Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BU1433

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
19-10-2011
Datum publicatie
25-10-2011
Zaaknummer
09/1989, 09/1991, 09/1992, 09/2219
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De vermelding van de code betekent dat op grond van artikel 883 van de TCDW toestemming wordt gevraagd om goederen uit te voeren voordat de Douane op een op deze goederen betrekking hebbend verzoek om teruggaaf heeft beslist en dus niet dat hiermee een verzoek om teruggaaf wordt gedaan. Eiseres heeft het verzoek buiten de termijn ingediend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2011-2655
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht, meervoudige douanekamer

Zaaknummers: AWB 09/1989, 09/1991, 09/1992 en 09/2219

Uitspraakdatum: 19 oktober 2011

Uitspraak in de g[BEDRIJF G]gen tussen

[X] KG, gevestigd te [Z], eiseres,

gemachtigde: mr. ing. B.J.B. Boersma

en

de inspecteur van de Belastingdienst/[P], verweerder.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1.1. Eiseres heeft op 15 oktober 2008 een verzoek om terugbetaling gedaan.

1.1.2. Eiseres heeft op 20 oktober 2008 een verzoek om terugbetaling gedaan.

1.1.3. Eiseres heeft op 20 oktober 2008 een verzoek om terugbetaling gedaan.

1.1.4. Eiseres heeft op 15 oktober 2008 een verzoek om terugbetaling gedaan.

1.2.1. Verweerder heeft op 29 oktober 2008 het onder 1.1.1 bedoelde verzoek niet-ontvankelijk verklaard.

1.2.2. Verweerder heeft op 16 december 2008 het onder 1.1.2 bedoelde verzoek niet-ontvankelijk verklaard.

1.2.3. Verweerder heeft op 16 december 2008 het onder 1.1.3 bedoelde verzoek afgewezen.

1.2.4. Verweerder heeft op 7 januari 2009 het onder 1.1.4 bedoelde verzoek afgewezen.

1.3.1. Verweerder heeft bij uitspraak van 6 april 2009 het bezwaar tegen de onder 1.2.1 bedoelde beschikking ongegrond verklaard.

1.3.2. Verweerder heeft bij uitspraak van 25 februari 2009 het bezwaar tegen de onder 1.2.2 bedoelde beschikking ongegrond verklaard.

1.3.3. Verweerder heeft bij uitspraak van 25 februari 2009 het bezwaar tegen de onder 1.2.3 bedoelde beschikking ongegrond verklaard.

1.3.4. Verweerder heeft bij uitspraak van 23 maart 2009 het bezwaar tegen de onder 1.2.4 bedoelde beschikking ongegrond verklaard.

1.4. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. De beroepen zijn geregistreerd onder de nummers AWB 09/1989 (tegen de onder 1.3.1 bedoelde uitspraak), AWB 09/1991 (tegen de onder 1.3.2 bedoelde uitspraak), AWB 09/1992 (tegen de onder 1.3.3 bedoelde uitspraak) en AWB 09/2219 (tegen de onder 1.3.4 bedoelde uitspraak). Verweerder heeft op de zaken betrekking hebbende stukken overgelegd en verweerschriften ingediend.

1.5. Partijen hebben vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn telkens in afschrift verstrekt aan de wederpartij.

1.6. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 september 2011. Namens eiseres is verschenen de gemachtigde, bijgestaan door A.P. van Breukelen. Namens verweerder is verschenen mr. J.M.G. van Maris.

2. Tussen partijen vaststaande feiten

AWB 09/1989

2.1.1. Eiseres is op 17 en 24 augustus 2007 uitgenodigd tot het betalen van douanerechten op landbouwproducten vanwege de invoer van 15.500 cartons gevulde wijnbladeren afkomstig uit Turkije.

2.1.2. Tot de gedingstukken behoort een kopie van twee facturen van eiseres van 7 november 2007 aan TUKAS Gida Sanayi Ve Ticaret A.S. gevestigd in Izmir, Turkije, voor 13.531 respectievelijk 1.955 cartons gevulde wijnbladeren. Op de facturen staat: “Rechnung für Zollzwecke”.

2.1.3. Tot de gedingstukken behoort een kopie van een brief van eiseres van 10 december 2007 gericht aan “To Customs – whom it may concern –”, waarin onder andere is opgenomen:

“The goods will be reshipped because they are not conform with the German food law.

