Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BT1696

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
29-06-2011
Datum publicatie
15-09-2011
Zaaknummer
15/700219-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis; diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg door twee of meer verenigde personen en terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan - kort gezegd - een brute straatroof door 's nachts na het uitgaan in Purmerend twee mannen onverhoeds en op zeer gewelddadige wijze aan te vallen en hen van hun geld en telefoons te beroven. Slachtoffer 1 kampt nog steeds met de psychische naweeën van dit feit, in het bijzonder doordat hij gedacht heeft dat zijn beste vriend, het slachtoffer 2, tengevolge van het op hem toegepaste geweld overleden was, op het moment dat hij deze roerloos op straat zag liggen. Bovendien moest hij ten gevolge van zijn verwondingen aan met name zijn hoofd en heup in het ziekenhuis worden behandeld. Slachtoffer 2 heeft een ernstige enkelbreuk opgelopen waaraan hij geopereerd moest worden en tengevolge waarvan hij een aantal dagen in het ziekenhuis heeft moeten doorbrengen. Hij kan zijn been - bijna een half jaar later - nog steeds niet normaal belasten en het is nog maar de vraag of dit volledig zal herstellen. Dit soort geweldsmisdrijven veroorzaakt bij de slachtoffers daarvan niet alleen schade maar veelal ook gevoelens van angst en onveiligheid. Dat dit ook bij deze slachtoffers het geval was, is de rechtbank gebleken uit hun ter terechtzitting voorgedragen slachtofferverklaringen. De maatschappelijke onrust die door dit soort feiten ontstaat, is aanzienlijk. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij - naar ter terechtzitting is gebleken - geen verantwoordelijkheid heeft willen nemen voor zijn daden en er geen blijk van heeft gegeven het laakbare van zijn handelen in te zien.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/700219-11

Uitspraakdatum: 29 juni 2011

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 15 juni 2011 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te Targuist (Marokko),

wonende te [adres]

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Haarlem.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is, na ter terechtzitting van 15 juni 2011 toegestane wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

Primair

hij op of omstreeks 24 december 2010 te Purmerend, op de openbare weg te weten de Purmersteenweg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen mobiele telefoons (een blackberry Curve en/of een blackberry Bold 9000) en/of geld (500 euro) en/of een bankpas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld tegen voormelde [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat:

- voormelde [slachtoffer 1] tegen het lichaam en/of hoofd is geslagen en/of

- voormelde [slachtoffer 1] tegen de grond is gewerkt en/of (vervolgens) tegen zijn hoofd

is geslagen en/of tegen het lichaam is geschopt en/of

- voormelde [slachtoffer 2] tegen zijn hoofd is geslagen (tengevolge waarvan hij ten val is gekomen en/of buiten bewustzijn is geraakt) en/of tegen zijn lichaam is geschopt,

terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel voor die [slachtoffer 2] (een gebroken kuitbeen en/of gebroken enkel en/of een ontzette voet) ten gevolge heeft;

Subsidiair

hij op of omstreeks 24 december 2010 te Purmerend met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Purmersteenweg, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], welk geweld hierin bestond dat:

- voormelde [slachtoffer 1] tegen het lichaam en/of hoofd is geslagen en/of

- voormelde [slachtoffer 1] tegen de grond is gewerkt en/of (vervolgens) tegen zijn hoofd

is geslagen en/of tegen het lichaam is geschopt en/of

- voormelde [slachtoffer 2] tegen zijn hoofd is geslagen (tengevolge waarvan hij ten val is gekomen en/of buiten bewustzijn is geraakt) en/of tegen zijn lichaam is geschopt.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit;

- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van achttien (18) maanden, waarvan zes (6) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee (2) jaren, met als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich houdt aan de aanwijzingen van de reclassering;

- gehele toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2], hoofdelijk en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

- gehele toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1], hoofdelijk en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

