Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BT2065

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
14-07-2011
Datum publicatie
20-09-2011
Zaaknummer
489950 - CV EXPL 10-15376
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De vordering betreft schade wegens het niet inleveren door gedaagde van studieboeken. Eiseres legt aan de vordering ten grondslag dat zij op grond van haar algemene voorwaarden gerechtigd is een schadebedrag te vorderen ter hoogte van het verschil tussen de huurprijs en de verkoopprijs van een nieuw leermiddel, indien gedaagde niet aan de verplichting tot tijdige inlevering voldoet, behoudens het recht van eiseres op volledige schadevergoeding.

Bij vonnis van de kantonrechter te Haarlem van 30 september 2009 is gedaagde veroordeeld tot betaling aan eiseres van een bedrag ter zake van huur van dezelfde boeken als waarop de onderhavige vordering betrekking heeft. Gedaagde beroept zich op onduidelijkheid van de gefactureerde bedragen.

Gelet op het door gedaagde gevoerde verweer, is de kantonrechter van oordeel dat eiseres haar vordering nader had moeten onderbouwen. Eiseres heeft onvoldoende vermeld op welke wijze zij het door haar gevorderde bedrag heeft berekend. Niet duidelijk is of eiseres is uitgegaan van het verschil tussen huurprijs en de verkoopprijs of van de werkelijke/volledige schade. Omdat eiseres niet aan haar motiveringsplicht heeft voldaan, moet de vordering als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 489950 \ CV EXPL 10-15376

datum uitspraak: 14 juli 2011

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

[XXX] Educatie B.V.

te Kampen

eisende partij

hierna te noemen [eiseres]

gemachtigde Nijstad & Toonen Gerechtsdeurwaarders

tegen

[gedaagde]

te [woonplaats]

gedaagde partij

hierna te noemen [gedaagde]

gemachtigde mr. J.P. van Vulpen

De procedure

Voor de loop van het geding verwijst de kantonrechter naar de volgende stuk¬ken:

- de dagvaarding van 22 november 2010,

- de conclusie van antwoord, met producties,

- de door de kantonrechter tussen partijen gegeven en op 21 april 2011 uitgesproken rolbeschikking,

- de conclusie van repliek, met producties,

- de conclusie van dupliek.

De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweerspro¬ken inhoud van de producties, staat tussen partij¬en het volgende vast:

a. [gedaagde] heeft bij [eiseres] schoolboeken besteld. Zij heeft deze Boeken ook ontvangen.

b. Op de overeenkomst tussen partijen zijn de algemene voorwaarden van [eiseres] van toepassing.

c. Op grond van die algemene voorwaarden moet de huurder de boeken uiterlijk voor 1 augustus van het volgende schooljaar retourneren. Indien de huurder niet aan die verplichting voldoet, is hij aan [eiseres] een schadebedrag verschuldigd ter hoogte van het verschil tussen de huurprijs en de verkoopprijs van een nieuw leermiddel, alsmede een boete van € 5,70 voor een of meer beschadigde, beschreven of ontbrekende boeken of een boete van € 25,00 indien het gehele pakket niet is ingeleverd, onverminderd het recht van de verhuurder op volledige schadevergoeding.

d. [gedaagde] heeft de boeken niet aan [eiseres] geretourneerd.

e. [eiseres] heeft bij factuur van 19 augustus 2008 € 384,28 in rekening gebracht.

f. [gedaagde] heeft het onder e genoemde bedrag onbetaald gelaten.

g. Bij vonnis van de kantonrechter Haarlem van 30 september 2009 is [gedaagde] veroordeeld tot betaling aan [eiseres] van € 485,29 aan hoofdsom, rente en buitengerechtelijke incassokosten, nog te vermeerderen met de proceskosten.

De vordering

[eiseres] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] zal veroordelen om aan [eiseres] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen € 524,84, vermeerderd met de rente ad 1% per maand vanaf 22 november 2010 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

[eiseres] heeft het volgende aan de vordering ten grond¬slag gelegd:

[eiseres] heeft op bestelling aan [gedaagde] studieboeken geleverd. Op de overeenkomst tussen partijen zijn de algemene voorwaarden van [eiseres] van toepassing.

Gehuurde boeken moeten aan het eind van het schooljaar, in elk geval vóór 1 augustus van het eerstvolgende schooljaar, worden ingeleverd. Indien dat niet gebeurt, mag [eiseres] de schade ten gevolge van de niet inlevering dan wel niet-tijdige inlevering in rekening brengen. Hiervoor is in de algemene voorwaarden een duidelijke regeling opgenomen.

Voor die inlevering ontvangt de huurder in mei van het betreffende schooljaar een inleverfor-mulier. Op dit inleverformulier staat aangegeven welke boeken moeten worden ingeleverd en wanneer dat op school kan gebeuren en op welke plaats. Tevens wordt erop vermeld welk schadebedrag in rekening wordt gebracht bij niet-correcte inlevering.

Uit niets is gebleken dat de door [eiseres] aan [gedaagde] verhuurde boeken, zoals vermeld op de onderhavige schadefactuur, aan het eind van het schooljaar alsnog zijn ingeleverd. [eiseres] heeft daarom met recht en reden schade ten bedrage van € 384,28 in rekening gebracht.