The original amount of 15.500 had to be reduced on the new amount of 15.494 cart[BEDRIJF G]because the [X] KG taken 6 cartons for the standard quality procedure.”

2.1.4. Op 25 februari 2008 heeft eiseres vijf aangiften ten uitvoer gedaan voor 15.486 cartons gevulde wijnbladeren. In rubriek 44, ‘Bijzondere vermeldingen/Voorgelegde stukken/ Certificaten en vergunningen’ is telkens onder andere vermeld:

“95022 Verzoek Terugbetaling bij invoer”

AWB 09/1991 en 09/1992

2.2.1. Eiseres is op 16, 17 en 23 augustus 2007 en 7 januari 2008 uitgenodigd tot het betalen van douanerechten op industriële producten vanwege de invoer van 23.308 cartons asperges afkomstig uit China. In augustus 2007 zijn 22.918 cartons ingevoerd en in januari 2008 390 cartons.

2.2.2. Tot de gedingstukken behoort een kopie van vier facturen van eiseres van 7 februari 2008 aan [BEDRIJF A] Corp., Ltd. gevestigd in [PLAATS EN LAND], voor 5.764, 8.489, 8.651 respectievelijk 390 cartons groene asperges in glas. Op de facturen staat: “Rechnung für Zollzwecke”.

2.2.3. Tot de gedingstukken behoort een kopie van een bill of lading van [BEDRIJF B] voor vervoer met het schip [NAAM BOOT] van Rotterdam naar [PLAATSNAAM] met vertrekdatum 13 april 2008 en verwachte datum van aankomst 17 mei 2008. Op de specificatie wordt melding gemaakt van 23.310 cartons asperges.

2.2.4. Op 4 augustus 2008 heeft eiseres negen aangiften ten uitvoer gedaan voor 23.282 cartons asperges. In rubriek 44, ‘Bijzondere vermeldingen/Voorgelegde stukken/ Certificaten en vergunningen’ is in vier aangiften onder andere vermeld:

“95022 Verzoek Terugbetaling bij invoer”

De bovengenoemde vermelding betreft 9.039 cartons.

AWB 09/2219

2.3.1. Eiseres is op 12 november, 13 november en 24 december 2007 uitgenodigd tot het betalen van douanerechten op industriële producten vanwege de invoer van 1.977 cartons asperges afkomstig uit China.

2.3.2. Tot de gedingstukken behoort een kopie van een factuur van eiseres van 17 juli 2008 aan [BEDRIJF C]., Ltd. gevestigd in [PLAASTNAAM EN LAND], voor 1.977 cartons groene asperges. Op de factuur staat: “Rechnung für Zollzwecke”. Op de factuur staan de nummers E01157001P5, P6 en P7.

2.3.3. Op 25 juli 2008 heeft eiseres een aangifte ten uitvoer gedaan voor 1.975 cartons asperges. Op de aangifte staan de nummers E01157001P5, P6 en P7. In rubriek 44, ‘Bijzondere vermeldingen/Voorgelegde stukken/ Certificaten en vergunningen’ is onder andere vermeld:

“95022 Verzoek Terugbetaling bij invoer”

2.3.4. Tot de gedingstukken behoort een kopie van een bill of lading van [BEDRIJF B] voor vervoer met het schip [NAAM SCHIP] van Rotterdam naar [PLAATSNAAM] van 5 augustus 2008. Hierop wordt melding gemaakt van 1.977 cartons asperges. Op de bill of lading staan de nummers E01157001P5, P6 en P7.

2.3.5. Tot de gedingstukken behoort een kopie van een verklaring van [BEDRIJF C]., Ltd. met de volgende inhoud:

“We herewith confirm that we received the following back shipment because of a confirmed quality claim:

B/L: HAM049100

Vessel: [NAAM SCHIP]

Container: FCIU 3826685

Seal no.: 297090

Client no. Quantity Cancode

(…) 378ctn (…)

126ctn (…)

(…) 252ctn (…)

(…) 1221ctn (…)”

2.4. Tot de gedingstukken behoort een kopie van een fax van eiseres aan [BEDRIJF E] GmbH gevestigd te [PLAATSNAAM EN LAND]. In de aanhef worden onder andere de nummers E01157001P5, P6 en P7 genoemd. De fax luidt – voor zover van belang – als volgt:

“bei den von uns kontrolierten Partien wurde festgestellt, dass die gezogenen Stichproben folgende Mängel aufweisen:

- Der verkostete Spargel ist holzig und somit nicht genießbar.

