Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BU3384

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
11-10-2011
Datum publicatie
04-11-2011
Zaaknummer
AWB 10/6127
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

"Geen waardedruk in verband met zelfbewoning bij overgang van de stal naar het privévermogen als gevolg van de staking van de onderneming."

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2011/2674
V-N 2011/64.25.6
FutD 2011-2703
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer

Zaaknummer: AWB 10/6127

Uitspraakdatum: 11 oktober 2011

Uitspraak in het geding tussen

[X], wonende te [Z], eiser,

gemachtigde: A. van Soest

en

de inspecteur van de Belastingdienst/[P], verweerder.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2007 met dagtekening 21 mei 2010 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 265.452 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 5.018. Bij beschikking met dezelfde dagtekening is tevens heffingsrente in rekening gebracht ten bedrage van € 4.717.

1.2. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 23 november 2010 de aanslag verminderd tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 255.397 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 5.018. De beschikking heffingsrente is dienovereenkomstig aangepast.

1.3. Eiser heeft daartegen bij brief van 17 november 2010, ontvangen bij de rechtbank op 18 november 2010, beroep ingesteld.

1.4. Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

1.5. Eiser heeft een conclusie van repliek ingediend.

1.6. Verweerder heeft voor de zitting nadere stukken aan de rechtbank overgelegd. Afschriften hiervan zijn aan eiser verstrekt.

1.7. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 juni 2011. Eiser is daar in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Namens verweerder is verschenen H.L. Vedder.

2. Tussen partijen vaststaande feiten

2.1. Eiser, geboren op [datum], dreef tot de staking op 31 december 2007 een handel in zelfgeteeld veevoer. Tot het jaar 2002 had hij ook een melkveehouderij.

2.2. Tot het vermogen van de onderneming behoorde een ligboxenstal. Op 29 november 2007 heeft eiser opdracht verstrekt aan [A] (hierna: [A]) om onder andere de ligboxenstal te taxeren. In het taxatierapport d.d. 5 januari 2008 is de waarde van de ligboxenstal gesteld op € 127.000.

2.3. Het taxatierapport vermeldt voor zover hier van belang het volgende:

“Om te waarderen:

1. De wagenberging met erf, sleufsilo en het recht van overpad, staande en gelegen achter [Locatie 1]

2. De oude ligboxenstal met erf en ondergrond staande en gelegen achter [Locatie 1].

Opdracht waardering:

Het vaststellen van de waarde in het economische verkeer per heden in verband met bedrijfsovername door zoon [B], wonende te [Locatie 2] van het gedeelte genoemd hierboven onder 1) en naar privé halen van het gedeelte genoemd hierboven onder 2).

(…)

Erfdienstbaarheden:

Er moet een persoonlijk recht van overpad gevestigd worden om vanaf de openbare weg rechts naast [Locatie 2] ten laste van het perceel [#] door de huidige eigenaar met een auto of vrachtauto naar het perceel waarop de ligboxenstal is gehuisvest te komen en te gaan.

(…)

Objectomschrijving:

Object 1

(…)

Object 2

Dit object betreft een perceel agrarische grond bebouwd in 1978 met een ligboxenstal, het erf, de ondergrond en de omliggende grond. De oude ligboxenstal is niet meer als zodanig in gebruik. De gehele inrichting is verwijderd uit de stal. Het gedeelte van de vroegere melkstal is ingericht als privé opslagruimte en garage.

De ligboxenstal is voorzien van een betonnen vloer en de daaronder gelegen mestkelder van circa 600 m3, is nog aanwezig, doch deze is lek.

De ligboxenstal is globaal gebouwd als volgt: De stal is onderheid, omgeven met stenen gevels, een vlakke betonvloer en staalconstructie en houten gordingen. Het dak bestaat uit een zogenaamd zadeldak voorzien van asbestgolfplatendak zonder isolatie. In de voorgevel is een grote schuifdeur aanwezig.

