Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BS8953

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
04-05-2011
Datum publicatie
14-09-2011
Zaaknummer
15/700022-11 en 15/700806-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis; poging tot afpersing gedurende de nachtrust in een woning.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing door gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd een (voormalige) vriend in zijn woning op te zoeken, de deur van deze woning in te trappen en hem vervolgens op het hoofd en lichaam te slaan en schoppen. De vrouw van het slachtoffer lag naakt in haar bed toen dit gebeurde en trachtte te ontkomen. Verdachte versperde haar de weg, waarop zij in paniek - geheel naakt - uit het raam op de eerste verdieping is gesprongen om aan verdachte te ontkomen. Met zijn handelswijze heeft verdachte getracht de slachtoffers te bewegen tot afgifte van een geldbedrag. Verdachte heeft dit gedaan vanuit financiële beweegredenen. Hij heeft zich daarbij louter laten leiden door zijn eigen behoeften en zich geen moment bekommerd om zijn slachtoffers. Afpersing is een zeer ernstig feit. Dergelijke feiten laten vaak diepe sporen na in het emotionele welzijn van de slachtoffers. In dit geval is het des te schrijnender voor de slachtoffers dat zij in hun eigen woning, terwijl zij rustig lagen te slapen, met dit buitensporige geweld zijn geconfronteerd en daar dan ook telkens aan zullen worden herinnerd. De rechtbank rekent verdachte deze brutale overval zwaar aan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/700022-11 en 15/700806-08 (TUL)

Uitspraakdatum: 4 mei 2011

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 20 april 2011 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te Ostrowiec Swietokrzyski (Polen),

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Haarlem.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 01 januari 2011 te Wijk aan Zee, gemeente Beverwijk, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd (te weten rond 4.00 uur) in een woning (gelegen aan de [adres]), ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffers 1 en 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

-de voordeur van de woning van die [slachtoffers 1 en 2] heeft ingetrapt en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer 1] meermalen op en/of tegen het hoofd en/of lichaam heeft geslagen en/of

- die [slachtoffer 1] een of meer malen tegen het lichaam heeft geschopt en/of waarbij hij, verdachte heeft geroepen tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]: " Ik wil al jullie geld anders ga ik je dood maken en/of jouw vrouw ([slachtoffer 2]) verkrachten", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of (vervolgens)

- voor die [slachtoffer 2] is gaan staan en/of de doorgang naar de deur en/of uitgang van die woning voor haar blokkeerde (tengevolge waarvan die [slachtoffers 1 en 2] uit het raam van die woning is gesprongen),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit;

- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van twee (2) jaren met aftrek van de tijd die verdachte reeds in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht;

- toewijzing van de vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling van de zaak met parketnummer 15/700806-08.

4. Bewijs

4.1. Redengevende feiten en omstandigheden1

Op zaterdag 1 januari 2011, omstreeks 04.00 uur, bevond [slachtoffer 1] zich samen met zijn vrouw [slachtoffer 2] in zijn woning, een studio op de eerste verdieping van een complex in Wijk aan Zee, aan de [adres].2 Hij lag te slapen en werd wakker van lawaai. Hun kamer, de studio, was afgesloten van de binnenzijde met een sleutel. Hij hoorde ineens enorm veel lawaai van schoppen tegen de deur en na drie keer schoppen hoorde hij het slot van de deur kapot gaan. Een man liep de woning binnen en kwam naast het bed van [slachtoffer 1] staan. [slachtoffer 1] herkende hem als verdachte.3 Ook zijn vrouw herkende verdachte.4 Beiden hoorden verdachte zeggen dat hij geld wilde.5 Vervolgens begon verdachte [slachtoffer 1] te slaan met vlakke hand op zijn hoofd. [slachtoffer 1] voelde veel pijn. Verdachte sloeg hem 7 of 8 keer met open hand en met kracht. De vrouw van [slachtoffer 1] lag naakt in bed op dat moment. Zij sprong uit bed, begon te schreeuwen en wilde via de ingetrapte deur vluchten. Zij werd tegengehouden door verdachte.6 Verdachte ging steeds voor haar staan. Ze was bang en uit paniek schoof zij het raam in de woning omhoog. Zij wilde van verdachte wegkomen.7 Vervolgens sprong zij uit het raam.8 Verdachte bleef op [slachtoffer 1] inslaan, hij sloeg op zijn gezicht en op zijn hoofd. Ook sloeg hij tegen het bovenlichaam van [slachtoffer 1].9 Verdachte sloeg zowel met de vlakke hand als met de vuist. [slachtoffer 1] kreeg geen kans om hem terug te slaan.10 Op een gegeven moment lukte het [slachtoffer 1] om de kamer te ontvluchten en via de trap naar beneden te rennen. Op de trap pakte verdachte [slachtoffer 1] vast waardoor zij bijna samen van de trap af vielen. Toen [slachtoffer 1] beneden op de grond lag, begon verdachte hem te schoppen. Dit deed [slachtoffer 1] ontzettend veel pijn. Verdachte riep weer dat hij geld wilde van [slachtoffer 1].11 Opeens stopte verdachte met schoppen en liep hij weg.12

