Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BS1673

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
31-08-2011
Datum publicatie
09-09-2011
Zaaknummer
15/740602-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis; ontucht; onzedelijke handelingen laten verrichten; kinderpornografie.

Verdachte, een volwassen man van boven de dertig jaar, heeft via msn contact gemaakt met het jonge slachtoffer, die destijds de leeftijd van twaalf jaren had, en ontmoetingen met haar gepland waarbij hij de intentie had seksuele handelingen met haar te verrichten, die vervolgens ook meermalen hebben plaatsgevonden. Deze handelingen bestonden mede uit het - met zijn tong, vingers en penis - binnendringen van het lichaam van het slachtoffer. Voorts heeft verdachte foto's gemaakt van ditzelfde slachtoffer, terwijl zij naakt was en een onnatuurlijke pose aannam en terwijl zij zijn penis in haar mond nam, en zich daarmee schuldig gemaakt aan het vervaardigen en in bezit hebben van kinderporno. Verdachte heeft bij zijn handelen misbruik gemaakt van het grote leeftijdsverschil tussen hem en het slachtoffer en heeft zich kennelijk enkel laten leiden door zijn eigen seksuele lustgevoelens, waarbij hij in het geheel geen rekening heeft gehouden met de belangen van het jeugdige slachtoffer, met name het belang bij een ongestoorde ontwikkeling, ook op seksueel gebied. Door deze handelwijze heeft verdachte een zeer ernstige inbreuk gemaakt op de fysieke en psychische integriteit van zijn jeugdige slachtoffer. Het is een feit van algemene bekendheid dat feiten als het onderhavige grote schade kunnen toebrengen aan de (seksuele) ontwikkeling van jonge meisjes. Dat de handelingen een grote impact hebben gehad op het slachtoffer, blijkt uit de bij de ingediende schadevordering gevoegde stukken. In dit geval volgt het slachtoffer een langdurige psychologische behandeling waarvan nog onduidelijk is hoe lang deze behandeling zal voortduren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/740602-10

Uitspraakdatum: 31 augustus 2011

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 17 augustus 2011 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te Nijmegen,

wonende te [adres].

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd:

Feit 1 primair:

hij op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 maart 2010 tot en met 22 april 2010 te Bloemendaal en/of te Haarlem, in elk geval in het arrondissement Haarlem, (telkens) met [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum]), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte (telkens)(meermalen)

- zich laten pijpen door die [slachtoffer] en/of

- de (ontblote) borst(en) van die [slachtoffer] betast en/of aangeraakt en/of gestreeld en/of

- de (ontblote) vagina en/of clitoris van die [slachtoffer] betast en/of aangeraakt en/of gestreeld en/of

- zich laten aftrekken door die [slachtoffer] en/of

- zijn penis en/of (een van) zijn vinger(s) en/of zijn tong in de vagina en/of de mond van die [slachtoffer] (naar binnen) gebracht/geduwd;

feit 1 subsidiair:

hij op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 maart 2010 tot en met 22 april 2010 te Bloemendaal en/of te Haarlem, in elk geval in het arrondissement Haarlem, (telkens) met [slachtoffer] (geboren op 0[geboortedatum]), die toen de leeftijd

van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit

- het zich (een of meermalen) laten pijpen door die [slachtoffer] en/of

- het (een of meermalen) betasten en/of aanraken en/of strelen van de (ontblote) borst(en) van die [slachtoffer] en/of

- het (een of meermalen) betasten en/of aanraken en/of strelen van de (ontblote) vagina en/of clitoris van die [slachtoffer] en/of

- het zich (een of meermalen) laten aftrekken door die [slachtoffer].

Feit 2:

hij op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 maart 2010 tot en met 21 juni 2010 te Bloemendaal en/of Haarlem en/of Nijmegen, in elk geval in Nederland (telkens) een of meermalen een afbeelding(en), te weten 11 foto's en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en) heeft vervaardigd en/of in bezit gehad, terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit (onder meer)

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij deze persoon in een omgeving en/of in (een) houding(en) poseert die niet bij haar leeftijd past en/of door het camerastandpunt en/of de door (onnatuurlijke) pose en/of door de wijze van kleden van deze persoon nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden (afbeelding 1 en/of afbeelding 2 en/of afbeelding 5 en/of afbeelding 6 en/of afbeelding 7 en/of afbeelding 8 en/of afbeelding 10 en/of afbeelding 11 en/of afbeelding 12) en/of

- het (laten) vasthouden en/of in de mond (laten) nemen van de stijve penis van een volwassen man door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt (afbeelding 4 en/of afbeelding 5).

