveelheid sieraden aangetroffen, onder andere een geelgouden armband met daaraan een aantal bedels (een koffertje, een vliegtuigje, een wereldbol en een enveloptasje) van het merk Louis Vuitton. Dit sieraad is soortgelijk aan een armband die tijdens de overval bij de familie [slachtoffer 1] werd weggenomen. De unieke serienummers van de in beslag genomen sieraden uit de woning van de [adres] en de serienummers van de weggenomen sieraden uit de woning aan de [laan] werden vergeleken. Hieruit kwam naar voren dat een 13 tal ringen, oorsieraden en colliers overeen kwamen. Er werden ook twee armbandjes aangetroffen: plaatarmbandjes met daarop de naam [slachtoffer 3] en de datum

[geboortedatum], de geboortedatum van [slachtoffer 3]. Er is ook aangetroffen een Ipod en geluidboxen voor de Ipod.

* het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van technisch onderzoek van 28 mei 2008, 29 mei 2008 en 4 juni 2008 (dossierpagina ZD1:473, 471 en 484 ), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

De in de woning aan [adres], [kamer] te [plaats] bij de doorzoeking in beslaggenomen Ipod is door de politie onderzocht. Uit digitaal onderzoek bleek dat de unieke elektronische naam van het toestel "I.p.o.d. v.a.n. [slachtoffer 3]" was. De gewiste muziekbestanden kwamen overeen met de muziekbestanden waarvan [slachtoffer 3] verklaarde dat deze op haar Ipod stonden.

* het in de wettelijke vorm opgemaakte hoofd proces-verbaal van 28 augustus 2008

(dossierpagina ZD1:30 e.v.) en het proces-verbaal van bevindingen van 3 juni 2008 (dossierpagina ZD1:657 e.v.), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Tap gesprek TA008-0594 nr. 301: 13 mei 2008 te 11.57 uur: naar aanleiding van dit gesprek ontstond het vermoeden dat medeverdachte [medeverdachte 1] sieraden wilde gaan belenen bij de bank van lening. Uit onderzoek bleek dat op 13 mei 2008 een aantal goederen colliers en armbanden door medeverdachte [medeverdachte 1] waren beleend voor 865,- euro.

* het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] van 5 juni 2008 (dossierpagina ZD1:674), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Ik ben werkzaam als taxateur bij de Stadsbank van Lening. Uit de computer bleek dat medeverdachte [medeverdachte 1] eerder goederen had beleend en dat hij de sieraden niet meer terug wilde hebben. Ik vind het vreemd dat hij niet wist dat 2 slaven armbanden van witgoud waren.

* het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 2] van 16 juni 2008 en van 25 juni 2008 (dossierpagina ZD1:675 e.v.), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Op dinsdag 10 juni 2008 werden foto's van een aantal sieraden getoond die bij de doorzoeking van 22 mei 2008 op de [adres] zijn aangetroffen aan de familie [slachtoffer 1]. Dit waren een bedelarmband van het merk Louis Vuitton en een horloge van het merk Cartier. Mevrouw [slachtoffer 2] herkende deze sieraden als zijnde haar eigendom. (dossierpagina ZD1:678)

* de in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal van verhoor van [getuige 3] van 25 mei 2008 en 28 mei 2008, (dossierpagina VE2:034 e.v.), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Mijn vriend is [medeverdachte 1] geboren op [geboortedatum]. Ik heb sieraden in mijn woning gezien (VE2:039). Mijn vriend [medeverdachte 1] heeft de sieraden ongeveer 3 weken geleden mee naar huis genomen. Hij heeft mij gevraagd foto's te maken van de sieraden. (VE2:044 en 047)

* het in de wettelijke vorm opgemaakte hoofd proces-verbaal van 28 augustus 2008

(dossierpagina ZD1:50 e.v.) en het proces-verbaal van bevindingen van 21 mei 2008 (dossierpagina ZD1:1050 e.v.), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Onderzoek naar gebruiker van telefoonnummer [mobiele telefoonnummer 3]. Na raadpleging van de voor de politie beschikbare bronnen werd de gebruiker van het telefoonnummer [mobiele telefoonnummer 3] geïdentificeerd als [medeverdachte 2]. Hij bleek een illegale taxichauffeur, een snorder te zijn.

