Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BT7332

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
10-10-2011
Datum publicatie
12-10-2011
Zaaknummer
184973 / KG ZA 11-401
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

EXECUTIE VAN EEN BOETE DOOR MIDDEL VAN EEN IN EXECUTORIALE VORM UITGEGEVEN GROSSE VAN EEN PROCES-VERBAAL VAN EEN VASTSTELLINGSOVEREENKOMST MET BOETEBEDING

Niet kan worden geoordeeld dat sprake is geweest van enige overtreding van de bepaling uit de vaststellingsovereenkomst waarop de boete is gesteld.

Daarmee kan in het midden blijven de vraag of een in executoriale vorm uitgegeven grosse van een proces-verbaal van een terechtzitting waarin de op die zitting overeengekomen vaststellingsovereenkomst mede inhoudende een boetebeding is opgenomen, bij een overtreding van de verbintenis waarop de boete is gesteld, ook voor de invordering van die boete zonder meer een executoriale titel oplevert, waarbij de boete ook kan worden verbeurd vóór de betekening van het proces-verbaal waarin het overeenkomen van een vaststellingovereenkomst met boetebeding is vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 184973 / KG ZA 11-401

Vonnis in kort geding van 10 oktober 2011

in de zaak van

1. [A],

wonende te [plaats],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A B.V.],

gevestigd te [plaats],

eisers,

advocaat mr. F.M. Wagener te Alkmaar,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VEREENIGDE EFFECTEN COMPAGNIE,

gevestigd te Edam,

gedaagde,

advocaat mr. C.G.M. Fruytier te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eisers] en VEC genoemd worden. Indien eisers afzonderlijk worden genoemd, zullen zij met [A] en [A] Beheer B.V. worden aangeduid.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Naar aanleiding van een vordering in kort geding van [eisers], is ter zitting van 16 juni 2011 tussen partijen een vaststellingovereenkomst tot stand gekomen, vastgelegd in een proces-verbaal (zaaknummer / rolnummer: 181253 / KG ZA 11-200). Hierin is opgenomen, voor zover van belang:

(…)

Partijen komen ter beëindiging van dit geschil het volgende overeen:

1. Eisers zullen tot 25 januari 2014 de relaties van gedaagde (te weten de IS-relaties zoals vastgelegd in aangehechte lijst en alle AUM-relaties + prospects van gedaagde op 25 januari 2011 bestaand) niet benaderen, werkzaamheden voor verrichten, dan wel op enigerlei wijze contact mee (laten) onderhouden, zulks op straffe van verbeurte van een direct opeisbare boete van EUR 70.000,-- per overtreding, onverminderd het recht van gedaagde op volledige schadevergoeding. (…)

2. (…)

3. Partijen verlenen elkaar na uitvoering van het bovenstaande finale kwijting van al hetgeen zij in het kader van deze procedure gevorderd hebben en al hetgeen zij mogelijk nog te vorderen hebben in het kader van de rechtsbetrekking die tussen hen heeft bestaan.

4. (…)

2.2. Bij brief van 13 juli 2011 heeft mr. Fruytier voornoemd [A] Beheer B.V. medegedeeld:

(…)

Inmiddels is het VEC gebleken dat [A] Beheer en/of u zelf relaties van VEC benadert en/of heeft benaderd, waaronder in ieder geval de WestlandUtrecht Bank (…), nr 14 op de bij de vaststellingovereenkomst behorende lijst met IS-relaties. Dit is derhalve een relatie ten aanzien waarvan [A] Beheer is overeengekomen deze niet te (doen) benaderen.

Op grond van de vaststellingsovereenkomst heeft [A] Beheer door deze overtreding een direct opeisbare boete verbeurd van EUR 70.000,--, onverminderd het recht van VEC alsnog volledige schadevergoeding te vorderen.

(…)

2.3. Aan [A] is een gelijke brief verstuurd.

2.4. Bij deurwaardersexploot van 11 augustus 2011 heeft VEC een in executoriale vorm uitgegeven grosse van het proces-verbaal van genoemde zitting van 16 juni 2011, waarin de toen tussen partijen overeengekomen vaststellingsovereenkomst is opgenomen, aan [eisers] betekend en is aan hen bevel gedaan om eenmaal de opeisbare boete zoals omschreven in punt 1 van die overeenkomst, vermeerderd met de kosten van dit exploot, aan VEC te voldoen.

2.5. VEC heeft vervolgens - een datum is van de kant van [eisers] niet genoemd en het desbetreffende exploot is evenmin in het geding gebracht - executoriaal derdenbeslag onder de Rabobank Hoorn-Midden Westfriesland gelegd “ter verzekering van verhaal van de door VEC gestelde vordering op [A] en [A] Beheer”.

