Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BR6944

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
17-03-2011
Datum publicatie
12-09-2011
Zaaknummer
481472 CV EXPL 10-11900
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overeenkomst voor informaticaprestaties. Eiseres vordert (in conventie) betaling door gedaagde van achterstallige termijnen. Gedaagde beroept zich op de ontbinding van de overeenkomst wegens tekortkoming door eiseres in de nakoming van haar verplichting tot het bouwen van een website. Het verweer slaagt. De vordering in conventie wordt afgewezen. De vordering in reconventie tot het geven van een verklaring voor recht dat de overeenkomst is ontbonden en tot terugbetaling van reeds betaalde bedragen wordt toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 481472 CV EXPL 10-11900

datum uitspraak: 17 maart 2011

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Proximedia Nederland B.V.

te De Meern

eiseres in conventie verweerster in reconventie

hierna te noemen Proximedia

gemachtigde Nouta Westland gerechtsdeurwaarders

tegen

[gedaagde]

te [woonplaats]

gedaagde in conventie

eiseres in reconventie

hierna te noemen [gedaagde]

gemachtigde mr. E. Kubbenga.

In conventie en in reconventie

De procedure

Proximedia heeft [gedaagde] op 2 september 2010 gedagvaard. [gedaagde] heeft geantwoord en een tegenvordering ingesteld.

De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 4 november 2010 een comparitie van partijen gelast, die heeft plaatsgevonden op 16 februari 2011. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht.

De feiten

Partijen hebben gesloten een "overeenkomst voor informaticaprestaties" gedagtekend 19 december 2006. Kort samengevat kwam de overeenkomst neer op de terbeschikkingstelling door Proximedia aan [gedaagde] van een laptop, en de verzorging van een emailadres en de ontwikkeling van een website voor het lingeriebedrijfvan [gedaagde].

De overeenkomst was, volgens art. 7.1 van de algemene voorwaarden behorend bij het contract, 48 maanden. De bedongen vergoeding door [gedaagde] aan Proximedia te betalen bedroeg € 201,11 per maand, naast dossierkosten bij aanvang van de overeenkomst ad € 90.

De algemene voorwaarden bepalen onder meer als volgt:

... . Na het verstrijken van een termijn van ten hoogste negentig dagen vanqfde ondertekening van de onderhavige Overeenkomst, geldt het gebrek aan installatie van de in artikel 1 bedoelde apparatuur door Proximedia, tenzij anders is bepaald, als impliciete kennisgeving aan de Abonnée van de ontbinding met terugwerkende kracht van de Overeenkomst, die dan niet meer van grondslag kan dienen van enige verplichting ten laste van de ene of andere partij .....

[gedaagde] heeft de eerste vier termijnen (december 2006 t/ maart 2007) en de dossierkosten betaald.

Bij aangetekende brief van 28 maart 2007 heeft [gedaagde] aan Proximedia geschreven als volgt:

....... Wij zijn nu inmiddels 4 maanden verder en onze website is nog steeds niet af.. ... Tot op heden blijft uw bedrijf ernstig in de gebreken en levert zelft wanprestaties. U zult begrijpen dat wij na 4 maanden geen vertrouwen meer hebben in uw bedrijf en dat wij onze samenwerking per direct beëindigen en u kunt stoppen met de aanpassingen van onze website .. ....

De vordering in conventie

Proximedia vordert een bedrag van € 7.589,39 met rente en proceskosten. Zij baseert zich daarbij op de overeenkomst en stelt dat [gedaagde] in gebreke is gebleven met de betaling van de overeengekomen termijnen, terwijl zij van haar kant aan alle verplichtingen heeft voldaan, in het bijzonder de ontwikkeling van de website. Daardoor kon Proximedia de overeenkomst ontbinden met aanspraak op de onbetaalde termijnen en verbrekingsvergoeding voorzien in het contract. Daarnaast stelt Proximedia aanspraak te kunnen maken op buitengerechtelijke incassokosten.

Het verweer in conventie en de vordering in reconventie

[gedaagde] heeft aangevoerd dat Proximedia, ondanks besprekingen en toezeggingen, in gebreke is gebleven met haar verplichtingen en dat zij op grond daarvan gerechtigd was de overeenkomst te ontbinden met haar brief van 28 maart 2007, mede op basis van de hiervoor weergegeven bepaling van de algemene voorwaarden van Proximedia.

[gedaagde] meent daarom niets aan Proximedia verschuldigd te zijn en vordert van haar kant de reeds betaalde bedragen terug. Zij heeft daartoe nog aangevoerd dat haar echtgenoot in april de laptop en het contract op het kantoor van Proximedia heeft terugbezorgd.

Het verweer in reconventie

Proximedia betwist dat zij de reeds betaalde bedragen zou moeten terugbetalen omdat zij heeft geleverd zoals tussen partijen is overeengekomen en betwist de laptop te hebben teruggekregen.

De beoordeling in conventie en in reconventie

De vorderingen in conventie en in reconventie lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

Proximedia heeft ter zitting bestreden de brief van 28 maart 2007 te hebben ontvangen. Dit verweer wordt gepasseerd. [gedaagde] heeft het verzendbewijs overgelegd en bovendien heeft Proximedia de brief ook zelf overgelegd. Voorts ligt, bij bewijs van geldige verzending per aangetekende post, het risico van niet-kennisneming bij Proximedia. Het ligt op haar weg -zeker als bedrijf -ervoor te zorgen dat aangetekende post in ontvangst wordt genomen.

Daarmee heeft [gedaagde] met haar aangetekende brief de overeenkomst op geldige wijze ontbonden, mede gelet op de geciteerde bepaling uit de algemene voorwaarden.

De email van 11 april 2007 waarop Proximedia zich ter afwering heeft beroepen kan haar niet baten. Daargelaten dat [gedaagde] de ontvangst heeft betwist vormt de tekst van deze email geen reactie op de stellingname van [gedaagde] in die brief. Het retourneren van de laptop aan Proximedia is weliswaar niet met bewijsstukken onderbouwd, maar deze retournering past wel in het beeld van de wel vaststaande opstelling van [gedaagde]. Daar tegenover heeft Proximedia geen bewijsstukken overgelegd waaruit de -tijdige -betwisting van de ontbinding valt te afte leiden. De overgelegde correspondentie van augustus 2007 en daarna van jaren later kan niet meer als zodanig gelden.

Op grond van het voorgaande zijn de vorderingen van Proximedia niet toewijsbaar. De vorderingen van [gedaagde] zijn op basis van de rechtsgeldige ontbinding met de brief van 28 maart 2007 toewijsbaar.

De proceskosten in conventie en in reconventie komen voor rekening van Proximedia omdat deze in het ongelijk wordt gesteld.

Beslissing

in conventie

-wijst de vordering af;

-veroordeelt Proximedia tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] tot en met vandaag worden begroot op een bedrag van € 500,-aan salaris gemachtigde.

in reconventie:

-verklaart voor recht dat de overeenkomst tussen partijen rechtsgeldig is ontbonden wegens toerekenbare tekortkoming van Proximedia op grond van art. 6:265 BW;

-veroordeelt Proximedia tot betaling aan [gedaagde] van een bedrag van € 894,44 vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 28 maart 2007;

-veroordeelt Proximedia tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] tot en met vandaag worden begroot op een bedrag van € 200,-aan salaris gemachtigde.

-verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.W.S. de Groot en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.