Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BT6776

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
14-09-2011
Datum publicatie
05-10-2011
Zaaknummer
521808 AO VERZ 11-434
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding van een arbeidsovereenkomst. Reflexwerking van het opzegverbod tijdens ziekte.

KLM verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een purser omdat deze de regels omtrent alcoholgebruik voor en tijdens de werkzaamheden heeft overtreden. KLM stelt geen vertrouwen meer te hebben in de werknemer, omdat deze al eerder is berispt in verband met alcoholgebruik tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden en KLM hem toen volledig heeft ondersteund bij het overwinnen van zijn alcoholverslaving. Ook verwijt KLM de werknemer dat hij geen open kaart heeft gespeeld.

De kantonrechter is van oordeel dat voldoende aannemelijk dat de alcoholverslaving van de werknemer en de omstandigheid dat hij de situatie jegens KLM rooskleuriger heeft voorgesteld dan deze in werkelijkheid was, in direct verband staat met de psychische aandoening (bipolaire II stoornis) waaraan hij lijdt. Omdat het wegvallen van het vertrouwen van KLM rechtstreeks voortvloeit uit de ziekte van de werknemer, heeft het opzegverbod tijdens ziekte gelding. KLM wordt niet ontvankelijk verklaard.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 670
Burgerlijk Wetboek Boek 7 685
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2011/821
JAR 2012/2
AR-Updates.nl 2011-0816
XpertHR.nl 2013-388402
XpertHR.nl 2011-392190
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rep.nr.: 521808 / AO VERZ 11-434

datum uitspraak: 14 september 2011

BESCHIKKING ONTBINDING ARBEIDSOVEREENKOMST

inzake

de naamloze vennootschap KONINKLIJKE LUCHTVAART MAATSCHAPPIJ N.V.

te Amstelveen

verzoekster

hierna te noemen KLM

gemachtigde mr. D.E. van Dongen

tegen

[verweerder]

te [woonplaats]

verweerder

hierna te noemen [verweerder]

gemachtigde mr. A.S. Ritoe-Habieb

De procedure

Op 29 juli 2011 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van KLM. [verweerder] heeft een verweerschrift ingediend. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 31 augustus 2011. Op deze zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. De gemachtigde van KLM heeft pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht. Beide partijen hebben producties in het geding gebracht.

De feiten

1. [verweerder], 44 jaar oud, is op 10 juli 1995 bij KLM in dienst getreden. Hij bekleedde laatstelijk de functie van Cabin Attendant (Purser) tegen een salaris van € 4.023,38 bruto per maand exclusief vakantiegeld en eindejaarsuitkering.

2. Op de arbeidsovereenkomst is de cao voor KLM Cabinepersoneel Nederland (hierna: de cao) van toepassing.

3. Artikel 6.4 van de cao luidt onder meer:

(1) Het is de werknemer verboden gedurende de periode dat hij werkzaamheden dient te verrichten (in geval van vluchtopdrachten: tussen aan- en afmelding, als werkend bemanningslid), gedurende een reservedienst en wanneer hij het door de KLM voorgeschreven uniform in publieke of voor publiek toegankelijke ruimtes draagt, alcohol en/of drugs, in welke vorm dan ook, te gebruiken dan wel onder invloed te verkeren van alcohol of drugs (…).

(2) Het is de werknemer verboden alcohol te gebruiken binnen 10 uur vóór de aanvang van een vlucht waarvoor hij als werkend bemanningslid is ingedeeld, dan wel binnen 10 uur vóór de aanvang van een reservedienst.

(3) Overmatig gebruik van alcohol is de werknemer verboden binnen 24 uur vóór de aanvang van een vlucht waarvoor hij als werkend bemanningslid is ingedeeld, dan wel binnen 24 uur vóór de aanvang van een reservedienst.”

4. Op 12 juli 2009 heeft [verweerder] tijdens een vlucht van en naar Kopenhagen alcohol genuttigd.

5. Op 14 juli 2009 heeft [verweerder] onder meer schriftelijk verklaard een aantal jaren geleden een alcoholprobleem te hebben gehad en zich daarvoor op eigen initiatief onder behandeling van de Jellinek kliniek te hebben gesteld.

6. Op 23 juli 2009 heeft KLM [verweerder] een berisping gegeven als bedoeld in artikel 12.1.(2)a van de cao, wegens het gebruik van alcohol op 12 juli 2009 .