* de in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2] van respectievelijk 30 juni 2008, 1 juli 2008, 2 juli 2008 (dossierpagina VE3:14 e.v.), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

(VE3:19) Ik heb dit nummer, [mobiele telefoonnummer 2] al 10 jaar.

(VE3:35-36) [medeverdachte 1] heeft me heel vaak gebeld en ik heb hem vaak opgepikt, omdat ik illegaal taxichauffeur ben.

(VE3: 38-39) Op 28 april 2008 belde [medeverdachte 2] mij en zei mij: "Wij willen naar Haarlem". Ik reed naar [plaats] en pikte [medeverdachte 2] op en bracht hem naar de bushalte bij het metrostation Holendrecht. Die andere man, een Ghanees of een Nigeriaan stond bij Holendrecht te wachten. [medeverdachte 2] gaf mij aanwijzingen hoe ik moest rijden. Hij zei mij in Haarlem: "Je pikt ons de volgende ochtend om 05.00 uur op". Ik zei hem toen dat het voor mij moeilijk was om dat adres weer te zoeken. Daarom heeft hij mij een half uur of een uur later gesmst. Ik ontving die sms op de *[mobiele telefoonnummer 2]. Daarna belde [medeverdachte 2] mij om te vragen of ik die sms had ontvangen. Ik heb dat bevestigd tegen hem.

(VE3:41) Ik ben van Holendrecht de snelweg opgereden en vervolgens de snelweg naar Haarlem.

(VE3:53) Op uw vraag welke afspraken zij met mij maakten, antwoord ik dat ik ze om 05.00 uur weer moest ophalen. Ze stuurden mij het adres per sms bericht. [medeverdachte 2] belde me die ochtend om 06.00 uur en vroeg me om de mannen op te halen bij de plek, waar ik ze had afgezet. Ik denk dat het gesprek tussen de 1 en 2 minuten duurde.

* het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van 3 juli 2008 (dossierpagina VE3:61 e.v.), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Met [medeverdachte 2] is op 3 juli 2008 de route gereden, waarvan hij in een eerder verhoor heeft verklaard dat hij die van 28 op 29 april 2008 met medeverdachte [medeverdachte 2] en de Ghanese/Nigeriaanse man had gereden. Hij verklaarde: Wij zijn vertrokken naar de afrit van de A9 richting Haarlem. Wij hoorden [medeverdachte 2] zeggen dat wij richting Haarlem Zuid/Zandvoort moesten rijden. Onderweg reden we de Zijlweg af. Gekomen bij de kruising van de Westelijke Randweg en de Kleverlaan te Haarlem hoorden wij [medeverdachte 2] zeggen dat hij het verder niet wist.

* het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van 22 augustus 2008 (Bijlage III, deel 10, p.15 van 23), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Uit onderzoek naar historische verkeersgegevens blijkt meer dan vermoedelijk dat verdachte, medeverdachte [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] op 19 april 2008 met zijn drieën naar Den Haag zijn gegaan. Voor deze reis heeft er contact plaatsgevonden met het telefoonnummer [mobiele telefoonnummer 4]. Dit nummer heeft eerder contact gehad met het telefoonnummer van [medeverdachte 3], waarbij kennelijk gesproken werd over het weigeren van een vuurwapen. (Bijlage III, deel 10, bijlage 18, p.21)

* het in de wettelijke vorm opgemaakte hoofd proces-verbaal forensisch dossier van 27 augustus 2008 (deel 11) inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Onderzoek plaats delict:

Bij onderzoek in de woning aan de [laan] te Bloemendaal werd op twee plaatsen een patroonhuls aangetroffen, één in de garderobekast van de inloopkamer waar het slachtoffer [slachtoffer 1] was aangetroffen en één achter de vlizotrap van de vliering waar moeder en dochter waren opgesloten. Op de vliering lag een wit hoofdkussen met aan de onderzijde een beschadiging. In het kussen werd een kogel aangetroffen. (deel 11 forensisch dossier pagina 2). Het NFI heeft de hulzen en de kogels onderzocht en de conclusie is dat de twee hulzen afkomstig zijn van patronen van het kaliber 7.65 mm Browning. Deze hulzen zijn zeer waarschijnlijk verschoten met één en hetzelfde vuurwapen. De twee kogels passen bij het kaliber 7.65 mm Browning en zijn mogelijk afgevuurd uit een en dezelfde loop van een vuurwapen. (deel 11 forensisch dossier pagina 2 e.v. en 306)

Vergelijkend schoensporen onderzoek

Aan collega Venema werden 6 paar schoenen aangeboden die door het tactisch team in perceel [adres] te [plaats] in beslag waren genomen met het verzoek te onderzoeken of de aangeboden schoensporen afkomstig uit de woning en tuin van de slachtoffers zijn veroorzaakt met de schoenen afkomstig uit voormelde woning en van welke schoenen medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat alle uit die woning meegenomen schoenen van hem zijn (zie dossier VE:1:81.) (voor foto's van de meegenomen schoenen (M): zie dossier VE1:97 en Ve1:98).