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde feiten en gevorderd dat verdachte ter zake daarvan zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd aan het voorwaardelijk deel van de straf de bijzondere voorwaarde te verbinden dat verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens Reclassering Nederland, ook indien dat inhoudt dat verdachte zich zal houden aan een door of namens de reclassering op te leggen meldingsgebod en dat verdachte zal meewerken aan een behandeling bij de forensisch psychiatrische polikliniek Kairos. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer], vertegenwoordigd door haar moeder [wettelijke vertegenwoordiger], geheel toe te wijzen met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

4. Bewijs

4.1. Redengevende feiten en omstandigheden1

Ten aanzien van feit 1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1 primair ten laste gelegde feit op grond van de volgende redengevende feiten en omstandigheden.

Verdachte en het slachtoffer [slachtoffer] zijn op internet via msn met elkaar in contact gekomen. Op 2, 5 en 10 april 2010 hebben er ontmoetingen tussen hen beiden plaatsgevonden in Haarlem of Bloemendaal, althans in het arrondissement Haarlem.2 [slachtoffer] is geboren op [geboortedatum] en had destijds dus de leeftijd van twaalf jaar.3

Tijdens de eerste ontmoeting op 2 april 2010 hebben de volgende seksuele handelingen tussen verdachte en [slachtoffer] plaatsgevonden. Verdachte heeft zich laten pijpen door [slachtoffer], verdachte heeft de (ontblote) borsten, vagina en clitoris van [slachtoffer] betast, aangeraakt en gestreeld en verdachte heeft zich laten aftrekken door [slachtoffer].4 Verdachte heeft bekend dat deze handelingen hebben plaatsgevonden.5 Voorts heeft [slachtoffer] verklaard dat verdachte haar tijdens de eerste ontmoeting ook heeft gevingerd en "gebeft" en zijn penis in haar vagina heeft gebracht.6

Verdachte heeft ontkend dat hij tijdens de eerste ontmoeting zijn tong, vinger(s) en penis in de vagina van [slachtoffer] heeft gebracht. De rechtbank acht deze handelingen niettemin bewezen en overweegt hierover als volgt. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat [slachtoffer] tijdens de eerste ontmoeting op een gegeven moment naakt was, op hem is gaan zitten, terwijl hij zijn onderkleding naar beneden had gedaan, en dat toen zijn blote geslachtsdeel tegen haar vagina is gekomen. Op de vraag van de rechtbank of het dan zou kunnen dat zijn penis een stukje in haar vagina is geweest, heeft verdachte alleen geantwoord dat hij haar vagina niet om zijn penis heeft gevoeld.7 Voorts blijkt uit de vele msn-gesprekken die tussen verdachte en [slachtoffer] hebben plaatsgevonden in de periode van 21 maart tot en met 28 maart 2010 en op 2 april 2010, dat verdachte allerlei seksuele handelingen bij [slachtoffer] wilde gaan verrichten, zoals niet alleen het strelen van [slachtoffer] en het zich laten pijpen door [slachtoffer], maar ook het brengen van zijn tong, vinger(s) en penis in de vagina van [slachtoffer].8 Gelet hierop ziet de rechtbank geen reden te twijfelen aan de juistheid van de verklaring van [slachtoffer] dat alle handelingen waarover in de msn-gesprekken is gesproken, daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Dit geldt ook voor het seksueel binnendringen van de vagina van [slachtoffer] gezien de verklaring van verdachte ter terechtzitting dat het best wel zou kunnen dat zijn penis een stukje in de vagina van [slachtoffer] is geweest.