4. Bewijs

4.1 Redengevende feiten en omstandigheden1

Op 24 december 2010 verlieten [slachtoffer 1] (hierna: aangever 1) en [slachtoffer 2] (hierna: aangever 2) omstreeks 02:15 uur café Bubbles in Purmerend. Zij wilden met een taxi naar huis gaan, maar er waren op dat moment geen taxi's beschikbaar. Hierop besloten aangevers naar het huis van aangever 2 te lopen. Toen aangevers vlakbij het gemeentehuis aan de Purmersteenweg waren, kwam er uit het niets een aantal jongens aan.2 Aangevers werden zonder aanleiding van achteren aangevallen.3 Twee jongens sprongen meteen op aangever 2.4 Aangever 2 kreeg een klap met een vuist in zijn gezicht tengevolge waarvan hij ten val kwam.5 Toen aangever 2 op de grond lag en niet meer bewoog werd er op hem ingeschopt.6

Nadat aangever 2 op de grond was gevallen, kwam één van de jongens op aangever 1 af en begon met hem te vechten. Aangever 1 en de jongen belandden op het ijs dat gevormd was op een naastgelegen meertje. Vervolgens kwam er een tweede jongen bij die aangever 1 ook sloeg en schopte. Eén van de jongens ging bovenop aangever 1 zitten en sloeg hem op zijn hoofd. De andere jongen schopte hem een aantal keer in zijn zij. Aangever 1 hoorde de jongens roepen: "Geld, geld, geld". Aangever 1 greep naar zijn broekzak, omdat daar zijn geld in zat en hij het niet af wilde geven. De jongens gingen door met slaan en schoppen en hebben uiteindelijk een bedrag van € 500,- uit de hand van aangever 1 gegrist. Ook zijn telefoon, een Blackberry Curve, is weggenomen. Nadat de jongens weg waren gegaan, ging aangever 1 op zoek naar zijn vriend, aangever 2. Deze lag op straat en was buiten bewustzijn. Aangever 1 hoorde dat aangever 2 nog wel ademde. Aangever 1 heeft een auto aangehouden en samen met een jongen die aan kwam lopen, welke jongen later bleek te zijn, de medeverdachte [medeverdachte 1], heeft hij aangever 2 in de auto getild. De inzittenden van deze auto hebben de politie gebeld en aangever 2 naar het ziekenhuis gebracht. 7

Toen de politie omstreeks 02:50 uur arriveerde, troffen zij [medeverdachte 1] en aangever 1 aan, die enige tijd later door een ambulance naar het ziekenhuis werd gebracht. Verbalisanten spraken met [medeverdachte 1], die onder meer verklaarde dat hij die avond in café Bubbles was geweest.8

Bij nader onderzoek werden op de plaats van de beroving twee petten gevonden.9

Verbalisanten hebben camerabeelden in café Bubbles van 24 december 2010 bekeken en daarop herkenden zij de medeverdachten, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], en naderhand verdachte.10 Op camerabeelden van een camera op de Koemarkt is te zien dat de verdachte en zijn medeverdachten uit de Bubbles komen en dat zij naar het Looiersplein lopen. Tevens zien verbalisanten op deze beelden dat de petten die [medeverdachte 2] en verdachte die avond dragen, overeenkomen met de petten die op de plaats delict zijn aangetroffen.11

Aangever 2 herinnert zich niets meer van het voorval, vanaf het moment dat hij ten val is gekomen.12 Hij kwam pas weer bij bewustzijn in het ziekenhuis, alwaar hij zich realiseerde dat zijn Blackberry Bold 9000 en zijn pinpas waren weggenomen.13 Hij bleek een ernstige enkelbreuk te hebben opgelopen, waaraan hij nog dezelfde dag geopereerd is. Er zijn een plaat en schroeven aangebracht.14

Met de pinpas van aangever 2 is op 24 december 2010 tussen 03:19 en 03:23 uur, vier keer geprobeerd te pinnen bij twee verschillende pinautomaten op het Gildeplein te Purmerend.15

Op de donkerkleurige pet die op de plaats delict is gevonden, is DNA-materiaal aangetroffen. Het profiel daarvan komt overeen met het DNA-profiel van verdachte.16 Verdachte heeft bij de politie verklaard dat deze pet van hem is.17