Op grond van het vergelijkend schoensporenonderzoek heeft F. Venema van het Bureau Forensische Opsporing geconcludeerd dat schoenspoor C, afkomstig van de begane grond uit de woonkamer, vloer voor de dubbele deur in de woning aan de [laan] te Bloemendaal mogelijk is veroorzaakt met de linkerschoen (M) en schoenspoor D uit de woonkamer, vloer voor de dubbele deur naar de gang, waarschijnlijk is veroorzaakt met de linkerschoen (M). (deel 11 forensisch dossier, pagina 5 e.v. en p 176 e.v.)

* het in de wettelijke vorm opgemaakte hoofd proces-verbaal van 28 augustus 2008

(dossierpagina ZD1:66), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende: DNA onderzoek: (deel 11, forensisch dossier, pagina 7, 10, en 249, DNA materiaal is bij medeverdachte [medeverdachte 1] afgenomen, referentiemonster [RHB744]. Op de [laan] te Bloemendaal is in een vuilcontainer in de tuin van de woning een bierflesje (zie Foto: ZD1:359) aangetroffen. (ZD1:373) Een bemonstering [FAA861] is genomen van de flesopening van het bierflesje. (deel 11, forensisch dossier, pagina 14). Conclusie van dit onderzoek door de vast gerechtelijke deskundige, dr. R.J. Bink van het Nederlands Forensisch Instituut is: het celmateriaal van de bemonstering (FAA861) van het bierflesje kan afkomstig zijn van medeverdachte [medeverdachte 1] (deel 11 forensisch dossier pagina 331 ev). Aanvullend DNA onderzoek door Bink voornoemd, gerapporteerd bij rapport van 19 augustus 2008 (deel 11, forensisch dossier, pagina 354) houdt in: bemonstering [FAA861]#1 van een bierfles vergeleken met celmateriaal van medeverdachte [medeverdachte 1] [RHB744]. Berekende frequentie ongeveer 1 op 1 miljard.

* het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 3] van 10 mei 2008 (dossierpagina ZD1:324), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Dader 1 wilde ons op de vliering blinddoeken. De lap stof waarmee hij dat wilde doen leek wel de afgescheurde mouw van een trui.

* het in de wettelijke vorm opgemaakte hoofdproces-verbaal van het forensisch dossier van 27 augustus 2008 (deel 11, pagina 4), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Op 16 mei 2008 werd door slachtoffer [slachtoffer 2] een teil met twee werkhandschoenen aangeleverd. Deze werkhandschoenen zouden door de klusjesman zijn gebruikt en alleen door hem worden gebruikt.

* het in de wettelijke vorm opgemaakte hoofd proces-verbaal van 28 augustus 2008

(dossierpagina ZD1:67), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende: Onderzoek mouw: door de familie [slachtoffer 1] werd een stuk stof overhandigd dat zij op het bed van [slachtoffer 3] hebben gevonden. Dit bleek later een mouw te zijn die kennelijk als bivakmuts was gebruikt. In de mouw zaten gaten die mogelijk als ooggaten zijn gebruikt. De mouw werd aan de bovenzijde ter hoogte van de denkbeeldige mondregio bemonsterd. Het verkregen DNA-profiel bleek afkomstig van een onbekend mannelijk persoon A. Het verkregen DNA-mengprofiel bevat DNA-kenmerken van tenminste drie personen onder wie medeverdachte [medeverdachte 1]. De bemonstering bevat celmateriaal dat afkomstig kan zijn van medeverdachte [medeverdachte 1] en is vermengd met celmateriaal dat afkomstig kan zijn van de onbekende mannelijke persoon A en celmateriaal van een andere onbekende persoon. (deel 11, forensisch dossier, pagina 348 en 354)

* het in de wettelijke vorm opgemaakte deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 19 augustus 2008 (forensisch dossier pagina 336, 348, 350 en 355), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

De aangeleverde werkhandschoenen zijn onderzocht. Hierop zijn biologische sporen aangetroffen. Ook is de mouw welke vermoedelijk als bivakmuts gebruikt is onderzocht. Ook hierop zijn biologische sporen aangetroffen. Beide sporen zijn met een frequentie van kleiner dan één op één miljard afkomstig van onbekend mannelijk persoon A.