Volgens de verklaringen van [slachtoffer] heeft verdachte ook bij de tweede en de derde ontmoeting seks met haar gehad. 9 Verdachte is volgens [slachtoffer] tijdens de tweede ontmoeting, met zijn penis in haar vagina geweest en in haar mond klaargekomen, verdachte heeft zich door haar laten pijpen en hij heeft tijdens het autorijden aan haar lichaam gezeten.10 Ook tijdens de derde ontmoeting heeft verdachte seksuele handelingen met [slachtoffer] gepleegd. [slachtoffer] heeft verklaard dat verdachte bij de derde ontmoeting aan haar had gevraagd, of zij hem wilde pijpen en dat hij haar aan haar haren naar zijn penis heeft getrokken.11

Verdachte heeft ontkend dat hij tijdens de tweede en de derde ontmoeting op 5 en 10 april 2010 seksuele handelingen heeft gepleegd met [slachtoffer]. De rechtbank acht deze verklaring niet geloofwaardig. Net als bij de eerste ontmoeting is verdachte ook bij deze ontmoetingen - hoewel hij zelf niet over een auto beschikte en deze moest lenen - vanuit Nijmegen naar Haarlem gereden om daar [slachtoffer] te ontmoeten. Voorafgaand aan deze ontmoetingen had hij daarover telefonisch contact met [slachtoffer] gehad. Nadat verdachte [slachtoffer] had opgehaald op de tussen hen afgesproken plaats in Haarlem, gingen ze vervolgens ook bij deze ontmoetingen, net als bij de eerste ontmoeting, in de omgeving rondrijden en parkeerden ze de auto na verloop van tijd op een rustig plekje.12 Gelet op deze zelfde "modus operandi" als bij de eerste ontmoeting - ziet de rechtbank ook voor wat betreft de handelingen die bij de tweede en de derde ontmoeting zouden hebben plaatsgevonden, geen reden te twijfelen aan de verklaring van [slachtoffer]. Steun hiervoor vindt de rechtbank in de redengevende feiten en omstandigheden ten aanzien van de eerste ontmoeting - waaronder ook de msn-gesprekken - en voorts ook de verklaring van verdachte ter terechtzitting. Verdachte heeft ter terechtzitting immers verklaard dat de sfeer tijdens de tweede en derde ontmoeting met [slachtoffer] flirterig was, dat hij bij de tweede ontmoeting onder andere de borsten van [slachtoffer] heeft gestreeld en dat bij de derde ontmoeting [slachtoffer] bij hem op schoot kwam zitten, zij elkaar hebben gekust en dat het best zo zou kunnen zijn dat hij aan haar heeft gevraagd of zij hem wilde pijpen.13

Ten aanzien van feit 2

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde feit op grond van de navolgende bewijsmiddelen waarbij de rechtbank - nu verdachte ten aanzien van dit feit een bekennende verdachte is als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering - zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

* de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 17 augustus 2011 afgelegd;

* het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] d.d. 21 april 2010 (dossierpagina 59-60);

* het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van beschrijving van de inhoud van de in beslag genomen USB-stick Toshiba d.d. 12 april 2011 (dossierpagina 135-138).

4.2. Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

Feit 1 primair:

hij op tijdstippen gelegen in de periode van 2 april 2010 tot en met 10 april 2010 te Bloemendaal of te Haarlem, in elk geval in het arrondissement Haarlem, telkens met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum], die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte telkens

- zich laten pijpen door die [slachtoffer] en

- de ontblote borsten van die [slachtoffer] betast en aangeraakt en gestreeld en

- de vagina en clitoris van die [slachtoffer] betast en aangeraakt en gestreeld en

- zich laten aftrekken door die [slachtoffer] en

- zijn penis en zijn vingers en zijn tong in de vagina en/of de mond van die [slachtoffer] naar binnen gebracht.

Feit 2:

hij in de periode van 2 april 2010 tot en met 21 juni 2010 te Bloemendaal of Haarlem en Nijmegen, afbeeldingen, te weten 11 foto's, en een gegevensdrager bevattende die afbeeldingen heeft vervaardigd en in bezit gehad, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit

- het naakt laten poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij deze persoon in een omgeving en in een houding poseert die niet bij haar leeftijd past en door het camerastandpunt en door de onnatuurlijke pose nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen in beeld gebracht worden en

- het laten vasthouden en in de mond laten nemen van de stijve penis van een volwassen man door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank de tenlastelegging verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder 1 primair en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezen verklaarde levert op:

Feit 1:

Met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

Feit 2:

Een afbeelding - of een gegevensdrager, bevattende een afbeelding - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben, meermalen gepleegd.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van de sanctie

