Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2011:BR6518

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
31-08-2011
Datum publicatie
01-09-2011
Zaaknummer
183765 - HA RK 11-116
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wet bescherming persoonsgegevens. Verzoek tot verwijdering uit het incidentenregister van verzekeraar afgewezen.

Het vermoeden is gerechtvaardigd dat verzoekster een vervalste factuur heeft overgelegd en vervolgens heeft geprobeerd haar verklaringen in overeenstemming te brengen met deze factuur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rekestnummer: 183765 / HA RK 11-116

Beschikking van 31 augustus 2011

in de zaak van

1. [A],

wonende te [plaats],

2. [B],

wonende te [plaats],

verzoekers,

advocaat mr. L. Brouwers,

tegen

naamloze vennootschap

ING BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

verweerster,

advocaat mr. C. Blanken.

Verzoekers zullen afzonderlijk [A] en [B], en gezamenlijk [A c.s.] genoemd worden. Verweerster zal ING genoemd worden.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift

- het verweerschrift

- de mondelinge behandeling.

2. De feiten

2.1. [A c.s.] heeft een reisverzekering bij ING afgesloten onder polisnummer [polisnummer].

2.2. [A c.s.] heeft in de periode 31 december 2009 - 1 januari 2010 verblijf gehouden in Parijs, Frankrijk. Op 1 januari 2010 heeft [B] bij de politie van Parijs aangifte gedaan van de diefstal van haar handtas met inhoud, op 1 januari 2010 om 16:30 uur gepleegd in de buurt van de Eiffeltoren. Het proces-verbaal van aangifte maakt melding van de diefstal van onder meer “une caméra numérique de marque Canon, une caméra de marque Philips, un collier en or, une pair de boucles d’oreilles en or, une bague en or”.

2.3. [B] heeft in verband met een schadeclaim op 1 januari 2010 een schadeaangifteformulier ING reisverzekering (SAF) ingevuld. Op het SAF worden als gestolen voorwerpen onder andere opgenomen:

Sony camera gekocht op 30 december 2009 voor EUR 1.199,00;

Fujifilm videocamera gekocht op 30 december 2009 voor EUR 1.399,00;

Gouden ketting, armband, oorbellen gekocht op 21 juli 2009 voor EUR 900,00;

Gouden armband met naam gekocht op 21 juli 2009 voor EUR 300,00;

Twee gouden ringen gekocht op 21 juli 2009 voor EUR 300,00.

2.4. ING heeft onderzoeksbureau Vidi ingeschakeld voor een beoordeling van de schadeclaim. Vidi heeft in het kader van haar onderzoek een in de Arabische taal gestelde factuur van Bijouterie Assoin te Marokko, die [B] als bewijsstuk bij haar schadeclaim had meegezonden, door een beëdigd vertaler laten vertalen, de factuur op echtheid laten onderzoeken en op 11 februari en 11 maart 2010 twee gesprekken met [B] gevoerd. Het onderzoeksrapport bevat onder andere de volgende gegevens:

• De vertaling van de factuur van Bijouterie Assoin luidt: 1 armband, goud, 18 karaat, som 1.250,00 dirham.

• Op de factuur van Bijouterie Assoin is het oorspronkelijke jaartal 2003 veranderd in 2009.

• Uit het verslag van het gesprek van 11 februari 2010 met [B]: “[…] Ik had een nieuwe camera, een nieuwe videocamera en een iPod gekocht de dag voor de reis.[…] U vraagt mij hoe het kan dat er in de politieaangifte staat een Canon camera en een Philips camera terwijl ik een Sony videocamera en een Fuji digitale fotocamera in mijn bezit had.[…]Ik heb de aangifte niet doorgelezen. Ik heb dat niet gezien. Ik heb geen idee hoe dit kan.[…]U vraagt mij naar de gouden ringen. Ik had zelf een setje. Een gouden ring, een ketting en een armband. Dat was mijn eigendom. De andere gouden ring was van mijn man.[…]U toont mij de Marokkaanse nota [de factuur van Bijouterie Assoin; de rechtbank]. Dat is de nota van mijn sieradensetje. Ik heb die in 2008 tijdens de zomervakantie in Marokko gekocht voor 125.000 dirham.[…]”