* het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van 28 mei 2008 (dossierpagina ZD2:1-4), waaruit - zakelijk weergegeven - het navolgende blijkt:

In de periode 29 april 2008 tot en met 3 mei 2008 zijn met de weggenomen ABN-AMRO pinpas met nummer [pasnummer] transacties gepleegd, waarvan er 48 zijn geslaagd. Er is in totaal 34.540,17 euro weggenomen. Er zijn onder andere geldbedragen opgenomen bij geldautomaten te Haarlem, Amsterdam en Tilburg.

Voorts zijn met de weggenomen pinpas te Amsterdam aankopen gedaan bij diverse winkels waaronder Coach, Hobb's Fashion, Ici Paris XL, De Bijenkorf, Prenatal. We Man, Het Huis Opticiens en het GWK wisselkantoren. Van enkele van deze transacties zijn foto's gemaakt. (dossierpagina ZD2:5-31)

* het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van [getuige 4] van 31 juli 2008 (dossierpagina ZD1:1007-1010) inhoudende

- zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Ik was getrouwd met [naam]. Sinds zes jaar woonde er een Ghanese man bij [naam] in de woning. Hij heette [verdachte]. Hij was illegaal in Nederland en voorzag in zijn onderhoud door te werken als tuinman en schoonmaker of als hulp in de huishouding bij rijke families in de omgeving van Haarlem, Heemstede, Bloemendaal en Overveen. Ik weet dat hij gebruik maakt van de naam [alias getuige 1]. [verdachte] is de zoon van mijn oudste halfbroer. Hij is een neef van mij. U toont mij een foto, dat is [verdachte]. Zijn telefoonnummer is (...)967.

[verdachte] heeft een relatie met een vrouw genaamd [getuige 5].

U toont mij twee foto's van een vrouw voor een counter. Op beide foto's herken ik [getuige 5]. Op de volgende twee foto's herken ik haar en [verdachte].

* het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1] van 26 juni 2008 (dossierpagina ZD1:1329), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Ik heb de foto's van de pinners nu een paar maal gezien. Ik begin toch te denken dat het [voornaam klusjesman] is. Dat komt met name door het ringbaardje.

* het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van [getuige 6] van 28 juli 2008 (dossierpagina ZD2:444), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

De man op foto 2 herken ik als [voornaam klusjesman]. Ik herken hem niet voor 100 procent. Ik herken hem aan de vorm van zijn gezicht en zijn neus. In het verleden had hij ook zo'n baardje. [voornaam klusjesman] had ook altijd zo'n petje op. Foto 3 zou [voornaam klusjesman] ook kunnen zijn, hij heeft hetzelfde postuur.

* het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van getuige K.E.M. van Liemt van 1 augustus 2008 (dossierpagina ZD2:480), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

De man op de foto zou [voornaam klusjesman] kunnen zijn. Het is heel goed mogelijk dat het [voornaam klusjesman] is.

4.3 Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder feit 1, feit 2, feit 3, feit 4, feit 5 en feit 6 ten laste gelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

Feit 1 primair:

hij op 29 april 2008 te Bloemendaal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning gelegen aan de [laan], tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aantal goederen, waaronder bankpassen, een creditcard en een aantal sieraden toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

en dat zij daarbij als volgt hebben gehandeld:

hij, verdachte en zijn mededader,

- zijn de woning waar die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 3] lagen te slapen binnengedrongen en

- met bivakmutsen de slaapkamer waar die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] in bed lagen, binnengegaan en

- hebben die [slachtoffer 1] met een hard voorwerp tegen het hoofd geslagen en

- die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] gedwongen te zeggen waar de bankpassen en creditcard en sieraden zich bevonden en deze goederen gepakt en

- die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] gedwongen te zeggen wat de codes van die passen waren en