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van het vanwege de Reclassering Nederland uitgebrachte rapport van 20 augustus 2010, het door psycholoog mr. drs. R.A. Sterk uitgebrachte rapport van 24 november 2010 en het door psychiater J. Neeleman uitgebrachte rapport van 24 december 2010, is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte, een volwassen man van boven de dertig jaar, heeft via msn contact gemaakt met het jonge slachtoffer, die destijds de leeftijd van twaalf jaren had, en ontmoetingen met haar gepland waarbij hij de intentie had seksuele handelingen met haar te verrichten, die vervolgens ook meermalen hebben plaatsgevonden. Deze handelingen bestonden mede uit het - met zijn tong, vingers en penis - binnendringen van het lichaam van het slachtoffer. Voorts heeft verdachte foto's gemaakt van ditzelfde slachtoffer, terwijl zij naakt was en een onnatuurlijke pose aannam en terwijl zij zijn penis in haar mond nam, en zich daarmee schuldig gemaakt aan het vervaardigen en in bezit hebben van kinderporno.

Verdachte heeft bij zijn handelen misbruik gemaakt van het grote leeftijdsverschil tussen hem en het slachtoffer en heeft zich kennelijk enkel laten leiden door zijn eigen seksuele lustgevoelens, waarbij hij in het geheel geen rekening heeft gehouden met de belangen van het jeugdige slachtoffer, met name het belang bij een ongestoorde ontwikkeling, ook op seksueel gebied. Door deze handelwijze heeft verdachte een zeer ernstige inbreuk gemaakt op de fysieke en psychische integriteit van zijn jeugdige slachtoffer. Het is een feit van algemene bekendheid dat feiten als het onderhavige grote schade kunnen toebrengen aan de (seksuele) ontwikkeling van jonge meisjes. Dat de handelingen een grote impact hebben gehad op het slachtoffer, blijkt uit de bij de ingediende schadevordering gevoegde stukken. In dit geval volgt het slachtoffer een langdurige psychologische behandeling waarvan nog onduidelijk is hoe lang deze behandeling zal voortduren.

Gelet op de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, komt naar het oordeel van de rechtbank - anders dan de raadsman heeft bepleit - slechts een deels ook onvoorwaardelijke gevangenisstraf als straf in aanmerking. Oplegging van een werkstraf doet onvoldoende recht aan de ernst van het bewezen verklaarde.

Bij het bepalen van de duur van de gevangenisstraf en de vraag of een gedeelte daarvan al dan niet voorwaardelijk moet worden opgelegd, heeft de rechtbank rekening gehouden met de inhoud van de hiervoor genoemde omtrent verdachte uitgebrachte rapporten.

Uit de psychologische rapportage blijkt dat bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van een persoonlijkheidsstoornis NAO (Niet Anderszins Omschreven) met narcistische, theatrale en borderline trekken. De psycholoog concludeert dat hiervan ook sprake was ten tijde van de feiten en adviseert verdachte enigszins verminderd toerekeningsvatbaar te achten. Ten aanzien van de kans op recidive overweegt de psycholoog dat een belangrijke risicofactor is gelegen in verdachtes persoonlijkheidsproblematiek en de hieraan gerelateerde seksuele interesse en partnerkeuze. Met name zijn grote behoefte aan aandacht, bevestiging en waardering vormen een risico voor het aangaan van (seksuele) relaties met onder andere kwetsbare meisjes, aldus de psycholoog.

Ook de psychiater concludeert dat bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling in de zin van een persoonlijkheidsstoornis NAO, cluster B (passief agressief, borderline en theatraal) en C (perfectionistisch-afhankelijk) en dat deze stoornis aanwezig was ten tijde van de feiten en de gedragskeuze en handelingen van verdachte heeft beïnvloed. De psychiater adviseert verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen. Het risico op recidive van soortgelijke delicten acht de psychiater laag.

De rechtbank neemt de conclusies van de psycholoog en psychiater over de enigszins verminderde respectievelijk licht verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte over en maakt die tot de hare.

Zowel de psycholoog als de psychiater adviseren een behandeling van verdachte bij de forensisch psychiatrische kliniek Kairos.

Uit het reclasseringsrapport blijkt dat verdachte (vrijwel) geen blijk geeft van empathie voor het slachtoffer en dat verdachte van mening is dat hij niets verkeerd heeft gedaan. Verdachte legt de verantwoordelijkheid voor de delicten grotendeels bij het slachtoffer en externe factoren. De reclassering schat het recidiverisico in als hoog gemiddeld, gezien het geringe delictinzicht en zijn geringe empathie voor het slachtoffer. De reclassering adviseert dat verdachte zich zal houden aan een door of namens de reclassering op te leggen meldingsgebod en dat verdachte wordt verplicht zich te laten behandeling bij de forensisch psychiatrische polikliniek Kairos.