Door ondanks aanmaning met betaling in gebreke te blijven, heeft [gedaagde] [eiseres] genoodzaakt de vordering ter incasso uit handen te geven. [eiseres] heeft daardoor vermogensschade geleden, bestaande uit de buitengerechtelijke incassokosten ten belope van € 75,00. [gedaagde] dient deze kosten ingevolge de algemene betalingsvoorwaarden dan wel ingevolge artikel 6:96 lid 2 sub c BW aan [eiseres] te voldoen.

Voorts is [gedaagde] de contractuele rente ad 1% verschuldigd geworden. Deze rente bedraagt, berekend tot 22 november 2010, € 40,56.

Het verweer

[gedaagde] betwist de vordering en voert daartoe het volgende aan:

Tegen [gedaagde] is bij vonnis van 30 september 2009 in deze kwestie al een vonnis gewezen. In beide zaken gaat het om, zoals men stelt huur, koop of het niet terugbrengen van de boeken. Nu de dagvaardingen in beide zaken, waarvan in één zaak al een vonnis is gewezen, hetzelfde betreffen, is de dagvaarding onduidelijk. De stelling van [eiseres] dat het gaat om het niet inleveren van de boeken, maakt de zaak niet duidelijker. Immers, de dagvaarding in de zaak die al bij vonnis is geëindigd, maakte niet duidelijk wat men daar bedoelt.

Nu stelt [eiseres] dat het om teruglevering gaat. Daartoe was [gedaagde] niet in staat, omdat ze niet meer bij haar vader woonde en de boeken bij haar vader waren achtergebleven.

Nu niet duidelijk is of de eerdere zaak huur of koop betrof, blijft het onduidelijk wat [eiseres] precies heeft gevorderd. [gedaagde] kan van deze onduidelijkheid niet de dupe worden. [eiseres] kon van [gedaagde] in redelijkheid geen teruglevering vorderen, omdat zij niet meer in staat was over de boeken te beschikken.

De beoordeling van het geschil

1. De kantonrechter zal eerst beoordelen of het vonnis van 30 september 2009 dezelfde vordering betrof als de onderhavige.

2. Uit het dossier in de oudere zaak blijkt dat [eiseres] destijds betaling vorderde van de factuur van 21 september 2007 voor een bedrag van € 360,17 in hoofdsom “uit hoofde van een koop- en/of huurovereenkomst, althans schade ten gevolge van niet(-tijdige) inlevering van gehuurde boeken”.

3. Vergelijking van de specificatie van de factuur van 21 september 2007 met de onderhavige factuur 19 augustus 2008 toont aan dat de boeken die op de factuur van

19 augustus 2008 zijn vermeld, ook voorkomen op de factuur van 21 september 2007. Het verschil zit hierin dat met de factuur van 21 september 2007 huur voor de boeken in rekening is gebracht, terwijl met de factuur van 19 augustus 2008 bedragen in rekening worden gebracht wegens schade omdat de boeken niet zijn geretourneerd.

4. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de onderhavige vordering daarom een andere grondslag dan de vordering in de oudere zaak. [eiseres] vordert thans immers schadevergoeding, omdat [gedaagde] de boeken niet heeft ingeleverd.

5. Gelet op het beroep van [gedaagde] op onduidelijkheid van de gefactureerde bedragen en het daarop gebaseerde verweer, is de kantonrechter van oordeel dat [eiseres] haar vordering nader had moeten onderbouwen. Op grond van haar algemene voorwaarden is [eiseres] gerechtigd, indien [gedaagde] niet aan de verplichting tot tijdige inlevering voldoet, een schadebedrag te vorderen ter hoogte van het verschil tussen de huurprijs en de verkoopprijs van een nieuw leermiddel, behoudens het recht van [eiseres] op volledige schadevergoeding.

6. [eiseres] heeft onvoldoende vermeld op welke wijze zij het door haar gevorderde bedrag heeft berekend. Weliswaar blijkt het bedrag natuurlijk wel uit de factuur van 19 augustus 2008, maar daaruit blijkt niet hoe de schade is berekend: is [eiseres] uitgegaan van het verschil tussen huurprijs en verkoopprijs of de werkelijke/volledige schade? De kantonrechter kan dat niet vaststellen. Bovendien had [eiseres] moeten onderbouwen waarom zij van oordeel is het gevorderde bedrag te mogen vorderen ondanks dat op basis van het oudere genoemde vonnis de huurtermijnen alsnog worden geïncasseerd.

7. Op grond van het vorenstaande is de kantonrechter van oordeel dat [eiseres] niet aan haar motiveringsplicht heeft voldaan, zodat de vordering als onvoldoende onderbouwd moet worden afgewezen.

8. Nu de vordering op grond van het vorenstaande moet worden afgewezen, hoeft de kanonrechter niet verder in te gaan op het overige verweer van [gedaagde].

9. [eiseres] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld.

Beslissing

De kantonrechter:

Wijst de vordering af.

Veroordeelt [eiseres] in de kosten van deze procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 200,00 aan salaris gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.