Die Ware ist nicht verkehrs- und verkaufsfähig.

Wir behalten uns alle Gewährleistungsansprüche vor, insbesondere auch für schwimmende Verladungen, die noch nicht von uns überprüft worden sind.

Wir fordern Sie auf, bis zur Klärung der Ursache für diesen Mangel, die Verschiffung weiterer Container sofort einzustellen.”

2.5. Tot de gedingstukken behoort een uitdraai van een e-mail van eiseres van 17 juli 2008. De tekst luidt – voor zover van belang – als volgt:

“wie gesprochen, soll am Donnertsag, den 24.07.2008 um 8.00 Uhr, ein Container Stangenspargel Grün 12x370ml (E01157001P5, P6 & P7) verladen und nach China rückverschifft werden.

(…)

Anbei sende ich Ihnen eine Proformarg. über die ursprüngliche Menge und die Sagitas der Wahreneinfuhr.

Bitte setzen Sie sich mit den zuständigen Behörden auseinander damit eine Rückverzollung der Ware möglich ist und fordern diesen Wert ein.”

2.6. In een brief van 10 november 2008 aan verweerder heeft [BEDRIJF F] B.V., die namens eiseres de verzoeken om terugbetaling heeft ingediend, het volgende verklaard naar aanleiding van de niet-ontvankelijkverklaring:

“Wij, [BEDRIJF F], zijn vanaf 1 jan 2008 de belangen gaan behartigen van [BEDRIJF G] te [PLAATSNAAM] (…) Genoemde zending was inderdaad in 2007 door [BEDRIJF] ingeklaard en op 22 en 25 febr hebben wij het verzoek gekregen om hiervoor documenten op te maken ivm retourgoederen.

Omdat wij zelf niet de inklaring hadden verzorgd zijn wij per vergissing uitgegaan van de datum waarop de exporten hebben plaatsgevonden in plaats van de inklaringsdatum.

Ten overvloede willen wij U erop wijze dat er van enige opzet geen sprake is geweest maar dat de termijnsoverstrijking enkel berust op een menselijk misverstand.

Beleefd willen wij U verzoeken om de mogelijkheid te willen bekijken of het verzoek alsnog in behandeling kan worden genomen gezien de financieele belangen voor [BEDRIJF G] te [PLAATSNAAM]”

2.7. Tot de gedingstukken behoort een uitdraai van een e-mail van eiseres van 11 november 2008 met als onderwerp “E01157001P5/1P6 UND 1P7”. Deze e-mail luidt voor zover van belang als volgt:

“Our quality department did some regular checks and noticed that the asparagus was woody. So the buyer decided to give the goods back because it was not the quality agreed by the contract.”

2.8. Tot de gedingstukken behoort een uitdraai van een e-mail van eiseres van 24 november 2008. Deze e-mail luidt voor zover van belang als volgt:

“Our quality department does for every incoming shipment a regular quality check. This one was negative. A lot more quality checks from the same shipment but different lot numbers shows every time the same result.

That’s why our buyer and the supplier decided together that they will take back the goods.”

2.9. Tot de gedingstukken behoort een uitdraai van een e-mail van eiseres van 30 januari 2009. Deze e-mail luidt voor zover van belang als volgt:

“Asparagus (E01160001P1/P2/P3/P4):

- The reason of this re-shipment is that these products did not reach [BEDRIJF G] quality standards!

- To your second point, we are sorry, but we do not have any correspondence between the exporter and [BEDRIJF G]!

(…)”

2.10. In een brief van 10 februari 2009 aan verweerder heeft [BEDRIJF F] B.V. het volgende verklaard naar aanleiding van de niet-ontvankelijkverklaring:

“(…)

Wij zijn echter van mening dat wij WEL binnen de gestelde termijn de verzoeken hebben gedaan nl:

1: Anders dan de inspecteur stelt, zijn de verzoeken niet ingediend op 20 okt 2008.

2: Zoals uit de uitvoeraangiftes blijkt zijn de verzoeken reeds ingediend ten tijde van de aanvaarding v.d. uitvoeraangifte op 8.4.2008. In van 44 van het Enig Document is immers bij elke uitvoeraangifte de vermelding 95022 ingevuld.