- de handen van die [slachtoffer 2] en van die [slachtoffer 3] op hun rug met koord vastgebonden en

- met een vuurwapen die [slachtoffer 1] in de buik geschoten en

- die [slachtoffer 1] opgesloten in een kamer en

- die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 3] gedwongen naar zolder te gaan en daar die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 3] opnieuw met tape aan handen en voeten vastgebonden en

- met een vuurwapen in de richting van die [slachtoffer 2] geschoten en daarbij gezegd: "Jullie moeten dood";

Feit 2:

hij op 29 april 2008 te Bloemendaal ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, eenmaal met een vuurwapen in de buikstreek van die [slachtoffer 1] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 3:

hij op 29 april 2008 te Bloemendaal ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven te beroven, met dat opzet met een vuurwapen in de richting van het hoofd van die [slachtoffer 2] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 4:

hij op 29 april 2008 te Bloemendaal, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3], wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers heeft hij, verdachte tezamen en in vereniging met een ander,

- de handen van die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 3] op hun rug met koord/touw vastgebonden en

- de enkels van die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 3] met tape vastgebonden en

- na eerst de tape om de enkels weer (deels) te hebben losgesneden, die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 3] gedwongen via een (vliso)trap naar de zolder te lopen en

- vervolgens de enkels van die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 3] opnieuw met tape vastgebonden en

- bij al deze handelingen een of meermalen een vuurwapen in de richting van die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 3] gehouden;

Feit 5:

hij op 29 april 2008 te Bloemendaal tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers hebben hij verdachte en zijn mededader met dat opzet die [slachtoffer 1], terwijl deze aan zijn hoofd gewond was en een schotwond in de buik had waardoor hij hevig bloedde, opgesloten in een kamer in de woning van die [slachtoffer 1];

Feit 6:

hij in de periode van 29 april 2008 tot en met 2 mei 2008 te Amsterdam en Haarlem en Tilburg tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit geldautomaten heeft weggenomen, geldbedragen, toebehorende aan [slachtoffer 1], waarbij verdachte en zijn mededader zich het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel,

en

hij in de periode van 29 april 2008 tot en met 2 mei 2008 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, telkens met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen telkens door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid, de ABN-AMRO bank telkens hebben bewogen tot de afgifte van geldbedragen, hebbende verdachte en/of zijn mededader toen aldaar telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid in diverse winkels (onder meer Coach en Hobb's Fashion en Ici Paris XL en De Bijenkorf en Prenatal en We Men en Het Huis Opticiens en een of meer wisselkantoren waaronder GWK) goederen en buitenlandse valuta gekocht en vervolgens ter betaling een bankpas ten name van [slachtoffer 1] aangeboden en de bij die bankpas behorende pincode ingetoetst, als ware hij, verdachte en/of zijn mededader die [slachtoffer 1], waardoor de ABN-AMRO bank telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank de tenlastelegging verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4.4 Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van de feiten 1, 2, 3, 4, 5 en 6

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de hierboven genoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte één van de daders van de ten laste gelegde feiten is geweest. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat verdachte zich op 14 mei 2008 niet bij familie [slachtoffer 1] heeft gemeld voor het verrichten van werkzaamheden en dat verdachte vanaf de datum van het incident op geen enkele manier meer te traceren viel.

Ten aanzien van feit 2:

De rechtbank is tot bewezenverklaring van het medeplegen van poging tot moord op de heer [slachtoffer 1] gekomen allereerst op grond van de wijze waarop een kogel via het onderlichaam in de arm van de heer [slachtoffer 1] is terechtgekomen. Deze kogel is voorts - naar op grond van de verklaringen van mevrouw [slachtoffer 1] en haar dochter moet worden aangenomen - afgevuurd op een tijdstip gelegen na het in de richting van mevrouw [slachtoffer 2] afgevuurde schot.

De kogel op de heer [slachtoffer 1] is zeer waarschijnlijk afgevuurd met hetzelfde vuurwapen als waarmee verdachte of medeverdachte [medeverdachte 1] eerder in de richting van mevrouw [slachtoffer 2] heeft geschoten. Nu niet kan worden vastgesteld wie van de daders op de heer [slachtoffer 1] heeft geschoten, moet in elk geval worden vastgesteld, dat verdachte zich op geen enkel moment heeft gedistantieerd van het tegen de heer [slachtoffer 1] gepleegde geweld.