7. Op 30 juli 2009 heeft KLM de berisping schriftelijk aan [verweerder] bevestigd, waarbij zij heeft opgemerkt “dat bij herhaling van het in strijd handelen met de u bekende voorschriften, c.q. bij enig plichtsverzuim dan ook, wij ernstig overwegen het dienstverband te beëindigen”. Voorts heeft KLM aan [verweerder] bevestigd dat partijen zijn overeengekomen dat KLM [verweerder] zal helpen bij het oplossen van zijn alcoholprobleem door middel van een zogenoemd ‘anti-alcoholcontract’.

8. Op 7 september 2009 hebben partijen een anti-alcoholcontract ondertekend. Daarin is onder andere het volgende bepaald:

“1. Betrokkene onthoudt zich van alcoholgebruik tijdens of voorafgaand aan de vervulling van haar werkzaamheden […]

5. Betrokkene heeft zich onder behandeling gesteld bij een instelling die gespecialiseerd is in de behandeling van alcolholproblemen […]

7. Gedurende de behandeling zal betrokkene geen werkzaamheden als cabinelid verrichten. Betrokkene zal, voor zover mogelijk, in tijdelijke grondwerkzaamheden worden geplaatst. Na een succesvolle afronding van de behandeling en advies van de bedrijfsarts, zal de betrokkene weer tot een vliegende functie worden toegelaten. […]

10. Dit anti-alcoholcontract heeft een geldigheidsduur van een jaar, ingaand de datum van ondertekening.”

9. Bij brief van 22 december 2009 heeft [[XXX], Unit Manager en leidinggevende van [verweerder] (hierna: [XXX]), aan [verweerder] meegedeeld dat het alcoholcontract is vervallen, omdat “er voor de derde achtereenvolgende maand geen sporen van alcohol in uw bloed zijn aangetroffen”. Voorts heeft [XXX] nog opgemerkt dat “mocht u in de toekomst opnieuw problemen ondervinden met alcohol, dan hebben wij afgesproken dat u dit direct bespreekt met ondergetekende”.

10. Op 5 januari 2010 heeft [verweerder] zijn werkzaamheden als purser hervat.

11. Bij e-mailbericht van 31 maart 2011 heeft [verweerder] onder meer het volgende aan [XXX] geschreven:

“Allereerst het slechte nieuws. Sinds mijn vakantie drink ik weer en ik wil dat jij dat weet. […] Het goede nieuws […] is dat ik zeer restrictief ben en dat ik - wonder boven wonder – matig in mijn gebruik ben.”

12. Op 1 mei 2011 heeft [verweerder] zich ziek gemeld.

13. Op 2 mei 2011 heeft KLM [verweerder] geschorst in verband met vermoedens van alcoholgebruik tijdens een vlucht vanuit Nairobi naar Amsterdam op 27 april 2011.

14. Op 3 mei 2011 heeft [verweerder] desgevraagd betwist alcohol te hebben gedronken tijdens de vlucht vanuit Nairobi naar Amsterdam. In een aanvullende verklaring heeft [verweerder] deze ontkenning herroepen. Hij heeft daarbij onder meer het volgende verklaard:

“Vlak voor vertrek (al in het toestel) heb ik een slok wodka genomen. Bij de drinkservice een slok wodka, bij de eerste maaltijdservice een slok wodka en vlak voor de tweede maaltijdservice nog een slok wodka. […] Ik wil er […] voor zorgen dat ik van de drank afkom. Ik wil niets liever. Ik ben tot alles bereid om ervan af te komen.”