(…)”

2.11. Tot de gedingstukken behoort een uitdraai van een e-mail van [BEDRIJF F] B.V. aan verweerder van 24 februari 2009 met het kenmerk 09/379/885/143 [rechtbank: geregistreerd onder nummer AWB 09/1992]. Deze e-mail luidt voor zover van belang als volgt:

“Naar aanleiding van onze telefoongesprekken op 23 en 24 febr laten wij U weten dat wij voorlopig afzien van de gebruikmaking tot een hoorgesprek voor dit bezwaarschrift. Zoals telefonisch overlegd gaat U dit dossier betrekken bij het gelijkwaardeige dossier dat bij Uw collega dhr W. Ouwens in behandeling is. ( doss.kenmerk: 08/379/10766en10767/143) [rechtbank: geregistreerd onder AWB 09/1989.]

2.12. Tot de gedingstukken behoort een kopie van het contract tussen [BEDRIJF D] en eiseres over de levering van groene asperges in glas. In het contract is neergelegd dat de textuur van de asperges niet houtig of vezelig mag zijn.

3. Geschil en standpunten van partijen

3.1. Ten aanzien van de beroepen AWB 09/1991 en 09/1992 is primair in geschil of de beroepen ontvankelijk zijn. Ten aanzien van het beroep AWB 09/1989 is primair in geschil of de verzoeken om terugbetaling terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard. Eiseres stelt zich op het standpunt dat de vermelding van de code 95022 in de uitvoeraangifte als een verzoek om terugbetaling moet worden aangemerkt, hetgeen verweerder bestrijdt. In het beroep AWB 09/1991 is dit standpunt subsidiair in geschil.

Ten aanzien van alle beroepen is (voorts) in geschil of is voldaan aan de voorwaarden voor teruggaaf, welke vraag eiseres bevestigend en verweerder ontkennend beantwoordt.

3.2. Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van de beroepen, vernietiging van de uitspraken op bezwaar en verlening van de gevraagde teruggaven.

3.3. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van de beroepen.

3.4. Voor de standpunten van partijen verwijst de rechtbank voorts naar de gedingstukken en het aangehechte proces-verbaal.

4. Beoordeling van het geschil

Ten aanzien van de ontvankelijkheid van de beroepen 09/1991 en 09/1992

4.1. Op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken. De termijn vangt in beginsel aan met ingang van de dag na die van de dagtekening van de uitspraak op bezwaar. Bekendmaking daarvan geschiedt ingevolge artikel 3:41, eerste lid, Awb door toezending of uitreiking. Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het vóór het einde van de termijn is ontvangen (artikel 6:9, eerste lid, Awb) dan wel ter post bezorgd, en niet later dan een week na afloop van die termijn is ontvangen (artikel 6:9, tweede lid, Awb).

4.2. Niet in geschil is dat de beroepen in de zaken 09/1991 en 09/1992 buiten de wettelijke termijn zijn ingediend. Eiseres stelt zich op het standpunt dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is, omdat [BEDRIJF F] B.V. met verweerder zou hebben afgesproken dat in alle zaken tegelijkertijd uitspraak op bezwaar zou worden gedaan. Hierdoor heeft eiseres niet tijdig onderkend dat zij op 25 februari 2009 twee uitspraken op bezwaar had ontvangen waartegen zij tijdig beroep moest instellen om haar rechten niet te verspelen.

4.3. De rechtbank stelt voorop dat zij gehouden is de ontvankelijkheid van een beroep ambtshalve te beoordelen. De opmerking in het verweerschrift dat de griffie desgevraagd per telefoon zou hebben aangegeven dat de beroepen tijdig zijn ontvangen, berust op een verkeerde interpretatie van het met de griffie gevoerde telefoongesprek. Tijdens dit gesprek is niet meer gezegd dan dat de ontvankelijkheid van de beroepen ter zitting aan de orde zou worden gesteld en dat verweerder werd uitgenodigd om toch inhoudelijk op de zaken in te gaan. De rechtbank is van oordeel dat eiseres niet heeft aangetoond dat aan haar de toezegging was gedaan dat de uitspraken op bezwaar tegelijkertijd of in hetzelfde geschrift zouden worden gedaan en wel op een tijdstip dat verder in de toekomst zou liggen. Uit de e-mail van 24 februari 2009 van [BEDRIJF F] B.V. blijkt niet meer dan dat is besproken dat de behandelend ambtenaar de bezwaarschriften die zij niet in behandeling had, zou betrekken bij de bezwaarschriften die zij wel in behandeling had. Deze mededeling houdt niet in dat is afgesproken dat de uitspraken op bezwaar alle tegelijkertijd in de toekomst zouden worden gedaan. Eiseres, op wie de bewijslast rust, heeft niet aangetoond dat een afspraak is gemaakt over de termijn waarbinnen uitspraak op bezwaar zou worden gedaan. Van [BEDRIJF F] B.V., een professionele en ervaren marktpartij, mocht worden verwacht dat zij een uitspraak op bezwaar herkent wanneer deze binnenkomt en de benodigde stappen onderneemt. De termijnoverschrijding is derhalve niet verschoonbaar. De beroepen 09/1991 en 09/1992 dienen daarom niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Ten aanzien van de tijdigheid van het verzoek in het beroep 09/1989