De rechtbank is, gelet op de inhoud van de voormelde rapportages, en de indruk die zij ook zelf ter terechtzitting van de persoon van verdachte heeft gekregen, van oordeel dat zonder een langdurige behandeling bij de forensisch psychiatrische polikliniek Kairos of een soortgelijke instantie, de kans op herhaling reëel aanwezig is. De rechtbank ziet hierin reden om een gedeelte van de aan verdachte op te leggen gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen, teneinde daar na te noemen bijzondere voorwaarde aan te kunnen verbinden. Voorts acht de rechtbank, anders dan de officier van justitie, gelet op de aard van de bewezen verklaarde feiten, de problematiek van verdachte en noodzakelijke behandeling, een proeftijd van drie jaren aangewezen.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van drie jaren opdat verdachte er gedurende die proeftijd van wordt weerhouden strafbare feiten te begaan. Daarnaast acht de rechtbank verplicht contact met Reclassering Nederland gedurende de proeftijd noodzakelijk, ook als dat inhoudt het zich houden aan een meldingsgebod en het volgen van een behandeling bij een forensisch psychiatrische polikliniek. Een voorwaarde van die strekking zal aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen straf worden verbonden.

8. Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer], vertegenwoordigd door haar moeder [wettelijke vertegenwoordiger], heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.500,-, vermeerderd met de wettelijke rente, ingediend tegen verdachte wegens immateriële schade die zij als gevolg van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft geledente vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade rechtstreeks voortvloeit uit de onder 1 primair en 2 bewezen verklaarde feiten. Gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting komt de rechtbank vergoeding van de schade billijk voor. De rechtbank zal de vordering dan ook toewijzen tot het - overigens ook redelijk geachte - bedrag van € 2.500,-, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 april 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de onder 1 primair en 2 bewezen verklaarde feiten is toegebracht. Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen, te weten € 2.500,-, vermeerderd met de wettelijke rente.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

14a, 14b, 14c, 36f, 57, 240b en 245 van het Wetboek van Strafrecht.

10. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.2. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 primair en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig (24) maanden.

Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot twaalf (12) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van drie (3) jaren.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging van dit gedeelte kan worden gelast, indien:

- verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

- verdachte niet naleeft de bijzondere voorwaarde dat hij zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens Reclassering Nederland, zolang die instelling dat nodig acht, ook indien zulks inhoudt dat verdachte zich zal houden aan een door of namens de reclassering op te leggen meldingsgebod en dat verdachte zal meewerken aan een behandeling bij de forensisch psychiatrische polikliniek Kairos of een soortgelijke instantie.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst de namens de benadeelde partij [slachtoffer] gedane vordering tot vergoeding van de door haar geleden schade toe tot een bedrag van € 2.500,-, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 april 2010 tot aan de dag der algehele voldoening, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan de wettelijk vertegenwoordiger van [slachtoffer], te weten [wettelijke vertegenwoordiger], rekeningnummer [rekeningnummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 2.500,-, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 april 2010 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door vijfendertig (35) dagen hechtenis.

Bepaalt dat betalingen aan de (wettelijk vertegenwoordiger van de) benadeelde partij [slachtoffer] in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. C.G. Beyer-Lazonder, voorzitter,

mr. J.M. Sassenburg en mr. S. Jongeling, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. D.M.A. Richelle,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 31 augustus 2011.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 17 augustus 2011.

3 Het proces-verbaal van aangifte van [wettelijke vertegenwoordiger] d.d. 22 april 2010 (dossierpagina 49).

4 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer] d.d. 19 april 2010 (dossierpagina 55 -57).

5 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 17 augustus 2011.

6 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer] d.d. 19 april 2010 (dossierpagina 57).

7 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtziting van 17 augustus 2011.

8 Het proces-verbaal d.d. 17 juni 2010 met als bijlage de MSN-gesprekken in de periode van 21 maart 2010 tot en met 28 maart 2010 en 2 april 2010 (dossierpagina's 74-108).

9 Het proces-verbaal van aangifte van [wettelijke vertegenwoordiger] d.d. 22 april (dossierpagina 49).

10 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer] d.d. 19 april 2010 (dossierpagina's 57-58).

11 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer] d.d. 19 april 2010 (dossierpagina's 58).

12 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 17 augustus 2011.

13 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 17 augustus 2011.