(…)

-De oppervlakte is groot circa 725m2 (22 m * 33 m)

-De gemiddelde hoogte is circa 4m

De ligboxenstal zal in de toekomst alleen gebruikt gaan worden voor opslag waaronder caravanstalling, dat binnen wordt toegestaan door de Gemeente. Het erf en de erfverharding bestaan uit puinverharding en onverharde grond.”

2.4. Als gevolg van de staking van zijn onderneming heeft eiser onder andere de ligboxenstal naar het privévermogen overgebracht. Bij de staking hanteerde eiser, ter bepaling van de stakingswinst, een waardedruk van 27,5%, oftewel € 34.925 (27,5% van € 127.000). Verweerder heeft bij het vaststellen van de definitieve aanslag deze waardedruk niet geaccepteerd.

3. Geschil

3.1. In geschil is of er bij de overgang van de stal naar het privévermogen als gevolg van de staking van de onderneming een waardedruk wegens zelfbewoning in acht genomen kan worden. Tussen partijen is niet in geschil dat de waarde in het economische verkeer van de ligboxenstal in vrije staat € 127.000 bedraagt en dat de waardedruk 25% bedraagt indien deze in aanmerking kan worden genomen bij het bepalen van de stakingswinst.

3.2. Eiser heeft zich op het standpunt gesteld dat een waardedruk wegens zelfbewoning kan worden toegepast. Ter motivering van zijn standpunt heeft eiser het volgende aangevoerd:

- de stal kan als aanhorigheid bij de woning worden aangemerkt (Hof Arnhem 14 september 1993, VN 1994/733, Hof Arnhem 16 juli 1993, Rechtbank Arnhem 24 februari 2011, AWB 10/2455). De stal is niet verhuurd, ligt bij de woning, is daarbij in gebruik, de hoofdingang ligt aan de voorzijde, de functie van de stal is te vergelijken met die van een schuur of opslagplaats ten dienste van de woning;

- na 2002 werd de stal uitsluitend voor privédoeleinden gebruikt;

- de stal werd gebruikt voor het stallen van vier auto’s, waaronder de twee auto’s van de naast de woning van eiser wonende zoon en diens echtgenote die wegens het ontbreken van een garage in de stal werden gestald. Eiser heeft al 10 jaar twee auto’s. Een van de auto’s stond wellicht op naam van de B.V. Eiser acht dit echter niet van belang;

- verder wordt (werd) de stal (ten tijde van de staking) gebruikt voor twee koelkasten, twee diepvrieskasten, diverse fietsen, de wasmachine, twee honden, liefdadigheidsacties, caravans, overtollige meubels, kinderspeelgoed, als speelgelegenheid voor de kinderen en voor familiefeesten;

- de woning van eiser beschikt niet over een garage of berging. Om die reden werd de stal sinds 2002 als aanhorigheid gebruikt;

- de stelling van verweerder dat hij uitgaat van de situatie op de stakingsdatum is onbegrijpelijk in het licht dat een collega van verweerder de stal in 2010 zou hebben bezocht;

- de stal is niet verhuurbaar of verkoopbaar, is dienstbaar aan de eigen woning en dient tot verhoging van het woongenot. Verkoopbaarheid is uitgesloten daar de stal niet zelfstandig bereikbaar is en uitsluitend bereikbaar is via het erf dat eigendom is van de zoon van eiser. Er bestaat alleen een persoonlijk recht van overpad;

- verkoop van een woning zonder garage is bijna onmogelijk.

3.3.1. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat een waardedruk wegens zelfbewoning niet kan worden toegepast. Daartoe voert hij het volgende aan:

- zijn voormalige collega [C] heeft in het voorjaar van 2010 de stal bezichtigd en constateerde dat de stal voor ongeveer 10% privé in gebruik was. Ook constateerde hij dat er zeven caravans gestald waren op dat moment. Voor het overige was de stal grotendeels leeg. Gezien de oppervlakte van de stal ligt het niet voor de hand dat deze nagenoeg geheel als aanhorigheid gebruikt wordt. Op de foto’s bij het beroepschrift valt te zien dat de stal nog lege ruimtes genoeg heeft;