4.4. Eiseres stelt zich op het standpunt dat het verzoek in het beroep AWB 09/1989 tijdig is ingediend, omdat in rubriek 44 van de desbetreffende aangiften ten uitvoer de code 95022 is vermeld. Volgens eiseres staat vermelding van deze code in de aangifte gelijk aan het doen van een verzoek om teruggaaf. Verweerder bestrijdt dit standpunt. Vermelding van deze code houdt verband met de mogelijkheid die wordt geboden in artikel 883 van de Toepassingsverordening Communautair douanewetboek (hierna: TCDW). Een verzoek om teruggaaf dient te worden gedaan op de wijzen die zijn voorgeschreven in artikel 878, tweede lid, TCDW. Het vermelden van deze code in de aangifte valt daar niet onder.

4.5. De rechtbank verwerpt het standpunt van eiseres dat vermelding van de code 95022 in rubriek 44 van de uitvoeraangifte kan worden beschouwd als het doen van een verzoek om teruggaaf. De door eiseres ingebrachte, aan de website van de Douane (volgens verweerder: codeboek SAGITTA) ontleende toelichting op deze code luidt op 18 december 2007 als volgt: “Vak 44; art. 235 t/m 242 Vo 2912/1992; Toestemming tot plaatsing onder douaneregeling uitvoer alvorens beslissing op verzoek tot terugbetaling wordt genomen. Art 883, Tvo. CDW”. Uit deze toelichting maakt de rechtbank op dat vermelding van de code betekent dat op grond van artikel 883 van de TCDW toestemming wordt gevraagd om goederen uit te voeren voordat de Douane op een op deze goederen betrekking hebbend verzoek om teruggaaf heeft beslist. Deze code betekent dus niet dat hiermee een verzoek om teruggaaf wordt gedaan. Eiseres heeft het verzoek buiten de termijn ingediend. Het beroep 09/1989 dient ongegrond te worden verklaard.

Ten aanzien van de voorwaarden voor teruggaaf in beroep 09/2219

4.6. Eiseres stelt zich op het standpunt dat alle voorwaarden voor verlening van de teruggaaf op grond van artikel 238 van het Communautair douanewetboek (hierna: CDW) zijn vervuld. Verweerder stelt zich op het tegenovergestelde standpunt. Eiseres heeft, volgens verweerder, onvoldoende aangetoond dat de goederen zijn uitgevoerd en dat zij gebreken vertoonden. Doordat de aangever in de aangifte niet de vereiste codes heeft ingevuld, is de aangifte ‘wit’ geselecteerd en is verweerder de gelegenheid ontnomen om de goederen fysiek op te nemen om vast te stellen of zij inderdaad niet aan de kwaliteitseisen voldeden, zoals eiseres stelt. Eiseres heeft ook geen kopie van de melding van het ECS Systeem overgelegd waaruit blijkt dat de goederen daadwerkelijk het douanegebied hebben verlaten. Anders dan eiseres veronderstelt, beschikt de douane niet over deze melding.

4.7.1. Artikel 238, eerste lid, van het CDW bepaalt dat tot terugbetaling of kwijtschelding van de rechten bij invoer wordt overgegaan indien wordt vastgesteld dat het geboekte bedrag van deze rechten betrekking heeft op goederen die onder de desbetreffende douaneregeling zijn geplaatst en die door de importeur worden geweigerd omdat zij op het in artikel 67 van het CDW bedoelde tijdstip gebreken vertonen of niet in overeenstemming zijn met de bepalingen van het contract op grond waarvan zij zijn ingevoerd.