Ten aanzien van feit 3:

De rechtbank is tot bewezenverklaring van de poging tot doodslag op mevrouw [slachtoffer 2] gekomen op grond van het gegeven dat verdachte of zijn mededader toen een - kennelijk doorgeladen - vuurwapen op haar heeft gericht en daarmee zodanig heeft gemanipuleerd dat er een schot afging, waarbij de kogel vlakbij de plaats, waar zij kort tevoren met haar hoofd had gelegen, in een daar liggend kussen terecht is gekomen. Door aldus te handelen heeft verdachte of zijn mededader zich willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat mevrouw [slachtoffer 2] dodelijk door afgevuurde kogel werd geraakt. Nu niet kan worden vastgesteld wie van de daders op mevrouw [slachtoffer 2] heeft geschoten, moet ook hier in elk geval worden vastgesteld dat verdachte zich op geen enkel moment heeft gedistantieerd van het tegen mevrouw [slachtoffer 2] gepleegde geweld.

5. Kwalificaties en strafbaarheid van de feiten

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Ten aanzien van feit 2:

medeplegen van poging tot moord

Ten aanzien van feit 3:

medeplegen van poging tot doodslag

Ten aanzien van feit 4 en 5:

medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden, meermalen gepleegd

Ten aanzien van feit 6:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd

en

medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezen verklaarde zou ontbreken. Het bewezen verklaarde is derhalve strafbaar.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van de sanctie

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede door de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verdachte zich samen met een ander heeft schuldig gemaakt aan diefstal met geweld in een woning aan de [laan] in [plaats]. Daarbij zijn - onder meer - sieraden die voor een deel ook een emotionele waarde voor de eigenaren hadden, pinpassen, geld en een Ipod buit gemaakt. Verdachte en zijn mededader hebben - kennelijk misbruik makend van de wetenschap bij verdachte dat de gebruikelijke bewaking van die woning met honden in verband met een voorgenomen vakantie van de bewoners ontbrak - zich in de nachtelijke uren, voorzien van bivakmutsen en een of meer met scherpe patronen van het kaliber 7.65 millimeter geladen vuurwapens toegang tot die woning verschaft. Zij hebben in die woning de confrontatie met de bewoners gezocht. Gedurende een urenlang verblijf in die woning hebben zij allereerst de bewoner van die woning en zijn echtgenote met een vuurwapen bedreigd, die bewoner ernstig mishandeld en vervolgens naar een inloopkast gebracht. Diens echtgenote hebben ze gedwongen de pincodes van de bankpassen aan hen bekend te maken. Vervolgens hebben zij de echtgenote en de vijftienjarige dochter van de bewoners, aan handen en voeten vastgebonden, op de vliering van die woning opgesloten. Daarbij heeft verdachte of zijn mededader in de richting van de bewoonster geschoten, welk schot haar rakelings heeft gemist. Hierna hebben verdachte of zijn mededader de bewoonster en haar dochter op die vliering opgesloten. Na verloop van tijd hebben zij - naar aannemelijk is - met het vuurwapen, waarmee de verdachte of de medeverdachte eerder had geschoten in de richting van de bewoonster, op de bewoner van die woning geschoten, hetgeen door de echtgenote en dochter van de bewoner is gehoord. De bewoner is door dat schot in de buik getroffen. Daarbij heeft de bewoner ongelooflijk veel geluk gehad dat hij niet dodelijk gewond is geraakt. Verdachte en zijn mededader hebben de bewoner in een afgesloten ruimte van de woning achtergelaten. Nadien hebben zij met de door hen weggenomen goederen de woning verlaten. Aldus heeft verdachte zich met zijn mededader niet alleen schuldig gemaakt aan een zeer ernstige diefstal met geweld, maar ook aan opzettelijk wederrechtelijke vrijheidsberoving gedurende lange tijd van alle drie de bewoners en van poging tot moord op de bewoner van de door hun overvallen woning en poging tot doodslag op zijn echtgenote.