• Uit het verslag van het gesprek van 11 maart 2010 met [B]: “[…] U toont mij een Marokkaanse nota [de factuur van Bijouterie Assoin; de rechtbank] […] Dit is een nota van mijn sieradenset die ik in 2008 heb gekocht in Marokko […] Ik was samen met mijn moeder […] Die verkoper heeft de naam van mijn moeder er op gezet […] Volgens uw vertaling is het bedrag 1.250,00 dirham. Ik weet zeker dat ik 125.000,00 dirham heb betaald. De vertaling is niet juist. Volgens de vertaling gaat het om één gouden armband. Ik weet zeker dat ik een setje bestaande uit een armband, ring en een gouden ketting heb gekocht […] U wijst mij er op dat is vastgesteld dat het jaartal van 2003 naar 2009 is veranderd. U toont mij de foto’s. Ik weet daar niets van. Ik heb deze nota niet veranderd. Ik heb die nota in 2008 gekregen bij aankoop. Ik heb die nota niet veranderd. Ik heb die nota gewoon bij aankoop van het sieradensetje gekregen. […]”

2.5. ING heeft de reisverzekering bij brief van 21 april 2010 met een beroep op de fraudevervalclausule per 16 april 2010 opgezegd. [B] is voorts geregistreerd in het interne incidentenregister van ING Verzekeringen N.V.

2.6. [B] heeft in september 2010 een andere factuur aan ING gezonden. Deze factuur gedagtekend 21 juli 2008, is afkomstig van Bijouterie Belle Vue te Marokko en vermeldt de aankoop van een Red cool d’or, een Bracelette d’or en een Bague d’or voor 12.000,00 dirham. De gemachtigde heeft ING desgevraagd bij brief van 15 oktober bericht dat het merk Red cool d’or betrekking heeft op een set oorbellen.

2.7. ING heeft de factuur van Bijouterie Belle Vue door onderzoeksbureau Vidi laten onderzoeken en heeft geconcludeerd dat op de factuur oorspronkelijk het jaartal 2003 heeft gestaan, en dat dit later is gewijzigd in 2008. [B] heeft deze factuur laten onderzoeken door drs. P.L. Zevenbergen, forensisch schriftexpert te Kampen. Zevenbergen concludeert dat de factuur niet is gewijzigd.

3. De beoordeling

3.1. Ter zitting is het verzoek voor wat betreft [A] ingetrokken, zodat ten aanzien van hem niet meer inhoudelijk behoeft te worden beslist. Met betrekking tot de door ING verzochte veroordeling in de proceskosten zal de rechtbank beslissen als na te melden.

3.2. Het verzoek strekt tot verwijdering als bedoeld in artikel 46 Wet bescherming persoonsgegevens van de registratie van [B] uit het incidentenregister dat door ING wordt aangehouden. ING voert verweer.

3.3. De inschrijving in het interne incidentenregister van ING heeft plaatsgevonden overeenkomstig het bepaalde in het Protocol ‘Incidentenwaarschuwingssysteem financiële instellingen’ dat is opgesteld door de Nederlandse Vereniging van Banken, het Verbond van Verzekeraars en de Vereniging van Financieringsondernemingen in Nederland. Blijkens het bepaalde in artikel 5.2 van dit protocol kunnen verwijzingsgegevens worden opgenomen bij een (redelijk vermoeden van) opzettelijke benadeling van de verzekeraar, oneigenlijk gebruik van producten, diensten en voorzieningen en/of pogingen daartoe, het plegen van strafbare of laakbare gedragingen en/of overtreding van (wettelijke) voorschriften dan wel pogingen daartoe, gericht tegen de verzekeraar, haar organisatie, haar cliënten en haar medewerkers.