Bij de politie heeft verdachte aanvankelijk verklaard dat hij zeker wist dat hij in de nacht van 23 op 24 december 2010 niet in café Bubbles is geweest en dat het niet zo kan zijn dat hij is gezien op camerabeelden van de Koemarkt van die avond.18 Als hem later de beelden worden getoond waarop hij te zien is, herinnert verdachte zich dat hij die avond toch in café Bubbles en op de Koemarkt is geweest.19 Later verklaarde verdachte dat hij in zijn eerdere verklaringen niet helemaal eerlijk was geweest en dat hij alsnog de waarheid wilde vertellen. Verdachte liep op 24 december 2010 samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op de Purmersteenweg in de richting van het gemeentehuis. Op dat moment zouden er twee jongens hebben gelopen, van wie er één racistische opmerkingen tegen verdachte en zijn twee vrienden maakte. Op dat moment ontstond een vechtpartij. Eén van de twee jongens die aan kwamen lopen, zou zijn gaan slaan.20

Ter terechtzitting heeft verdachte de man met wie hij gevochten heeft herkend als zijnde de ter terechtzitting aanwezige aangever 1. Voorts verklaarde verdachte ter terechtzitting dat hij op enige afstand van zijn vrienden liep en niet gezien heeft hoe de ruzie begon. Door de voorzitter is ter terechtzitting voorgehouden dat verdachte eerder verklaard heeft dat racistische opmerkingen de aanleiding waren voor de vechtpartij. Hierop verklaarde verdachte dat hij is teruggerend, toen hij racistische opmerkingen hoorde. Het vechten zou toen al begonnen zijn en verdachte wilde zijn vrienden helpen.

Verdachte heeft aldus wisselend en aanvankelijk kennelijk leugenachtig verklaard over zijn betrokkenheid bij het hem ten laste gelegde feit. De rechtbank is van oordeel dat zijn ter terechtzitting afgelegde verklaring over de aanleiding van de geweldstoepassing als ongeloofwaardig dient te worden aangemerkt. Zij ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaringen van aangevers waarin zij verklaren dat zij onverwacht van achteren zijn aangevallen en geen aanleiding hebben gegeven tot een vechtpartij. Verdachte verklaarde ter terechtzitting dat hij niet het oogmerk had om aangevers te beroven. De rechtbank acht ook die verklaring van verdachte niet geloofwaardig. Aangever 1 heeft immers verklaard dat één van de belagers riep: "Geld, geld, geld." Indien het niet verdachte is geweest die dit riep, dan heeft hij het in ieder geval moeten horen. Het was die nacht namelijk opvallend stil en rustig op straat.21 Bovendien vindt naar het oordeel van de rechtbank het oogmerk van verdachte en zijn medeverdachte om aangevers te beroven bevestiging in de omstandigheid dat met de pinpas van aangever 2 vier keer geprobeerd is te pinnen, terwijl aangever 2 op dat moment in het ziekenhuis lag. Deze vaststelling biedt in aanmerkelijke mate steun aan de verklaringen van aangevers en sluit niet aan bij de door verdachte geschetste gang van zaken.

De rechtbank oordeelt dat, op grond van alle feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] aangevers met geweld heeft beroofd, waarbij aangever 2 een ernstige enkelbreuk heeft opgelopen.

4.2 Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan, in dier voege dat:

hij op 24 december 2010 te Purmerend, op de openbare weg, de Purmersteenweg, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen mobiele telefoons, een Blackberry Curve en een Blackberry Bold 9000,

en € 500,-

en een bankpas,

toebehorende aan [slachtoffer 1] respectievelijk [slachtoffer 2], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen voormelde [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat:

- voormelde [slachtoffer 1] tegen het lichaam en het hoofd is geslagen en

- voormelde [slachtoffer 1] tegen de grond is gewerkt en vervolgens tegen zijn hoofd

is geslagen en tegen het lichaam is geschopt en

- voormelde [slachtoffer 2] tegen zijn hoofd is geslagen tengevolge waarvan hij ten val is gekomen en buiten bewustzijn is geraakt en tegen zijn lichaam is geschopt,

terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel voor die [slachtoffer 2], te weten een gebroken enkel, ten gevolge heeft.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank de tenlastelegging verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg door twee of meer verenigde personen en terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit. Het bewezen verklaarde is derhalve strafbaar.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van de straf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van het vanwege Reclassering Nederland uitgebrachte rapport van 19 april 2011 is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan - kort gezegd - een brute straatroof door 's nachts na het uitgaan in Purmerend twee mannen onverhoeds en op zeer gewelddadige wijze aan te vallen en hen van hun geld en telefoons te beroven. Slachtoffer [slachtoffer 1] kampt nog steeds met de psychische naweeën van dit feit, in het bijzonder doordat hij gedacht heeft dat zijn beste vriend, het slachtoffer [slachtoffer 2], tengevolge van het op hem toegepaste geweld overleden was, op het moment dat hij deze roerloos op straat zag liggen. Bovendien moest hij ten gevolge van zijn verwondingen aan met name zijn hoofd en heup in het ziekenhuis worden behandeld. Slachtoffer [slachtoffer 2] heeft een ernstige enkelbreuk opgelopen waaraan hij geopereerd moest worden en tengevolge waarvan hij een aantal dagen in het ziekenhuis heeft moeten doorbrengen. Hij kan zijn been - bijna een half jaar later - nog steeds niet normaal belasten en het is nog maar de vraag of dit volledig zal herstellen. Dit soort geweldsmisdrijven veroorzaakt bij de slachtoffers daarvan niet alleen schade maar veelal ook gevoelens van angst en onveiligheid. Dat dit ook bij deze slachtoffers het geval was, is de rechtbank gebleken uit hun ter terechtzitting voorgedragen slachtofferverklaringen. De maatschappelijke onrust die door dit soort feiten ontstaat, is aanzienlijk. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij - naar ter terechtzitting is gebleken - geen verantwoordelijkheid heeft willen nemen voor zijn daden en er geen blijk van heeft gegeven het laakbare van zijn handelen in te zien.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat slechts oplegging van een vrijheidsbenemende straf van de door de officier van justitie gevorderde duur passend en geboden is.

De rechtbank zal - evenals de officier van justitie heeft gevorderd - bepalen dat na te noemen gedeelte van de op te leggen vrijheidsstraf vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaren opdat verdachte er tijdens die proeftijd van wordt weerhouden strafbare feiten te begaan. Daarnaast acht de rechtbank verplicht contact met Reclassering Nederland gedurende de proeftijd noodzakelijk. Een voorwaarde van die strekking zal aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen straf worden verbonden.

8. Vordering benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel

8.1.1 Vordering benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 4020,66 ingediend tegen verdachte, bestaande uit € 820,66 wegens materiële schade en € 3.200,- wegens immateriële schade die hij als gevolg van het primair ten laste gelegde feit zou hebben geleden. De gestelde materiële schade bestaat uit: eigen risico zorgverzekering 2010 en 2011, eigen risico diefstalverzekering mobiele telefoon, ziekenhuisdaggeldvergoeding, jas, contributie rugbyclub en reiskosten.

De rechtbank is van oordeel dat deze materiële en immateriële schade rechtstreeks voortvloeit uit het bewezen verklaarde feit. De rechtbank ziet in de omstandigheid dat de vernielde jas van benadeelde reeds eind 2009 is aangeschaft aanleiding om de vordering dienaangaande te matigen tot een bedrag van € 75,-. De vordering van [slachtoffer 2] zal voor een bedrag van € 3.945,66 hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 december 2010 tot aan de dag van de algehele voldoening. De benadeelde partij [slachtoffer 2] zal voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering worden verklaard.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden begroot op nihil.

8.1.2 Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij [slachtoffer 2] naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde feit is toegebracht.

Opdat de benadeelde partij niet zelf wordt belast met de inning van het toegewezen bedrag zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 3.945,66.

8.2.1 Vordering benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.086,98 ingediend tegen verdachte, bestaande uit € 1.086,98 wegens materiële schade en € 1.000,- wegens immateriële schade die hij als gevolg van het primair ten laste gelegde feit zou hebben geleden. De gestelde materiële schade bestaat uit: het van hem gestolen geldbedrag van € 500,-, eigen risico zorgverzekering 2011, ziekenhuisdaggeldvergoeding, contributie rugbyclub, jas, mobiele telefoon en reiskosten.