Voor de bewoners van die woning moet dit een - uren durende - huiveringwekkend gebeuren zijn geweest, waarbij zij urenlang in doodsangst moeten hebben verkeerd; voor de bewoner, omdat hij na aanvankelijk ernstig mishandeld en vervolgens beschoten te zijn, gedurende lange tijd in een afgesloten ruimte opgesloten heeft gezeten, terwijl hij bovendien in het ongewisse verkeerde omtrent wat er met zijn echtgenote en dochter was gebeurd; voor zijn echtgenote en hun dochter omdat - nadat aanvankelijk was geschoten op de echtgenote - zij, toen zij opgesloten waren op de vliering - een schot hoorden, waardoor zij moesten vrezen voor het leven van hun echtgenoot respectievelijk vader, maar ook voor hun eigen leven, terwijl zij bovendien door hetgeen verdachte en zijn mededader hun hadden aangedaan, redelijkerwijze niet in de gelegenheid waren hun man respectievelijk vader te hulp te schieten.

Verdachte en zijn mededader hebben, toen zij met de buit weggingen, de bewoners van de door hun overvallen woning in hulpeloze toestand achtergelaten. In aanmerking genomen dat anderen niet op de hoogte waren van deze overval, had de vrijheidsberoving nog aanmerkelijk langer kunnen duren met alle ernstige gevolgen voor de bewoners van die woning van dien. Het gedrag van verdachte en zijn mededader kan niet anders worden gekarakteriseerd dan als een op pure hebzucht gebaseerd meedogenloos handelen jegens de slachtoffers. De omstandigheid dat verdachte en zijn mededader ook na hun vertrek uit de woning op geen enkel moment actie hebben ondernomen om de in doodsangst verkerende slachtoffers uit hun uiterst benarde positie te laten bevrijden, maakt hun optreden des te meedogenlozer. Voorts heeft verdachte na de overval tot een aanzienlijk geldbedrag gebruik gemaakt van een weggenomen pinpas van de slachtoffers.

De rechtbank rekent het verdachte in het bijzonder aan dat hij reeds enkele jaren werkzaam was voor de slachtoffers en hij met het plegen van onderhavige feiten het vertrouwen dat zij in hem hadden gesteld op brute wijze heeft geschaad. Ter zitting is gebleken hoezeer traumatiserend de onderhavige feiten voor de slachtoffers zijn geweest. Ook thans - ruim drie jaar later - ondervinden zij daarvan nog steeds de nadelige psychische en lichamelijke gevolgen. Ook wakkeren dergelijke ernstige feiten de in de samenleving voorkomende gevoelens van angst en onveiligheid aan.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de op te leggen straf ten slotte rekening gehouden met het feit dat verdachte in Nederland niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest.

Op grond van al het hiervoor overwogene is enerzijds ter vergelding van de door verdachte begane ernstige misdrijven en anderzijds om de samenleving langdurig tegen verdachte te beschermen de na te noemen vrijheidsstraf van zeer lange duur passend en geboden.

8. Vorderingen van de benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

De vordering van [slachtoffer 1]:

Immateriële schade:

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 7.500,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 april 2008, ingediend tegen verdachte wegens immateriële schade die hij als gevolg van de ten laste gelegde feiten zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade rechtstreeks voortvloeit uit de bewezen verklaarde feiten. Gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting komt de rechtbank vergoeding van de schade billijk voor.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien de medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Materiële schade:

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 42.487,35 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 april 2008, ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die hij als gevolg van de ten laste gelegde feiten zou hebben geleden. De gestelde schade bestaat uit:

- de dagwaarde van een weggenomen sporttas,

- de herstelkosten voor een opengebroken deur,

- de dagwaarde van een vernield tapijt,

- de dagwaarde van een vernield bedsprei,

- de dagwaarde van een vernield hoeslaken en

- een weggenomen geldbedrag à € 34.540,07.

Nu [slachtoffer 1], zoals ter zitting is gebleken, de betreffende bank reeds kort na het incident aansprakelijk heeft gesteld voor het weggenomen geldbedrag à € 34.540,07 en de rechtbank geen zekerheid heeft verkregen over de afwikkeling hiervan, is de rechtbank van oordeel dat de vordering van [slachtoffer 1] jegens verdachte tot genoemd bedrag niet-ontvankelijk dient te worden verklaard en kan [slachtoffer 1] zich bij uitblijven van vergoeding door de bank voor dat deel van zijn vordering tot de burgerlijke rechter wenden.

De rechtbank is voorts van oordeel dat de schade tot het - na aftrek van het weggenomen geldbedrag - gevorderde bedrag van € 7.947,28 rechtstreeks voortvloeit uit de bewezen verklaarde feiten. De vordering zal dan ook voor dat deel worden toegewezen.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien de medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden volgens het kanton liquidatietarief vastgesteld op € 1.200,- inclusief BTW voor gemaakte kosten van rechtsbijstand.