15. Medio mei heeft [verweerder] zich gemeld bij de Jellinek kliniek.

16. Bij brief van 7 juli 2011 heeft S.N.J. Logtenberg, psychiater te Amsterdam, onder meer het volgende verklaard:

“Patiënt is sinds 2008 bij mij in behandeling. Er was toen al sprake van een langdurige psychiatrische voorgeschiedenis waarbij hij verschillende behandelingen […] heeft gehad in verband met depressiviteit, stemmingswisselingen, identiteitsproblemen, sociale fobie, sociaalmaatschappelijke problemen en verslaving. […] In de huidige behandeling is gediagnosticeerd dat patiënt lijdt aan een bipolaire II stoornis. Dat is een manisch depressieve stoornis waarbij periodes van depressies zich afwisselen met hypomane episodes. […] De basis van deze stoornissen is complex. Er is sprake van een familiaire belasting voor alcoholisme (vader) die […] de opvoedingssituatie thuis zeer negatief heeft beïnvloed. Er was sprake van een emotioneel verwaarlozende situatie waarin patiënt zich onvoldoende veilig heeft kunnen ontwikkelen. In zijn persoonlijkheid heeft zich later een ‘false self’ ontwikkeld; […] zelfverzekerd, sociaal bekwaam, maatschappelijk succesvol, altijd vriendelijk en adequaat. Dit beeld wordt ten koste van veel energie volgehouden en is steeds afhankelijk van de bevestiging van derden […] De symptomen gaan met name schuil in de keerzijde van dit gesplitste zelfbeeld: patiënt is onderliggend zeer eenzaam, angstig, leeg en uitermate onzeker als hij niet een rol heeft. […] Ook is er de drang verdovende middelen te gebruiken om de depressie of de leegte niet te hoeven voelen en zich zo staande te kunnen houden.”

17. Op 16 augustus 2011 heeft M. Baas, psycholoog/behandelaar bij Jellinek Curatieve Verslavingszorg onder meer de volgende schriftelijke informatie over de behandeling van [verweerder] verstrekt:

“N.a.v. de intake is cliënt een intensief traject gestart. Dit houdt in dat cliënt een klinische detoxificatie is gestart […] Cliënt is toen één week intern geweest. […] Hierna is cliënt de dagbehandeling gestart […] voor de maximale duur van 12 weken. […]

De afhankelijkheid van een middel, verslaving, wordt hedendag gezien als een ziekte. Kenmerkend voor verslaving is dat men herhaaldelijk in hetzelfde gedrag treedt, o.a. doordat er verbindingen in de hersenen zijn ontstaan die binnen de psychologie omschreven worden als conditioneringen. De behandeling bij Jellinek is erop gericht om inzicht te krijgen in deze conditioneringen. […] Middels de wekelijkse gesprekken met zijn behandelaar wordt er nader gekeken naar de samenhang tussen zijn psychische klachten (o.a. vastgestelde bipolaire II stoornis) en verslaving.”

Het verzoek

KLM verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens veranderingen in de omstandigheden. KLM stelt – samengevat – het volgende.

Het is van het grootste belang dat KLM erop kan vertrouwen dat haar werknemers, en met name het vliegend personeel, tijdens de uitoefening van hun functie niet onder invloed zijn van alcohol. Op hen rust immers een zware verantwoordelijkheid. Door het nuttigen van alcohol stellen zij de veiligheid van passagiers en personeel in de waagschaal. De purser is degene die in geval van calamiteiten snel en doelmatig moet kunnen handelen. Hij is degene die contact onderhoudt met de piloten in de cockpit en instructies en informatie geeft aan de stewards en stewardessen. Het is een feit van algemene bekendheid dat alcoholgebruik het denk- en reactievermogen negatief beïnvloedt.

Niet alleen staat in de cao expliciet beschreven dat men tijdens noch voor aanvang van de vlucht alcohol mag innemen, maar ook wordt in het Vademecum voor Vliegend Personeel, door middel van de folder Medicijnen Alcohol Drugs en via het crew bulletin aandacht besteed aan de gevaren van het gebruik van alcohol en het beleid van KLM in geval van overtreding van de daarop betrekking hebbende voorschriften. Daarnaast geeft KLM speciale Intervisie Purser Positionering-trainingen, waar alle aspecten van (onder andere) alcohol aan de orde worden gesteld. Ook [verweerder] heeft zulke trainingen bijgewoond, de laatste keer op 4 maart 2011. Vlak voor die training heeft [verweerder] tegenover [YYY], de Vice President Cabin Crew Management, nog benadrukt dat hij geen alcoholprobleem meer heeft.