Artikel 901, tweede lid, van de TCDW bepaalt dat de terugbetaling of de kwijtschelding van rechten bij invoer afhankelijk is van de voorwaarde dat:

a) alle bewijsstukken worden overgelegd die het de beschikkende douaneautoriteit mogelijk maken zich ervan te vergewissen dat de goederen waarvoor terugbetaling of kwijtschelding van de rechten wordt gevraagd:

- wel degelijk uit het douanegebied van de Gemeenschap werden wederuitgevoerd, of

- (…);

b) (…).

4.7.2. Tussen partijen is niet in geschil dat de bewijslast op eiseres rust. In dit verband heeft verweerder gewezen op de mogelijkheid om code 1040 in de aangifte op te nemen dan wel de Douane mondeling te melden dat het een zending betreft waarvoor een verzoek om teruggaaf op grond van artikel 238 van het CDW is of zal worden ingediend. Verweerder heeft beaamd dat het vermelden van deze code niet verplicht is. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat de verwijzing naar code 1040 alleen is bedoeld te wijzen op de mogelijkheid om de Douane een controle te laten instellen voordat de goederen het douanegebied weer verlaten. De vermelding is dus in het belang van de aangever. Het niet vermelden van deze code heeft uitsluitend gevolgen voor de bewijspositie van eiseres. De rechtbank volgt verweerder in dit standpunt.

4.7.3. De rechtbank is na bestudering van de door eiseres ingebrachte bewijsmiddelen ervan overtuigd dat aan de voorwaarden voor teruggaaf is voldaan. De documenten betreffende de wederuitvoer van de asperges vermelden de nummers E01157001P5, P6 en P7. Ook bestaat een voldoende verband met de documenten betreffende de invoer van de asperges. Dat voornoemde nummers met de hand zijn vermeld op de facturen die zijn gebruikt voor de invoer van de asperges en niet hierop zijn gedrukt, doet hier niet aan af gelet op de vermelde hoeveelheden en de overige vermeldingen op alle relevante documenten, inclusief de documenten die betrekking hebben op de vraag of de asperges voldeden aan de eisen die waren overeengekomen in het contract tussen eiseres en de leverancier. Voor het minimale verschil tussen de ingevoerde en de wederuitgevoerde hoeveelheid heeft eiseres een geloofwaardige verklaring gegeven, namelijk dat de desbetreffende goederen zijn gebruikt voor monstername om de kwaliteit te bepalen. Dat de asperges niet voldeden aan de contractuele eisen, blijkt naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam uit de onder 2.3.5 tot en met 2.9 geciteerde documenten. In het bijzonder voldeden de asperges niet aan de voorwaarde dat zij niet houtig van smaak mochten zijn. Het is, zo heeft verweerder ter zitting erkend, geen vereiste om een gebrek of het niet voldoen aan de contractuele bepalingen te laten vaststellen door een derde. In deze documenten worden voorts de nummers E01157001P5, P6 en P7 genoemd, welke vermelding duidelijk maakt dat de klacht over de kwaliteit betrekking heeft op de onderhavige partijen asperges.

4.7.4. Eiseres heeft aangegeven akkoord te gaan met teruggaaf van de bij invoer betaalde douanerechten naar rato van de uitgevoerde hoeveelheid. De rechtbank stelt de terug te betalen douanerechten vast op € 1.882,84 (1.975/1.977 x € 1.884,75).

4.8. Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep 09/2219 gegrond te worden verklaard. De overige door eiseres aangevoerde grieven behoeven geen behandeling.

5. Proceskosten

De rechtbank vindt aan¬lei¬ding verweerder te veroordelen in de kos¬ten die eiseres in verband met de behande¬ling van het bezwaar en het beroep (zaak 09/2219) redelij¬kerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 805 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift met een waarde per punt van € 161, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 322 en een wegingsfactor 1).

6. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de beroepen 09/1991 en 09/1992 niet-ontvankelijk;

- verklaart het beroep 09/1989 ongegrond;

- verklaart het beroep 09/2219 gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar van 23 maart 2009;

- gelast dat verweerder aan eiseres een teruggaaf verleent van € 1.882,84;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 805;

- gelast dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 297 vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. van Dongen, voorzitter, mr. A.J. Roke en

mr. O. Nijhuis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. de Jong, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2011.

Afschrift verzonden aan partijen op:

De rechtbank heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van de uitspraak in geanonimiseerde vorm.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam (douanekamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.