Schadevergoedingsmaatregel:

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de bewezen verklaarde feiten is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 15.447,28 te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 april 2008 tot aan de dag der algehele voldoening.

De vordering van [slachtoffer 2]:

Immateriële schade:

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 5.000,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 april 2008, ingediend tegen verdachte wegens immateriële schade die zij als gevolg van de ten laste gelegde feiten zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade rechtstreeks voortvloeit uit de bewezen verklaarde feiten. Gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting komt de rechtbank vergoeding van de schade billijk voor.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien de medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Materiële schade:

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 250,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 april 2008, ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van de ten laste gelegde feiten zou hebben geleden. De gestelde schade bestaat uit de dagwaarde van een weggenomen damesfiets.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot het gevorderde bedrag rechtstreeks voortvloeit uit de bewezen verklaarde feiten. De vordering zal dan ook worden toegewezen.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien de medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden volgens het kanton liquidatietarief vastgesteld op € 600,- inclusief BTW voor gemaakte kosten van rechtsbijstand.

Schadevergoedingsmaatregel:

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de bewezen verklaarde feiten is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 5.250,- te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 april 2008 tot aan de dag der algehele voldoening.

De vordering van [slachtoffer 3]:

Immateriële schade:

De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 5.000,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 april 2008, ingediend tegen verdachte wegens immateriële schade die zij als gevolg van de ten laste gelegde feiten zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade rechtstreeks voortvloeit uit de bewezen verklaarde feiten. Gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting komt de rechtbank vergoeding van de schade billijk voor.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien de medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Materiële schade:

De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 357,10 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 april 2008, ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van de ten laste gelegde feiten zou hebben geleden. De gestelde schade bestaat uit de dagwaarde van een weggenomen damesfiets en

een Apple Ipod.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot het gevorderde bedrag rechtstreeks voortvloeit uit de bewezen verklaarde feiten. De vordering zal dan ook worden toegewezen.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien de medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden volgens het kanton liquidatietarief vastgesteld op € 600,- inclusief BTW voor gemaakte kosten van rechtsbijstand.

Schadevergoedingsmaatregel:

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de bewezen verklaarde feiten is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 5.357,10 te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 april 2008 tot aan de dag der algehele voldoening.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

36f, 45, 47, 57, 282, 287, 289, 311, 312 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

10. Beslissing

De rechtbank:

Spreekt verdachte partieel vrij van het hem onder feit 3 ten laste gelegde feit zoals hiervoor onder 4.1 overwogen.

Verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.3 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van

ACHTTIEN (18) JAREN.

Beveelt de gevangenneming van verdachte, welk bevel afzonderlijk zal worden geminuteerd.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 1] geleden schade tot een bedrag van € 15.447,28 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 april 2008, bestaande uit € 7.500,- immateriële schade en € 7.947,28 materiële schade, en veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 1], voornoemd, rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van Stichting Derdengelden Wolf Advocaten, o.v.v. [referentie], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op € 1.200,- inclusief BTW en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 15.447,28 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 april 2008, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 112 dagen hechtenis.

Bepaalt dat, voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 2] geleden schade tot een bedrag van € 5.250,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 april 2008, bestaande uit € 5000,- immateriële schade en € 250,- materiële schade, en veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 2], voornoemd, rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van Stichting Derdengelden Wolf Advocaten, o.v.v. [referentie], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op € 600,- inclusief BTW en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 5.250,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 april 2008, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 61 dagen hechtenis.

Bepaalt dat, voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 3] geleden schade tot een bedrag van € 5.357,10 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 april 2008, bestaande uit € 5.000,- immateriële schade en € 357,10 materiële schade, en veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 3], voornoemd, rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van Stichting Derdengelden Wolf Advocaten, o.v.v. [referentie], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op € 600,- inclusief BTW en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 5.357,10 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 april 2008, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 61 dagen hechtenis.

Bepaalt dat, voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. drs. J.W.H.G. Loyson, voorzitter,

mr. J.C.M. Swinkels en mr. M.E. Fortuin, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.S. Kikkert,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 8 november 2011.

mr. Kikkert is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.