Diezelfde dag nam verbalisant waar dat [slachtoffer 1] een gehavend gezicht had; hij had diverse rood uitstralende vlekken met daarop sneeën en bulten. Ook waren zijn oogkassen gezwollen en werden deze lichtelijk blauw. [slachtoffer 2] liep moeilijk, had rood uitstralende knieën met daarop verse bloedende plekken. Ook op haar ellebogen zaten schaafplekken.13

4.2 Bewijsverweren

Ter terechtzitting heeft de raadsman betoogd dat verdachte vrijgesproken dient te worden van het ten laste gelegde feit, nu verdachte niet het oogmerk heeft gehad om zich wederrechtelijk te bevoordelen. Door en namens verdachte is hiertoe betoogd dat hij enkel naar de woning van aangever [slachtoffer 1] is gegaan om hem te vertellen dat hun vriendschap voorbij was. De aanleiding voor het beëindigen van de vriendschap was volgens verdachte dat hij geld had uitgeleend aan [slachtoffer 1] en dat dit (nog altijd) niet terug was gegeven.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe dat verdachte - naar eigen zeggen - naar de woning van aangever [slachtoffer 1] is gegaan wegens een dispuut over geld en in de woning ook heeft gesproken over geld. Voorts heeft verdachte toegegeven een week voorafgaand aan het incident een sms'je te hebben verstuurd aan [slachtoffer 1] met daarin de tekst "jij moet hier geld brengen, binnen 1 uur, niet langer anders krijg je een handgranaat in je kont". Hoewel verdachte heeft verklaard dat deze sms een grap zou zijn geweest, leidt de rechtbank hieruit af dat verdachte op allerlei manieren heeft getracht [slachtoffer 1] te bewegen geld aan verdachte te geven. Daarmee acht de rechtbank het oogmerk bewezen.

Ter terechtzitting heeft verdachte voorts verklaard dat hij enkel heeft gevochten, omdat hij als eerste door [slachtoffer 1] werd geslagen. Gelet op de eenduidige verklaringen van aangever [slachtoffer 1] en zijn vrouw, kort na het voorval afgelegd, die beiden verklaren dat verdachte, na midden in de nacht met kracht de deur van hun woning te hebben geforceerd, als eerste [slachtoffer 1] heeft geslagen, acht de rechtbank de verklaring van verdachte op dit punt ongeloofwaardig.

Het ten laste gelegde feit kan dan ook wettig en overtuigend worden bewezen.

4.3. Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, in dier voege dat

hij op 1 januari 2011 te Wijk aan Zee, gemeente Beverwijk, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, te weten rond 4.00 uur, in een woning gelegen aan de [adres], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, toebehorende aan die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte

- de voordeur van de woning van die [slachtoffer 1] heeft ingetrapt en

- die [slachtoffer 1] meermalen op en tegen het hoofd en lichaam heeft geslagen en

- die [slachtoffer 1] meermalen tegen het lichaam heeft geschopt en waarbij hij, verdachte, heeft geroepen tegen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]: " Ik wil al jullie geld" en

- voor die [slachtoffer 2] is gaan staan en de doorgang naar de deur en uitgang van die woning voor haar blokkeerde (tengevolge waarvan die [slachtoffer 2] uit het raam van die woning is gesprongen),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van het feit

Het bewezen verklaarde levert op:

Poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezen verklaarde zou ontbreken. Het bewezen verklaarde is derhalve strafbaar.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van de straf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing door gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd een (voormalige) vriend in zijn woning op te zoeken, de deur van deze woning in te trappen en hem vervolgens op het hoofd en lichaam te slaan en schoppen. De vrouw van het slachtoffer lag naakt in haar bed toen dit gebeurde en trachtte te ontkomen. Verdachte versperde haar de weg, waarop zij in paniek - geheel naakt - uit het raam op de eerste verdieping is gesprongen om aan verdachte te ontkomen.