- uit het kentekenregister blijkt dat op het moment van staking er maar één auto op naam stond van eiser;

- eiser heeft nooit een bedrag aan huurwaarde aangegeven in verband met privégebruik van de bedrijfsopstallen;

- eiser heeft niet gewoond in de bedrijfsopstallen. Pas na beëindiging van de bedrijfsactiviteiten kon hij het voor zelfgebruik aanwenden. Dit gebeurt in geringe mate (10%);

- beletsels voor vrije verkoop - zoals het door eiser aangehaald recht van overpad - zijn door de taxateur meegenomen in de waardebepaling en dit is geen grond om daarnaast ook nog waardedruk wegens zelfbewoning in aanmerking te nemen;

- de stal is afzonderlijk verkoop- en verhuurbaar. Verweerder begrijpt niet waarom dit volgens eiser niet mogelijk zou zijn.

3.3.2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de stal een aanhorigheid is van de woning dan stelt verweerder zich subsidiair op het standpunt dat er ten onrechte landbouwvrijstelling is geclaimd voor de ondergrond van de woning. In dat geval verzoekt verweerder de rechtbank om interne compensatie toe te passen.

4. Beoordeling van het geschil

4.1. De rechtbank stelt vast dat het beroepschrift dat op 18 november 2010 is binnengekomen bij de rechtbank prematuur, namelijk vóór de uitspraak op bezwaar op 23 november 2010, is ingediend. Uit een brief van verweerder van 5 november 2010 betreffende “Kennisgeving op een bezwaarschrift” in welke brief verweerder aangeeft dat hij gedeeltelijk aan eisers bezwaar tegemoet komt leidt de rechtbank evenwel af dat de uitspraak op bezwaar waartegen het beroep zich richt op het moment van indiening van het beroep al tot stand was gekomen. Dit betekent dat niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar op grond van artikel 6:10, eerste lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht achterwege blijft.

4.2. Zoals de Hoge Raad heeft beslist in zijn arresten van 18 november 1959, nr. 14.109, BNB 1960/4 en 13 november 1996, 31 491, BNB 1997/10, is min of meer duurzame zelfbewoning een omstandigheid, welke de waarde in het economische verkeer van de woning op het stakingstijdstip kan beïnvloeden en waarmede derhalve bij het bepalen van die waarde rekening dient te worden gehouden. Voor het in aanmerking nemen van min of meer duurzame zelfbewoning is slechts reden indien de onroerende zaak op het moment van staking van de onderneming min of meer duurzaam voor woondoeleinden werd gebruikt (vgl. Hoge Raad, 25 april 2008, 43.995, BNB 2008/174).

4.3. Vaststaat dat de ligboxenstal sinds 2002 niet meer in het kader van de melkveehouderij werd gebruikt. Blijkens het in onderdeel 2.4 weergegeven taxatierapport van [A] is de gehele inrichting uit de stal verwijderd en is het gedeelte van de vroegere melkstal ingericht als privé opslagruimte en garage. De stal is voorzien van een betonnen vloer en de daaronder gelegen mestkelder is nog aanwezig. De oppervlakte van de stal is circa 725m2 en de gemiddelde hoogte is circa 4 meter. Vaststaat ook dat de stal op een afstand van circa 30 meter is gelegen van het woonhuis van eiser en dat de stal uitsluitend bereikbaar is via het naastgelegen perceel van de zoon van eiser. Voorts staat vast dat de woning van eiser geen garage of berging heeft. Eiser heeft de waarde van de ligboxenstal in zijn aangiften IB/PVV over voorgaande jaren niet op de voet van artikel 3.19 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (bijtelling privégebruik woning) in aanmerking genomen.

4.4. Voor beantwoording van de vraag of de door eiser gestelde waardedruk in aanmerking kan worden genomen is gelet op voormelde arresten het gebruik van de stal op het stakingsmoment bepalend. De last om te bewijzen dat de ligboxenstal op het stakingsmoment min of meer duurzaam werd gebruikt voor zelfbewoning, rust op eiser. Dienaangaande overweegt de rechtbank als volgt.