[verweerder] heeft op 27 april 2011 voor de tweede maal de bij KLM geldende regels omtrent alcoholgebruik overtreden door vlak voor en tijdens de vlucht uit Nairobi alcohol te nuttigen, terwijl hij wist dat hij hiermee de veiligheid van collega’s en passagiers in gevaar bracht. KLM rekent het [verweerder] des te zwaarder aan dat hij de voorschriften met voeten heeft getreden, omdat hij al eerder is berispt in verband met alcoholgebruik tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden en KLM hem toen volledig heeft ondersteund bij het overwinnen van zijn alcoholverslaving. Ook verwijt KLM [verweerder] dat hij geen open kaart heeft gespeeld, door desgevraagd steeds te antwoorden dat het goed met hem gaat en dat hij geen alcoholproblemen meer heeft.

Nu [verweerder] weer de vliegveiligheid in gevaar heeft gebracht, heeft KLM geen vertrouwen meer in een vruchtbare voortzetting van de samenwerking met hem. Van KLM kan dan ook niet worden verwacht dat zij de arbeidsovereenkomst met [verweerder] voortzet. Deze dient daarom op korte termijn te worden ontbonden.

Voor toekenning van een vergoeding is geen aanleiding, nu de verandering in de omstandigheden geheel aan [verweerder] zelf is te wijten.

Het verweer

[verweerder] concludeert tot afwijzing van het verzoek. Het verweer van [verweerder] komt in de kern op het volgende neer.

De alcoholverslaving van [verweerder] is de enige reden die ten grondslag ligt aan het ontbindingsverzoek van KLM. Een alcoholverslaving is te beschouwen als een ziekte. Ook bij [verweerder] is sprake van een ziekte. Uit de verklaringen van de psycholoog van de Jellinek kliniek en de behandelend psychiater van [verweerder] blijkt, dat de alcoholverslaving van [verweerder] nauw samenhangt met de psychische stoornis waaraan hij lijdt. Dankzij de behandeling bij de Jellinek kliniek is [verweerder] zich ervan bewust geworden, dat zijn probleem niet gelegen is in het gebruik van alcohol, maar in hem zelf. Hij wil dan ook zijn uiterste best doen om een structurele verandering van zijn gedrag en gedachten te bewerkstelligen. Daarom heeft hij er zelf voor gekozen om zich te onderwerpen aan een zwaar traject om van zijn verslaving af te komen. Ook gaat hij het aansluitende nazorgtraject bij de Jellinek kliniek volgen. Nu geen sprake is van andere, zelfstandige gronden voor de ontbinding van de arbeidsovereenkomst, dient het ontbindingsverzoek af te stuiten op de reflexwerking van het opzegverbod tijdens ziekte, zoals bepaald in artikel 7:670 BW en dient [verweerder] in staat te worden gesteld om van zijn ziekte te herstellen.

De beoordeling

1. De kantonrechter heeft zich ervan vergewist of het verzoek verband houdt met het bestaan van het opzegverbod bij ziekte, zoals [verweerder] aanvoert. Volgens KLM is dit niet het geval, omdat de reden van het ontbindingsverzoek niet gelegen is in de alcoholverslaving van [verweerder], maar in een vertrouwensbreuk. Die vertrouwensbreuk is, aldus KLM, het gevolg van het gegeven dat [verweerder] moedwillig de instructies en aanwijzingen van KLM negeert, de gevolgen van de overtreding van de regels met betrekking tot alcoholgebruik in de wind slaat en niet eerlijk op de vragen van KLM naar zijn situatie antwoordt.

2. Gelet op de hiervoor bij de feiten aangehaalde rapportages van de behandelaar van [verweerder] bij de Jellinek kliniek en van de psychiater, acht de kantonrechter voldoende aannemelijk dat de alcoholverslaving van [verweerder] in direct verband staat met de psychische aandoening (bipolaire II stoornis) waaraan hij lijdt. Ook is aannemelijk dat zijn ‘false self’ ertoe heeft geleid dat hij zijn situatie tegenover KLM rooskleuriger heeft voorgesteld dan deze in werkelijkheid was. Het wegvallen van het vertrouwen van KLM vloeit dus rechtstreeks voort uit de ziekte van [verweerder]. Dit betekent dat het opzegverbod tijdens ziekte gelding heeft, zodat KLM niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar verzoek.

3. KLM wordt veroordeeld in de kosten van de procedure, omdat zij in het ongelijk wordt gesteld.

De beslissing

De kantonrechter:

- verklaart KLM niet ontvankelijk;

- veroordeelt KLM in de kosten van de procedure, aan de zijde van [verweerder] begroot op € 500,00.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.E. van Oosten-van Smaalen en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

Coll.