3. Het geschil

3.1. [Eisers] vordert bij een uitvoerbaar bij voorrad te verklaren vonnis:

1. primair het onderhavige executoriale beslag op te heffen, en subsidiair, VEC te veroordelen om dit executoriale beslag met onmiddellijke ingang op te heffen op straffe van een dwangsom van € 7.000,-- (…) voor iedere dag dat zij in gebreke blijft om aan deze veroordeling te voldoen;

2. VEC te veroordelen tot betaling tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [A] en [A] Beheer ieder van een bedrag van € 119,--(…) binnen 5 dagen na het in deze zaak te wijzen vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de dag na ommekomst van deze termijn tot aan de dag der algehele voldoening, althans tot een zodanig bedrag als u, edelachtbare, in goede justitie vermeent te behoren.

3. VEC te veroordelen inde kosten van deze procedure.

3.2. VEC voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Bij telefax van 5 oktober 2011 heeft voornoemde advocaat van VEC [eisers] en de rechtbank geïnformeerd dat de gelegde beslagen zijn opgeheven. Om die reden zal de vordering sub 1 bij gebreke van belang dienen te worden afgewezen.

4.2. In geschil is nog welk van beide partijen de kosten van het beslag dient te dragen.

4.3. Bij brieven van 16 augustus 2011 (productie E17) heeft de Rabobank Hoorn-Midden Westfriesland voor de kosten die die bank als gevolg van genoemde onder haar gelegde derdenbeslagen maakt zowel aan [A] en [A] Beheer B.V. een bedrag van € 119,-- in rekening gebracht, welke kosten [eisers] thans op VEC wenst te verhalen.

4.4. In het kader hiervan dient te worden beoordeeld of VEC - mede gelet op de belangen aan de zijde van [eisers] die door de executie zullen worden geschaad - een in redelijkheid te respecteren belang heeft gehad bij gebruikmaking van haar bevoegdheid tot tenuitvoerlegging. Daarvan is in ieder geval geen sprake indien geen overtreding heeft plaatsgevonden van de verbintenis waarop de boete is gesteld.

4.5. Ter onderbouwing van de vordering tot opheffing van het executoriale beslag heeft [eisers] aangevoerd dat er geen sprake is geweest van een overtreding van de tussen partijen tot stand gekomen vaststellingsovereenkomst van 16 juni 2011, verwijzend naar een e-mail van 30 augustus 2011 van [B] (hierna: [B]), internal control officer van WestlandUtrecht Bank, waarin de stelling van [eisers] wordt bevestigd dat het contact tussen [A] en [B] op 6 juni 2011- een datum gelegen voor de vaststellingsovereenkomst - plaatsvond in de privésfeer en enkel betrekking had op de hypotheeklening van de dochter van [A].

4.6. Gelet op bovenstaande stelling van [eisers], had het op de weg gelegen van VEC de door haar gestelde overtreding van [eisers] op grond waarvan zij aanspraak maakt op de boete en beslag heeft gelegd, aan te tonen, althans aannemelijk te maken. In de hierboven onder 2.2 weergegeven brief van 13 juli 2011 van mr. Fruytier is geen nadere concretisering gegeven aan de beweerde overtreding, terwijl ter zitting slechts is aangegeven dat het om een overtreding op 28 of 29 juni 2011 - een datum gelegen voor genoemde betekening d.d. 11 augustus 2011 - zou gaan. Nu nagelaten is daarvan enig bewijs te overleggen en bovendien [eisers] van VEC voorafgaand aan de zitting in dit kort geding geen enkele mededeling hebben ontvangen van een overtreding op 28 en 29 juni 2011, kan niet worden geoordeeld dat sprake is geweest van enige overtreding van de bepaling uit de vaststellingsovereenkomst waarop de boete is gesteld.

4.7. Reeds het voorgaande leidt er toe dat de vordering sub 2 zal worden toegewezen. Daarmee kan in het midden blijven de ter zitting aan de orde geweest zijnde vraag of een in executoriale vorm uitgegeven grosse van een proces-verbaal van een terechtzitting waarin de op die zitting overeengekomen vaststellingsovereenkomst mede inhoudende een boetebeding is opgenomen, bij een overtreding van de verbintenis waarop de boete is gesteld, ook voor de invordering van die boete zonder meer een executoriale titel oplevert, waarbij de boete ook kan worden verbeurd vóór de betekening van het proces-verbaal waarin het overeenkomen van een vaststellingovereenkomst met boetebeding is vastgesteld.

4.8. VEC zal als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [A] c.s. worden begroot op:

- dagvaarding EUR 90,81

- griffierecht 560,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR 1.466,81

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. veroordeelt VEC tot betaling tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [A] en [A] Beheer B.V. ieder van een bedrag van € 119,-- (zegge: honderd negentien euro) binnen 5 dagen na dit vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de dag na ommekomst van deze termijn tot aan de dag der algehele voldoening,

5.2. veroordeelt VEC in de proceskosten, aan de zijde van [A] c.s. tot op heden begroot op EUR 1.466,81,

5.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. van der Meer en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. C.C. Westermann-Smit op 10 oktober 2011.?