Met zijn handelswijze heeft verdachte getracht de slachtoffers te bewegen tot afgifte van een geldbedrag. Verdachte heeft dit gedaan vanuit financiële beweegredenen. Hij heeft zich daarbij louter laten leiden door zijn eigen behoeften en zich geen moment bekommerd om zijn slachtoffers. Afpersing is een zeer ernstig feit. Dergelijke feiten laten vaak diepe sporen na in het emotionele welzijn van de slachtoffers. In dit geval is het des te schrijnender voor de slachtoffers dat zij in hun eigen woning, terwijl zij rustig lagen te slapen, met dit buitensporige geweld zijn geconfronteerd en daar dan ook telkens aan zullen worden herinnerd. De rechtbank rekent verdachte deze brutale overval zwaar aan.

Ten nadele van verdachte houdt de rechtbank rekening met het feit dat hij blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie eerder met politie en justitie in aanraking is geweest en ter zake van huiselijk geweld al eerder tot een vrijheidsstraf is veroordeeld. Bovendien liep verdachte in een proeftijd ter zake van een veroordeling voor (onder andere) een soortgelijk strafbaar feit. Dit heeft hem er blijkbaar niet van weerhouden thans wederom zijn slachtoffers te mishandelen en/of te bedreigen met geweld.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

8. Vordering tenuitvoerlegging

Bij vonnis van 16 februari 2009 in de zaak met parketnummer 15/700806-08 heeft de politierechter te Haarlem verdachte ter zake van het opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het wettig over hem gesteld gezag en een poging tot zware mishandeling veroordeeld tot - onder meer - een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier (4) weken. Ten aanzien van die voorwaardelijke straf is de proeftijd op twee jaren bepaald onder de algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De officier van justitie vordert thans dat de rechtbank zal gelasten dat die voorwaardelijke straf alsnog zal worden ten uitvoer gelegd.

De rechtbank heeft bij het onderzoek ter terechtzitting bevonden dat zij bevoegd is over de vordering te oordelen en dat de officier van justitie daarin ontvankelijk is.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering kan worden toegewezen, nu uit de overige inhoud van dit vonnis blijkt dat verdachte niet heeft nageleefd de voorwaarde dat hij zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Om die reden zal de rechtbank, gelet op artikel 14g van het Wetboek van Strafrecht, de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijke gevangenisstraf gelasten.

11. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

45, 317 van het Wetboek van Strafrecht.

12. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 4.3. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 5. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van TWEE (2) JAREN.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot tenuitvoerlegging van de officier van justitie en gelast de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van VIER (4) WEKEN, opgelegd bij vonnis van de politierechter te Haarlem d.d. 16 februari 2009 in de zaak met parketnummer 15/700806-08.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. J. Snitker, voorzitter,

mrs. M.J. Kronenberg en J.A.M. Jansen, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. Zoethout,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 4 mei 2011.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1] d.d. 2 januari 2011, dossierpagina 44; proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 2] d.d. 2 januari 2011, dossierpagina 52.

3 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1] d.d. 2 januari 2011, dossierpagina 44.

4 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 2] d.d. 2 januari 2011, dossierpagina 52.

5 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1] d.d. 2 januari 2011, dossierpagina 45; proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 2] d.d. 2 januari 2011, dossierpagina 52.

6 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1] d.d. 2 januari 2011, dossierpagina 45.

7 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 2] d.d. 2 januari 2011, dossierpagina's 52 en 53.

8 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1] d.d. 2 januari 2011, dossierpagina 45; proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 2] d.d. 2 januari 2011, dossierpagina 52.

9 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1] d.d. 2 januari 2011, dossierpagina 45.

10 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1] ten overstaan van de rechter-commissaris d.d. 15 maart 2011, losbladig.

11 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1] d.d. 2 januari 2011, dossierpagina 45.

12 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1] d.d. 2 januari 2011, dossierpagina 46.

13 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 januari 2011, losbladig, pagina 1 van 2; proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 januari 2011 met fotobijlage, dossierpagina 64.