3.4. Vast staat dat [B] bij het invullen van het SAF aanzienlijk meer sieraden als gestolen heeft opgegeven dan waarvan het proces-verbaal van aangifte melding maakt. Op zichzelf levert dit echter geen redelijk vermoeden van benadeling van de verzekeraar op, aangezien het goed voorstelbaar is dat iemand die bestolen is zich pas later bewust wordt van de precieze omvang van de diefstal. Opmerkelijk is echter dat het proces-verbaal van aangifte verkeerde merknamen vermeldt van de foto- en videocamera die zij en haar man pas de dag ervoor hadden aangeschaft. Te verwachten is immers dat zij niet lichtvaardig zijn overgegaan tot de aanschaf van deze apparatuur die - naar uit het SAF kan worden afgeleid - een waarde van EUR 2.600,00 vertegenwoordigde, zodat verwacht mag worden dat zij deze merknamen bij het doen van aangifte paraat had. De rechtbank passeert als ongeloofwaardig de eerst ter zitting gegeven verklaring van [B] dat haar man deze apparatuur alleen heeft aangeschaft - wat daar overigens ook van zij - omdat zij tijdens het eerste gesprek met onderzoeksbureau Vidi heeft verklaard dat zij deze apparatuur zelf heeft aangeschaft.

Uit de door ING overgelegde stukken leidt de rechtbank af dat op de factuur van Bijouterie Assoin oorspronkelijk het jaartal 2003 heeft gestaan en dat deze betrekking heeft op de aanschaf van een 18 karaats gouden armband voor een prijs van 1.250,00 dirham. Tijdens het tweede gesprek met onderzoeksbureau Vidi heeft [B] niettemin volhard in haar evident onhoudbare standpunt dat deze factuur in 2008 is opgemaakt voor de aankoop van een ketting, een armband en een ring voor EUR 125.000,00 dirham, waar zij bij het invullen van het SAF met deze factuur de aanschaf van een ketting, een armband en oorbellen in 2009 beoogde te onderbouwen. De rechtbank tekent hierbij aan dat, uitgaande van de wisselkoers per 1 januari 2010, een prijs van 125.000,00 dirham (EUR 11.046,16) niet in de buurt komt van de door haar in het SAF opgegeven waarde van de sieradenset van EUR 900,00. Wat dat betreft biedt de factuur van Bijouterie Belle Vue een betere onderbouwing. Deze is kennelijk opgemaakt op 21 juli 2008 en saldeert op 12.000 dirham (EUR 1.060,43). De naam van de winkel komt echter niet overeen met de verklaring van [B] dat zij de sieraden bij Bijouterie Assoin heeft gekocht (zie 2.4), en ook deze factuur wijkt af van het SAF waar deze melding maakt van de aankoop van oorbellen, een armband en een ring. Dat [B] ter zitting in afwijking van haar eerdere verklaringen weer heeft verklaard dat de sieradenset door haar man is aangeschaft, maakt haar verklaringen er al met al niet geloofwaardiger op. De rechtbank hecht derhalve geen geloof aan de stelling van [B] dat het overleggen van de factuur van Bijouterie Assoin op een vergissing berust. Een dergelijke vergissing zou haar, zoals ING terecht heeft betoogd, reeds tijdens het tweede gesprek met onderzoeksbureau Vidi moeten zijn opgevallen. Het vermoeden is gerechtvaardigd dat [B] een vervalste factuur heeft overgelegd en vervolgens heeft geprobeerd haar verklaringen in overeenstemming te brengen met deze factuur. De vergissingen die zij daarbij heeft gemaakt hebben tot gevolg dat zij daar niet in is geslaagd. Het verzoek zal worden afgewezen.

3.5. [A c.s.] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van ING worden begroot op:

-salaris advocaat EUR 904,00 (tarief EUR 452,00 x 2 punten)

totaal EUR 904,00

4. De beslissing

De rechtbank

4.1. wijst het verzoek af,

4.2. veroordeelt [A c.s.] in de proceskosten, aan de zijde van ING tot op heden begroot op EUR 904,00,

4.3. verklaart deze beschikking wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.J. van der Meer en in het openbaar uitgesproken op 31 augustus 2011.?