4.5. De rechtbank acht geloofwaardig de verklaringen van eiser dat de ligboxenstal op het moment dat de onderneming werd gestaakt werd gebruikt voor de door hem genoemde privédoeleinden, zoals weergegeven hierboven in onderdeel 3.2.

4.6. De rechtbank is evenwel van oordeel dat gebruik van de stal voor privédoeleinden niet zonder meer gelijk kan worden gesteld met gebruik voor woondoeleinden. Uit het met het oog op de staking opgemaakte taxatierapport volgt dat de ligboxenstal mede was bestemd om te worden gebruikt voor stalling van caravans van derden. Caravanstalling werd toegestaan door de gemeente, zo blijkt ook uit het taxatierapport. Uit de bewoordingen van het taxatierapport maakt de rechtbank voorts op dat dit gebruik voor caravanstalling bestendig was bedoeld. Een en ander wordt bevestigd door hetgeen eiser op vragen van de rechtbank dienaangaande ter zitting naar voren heeft gebracht, namelijk dat er vanaf 2010 sprake is van verhuur van twee caravanplaatsen aan derden en dat er momenteel 10 tot 12 caravans in de stal staan. In dat licht bezien neemt de rechtbank voorts in aanmerking de stelling van verweerder dat in het voorjaar van 2010 zeven caravans in de stal werden aangetroffen door de controlerend ambtenaar. De rechtbank is van oordeel dat genoemde bestemming voor stalling van caravans niet kan worden aangemerkt als duurzaam gebruik voor woondoeleinden. In dit verband merkt de rechtbank voorts op dat stalling van de auto’s van kinderen evenmin kan worden aangemerkt als gebruik voor woondoeleinden, nu niet is komen vast te staan dat deze kinderen woonachtig waren in de woning van eiser.

4.7. Eiser heeft voorts onvoldoende weersproken de stelling van verweerder dat de stal slechts voor 10% werd gebruikt voor opslag en stalling voor privédoeleinden en dat de stal voor het overige leeg stond. De rechtbank beschouwt dit derhalve als vaststaand feit. Voorts gaat de rechtbank ervan uit dat een aanzienlijk deel hiervan in beslag werd genomen door auto’s van kinderen van eiser en dat de stal grotendeels was bestemd voor stalling van caravans.

4.8. De rechtbank acht voorts aannemelijk dat de stal, gelet op de ligging en bereikbaarheid zoals die blijkt uit tekeningen en foto’s bij het overgelegde taxatierapport, afzonderlijk van de woning verkoopbaar of verhuurbaar is. Hieraan doet niet af dat bij verkoop van de stal een erfdienstbaarheid dient te worden gevestigd en de woning van eiser niet over een eigen garage of berging beschikt.

4.9. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden gezegd dat de stal ten tijde van de staking min of meer duurzaam werd gebruikt voor woondoeleinden. Eiser heeft derhalve niet voldaan aan de op hem rustende bewijslast. Het feit dat tevens familiefeesten in de stal werden gehouden en de stal tevens is gebruikt als speelplaats voor de kleinkinderen van eiser, is naar het oordeel van de rechtbank te incidenteel van aard om tot een ander oordeel te komen. Nu niet is komen vast te staan dat de ligboxenstal ten tijde van de staking werd gebruikt voor duurzame zelfbewoning, is er geen reden om de door eiser gestelde waardedruk in aanmerking te nemen bij het vaststellen van de stakingswinst. Het gelijk is derhalve aan verweerder.

4.10. Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep van eiser ongegrond te worden verklaard.

5. Proceskosten

De rechtbank vindt geen aan¬lei¬ding voor een veroordeling in de proceskosten.

6. Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.A. Fase, rechter, in tegenwoordigheid van drs. A.M. Jones, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2011.

Afschrift verzonden aan partijen op:

De rechtbank heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van de uitspraak in geanonimiseerde vorm.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.