De rechtbank is van oordeel dat deze materiële en immateriële schade rechtstreeks voortvloeit uit het bewezen verklaarde feit. De rechtbank ziet in de omstandigheid dat benadeelde het eerste deel van het seizoen wel heeft kunnen rugbyen aanleiding om de vordering dienaangaande te matigen tot de helft van het gevorderde bedrag, te weten

€ 123,50. De vordering van [slachtoffer 1] zal voor een bedrag van € 1.963,48 hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 december 2010 tot aan de dag van de algehele voldoening. De benadeelde partij [slachtoffer 1] zal voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering worden verklaard.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden begroot op nihil.

8.2.2 Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij [slachtoffer 1] naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde feit is toegebracht.

Opdat de benadeelde partij niet zelf wordt belast met de inning van het toegewezen bedrag zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 1.963,48.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 63 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

10. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 4.2 weergegeven.

verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 5. vermelde strafbare feit oplevert.

verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien (18) maanden.

beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot zes (6) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee (2) jaren.

bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien:

- verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

- verdachte niet naleeft de bijzondere voorwaarde dat hij zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen te geven door Reclassering Nederland.

bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

wijst toe de vordering tot vergoeding van de door benadeelde partij [slachtoffer 2] geleden schade tot een bedrag van € 3.945,66 (negenendertighonderd vijfenveertig euro en zesenzestig cent) en veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 december 2010 tot aan de dag van de algehele voldoening, aan [slachtoffer 2], voornoemd, rekeningnummer [rekeningnummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer 2] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 2] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 3.945,66 (negenendertighonderd vijfenveertig euro en zesenzestig cent) bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 49 dagen hechtenis, waarbij de toepassing van deze vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet opheft.

bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering.

wijst toe de vordering tot vergoeding van de door benadeelde partij [slachtoffer 1] geleden schade tot een bedrag van € 1.963,48 (negentienhonderd drieënzestig euro en achtenveertig cent) en veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 december 2010 tot aan de dag van de algehele voldoening, aan [slachtoffer 1], voornoemd, rekeningnummer [rekeningnummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer 1] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.963,48 (negentienhonderd drieënzestig euro en achtenveertig cent), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 29 dagen hechtenis, waarbij de toepassing van deze vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet opheft.

bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. H.A. Stalenhoef, voorzitter,

mr. R.E.A. Toeter en mr. J.C.M. Swinkels, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. L. Dolfing,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 juni 2011.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen. De voor het bewijs gebezigde schriftelijke stukken worden slechts gebezigd tot bewijs in samenhang met de overige bewijsmiddelen.

2 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 27 december 2010, zaaksdossier Tannat pagina's 20 en 21.

3 Proces-verbaal verhoor aangever [slachtoffer 1] d.d. 29 maart 2011, zaaksdossier Tannat pagina 28.

4 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 27 december 2010, zaaksdossier Tannat pagina 21.

5 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 december 2010, zaaksdossier Tannat pagina 47.

6 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 27 december 2010, zaaksdossier Tannat pagina 22.

7 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 27 december 2010, zaaksdossier Tannat pagina's 21-23.

8 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 december 2010, zaaksdossier Tannat pagina's 39 en 40.

9 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 december 2010, zaaksdossier Tannat pagina 41.

10 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 maart 2011, zaaksdossier Tannat pagina's 117 en 118.

11 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 maart 2011, zaaksdossier Tannat pagina 121.

12 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 december 2010, zaaksdossier Tannat pagina 47.

13 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] d.d. 27 december 2010, zaaksdossier Tannat pagina 30.

14 Medische verklaring chirurg dr. P. Poortman d.d. 31 maart 2011, losbladig.

15 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 december, zaaksdossier Tannat pagina 91.

16 Rapport Nederlands Forensisch Instituut d.d. 29 maart 2011, losbladig.

17 Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 17 maart 2011, persoonsdossier pagina 32.

18 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 15 maart 2011, persoonsdossier pagina 20.

19 Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 16 maart 2011, persoonsdossier pagina 23.

20 Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 16 maart 2011, persoonsdossier pagina 29.

21 Proces-verbaal van verhoor van aangever [slachtoffer 1] d.d. 29 maart 2011, zaaksdossier Tannat pagina 27.